Add new comment

Politisering van TTIP: een lont in het kruitvat
Analysis Sustainability & Economy

Politisering van TTIP: een lont in het kruitvat

29 Jun 2016 - 15:34
Photo: Flickr / Global Justice Now
Back to archive
Author(s):

De politisering van het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringsverdrag (TTIP) is opmerkelijk in de recente geschiedenis. Publieke debatten over dit thema, zowel in de Eurobubbel als in de lidstaten, worden frequent opgepikt door diverse (nationale) media. De mobilisering van bedrijven en NGO’s is intenser en gevarieerder dan ooit, en zelfs het brede publiek is niet langer een passieve toehoorder van dit soort handelsdebatten.

Hoewel deze explosie van aandacht voor velen onverwacht kwam, is bezorgdheid rond het Europees handelsbeleid niet ongekend, en blijkt TTIP een kristallisatie van deze sluimerende zorgen te zijn. Het feit dat de Amerikanen aan de andere kant van de tafel zitten, heeft het vat finaal doen ontploffen.

De kleurrijke uitingen van politisering
De onderhandelingen rond TTIP, gestart in de zomer van 2013, kunnen potentieel tot het grootste vrijhandelsakkoord uit de geschiedenis leiden. De ambitie van de voorstanders is banen en economische groei te creëren, en tevens mondiale (westerse) standaarden in een hele reeks domeinen vast te leggen. Ze willen dit voornamelijk verwezenlijken via het wegnemen van verschillen in regulering, een vooruitzicht dat bij veel tegenstanders de vrees inboezemt dat standaarden neerwaarts worden aangepast en dat bij dit proces een uitholling van de democratie plaatsvindt.[1]

Door deze vrees is TTIP vandaag de dag een sterk gepolitiseerd thema, dat zich op verschillende manieren uit. Eerst en vooral door een groeiende mobilisering van diverse actoren – organisaties, politieke partijen – die TTIP als belangrijk strijdpunt zien en er een verschillende kijk op hebben. Daarnaast kan het zich uiten in de veranderende houding en mening die individuen hebben over TTIP en de toekomst ervan. Ten slotte speelt dit thema steeds meer in het publieke debat; er wordt intensiever en frequenter over TTIP gesproken binnen parlementen en het wordt vaker als nieuwsitem opgepikt door Europese of nationale media. In dit artikel worden deze verschillende expressies van toegenomen politisering verder geïllustreerd.

Mobilisering
Ten eerste is de brede mobilisering rond TTIP wellicht de meest expliciete en zichtbare vorm van deze politisering. Een gevarieerde groep organisaties en bewegingen mengt zich immers meer en meer via formele en informele kanalen in het debat. Zo telt de aanwezigheidslijst voor de officiële consultaties van het Directoraat-Generaal Handel met het maatschappelijk middenveld[2] gemiddeld 120 organisaties per meeting rond TTIP, terwijl rond andere thema’s vaak niet meer dan dertig organisaties komen opdagen. De openbare consultatie die de Commissie in 2014 rond ISDS (investor-to-state-dispute settlement[3]) hield, werd beantwoord met maar liefst 150.000 inzendingen.

De variëteit aan organisaties – milieu-, consumenten-, Noord-Zuid-, sociale, burger- of vakbondsbewegingen – die zich met dit onderwerp bezighouden, blijkt eveneens uit de gezamenlijke ‘position papers’ die door een brede groep organisaties werd ondertekend.[4] Daarnaast maken meer dan 500 organisaties deel uit van de ‘STOP TTIP’-alliantie.[5] Straatprotesten in Berlijn, Hannover, Rome, Londen en Brussel brengen tienduizenden mensen op de been – onder impuls van bovengenoemde organisaties, maar ook vanuit nieuwe bewegingen die specifiek uit protest tegen TTIP worden opgericht. De eerste pogingen om deze mobilisatie ook online in kaart te brengen, toonden dat in Duitsland anti-TTIP-groepen verantwoordelijk zijn voor 85% van alle TTIP-gerelateerde online content.[6]

Houding en mening
Ook de houding en mening van het brede publiek verandert, of wordt op zijn minst niet meer gekenmerkt door totale apathie of een gebrek aan kennis over dit moeilijke onderwerp. In anderhalf jaar tijd werden ongeveer 3,5 miljoen handtekeningen verzameld bij een Europees burgerinitiatief tegen TTIP en CETA.[7] Surveys van de officiële Eurobarometer peilen om de zes maanden in elk land de stemming over TTIP (zie tabel 1); hieruit blijkt dat het percentage negatief gestemde burgers groeit.

Ook andere polls tonen aan dat de groeiende afkeer voor TTIP een steeds sterker wordende trend is – vooral in Duitsland en Oostenrijk.[8] In Nederland tekenden – op het moment van schrijven – al 150.000 mensen een petitie vóór een referendum over TTIP.[9] In verscheidene steden en gemeenten in België werden genoeg handtekeningen verzameld om het gemeentebestuur symbolische resoluties te laten uitvaardigen, die tot zogenaamde ‘TTIP-vrije’ gemeenten hebben geleid.[10]

Publieke sfeer
De politisering verspreidt zich bovendien naar de publieke sfeer, waar het een prominent thema is binnen parlementen en vaak wordt opgepikt door (nationale) media – een wereld van verschil in vergelijking met het gebrek aan belangstelling voor handelstopics vóór TTIP. In het Europees Parlement werden voor de totstandkoming van een niet-bindende resolutie (juni 2015) maar liefst 800 amendementen ingediend, en gaven in totaal dertien parlementaire commissies hun input.

 

Bron: Flickr / STOP TTIP and CETA

 

Ook de nationale parlementen zijn niet langer afzijdig in dit debat. Zo behandelde het Belgisch federaal parlement – tot en met juli 2015 – 48 vragen en resoluties rond TTIP; dat is vier keer meer dan alle activiteit rond ACTA, CETA en TiSA in de laatste vier jaar samen.[11] Onder invloed van de maatschappelijke kritiek rond TTIP stemde het Waals parlement in april 2016 voor een resolutie, die aangaf dat CETA niet zou worden gesteund.

Ook het Nederlandse parlement is actief met deze handelsakkoorden bezig. In maart 2015 stemde de Tweede Kamer in met een motie die aangaf dat TTIP geen geschillenbeslechting mag bevatten. Dit verwijst naar de ISDS-clausule, die afbreuk zou doen aan de Nederlandse democratie of het rechtssysteem.[12] Ook het vooruitzicht van een voorlopige of provisionele inwerkingtreding van CETA werd in april 2016 via een resolutie neergesabeld.[13]

Why the fuss?
Voor deze explosieve situatie worden verschillende deelverklaringen naar voren geschoven: de ‘Vattenfall ISDS’-zaak in Duitsland, die de enorme anti-nucleaire beweging binnen het debat zou hebben getrokken; groeiend euroscepticisme; anti-Amerikanisme in enkele (grote) lidstaten; of de verdere escalatie van recente crises in Europa.

Om een meer omvattende interpretatie over de oorsprong van deze politisering te geven, moeten we een stap achteruit zetten. Zorgen die nu de voorpagina’s kleuren, zijn niet nieuw en sluimeren al enkele jaren – of zelfs decennia – rond het Europees handelsbeleid, en worden gekristalliseerd rondom TTIP. Daarnaast is de politiseringspiek sinds 2013 tevens het gevolg van een bepaalde politieke context, die door NGO’s op een effectieve manier werd gepercipieerd en uitgebuit. De politisering van TTIP vindt haar oorsprong dus in deze kruising tussen een geruime tijd aanwezige trend en een specifieke piek.

De trend: autoriteit zonder legitimiteit?
Al sinds het Verdrag van Rome (1956) is handelsbeleid een exclusief Europese bevoegdheid. Tot diep in de jaren ’80 betrof dit voornamelijk onderhandelingen over tarieven – een saai en technisch onderwerp, waar niemand echt wakker van lag, behalve de sectoren die hier rechtstreeks een positieve of negatieve impact van ondervonden.

Sinds de jaren ’90 zien we echter een push – die begon op het multilaterale niveau via de WTO, maar steeds meer werd vervangen door bilaterale of regionale akkoorden – naar het agenderen van ‘regulering’ op de handelsagenda. Dit heeft een impact op handel, zoals regels rond investeringen, intellectuele-eigendomsrechten of fytosanitaire maatregelen. Al deze domeinen waren voorheen exclusief nationaal terrein en staan nu op de handelsradar. De autoriteit van het Europees handelsbeleid reikt steeds verder en beïnvloedt ons dagelijks leven. Op die manier geeft het vorm aan onze maatschappij.

Zowel de manier waarop dit handelsbeleid tot stand komt, als de uiteindelijke impact hiervan, wordt al sinds de jaren ’90 bekritiseerd door een steeds grotere en gevarieerdere groep NGO’s en kritische observatoren. Het gevoel leeft dat deze verder schrijdende handelsliberalisering een elitair project is geweest ten faveure van (grote) bedrijven,[14] met negatieve effecten op ontwikkelingslanden, weinig bekommernissen rond  ‘eerlijke handel’ en een schrijnend gebrek aan transparantie en participatie in het besluitvormingsproces.

Dit zijn allemaal uitingen die een gebrek aan legitimiteit weerspiegelen. Vanuit democratisch oogpunt is deze legitimiteit echter noodzakelijk om blijvend aanspraak te maken op de autoriteit die het sluiten van (verregaande) handelsakkoorden met zich brengt.

TTIP is de kristallisatie van deze onvrede. De autoriteitsstijging naar een (symbolisch) Trans-Atlantisch niveau die hiermee gepaard zou gaan, is significant en potentieel oneindig. De kern van de onderhandelingen gaat immers over regelgevende samenwerking, waarbij een van de doelstellingen is toe te werken naar een gewijzigde – of in de woorden van de voorstanders ‘betere’ – manier van reguleren. Zo zouden ‘belanghebbenden’, zowel de Amerikaanse overheid als private actoren, een stem moeten krijgen in het wetgevend of regulerend proces, nog voordat de Europese Commissie haar voorstel kenbaar heeft gemaakt binnen de EU-instellingen. Daarnaast zouden deze instituties te allen tijde op de hoogte moeten worden gehouden over recente regelgevende ontwikkelingen of voorstellen.

 

TTIP is de kristallisatie van de onvrede over gebrek aan legitimiteit

 

Hoewel het doel is uiteenlopende regelgeving in de toekomst te vermijden, vrezen tal van organisaties dat dit eindeloze mogelijkheden biedt aan bedrijven om stokken in de besluitvormingsmachine te steken en zo wetgeving in het voordeel van consument, milieu of arbeider te vertragen of zelfs te stoppen.[15] Zo gesteld is TTIP geen ‘klassiek’ handelsbeleid, maar betreft het politieke en normatieve keuzes over de vormgeving van onze samenleving. Het ‘levende karakter’ van TTIP maakt deze autoriteitsuitbreiding potentieel oneindig, aangezien deze procedures zouden gelden voor elk soort regulering in de toekomst, die mogelijk een invloed heeft op de Trans-Atlantische handel.

De TTIP-onderhandelingen worden daarnaast met dezelfde kritiek ontvangen die het Europees handelsbeleid al jaren teistert: een gigantisch gebrek aan transparantie, enorm scheefgetrokken participatie van de industrie ten opzichte van NGO’s, alleen in het voordeel van Trans-Atlantische multinationals, en een aanslag op onze democratie, standaarden en waarden.

TTIP is, met andere woorden, de kristallisatie van een langer lopende trend, waarbij een steeds grotere autoriteit voor veel organisaties niet kan worden gekoppeld aan de vereiste legitimiteit. Bovendien vangt TTIP klappen op van verschillende bredere tendensen in de EU: het gebrek aan conflictgehalte of democratisch debat, de macht van (bedrijfs-)lobbyisten, de complexiteit en ondoorzichtigheid van de Europese Unie, en het algemene onbehagen van ‘de middenklasse’ met betrekking tot het bredere proces van globalisering en hoe de politiek hiermee omgaat. De ontevredenheid beperkt zich dus niet tot (de inhoud van) TTIP zelf.

De piek: It’s America, stupid
Dit langer lopende proces leidt op zichzelf natuurlijk niet tot het soort explosieve situaties die hierboven worden beschreven. Om tot een dergelijke piek te leiden, moet de specifieke politieke en sociale context bij de start van de onderhandelingen in 2013 in overweging worden genomen.

Wat voor veel organisaties snel duidelijk werd, was dat deze onderhandelingen anders zouden zijn dan voorheen, aangezien de Europese Unie in de Verenigde Staten een speler ontmoette die qua grootte en dominantie minstens haar gelijke was. In het verleden onderhandelde de EU immers altijd met ontwikkelingslanden of ex-koloniën. Zelfs sinds de recente shift naar akkoorden met Zuid-Korea, Canada of Japan, was niemand echt bezorgd dat die landen ons, Europeanen, iets zouden kunnen opleggen. Die asymmetrie is bij TTIP echter volledig verdwenen en veel organisaties waren ongerust over de mogelijke concessies die we aan Europese zijde – vooral op het vlak van regulering – zouden moeten doen.

 

Bij de TTIP-onderhandelingen ontmoette de Europese Unie in de Verenigde Staten een speler die qua grootte en dominantie minstens haar gelijke was

 

Die vrees komt overigens niet uit de lucht vallen. De terreinen waarover nu wordt onderhandeld in het kader van een handelsakkoord – voedselveiligheid, data, financiële diensten, chemicaliën, cosmetica, enz. – zijn het strijdtoneel geweest van enkele van de meest controversiële Trans-Atlantische conflicten tot nog toe. Denk aan onder meer de gekke-koeienziekte en de daaropvolgende ban op hormonenvlees en enkele GGO’s, REACH,[16] de Sarbanes-Oxley Act[17] of het NSA-schandaal.

Ook aan het meest controversiële element in TTIP – de zogenoemde ISDS-clausule – werd pas echt aandacht besteed, toen enkele Europese overheden omstreeks het jaar 2013 voor een privaat tribunaal werden gedaagd.[18] Het leerproces bij veel organisaties en burgers rond de impact van dit element gaat samen met de start van de TTIP-onderhandelingen. Opeens werd met de mogelijkheid rekening gehouden dat duizenden Amerikaanse bedrijven Europese overheden zouden kunnen vervolgen voor veranderde regelgeving, indien deze interfereert met hun (toekomstige) winsten.

Los van de politieke context die mobilisering faciliteerde, waren ook de ‘interne’ mogelijkheden om hiertoe over te gaan aanwezig. Er mag niet worden onderschat hoeveel expertise diverse NGO’s de afgelopen jaren vergaarden met betrekking tot handelsbeleid en investeringen. Dit geldt eerst en vooral voor de organisaties (voornamelijk actief op het gebied van klimaat en ontwikkeling) die al sinds de jaren ’90 kritische analyses maken over investeerdersbescherming (ISDS)[19]. Zij hadden dan ook een sterke voorsprong om dit kritische discours de wereld in te jagen bij de start van de onderhandelingen.

Ook de vele verschillende organisaties (voor o.a. consumenten, patiënten of op het gebied van gezondheid of voedselveiligheid – die op hun terrein sterk geprofessionaliseerd zijn, worden door de breedte van het akkoord naar handelsbeleid getrokken en kunnen vanuit hun invalshoek zeer genuanceerde kritiek geven. Verder speelden ook de reeds bestaande (handels)netwerken – zoals het Seattle 2 Brussels-netwerk[20] – een rol in het creëren van een Europees frame in de anti-TTIP-campagne. Daarnaast hielpen ze bij de snelle verspreiding van informatie en expertise.

Conclusie
De combinatie van een specifiek politieke context en de bestaande mogelijkheden om te mobiliseren, hebben een brede mobilisatie rondom de anti-TTIP-campagne vergemakkelijkt, en zodoende bijgedragen aan de politiseringspiek rond de TTIP-onderhandelingen. Deze piek heeft zich geënt op een reeds langer lopende trend binnen het Europees handelsbeleid – waarvan TTIP op zich al een kristallisatie is – waarbij de immer groeiende autoriteit van dit domein  ons dagelijks leven in sterke mate beïnvloedt. Door een bepaalde groep wordt deze invloed echter niet als legitiem gezien. Ondanks de ambitie van de onderhandelaars om nog in 2016 tot een akkoord te komen, blijft het – grotendeels vanwege het verzet dat rond de onderhandelingen hangt – moeilijk voorspellen of de eindstreep wordt gehaald, en of het voorgestelde pakket door de vele Europese parlementen kan worden geloodst.



[1] Voor een toegankelijk overzicht en analyse van de standpunten van beide partijen, zie het boek van Ferdi De Ville & Gabriel Siles-Brügge, The Truth about the Transatlantic Trade and Investment Partnership, Polity Press, 2015.

[2] In het Engels: Civil Society Dialogues.

[3] Deze clausule laat bedrijven toe schadevergoedingen te eisen van een overheid wanneer diens beslissingen een discriminatoir of niet ‘faire en billijke’ impact hebben op de activiteiten van dat bedrijf.

[5] Volledige lijst organisaties ‘Stop TTIP-alliantie’.

[7] Het EU-Canada vrijhandelsakkoord, dat vaak als het kleine broertje van TTIP wordt gezien.

[8] De surveystudie rond handel en TTIP in Duitsland en de Verenigde Staten; een poll uitgevoerd door ARD stelt dat 70% nadelen ziet in TTIP.

[9] 300.000 handtekeningen zijn nodig om een niet-bindend referendum in het leven te roepen.

[10] Een praktijk die is overgewaaid vanuit Oostenrijk.

[11] Resp. Anti-Counterfeiting Agreement, Comprehensive Economic and Trade Agreement, Trade in Services Agreement.

[12] Motie van het lid Segers (2015). ‘Dutch Parliament resolution on ISDS’. Vrijschrift.org.

[14] Zie bijv. een treffend opiniestuk door Larry Summers (2016). ‘Global trade should be remade from the bottom up’. Financial Times.

[16] Europese regelgeving rond het gebruik van chemicaliën die schade kunnen berokken aan de gezondheid of aan het milieu.

[17] Amerikaanse boekhoudwetgeving die aandeelhouders en het brede publiek moet beschermen tegen boekhoudkundige fouten en/of frauduleuze praktijken.

[18] Vattenfall tegen Duitsland is hierbij de bekendste, maar ook België (rond de Fortis case) en enkele Zuidelijke landen (rond hernieuwbare energie) werden geviseerd.

[19] In het kader van de onderhandelingen rond een Multilateraal Akkoord over Investeringen (MAI).

[20] Een netwerk van NGO’s, opgericht na de Seattle WTO Conferentie in 1999, dat de “bedrijf gedreven handelsagenda van de Commissie wil blootleggen”.

 

Authors

Niels Gheyle
Als doctoraatsonderzoeker verbonden aan het Centrum voor EU Studies van de Universiteit Gent

Restricted HTML

  • Allowed HTML tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.