Fear the Reaper: wie geeft richting aan het drone-debat?
Door de toenemende inzet van drones door de Verenigde Staten voor zogenaamde targeted killings
De inzet van drones was decennialang puur gericht op informatieverzameling en observatie tijdens conflicten met Vietnam tot de inval in Afghanistan. Het was de bewapening en inzet van de eerste MQ-1 Predator voor een buitenrechtelijke executie uitgevoerd door de CIA in Jemen in 2002 waardoor een nieuwe dodelijke dynamiek van oorlogsvoering zich ontwikkelde. Al snel werd dit middel vaker toegepast en onder president Obama werd de drone de belichaming van clandestiene oorlogsvoering met burgerdoden, en van een beleid van geheimzinnigheid en gebrek aan aansprakelijkheid. Dit was vooral omdat de inzet plaatsvond in landen waar de VS officieel niet mee in oorlog was, zoals Jemen, Pakistan en Somalië. De aanvallen vonden voornamelijk plaats in gebieden die moeilijk toegankelijk waren voor mensenrechtenorganisaties en journalisten, wat het voor hen lastig maakte om te controleren wat de gevolgen waren.
Het beeld van drones als vliegende executiemachines is blijven plakken en bepaalt nog steeds de discussie. Ondanks de kritiek op dit frame is dat beeld onzes inziens niet geheel onterecht. Sinds de eerste inzet zijn volgens onderzoekers ruim 6.780 doelgerichte executies uitgevoerd, waarbij mogelijk tussen de 8.000 en 12.000 personen werden gedood, waarvan tussen 700 en 1.200 burgers.
Het beeld van drones als vliegende executiemachines is blijven plakken en bepaalt nog steeds de discussie
De clandestiene inzet vormde de kern van het internationale debat: welke vorm van geweldsgebruik is legitiem buiten het strijdtoneel, en hoe voorkomen we dat buitenrechtelijke inzet door de VS een precedentwerking heeft? In Nederland kreeg de kritiek op de inzet van drones ook weerwoord van militaire experts. In een artikel in de Internationale Spectator in 2014 doen Ducheine en Osinga
De toename van de inzet van drones onder president Obama is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Daarom past een kritisch debat over de positie van staten ten aanzien van opkomende militaire technologische veranderingen en over verheldering van beleid. Juist het unieke aan een drone, namelijk de afwezigheid van risico voor eigen troepen, de mogelijkheid tot langdurige inzet boven moeilijk toegankelijke gebieden en inzet met precisiewapens maakt het een verleidelijk politiek en militair middel. Nieuwe middelen en nieuwe dreigingen zullen nieuwe soorten contraterreur en counter-insurgency missies, ook met drones, vereisen. Daarom is het essentieel om geweldsgebruik, juist buiten het slagveld, duidelijk in te kaderen, of publiekelijk te herbevestigen waar de rechtsstatelijke kaders liggen om een sterk signaal af te geven wat betreft de grenzen van geweld. Deze positie moet duidelijk en het liefst in samenwerking met gelijkgestemde staten internationaal worden uitgedragen.
Internationaal debat
De bovengenoemde zorgen zijn binnen diverse fora van de Europese Unie en de Verenigde Naties besproken
Steeds meer landen azen op de ontwikkeling en inzet van bewapende drones
Ook in de Europese Unie was er debat over drones, met in 2014 een breed gesteunde motie in het Europees Parlement, en een draft Gemeenschappelijk Standpunt in 2017 van de subcommissie mensenrechten
Het debat over drones achter de dijken
Het pad dat leidde tot de aanschaf van de MQ-9 Reaper in Nederland was er een met vele hobbels, zowel intern door bezuinigingen binnen Defensie
Daarnaast was het beeld van de drone als middel voor buitenrechtelijke executies ook aanleiding tot vragen aan het kabinet of de Nederlandse Reaper ook bewapend zou worden. Het Ministerie van Defensie is vaag over bewapening: eerst was bewapening ‘voorlopig niet aan de orde’, vervolgens zou het pas na 5 jaar overwogen worden, en in 2018 gaf de Luchtmacht aan al gereed te zijn om de drone te bewapenen.
Met die gedachte in het achterhoofd is het toestel aangeschaft, en diende het voorstel voor een onbewapende versie enkel als een tactische zet om het debat over mogelijk bewapende inzet uit de weg te gaan. Daarbij speelde ook de negatieve associatie met het eerder genoemde clandestiene CIA-programma een grote rol om het debat niet te voeren over bewapende drones. De enige bestaande hobbel is dat het parlement zich nu nog moet uitspreken over mogelijke bewapening en dat de minister het voorstel moet voorleggen aan de Tweede Kamer.
Hoe breder de steun voor een strikte interpretatie van internationaal recht, des te lastiger het wordt voor staten om hiervan af te wijken
De bewapening van de Reaper in Frankrijk is via een soortelijke route gegaan. Daar belette het publieke debat directe bewapening. De strijd tegen ISIS beslechtte het debat echter snel, en de verwachting is dat de Franse Reapers volgend jaar bewapend missies uitvoeren in de Sahel. Uit een analyse van de Franse dynamiek door de Volkskrant in 2016 bleek op dit dossier ook een machtsstrijd tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie te bestaan.
De uitkomst van het debat in Nederland is dat er een CAVV-advies en een kritisch CTIVD-rapport zijn uitgebracht, en dat het ministerie van Buitenlandse Zaken een actieve rol speelt in de multilaterale discussies. Daarmee is Nederland een van de weinige landen die dit onderwerp serieus en constructief heeft opgepakt.
Alhoewel PAX niet per se tegen bewapening van drones is, hebben wij altijd een ‘nee, tenzij’ positie ingenomen. De Reaper als surveillance/inlichtingenplatform ter ondersteuning van operaties kan een nuttig middel zijn, en zelfs bewapend zal het ongetwijfeld een toegevoegde waarde kunnen hebben. Wij zien Nederland niet snel het voorbeeld van de CIA volgen om drones in te zetten voor buitenrechtelijke executies maar er zijn wel duidelijke afspraken om te voorkomen dat dit zal gebeuren. Daarnaast biedt een nationale positie over oorlogsvoering met onbemenste systemen een goed uitgangspunt om binnen de internationale gemeenschap duidelijke normen over geweldsinzet buiten conflictgebieden te bestendigen en rechtstatelijke kaders af te stemmen in internationaal verband. Hoe breder de steun voor een strikte interpretatie van internationaal recht, des te lastiger het wordt voor staten om hiervan af te wijken.
Oorlog op afstand
De inzet van drones is kenmerkend voor een grotere verschuiving naar ‘oorlog op afstand’. Dankzij de oorlogen in Irak en Afghanistan zijn lange en grote interventies politiek gezien steeds slechter te ‘verkopen’. Om zowel financiële
Onder Trump neemt het aantal luchtaanvallen buiten conflictgebieden weer toe, terwijl maatregelen voor transparantie zijn teruggedraaid
Wel zien wij een aantal problemen. Het gebruik van deze middelen gaat gepaard met meer geheimhouding en is dus minder transparant dan reguliere oorlogsvoering. Het trekt ook minder de publieke aandacht: in tegenstelling tot een gecrashte F16 is een neergestorte drone meer een boekhoudkundig feit. Zo kon de VS deze manier van oorlogsvoering relatief onopgemerkt op touw zetten in Jemen, Somalië en de Sahel.
Met minder publieke controle dreigt het democratische toezicht op de besluitvorming te verdwijnen. Dit blijkt uit de praktijk in de VS, het Verenigde Koninkrijk en Frankrijk, waar targeted killings inmiddels zijn erkend, zonder dat goed duidelijk was tegen wie en waarom deze operaties werden uitgevoerd.
Europese samenwerking
Een duidelijk Nederlandse positie is ook belangrijk in de Europese context. Door de geopolitieke aardschokken die momenteel plaatsvinden is de rol van Europa vis-à-vis de Verenigde Staten ook saillanter geworden, en helemaal als het Verenigd Koninkrijk de Brexit doorzet. Dan is een sterke onafhankelijke rol van de EU op het wereldtoneel meer dan nodig. Deze ontwikkeling is binnen de EU steeds duidelijker aan het worden, en er worden steeds meer beslissingen op Europees niveau genomen die ook aan defensie raken.
Ook de gezamenlijke ontwikkeling van capaciteiten door middel van het Europees Defensie Fonds – met onbemenste technologieën als prioriteit - is een nieuwe stap om samenwerking van zowel militaire industrieën als strijdkrachten te promoten. Hiermee positioneert de EU zich in toenemende mate als een platform voor het scala aan vredes- en crisisoperaties waar conventionele oorlogsvoering zich niet voor laat lenen, zoals missies in Noord-Afrika of ondersteuning van landen in hun strijd tegen bewapende groepen in het Midden-Oosten.
Echter, vanuit de samenleving is er weinig steun voor het sturen van troepen en grote missies met het bijkomende risico op slachtoffers. Daar zal ‘remote warfare’ een grotere rol kunnen innemen, zowel met drones als ook ondersteuning van lokale troepen. Vraagstukken rondom de legitimiteit van geweldsinzet zullen dan ook belangrijker worden met de groei van gewapende groepen in instabiele regio’s.
Conclusie
De ontwikkeling, aanschaf en export van onbemenste systemen groeit snel. Nederland en EU/NAVO-bondgenoten, maar ook andere, minder democratische landen beschikken steeds vaker over bewapende drones, die doorgaans worden ingezet in geheime of weinig transparante operaties. Operaties tegen gewapende groepen in zwakke staten zullen waarschijnlijk alleen maar toenemen in de nabije toekomst, waardoor de dreiging ontstaat dat er een precedent wordt geschept. Om zowel het internationaal recht als internationale veiligheid te waarborgen, is het noodzakelijk dat landen duidelijk kaders voor het gebruik van dodelijk geweld met drones opstellen en uitdragen. Dit niet alleen om het huidige internationaal recht te bestendigen, maar ook om te kijken hoe opkomende militaire technologieën de aard van militaire operaties kunnen veranderen.
Met de komst van de Reaper is er voor Nederland een gelegenheid om zowel op Europees als mondiaal niveau een heldere eigen positie in te nemen, waarin het aangeeft wat de mogelijkheden én de grenzen van dit geweldstype zijn, met name in het kader van contra-terrorisme en counterinsurgency operaties. Nederland kan daarmee, gezamenlijk met gelijkgezinde landen die ook over (bewapende) drones beschikken
0 Comments
Add new comment