Articles Future explorations

Een nieuw christelijk élan in de Lage Landen?

12 Sep 2017 - 11:23
Photo: Rod Waddington / Flickr
Back to archive

Book cover David Dessin
God is een vluchteling. De terugkeer van het christendom in de Lage Landen
Kalmthout: Uitgeverij Polis, 210 p. ; € 19,95; ISBN: 978-94-6310-110-3

Bij ‘immigrant’, ‘vluchteling’ of ‘asielzoeker’ denkt men onmiddellijk aan moslims, net zoals men aan islam denkt als de hedendaagse actieve religiositeit in de Lage Landen en West-Europa ter sprake komt. Dat bij de diverse vormen van niet-Europese migratie naar het noordwesten van Europa ook christenen betrokken zijn en dat die in hun nieuwe woonplaatsen zelfs het christendom hebben gerevitaliseerd, krijgt beduidend minder aandacht.

Een deel van zowel de eigenlijke vluchtelingen als de asielmigranten in de sloppenwijken rond Calais bestond nochtans uit christenen. Er stonden zelfs geïmproviseerde, uit plastic zeil en paletten opgetrokken Koptische en katholieke kapellen. En dat – een ander voorbeeld – de meerderheid van de circa 132.000 erkende Irakese vluchtelingen in Zweden – die na de Finnen de grootste groep immigranten vormen in dat land – geen moslims maar Assyrische christenen zijn, is evenmin erg bekend.

Christelijke allochtonen
In zijn boek God is een vluchteling. De terugkeer van het christendom in de Lage Landen stelt filosoof David Dessin, voormalig onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en thans werkzaam op de studiedienst van de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie), dat het actief-beleden christendom in de zwaar zelf-ontkerstende Lage Landen en in West- Europa in het algemeen al een tijd verschuift naar christelijke migrantengemeenschappen. Die zorgen er voor een verborgen terugkeer van het christendom.

Het boek, dat meer essayistisch en journalistiek is dan een wetenschappelijke verhandeling – en dus toegankelijk is voor een breed publiek – presenteert de waarnemingen van de auteur, alsmede de persoonlijke verhalen van onder meer jonge Turkse Chaldeeërs en Egyptische Kopten, Filipijnse katholieken en evangelisten, christelijke dissidenten uit China en volgelingen van de vele Afrikaanse Pinksterkerken in de metropolen van de Lage Landen.

Ze praktiseren discreet in huiskerken, gehuurde banketzalen en voormalige bioscopen, of in katholieke kerkgebouwen en parochiezalen waar nog amper inheemse parochianen komen. Ze vormen zelfs een nieuw en doorgaans jong bezoekerspubliek in oude katholieke bedevaartsoorden als de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel.

Kerk in de Jungle van Calais
Kerk in de Jungle van Calais. Bron: stoopdice / Wikimedia Commons

Dessin gaat daarnaast ook in op de geschiedenis en de hedendaagse toestand van het christendom in hun respectievelijke landen van oorsprong en op de grote schisma’s tussen het roomse en het oosterse christendom die het bestaan van een aantal van die gemeenschappen verklaren.

In tegenstelling tot wat de titel laat uitschijnen, gaat het overigens niet altijd om vluchtelingen sensu stricto. Zo kwamen de meeste Filippino’s naar de Lage Landen als arbeidsmigrant of via huwelijken met Europeanen. Het boek spitst zich toe op niet-Europese immigranten, zodat Poolse katholieken en orthodoxe Russen en Roemenen onder de radar blijven. Persoonlijk vind ik dit jammer, omdat zij ook deel uitmaken van het her-geïmporteerde christendom en omdat het zwaartepunt van het blank-Europese christendom in de niet zo verre toekomst wel eens zou kunnen verschuiven naar het oosten van ons continent.

Historisch bindteken
Door het boek heen leren we dat het christendom nooit een exclusief-Europese aangelegenheid was, maar – en historisch gezien meer dat de islamitische immigratie – een band is tussen Europa en de Oriënt. Ontstaan in Galilea werd het christendom Europees toen het in het jaar 380 definitief de staatsgodsdienst van het Romeinse rijk werd en later werd overgenomen door de Germaanse koninkrijken en het Byzantijnse keizerrijk.

Het ganse gebied van Klein-Azië tot de Nijl was, zelfs nog geruime tijd na de intrede van de islam, in meerderheid christelijk. Getuige waarvan de nog steeds bestaande maar intussen minoritaire Koptische, Chaldeeuwse en andere oriëntaalse-christelijke gemeenschappen. Koptische monniken uit Alexandrië reisden in de zevende eeuw zelfs naar de Keltische randgebieden van Europa, en het Heilige Land en Jeruzalem stonden lange tijd centraal in de politieke psychologie van het Europese christendom.

De nieuwe christelijke minderheden houden ons West-Europeanen een spiegel voor

Christenen die hier arriveerden op de vlucht voor vervolging stellen echter verbijsterd vast dat Lage Landers en andere West-Europeanen, die toch de vrijheid genieten om christen te kunnen zijn op hun historisch-christelijk continent, grotendeels hun christelijke eigenheid hebben afgeschud en vaak zelfs spot en minachting koesteren voor hun eigen christelijke erfenis. Dit laatste gaat overigens ook het verstand te boven van heel wat moslims, die West- en Mediterraan-Europa toch nog altijd zien als een kernland van het christendom.

Ook de relaties tussen de meer conservatieve christenen (van) buiten Europa en de officiële Europese kerkelijke instanties, die vandaag de dag meer een wollig-links ‘ngo-christendom‘ belijden dat nog maar weinig te maken heeft met de Europese – laat staan oriëntaalse – christelijke traditie, lopen niet altijd van een leien dakje.

Spiegel van de secularisering
David Dessin stelt – en mijns inziens terecht – dat deze nieuwe christelijke minderheden, ongeacht of het nu om jonge praktiserende Chaldeeërs en Kopten of de gedreven Afrikaanse katholieken en Pinksterchristenen gaat, West-Europeanen een spiegel voorhouden. Ze confronteren ons met hoezeer we van onze eigen christelijke achtergrond en geschiedenis losgekomen en vervreemd zijn. Zonder dat daar iets even samenhangends en echt mobiliserends voor in de plaats is gekomen. In tijden dat Europa zowel in de eigen metropolen als net aan de overkant van de Middellandse Zee te maken heeft met een islamitische sfeer met een jonge, wrokkige en ideologisch zelfbewuste achterban, is dat, volgens mij, zelfs een existentiële bedreiging, veel meer dan de echte en vermeende opmars van de islam op het Europese continent dat is.

Doorgaans wordt ervan uitgegaan dat de niet-Europese christenen die in onze contreien zijn neergestreken wel zullen assimileren en seculariseren, zoals bijvoorbeeld gebeurd is met de nazaten van de katholieke Zuid-Italiaanse gastarbeiders die in de jaren vijftig naar de mijnen en industrieën kwamen. We kunnen enkel maar vaststellen dat lang hetzelfde werd gedacht over de moslims in West-Europa. En dat dit een grote inschattingsfout bleek te zijn. Om te beginnen zijn de zelfverklaarde seculiere alternatieven voor religie (socialisme, communisme, liberale democratie en de vaak aangehaalde Verlichtingswaarden) intussen een afgelopen verhaal of minstens in een fikse legitimiteitscrisis beland. Daarnaast heeft een wereldwijde hertekening van het religieuze landschap plaats waarvan de effecten ook hier in West-Europa voelbaar (gaan) zijn.

De West-Europese secularisering die gedurende de laatste twee generaties in een stroomversnelling is geraakt, is, mondiaal gezien, een uitzondering. In heel wat samenlevingen buiten het noordwesten van Europa, de meeste andere OESO-landen – met uitzondering van de Verenigde Staten – en enkele voormalige communistische landen – vond ze nooit plaats (in ieder geval niet in die mate) en heeft religie tot op de dag van vandaag of opnieuw een actieve rol in het publieke en sociale leven. Of werd een door verwesterende of socialistisch georiënteerde bewindvoerders ingezette secularisering stopgezet en omgedraaid.

Wat we thans ook zien, is een verandering van het demografisch en geografisch zwaartepunt van het christendom of strekkingen daarin. 1 Tenzij er een massaal katholiek réveil komt onder de inheemse West- en Mediterraan-Europese meerderheidsbevolking – wat weinig waarschijnlijk is – zal de toekomst van het katholicisme zich bijvoorbeeld vooral afspelen in wat vroeger ‘de Derde Wereld’ heette.

De aanstelling van de huidige paus, een Argentijn van Italiaanse origine, in maart 2013 is misschien een laatste compromispoging om het centrum van de rooms-katholieke Kerk op een continent te houden waar zich al lang niet meer het actiefste gedeelte van haar aanhang bevindt. De vraag is of (en hoe) de Heilige Stoel een modus vivendi met het vandaag dominante en dogmatische progressivisme in zijn historisch hartland Europa zal kunnen rijmen met een veel meer behoudsgezinde meerderheidsachterban buiten Europa. Een dilemma en splijtzwam waar Dessin naar het einde van het boek toe overigens ook op ingaat, maar dan aan de hand van de spanningen rond homorechten en vrouwelijke priesters tussen de Afrikaanse en Anglo-Amerikaanse bisschoppen binnen het anglicanisme.

Een muterend religieus landschap
Een ander voorbeeld van een ‘religieuze her-lokalisering’ zouden we volgens mij kunnen meemaken met de oriëntaalse christenen als de eerder genoemde Kopten en Chaldeeërs, die in hun historisch hartland in de Arabische wereld steeds meer in de verdrukking raken. En wiens beste, zo niet enige overlevingskans als identiteitsgroep in de emigratie naar West-Europa en elders zou kunnen komen te liggen. Dat kan wel betekenen dat ze zich in hun nieuwe bestemming juist meer als christenen gaan manifesteren en minder geneigd zijn om in de seculiere meerderheidscultuur op te gaan. Niet dat dit, op liberale paniekzaaierij na, een probleem moet zijn. Het gaat wél leiden tot de versterking van een actief-christelijke rand.

China zou volgens sommige waarnemers één van de snelst groeiende christelijke gemeenschappen ter wereld hebben

Heel wat niet-Europese christelijke landen en hun samenlevingen zijn ook ware intra-religieuze frontlinies geworden, in de zin dat strekkingen van het christendom die er tijdens de Europese kolonisering werden ingeplant (katholicisme, anglicanisme, gereformeerde kerken), alsmede historische inheemse kerken (de Ethiopisch-Koptische) moeten opboksen tegen de vele evangelische predikanten, charismatische bewegingen en Pinksterkerken waarvan de leiders en zendelingen al lang geen blanke missionarissen meer zijn.

Gelovigen in de Democratische Republiek Congo
Christenen in de Democratische Republiek Congo. Bron: Steve Evans / Wikimedia Commons 

Die diversificatie van het christendom, die zich door de migratie dus ook in de Lage Landen manifesteert, is ter plekke ook zicht- en tastbaar, zoals ik zelf heb kunnen vaststellen in de volksbuurten van Addis Abeba en in de dorpen op het Filipijnse eiland Mindanao. Daarnaast blijft het uitkijken naar hoe het christendom, en religie en spiritualiteit in het algemeen, zich gaat ontwikkelen in China, dat door Dessin uitgebreid wordt besproken en waar volgens diverse onderzoeken de grote meerderheid van de bevolking religieus niet-geaffilieerd is –maar daarom niet atheïstisch is in de Europese zin van het woord, zoals vaak wordt gedacht.

China – doorheen zijn geschiedenis bezocht door tal van zendelingen, van de zestiende-eeuwse Baskische jezuïet Franciscus Xaverius tot de scheutisten uit de Lage Landen en de Noord-Amerikaanse methodisten die er beide tot omstreeks 1950 werkzaam waren – zou volgens sommigen vandaag de dag één van de snelst groeiende christelijke gemeenschappen ter wereld hebben. Eén concrete schatting heeft het over 67 miljoen voor het jaar 2010, de grootste christelijke populatie in de regio na de Filipijnen. Een andere schatting voorspelt meer dan het dubbele hiervan tegen 2020.2 Maar betrouwbare en gedetailleerde cijfers over het aantal christenen zijn er niet.

De ‘huiskerken’ en christelijke gemeenschappen die zich niet willen affiliëren met de officiële ‘patriottische’ kerken en de communistische partij – en het zou naar schatting om de helft van het aantal christenen in het land gaan – kanaliseren vaak het ongenoegen met de negatieve effecten van de razendsnelle economische groei en modernisering dat onder bepaalde bevolkingsgroepen leeft. Er worden sinds kort, van Noord-Irak tot Papoea Nieuw-Guinea, ook meer christelijke zendelingen uit China gesignaleerd. Maar het belangrijkste om te volgen in het geval van China is, hoe de overheid er een alternatief ideologisch verhaal gaat ontwikkelen voor een officieel communisme dat al lang een lege huls is, en wat de plaats van een eigen (confucianistische) spiritualiteit en geloofssysteem daarin gaat zijn.

Al het bovenstaande maakt deel uit van een mondiaal religieus landschap in volle verandering, waar dus ook de Lage Landen, en Europa in haar geheel, niet aan de effecten van ontsnappen. Stellen, zoals Pascal-Emmanuel Gobry het doet, dat de eenentwintigste eeuw, na de twintigste die wellicht een hoogtepunt van secularisering was in de geschiedenis van de mensheid, gedomineerd zal zijn door religie is misschien overdreven.3 Wat we wel gaan zien, en nu al meemaken, zijn de limieten van de secularisering en vooral van de idée fixe dat modernisering en economische groei lineair en bijna-automatisch tot een West-Europees patroon van secularisering leiden. En dat houdt in dat ook internationale betrekkingen niet van God los gaan zijn

 

 

Authors

Bruno De Cordier
Verbonden aan het Departement Conflict- en Ontwikkelingsstudies van de Universiteit Gent.