Europese normen en waarden als achilleshiel van EU-buitenlandbeleid?
Op 6 april 2016 vond er in Nederland een referendum plaats over het Associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Bij een opkomst van 32,28% van de kiesgerechtigden stemde 61% van de kiezers tegen en 38,21% voor het verdrag.[1] De bij tijden felle maatschappelijke discussie rond dit referendum – zowel in Nederland als in Oekraïne – is tekenend voor het groeiende geo-normatieve debat in de Europese Unie en haar oostelijke buurregio.
Het Associatieverdrag is één van de instrumenten van het Oostelijk-Partnerschapsbeleid dat in 2008 door de Europese Unie werd gelanceerd. Naast intensievere economische samenwerking wordt ook het streven naar gedeelde normen en waarden van de partners bepleit.[2] Op dit vlak ligt de EU op ramkoers met Rusland. Dat land heeft ook geopolitieke belangen in die regio en draagt sinds enkele jaren bovendien steeds explicieter een eigen, alternatief normen- en waardendiscours uit.
Rusland neemt afstand van het Europees Nabuurschap
Na de grote oostwaartse uitbreiding van 2004 zocht de EU naar een nieuwe manier van samenwerken met Rusland en andere voormalige Sovjetstaten. Het Europees Nabuurschapsbeleid was een eerste initiatief; vlak voor de uitbreiding lanceerde de EU een beleid waarbij de nieuwe oosterburen als een ‘Ring of Friends’ werden gezien. Op die manier probeerde de Unie in haar Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid een constructieve samenwerking te verwezenlijken.
Rusland was het eerste land om dit initiatief te torpederen: tijdens de EU-Rusland Top in mei 2003 merkte vice-minister van Buitenlandse Zaken Vladimir Chizhov op: “Rusland is een groot land, met zijn eigen visie op Europese en Euro-Atlantische integratie. In tegenstelling tot sommige andere Oost-Europese en Kaukasische landen heeft Rusland geen ambities voor EU-lidmaatschap en is dan ook noch subject, noch object van het Europees Nabuurschapsbeleid.”[3]
Nadat Rusland zich distantieerde van het Europees Nabuurschapsbeleid, creëerde de EU een apart, exclusiever samenwerkingstraject met haar oosterbuur op het vlak van de vier ‘Common Spaces’ (2005). Vervolgens trachtte de Unie haar relatie met de andere post-Sovjetstaten in 2008 in een nieuw jasje te steken onder de noemer van het Oostelijk Partnerschap. Europa wilde de banden aanhalen met Oekraïne, Georgië, Moldavië, Azerbeidzjan, Armenië en Wit-Rusland.
De annexatie van de Krim in 2014 staat intussen symbool voor het assertievere buitenlands beleid van Rusland ten aanzien van de post-Sovjetregio
Door associatie- en vrijhandelsakkoorden af te sluiten met deze landen en Civil Society Platforms met lokale NGO’s op te zetten, wilde de EU niet alleen haar economische betrekkingen met deze landen versterken, maar ook een groter draagvlak creëren voor de Europese normen en waarden in die regio. Naast de ‘legal approximation’ – harmonisatie van de nationale wetgeving met het acquis communautaire van de EU – moesten de landen ook aan politieke voorwaarden voldoen, evenwel zonder enig uitzicht op EU-lidmaatschap. De politieke conditionaliteit werd expliciet gekoppeld aan de ‘common values’-retoriek. Deze insteek werd niet alleen gehanteerd door de European External Action Service, maar ook door Europarlementariërs in interparlementaire samenwerkingscomités, thematische werkgroepen en de EuroNest Parlementaire Assemblée.
Een nieuwe geopolitieke realiteit
Ondertussen is de geopolitieke realiteit echter danig veranderd. Sinds de lancering van het Nabuurschapsbeleid vonden er zowel in Georgië (2003) als in Oekraïne (2004) pro-westerse kleurenrevoluties plaats. Bovendien brak vlak na de oprichting van het Oostelijk Partnerschap in juni 2008[4] de zesdaagse oorlog tussen Rusland en Georgië uit. En toen president Janoekovitsj in november 2013 op het laatste moment afhaakte voor de ondertekening van het EU-Associatieakkoord en voor het Russische (financiële) alternatief koos, betekende dit het begin van ‘Euromaidan’.
De annexatie van de Krim in 2014 staat intussen symbool voor het assertievere buitenlands beleid van Rusland ten aanzien van de post-Sovjetregio; de acties van Rusland in Syrië in het najaar van 2015 tonen aan dat Rusland – ondanks de zware economische crisis waaronder het land gebukt gaat – ook zijn plaats op het internationale toneel opeist. Het is opvallend voor de relatie tussen Rusland en de EU dat er sinds 2013 niet alleen sprake is van geo-economische rivaliteit, maar ook van een groeiende geo-normatieve polarisering.
Hierbij dienen twee kanttekeningen te worden gemaakt: (1) Rusland gebruikt het geo-normatieve discours niet alleen voor eigen publiek, maar past het ook toe in zijn buitenlands beleid; en (2) Oostelijke-Partnerschapslanden, zoals Oekraïne, hebben moeite om het Europees normen- en waardendiscours te internaliseren.
Een nieuw geo-normatief discours
Sinds Poetins derde ambtstermijn is er een geleidelijke kentering in het binnenlands beleid van Rusland opgetreden. De herverkiezing van Poetin in 2012 verliep niet zonder slag of stoot; op 6 mei 2012 vond de ‘Marsj Millionov’ (‘Mars der Miljoenen’) plaats op het Bolotnaja-plein in Moskou – één van de grootste oppositiedemonstraties in Rusland sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw. Deze protesten werden door de Russische overheid beantwoord met arrestaties en uitgebreide juridische procedures.
Enkele maanden later – in juli 2012 – keurde de Doema de beruchte ‘foreign agents’-wet goed. De wet verplicht NGO’s, die geld ontvangen uit het buitenland, zich te registreren als ‘buitenlandse agent’. Deze term heeft een sterke Koude Oorlog-connotatie.[5] Verscheidene NGO’s die zich registreerden, werden het onderwerp van eindeloze financiële audits (Golos, Memorial). Het debat met het Westen polariseerde verder, toen de Doema in juli 2013 de wet tegen homopropaganda aannam.[6] Dit veroorzaakte een storm van westerse kritiek in de aanloop naar de Olympische Winterspelen in Sotsji.
Deze geo-normatieve koers in Ruslands binnenlands beleid werd echter pas ten volle uiteengezet tijdens Poetins jaarlijkse speech (Poslanie) voor de Russische Federale Assemblee op 12 december 2013. Daarin benadrukte de president dat Rusland waarden verdedigt die in vele naties de spirituele en morele basis van beschaving vormen: traditionele “traditionele familiewaarden, menselijk leven, religieus leven, niet enkel het materiële bestaan, maar ook spiritualiteit”.
“Het punt van conservatisme is niet dat het vooruitgang, maar achteruitgang, tegengaat” (Nikolaj Berdjajev)
Poetin noemde dit een duidelijk conservatief standpunt en citeerde de woorden van de Russische filosoof Berdjajev: “Het punt van conservatisme is niet dat het vooruitgang, maar achteruitgang, tegengaat.” Daarnaast kregen de westerse landen een veeg uit de pan: “In de voorbije jaren zagen we hoe de zogenaamd progressieve ontwikkelingsmodellen, die werden opgelegd aan andere naties, resulteerden in regressie, barbarij en bloedvergieten,” aldus Poetin.
Niet alleen breekt hij in deze speech een lans voor traditionele waarden, hij klaagt bovendien dat men in andere delen van de wereld erop uit is deze waarden te vernietigen: “Het vernietigen van traditionele waarden heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de maatschappij, maar het is in essentie antidemocratisch, omdat het gebeurt op basis van abstracte, speculatieve ideeën, die ingaan tegen de wil van de meerderheid. Zij aanvaarden deze veranderingen of de voorgestelde revisie van waarden niet.”[7]
Toespraken als deze maken deel uit van een normen- en waardendiscours dat zich sterk richt op de Russische staatsidentiteit, orthodoxie en traditionele waarden. ‘Niet-traditionele waarden’ worden – al dan niet impliciet – veroordeeld. Voor LHBT-minderheden in Rusland is dit slecht nieuws: in combinatie met de wet op homopropaganda impliceert dit discours dat intolerantie jegens homoseksualiteit geleidelijk aan ‘normaal’ wordt in Rusland.
Ook de Speciale Vertegenwoordiger voor Mensenrechten van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Konstantin Dolgov, bekritiseerde de EU scherp in zijn ‘Rapport over de Mensenrechtensituatie in de Europese Unie’, dat hij presenteerde op 24 januari 2014. In dit rapport stelde hij dat “de Europese Unie en haar lidstaten het als één van hun prioriteiten beschouwen hun neoliberale waarden te promoten als een universele levensstijl voor alle andere leden van de internationale gemeenschap. Dit blijkt temeer uit de agressieve promotie van de rechten van seksuele minderheden. Er werden pogingen ondernomen om andere landen een hen vreemde visie op te leggen van homoseksualiteit en homohuwelijk als een normaal gegeven, een soort van natuurlijk sociaal fenomeen dat door de staat dient te worden gesteund.”[8]

Dergelijke verwijten aan het adres van de Europese Unie tonen aan hoe de nieuwe geo-normatieve koers sinds 2014 ook een rol speelt in het Russisch buitenlands beleid.
Europese normen en waarden in Oekraïne?
Het Oekraïne-conflict, de ondertekening van het Associatieakkoord en de negatieve reactie van Rusland maken pijnlijk duidelijk hoe lijnrecht de EU en Rusland tegenover elkaar staan. Terwijl de Oekraïense ‘Vybor za Evropu’ (‘Keuze voor Europa’) in 2014 door de EU werd geïnterpreteerd als een keuze voor de Europese normen en waarden, werd dit in Rusland gezien als geopolitieke en geo-normatieve vervreemding. De kritiek op de Oekraïense keuze werd gekoppeld aan de LHBT-kwestie – niet toevallig één van de thema’s waar Rusland en de EU beleidsmatig bijzonder sterk in verschillen. ”Kiezen voor Europa is kiezen voor het homohuwelijk,” viel te lezen op billboards in Oost-Oekraïne in de aanloop naar de Top van Vilnius in 2013.
Deze campagne werd geleid door Viktor Medvedtsjoek – voormalig politicus, Oekraïens oligarch en een goede vriend van Poetin. Medvedtsjoek is voorzitter van de pro-Russische organisatie ‘Oekraïense Keuze’ en ageerde in die hoedanigheid tegen de Euromaidan-beweging. Binnen Rusland waren soortgelijke geluiden te horen. Aleksandr Zaldostanov, leider van de anti-Maidanbeweging,[9] zei in een interview in januari 2015 dat zijn organisatie evengoed ‘Dood aan alle homoseksuelen’ had kunnen heten.[10] Tatjana Riabova beschrijft bovendien het veelvuldig gebruik van de termen ‘Gayropa’ en ‘Gayromaidan’ in de Russische media tijdens het Oekraïneconflict.[11]
Aan de Europese zijde van het geo-normatieve debat probeert de EU via het Oostelijk Partnerschap en de Associatieverdragen een zekere leverage te krijgen, evenwel zonder de landen een lidmaatschap in het vooruitzicht te stellen. Op het eerste gezicht lijkt dit te lukken: in het EU-Oekraïne Actieplan voor visaliberalisering werden rechten voor seksuele minderheden als bindende voorwaarde gesteld. Dit amendement werd op 9 november 2015 door het Oekraȉnse parlement goedgekeurd – dit tot vreugde van onder meer de Intergroup on LGBT Rights van het Europees Parlement.
De negatieve uitkomst van het referendum werd door de Oekraïense president Porosjenko een ‘aanval op de Europese waarden’ genoemd
Ook in de Ja-campagne van het Oekraïne-referendum in Nederland werd de ”hoopvolle “hoopvolle ontwikkeling rond LHBT-rechten in Oekraïne” gebruikt als argument vóór het Associatieverdrag.[12] De negatieve uitkomst van het referendum werd door de Oekraïense president Petro Porosjenko dan ook een “aanval op de Europese waarden” genoemd.[13] Wanneer we echter de interne situatie in Oekraïne bekijken, lijkt Oekraïne – ondanks zijn goede intenties – de Europese normen en waarden moeilijk te kunnen internaliseren.
Wat Börzel en Risse ‘ideational diffusion’[14] noemen, blijkt in de praktijk anders uit te pakken. Zo werd het amendement van de LHBT-bescherming in de Oekraïense arbeidswetgeving pas na groot protest – negen stemrondes – en een interventie van president Porosjenko en toenmalig parlementsvoorzitter Volodymyr Groisman, goedgekeurd. Groisman verzekerde de parlementsleden dat het homohuwelijk er nooit zou komen en dat de goedkeuring van dit amendement nu eenmaal een noodzakelijk kwaad is in het kader van het EU-programma voor visaliberalisering.
Zo lijkt het dat bepaalde Europese ‘fundamental rights’ – zoals bescherming van seksuele minderheden – pas geȉnternaliseerd worden op het moment dat de Oekraïense regering er geo-economisch in plaats van geo-normatief belang bij heeft.
Sommige academici wijzen op de instrumentele benadering van de EU op het vlak van normen en waarden – een benadering die sterk is verweven met de belangen van de Unie in een bepaald land.[15] In het geval van Oekraïne houdt dit een dubbel risico in; allereerst bestaat de kans op een normatieve backlash tegen zwakke groepen – zoals seksuele minderheden – in Oekraïne zelf. Daarnaast kunnen de EU-kritische burgers in Oekraïne, die willen vasthouden aan de ‘traditionele waarden’, in de armen van Rusland worden gedreven. Het alternatieve normen- en waardendiscours dat Rusland biedt en juridisch ondersteunt – onder meer met de wet tegen homopropaganda – kan zo dus aantrekkelijk zijn voor het pro-Russische deel van de Oekraïense bevolking.
[1] ‘Uitslag referendum Associatieovereenkomst met Oekraïne’, De Kiesraad, 12 april 2016.
[2] Zie Preambule van het Associatieverdrag, waarin de nadruk wordt gelegd op Oekraïne’s ‘Europese identiteit’ en gedeelde waarden (democracy, respect for human rights, fundamental rights, rule of law).
[3] Hiski Haukkala,‘Russian Reactions to the European Neighbourhood Policy’, Problems of Post-communism, jrg. 55 (2008), nr. 5, p. 43.
[5] ‘Russische wet voor de regulering van activiteiten van niet-commerciële organisaties die de functie van buitenlandse agent vervullen’, 12 juli 2012.
[7] ‘Послание Президента Федеральному Собранию’, 13 december 2013.
[8] ‘Report on the Human Rights Situation in Russia’, Ministry of Foreign Affairs of the Russian Federation, Moscow, 2013; ‘Russia accuses EU of “aggressively promoting” homosexuality’.
[9] Samen met Verenigd Rusland Doemalid Dmitrii Sablin.
[10] Shaun Walker, ‘Patriotic group formed to defend Russia against pro-democracy protesters’, The Guardian, 15 januari 2015. Pidorasy, het Russische word dat Zaldostanov gebruikte in het interview, is een denigrerende term voor homoseksueel, etymologisch afkomstig van ‘pederast’.
[11] Tatjana Riabova & Oleg Riabov, ‘Gayromaidan: Gendered Aspects of the Hegemonic Russian Media Discourse on the Ukrainian Crisis’, Journal of Soviet and Post-Soviet Politics and Society jrg. 1 (2015), nr. 1, pp. 83-98.
[12] Onder meer door D66-politica Sophie in ’t Veld. LHBT-rechten worden evenwel nergens vermeld in het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie.
[13] ‘Poroshenko: true goal of Dutch Referendum to attack Europe’s Unity’, Interfax Ukraine, 7 april 2016.
[14] Tanja Börzel & Thomas Risse, ‘When Europeanisation Meets Diffusion: Exploring New Territory’, West European Politics, jrg. 35 (2012), nr. 1, pp. 192-207.
[15] Tom Casier, ‘The EU-Russia Strategic Partnership: Challenging the Normative Argument’, Europe-Asia Studies, jrg. 65 (2013), nr. 7, pp. 1377-1395; Hiski Haukkala, ‘The European Union as a Regional Normative Hegemon: The Case of European Neighbourhood Policy’, Europe-Asia Studies, jrg. 60 (2008), nr. 9, pp. 1601-1622.
0 Comments