Een weerbaarder Nederland, maar hoe?
‘Weerbaarheid’ lijkt het modewoord van het moment. Maar achter dit buzzwoord schuilt een serieuze zorg: Nederland bevindt zich in het grijze schemergebied tussen vrede en oorlog, zo stelt de MIVD. “Ons land wordt steeds vaker geconfronteerd met statelijke actoren die met hybride aanvallen onze samenleving proberen te ontwrichten en te verzwakken.” Moderne samenlevingen blijken veel kwetsbaarder te zijn dan velen voor waar willen houden. Niet voor niets wordt de bevolking geadviseerd een noodpakket aan te schaffen en contant geld in huis te halen.
Nederland moet zich beter wapenen tegen zowel externe als interne bedreigingen. Eind vorig jaar schetste de regering in een Kamerbrief al wat een weerbare maatschappij inhoudt, en welke opgave er ligt om deze te bereiken. De fase van bewustwording. Maar tussen bewustwording en weerbaarheid gaapt nog een flink gat. Hoe maken we de maatschappij weerbaarder en waakzamer, en hoe krijgen we de samenleving daar écht in mee? Welke maatregelen zijn realistisch en moeten prioriteit krijgen? En wat zijn de beren op de weg? 11 experts delen praktische voorstellen voor een weerbaarder Nederland.
Met bijdragen van Pieter-Jaap Aalbersberg, Annelies van Vark, Luc Dietz, Christopher Houtkamp, Inge Bryan, Thijs Kerckhoffs, IJle Stelstra, Maaike Okano-Heijmans, Jori Kalkman, Wimar Bolhuis en René Cuperus.
Nationale veiligheid is persoonlijke veiligheid en zorg voor elkaar
Weerbaar worden als samenleving begint met het besef dat nationale veiligheid persoonlijke veiligheid is, en zorg voor elkaar. Dat het gaat om de optelsom van de weerbaarheid van bedrijven, organisaties, buurten en gezinnen. Dat we allemáál nadenken over wat er kan gebeuren en hoe we daarop voorbereid zijn.
Over weerbaarheid in het licht van militaire en hybride dreiging voeren we inmiddels het maatschappelijke gesprek. De eerste Kamerbrief van het kabinet was een uitgestoken hand naar de samenleving om mee te doen. Die boodschap resoneert steeds meer. Supermarkten zetten spullen voor het noodpakket in de aanbieding. Gemeenten organiseren bijeenkomsten over zelfredzaamheid en samenredzaamheid in buurten. Er zijn kennissessies, podcasts, tv-shows, weerbaarheidsedities – precies díe initiatieven die op zichzelf laten zien dat het werken aan een weerbare samenleving een opdracht is voor de hele maatschappij.
De boot is inmiddels van de kant, maar er is nog veel werk te doen
Naast de voorbereiding van burgers is die van het bedrijfsleven minstens zo belangrijk; veerkrachtige bedrijven en een weerbare economie verminderen de impact van verstoringen op de maatschappij als geheel. Daarom voeren – op initiatief van ministeries – publiek-private samenwerkingen en bedrijven met elkaar het gesprek binnen ketens en sectoren, op bedrijventerreinen en in winkelstraten. Wat doe je als de stroom langdurig uitvalt? Wat zijn de opties als ICT-voorzieningen falen? Welke bijdrage kunnen bedrijven leveren aan hun omgeving – en aan hun medewerkers?
Deze verkenningen worden verder aangewakkerd door zichtbare maatregelen om de robuustheid, reservecapaciteit en het herstelvermogen van vitale processen in ons land te versterken. Voor de overheid zelf ligt er een grote opgave als het gaat om de continuïteit van overheidsprocessen, het overeind houden van de democratie en het omgaan met schaarste en tekorten. Ook daarin zetten we nu versneld stappen.
Onze open economie en just-in-time-inrichting hebben ons land kwetsbaar gemaakt. En onze veiligheid en vrijheid zijn niet langer vanzelfsprekend. In het werken aan weerbaarheid is de boot inmiddels van de kant, maar we hebben nog veel werk te doen. Iedereen moet aan boord.
Maatschappelijke weerbaarheid: lessen uit Zweden en Finland
In de discussie over maatschappelijke weerbaarheid wordt veel naar Scandinavische landen als Zweden en Finland gekeken. Maar kunnen we de modellen uit deze landen zomaar kopiëren naar de Nederlandse context? Het antwoord is nee. Hun total defense-model is in de afgelopen tachtig jaar gegroeid. Dat valt niet in korte tijd over te nemen, al is het alleen maar vanwege de hoge kosten die dat met zich mee zou brengen. Bovendien is het urgentiebesef in die landen veel groter vanwege de geografische ligging, is de sociale cohesie sterker, en hebben burgers meer vertrouwen in de overheid. Nederland is bovendien een gedecentraliseerde eenheidsstaat waarin veel taken en verantwoordelijkheden zijn belegd bij het lokaal bestuur, en ook de veiligheidsregio’s een belangrijke rol spelen. Wat kunnen we dan wel leren van deze landen?
Een whole of society-benadering – waarbij overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties én burgers betrokken worden – vereist ten eerste sterke coördinatie. Zweden stelde hiervoor een aparte minister voor civiele bescherming aan, en Finland beschikt over zowel een Veiligheidscomité als het Nationale Noodhulpagentschap, dat de regie voert over strategische voorraadvorming. Accepteer ook dat dit geld kost – op alle fronten. Dus niet investeren in defensie en tegelijkertijd bezuinigen op de veiligheidsregio’s.
Daarnaast werken structuren voor samenwerking in de praktijk alleen als mensen elkaar ook weten te vinden. Investeer dus in netwerken. Ook Finland en Zweden hebben verzuilde organisaties, maar organiseren zogeheten national defence courses waarin de top van overheidsorganisaties, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, de politiek en de culturele sector leert over nationale veiligheid en oefent om samen te werken bij rampen en crises. Met de sterke netwerken die hieruit voortkomen worden bureaucratische kloven overbrugd. Nederland kan dit model eenvoudig overnemen door de bestaande Leergang Leiderschap in Nationale Veiligheid uit te bouwen – op nationaal, regionaal en lokaal niveau.
Ten slotte, zoals de voormalig Finse president Sauli Niinistö stelde in zijn rapport voor de Europese Commissie: “Put citizens at the heart of preparedness.” Zweden en Finland beschikken over grote vrijwillige defensieorganisaties en investeren veel in voorlichting. Stimuleer en faciliteer burgers bij zelfredzaamheid, maar vooral ook bij samenredzaamheid. Investeer in bewustwording in het onderwijs en voorlichtingscampagnes, versterk de sociale cohesie, en creëer een moderne burgerhulpverleningsorganisatie.
Nederland weerbaarder maken begint in onze haarvaten
‘Weerbaarheid’ is het buzz-woord in crisisbeheersingsland. Het was er ineens, en veel van mijn collega’s vragen zich af hoe ze hier nu mee moeten omgaan. Er worden mensen voor aangenomen, afdelingen voor opgericht, agenda’s voor opgesteld, en nog even en je kunt bij de souvenirwinkel T-shirts kopen met ‘Weerbaar Utrecht!’ Het is overal. Mij bekruipt dan de vraag: hoe ingewikkeld maken we het voor onszelf? Vanuit onze organisatie zijn we bezig met de last resorts in Nederland; waar kunnen we op terugvallen als het echt nodig is?
In Nederland hebben ongeveer vijf miljoen mensen een EHBO-diploma. Dat zijn er gemiddeld elf per straat in ons land. 85% van die mensen met een EHBO-diploma verleent ook daadwerkelijk eerste hulp op straat als dat nodig is. Dit is de kerngroep waar je wat mee kan. Die groep kun je – met een beetje overheidsstimulans – eenvoudig uitbouwen van vijf naar zes of zeven miljoen mensen. Als je deze groep als basis neemt, dan kun je stap voor stap hun kennis verbreden naar bijvoorbeeld gevaarherkenning, evacuatie, simpele brandbestrijding en simpele waterredding. Ook dat kun je goed organiseren, want 80% van de EHBO-opleidingen wordt in Nederland door een handvol opleiders gegeven, zoals het Rode Kruis of het Oranje Kruis. En ieder jaar komen alle EHBO’ers een dag bij elkaar voor herhaling. Dat biedt perspectief!
Het aantal inzetbare vrijwilligers in groepsverband moet minimaal verdubbelen
Naast deze beweging is het noodzakelijk dat we onze capaciteit van inzetbare vrijwilligers in groepsverband verhogen. Nu hebben we ongeveer tienduizend vrijwilligers van bijvoorbeeld het Rode Kruis of de Reddingsbrigade die ‘onder een knop’ zitten; dat moet minimaal verdubbeld worden. In de Koude Oorlog had alleen al het Rode Kruis zo’n vijftigduizend van deze goed opgeleide vrijwilligers. Hier liggen grote kansen, zeker in een tijd waarin defensie de inzet op hoofdtaak 3 (civiele bijstand) minder kan garanderen in verband met hoofdtaak 1 (verdedigen landsgrenzen).
Op deze wijze kun je eenvoudig een deel van de weerbaarheid vergroten.
Weerbaarheid: van woord tot werkelijkheid
Sinds de oorlog van Rusland tegen Oekraïne neemt weerbaarheid een prominente plaats in op de politieke agenda van vrijwel alle Europese regeringen en de Europese Unie. Om bij Nederland te blijven: het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof ademt weerbaarheidsambities op vrijwel elk beleidsterrein. Realisering hiervan plaatst de regering echter voor een aantal uitdagingen.
Allereerst is er sprake van een kenniskloof. De regering is – gezien haar talloze nota’s, Kamerbrieven en beleidsdocumenten – volledig op de hoogte van de problematiek rond weerbaarheid. De gewone burger ontbeert deze kennis. Voor velen is ‘weerbaarheid’ niet veel meer dan een woord. De primaire uitdaging voor de regering is dan ook deze kloof te dichten en het abstracte begrip ‘weerbaarheid’ concreet te maken voor de bevolking.
Deze uitdaging brengt tegelijk een tweede met zich mee: hoe het begrip ‘weerbaarheid’ zó te formuleren en in te vullen dat ‘gewone mensen’ begrijpen wat hen in een noodsituatie te doen staat. Van groot belang is dat de regering haar opvattingen en initiatieven deelt met lokale overheden en burgers via voor iedereen toegankelijke kanalen. Of zij erin slaagt haar burgers weerbaar te maken, hangt grotendeels af van de wijze waarop zij communiceert. Communicatie moet doordacht, efficiënt en continu zijn.
Een derde uitdaging is de implementatie van maatregelen. De regering kan het niet laten bij woorden, maar dient zelf zichtbaar te acteren en geëigende maatregelen te treffen. Inmiddels heeft zij de bevolking opgeroepen voedselpakketten en andere benodigdheden in huis te halen met het oog op eventuele crises. Het opzetten van lokale distributiecentra zou burgers kunnen helpen. Ook kan de regering via alle media campagnes rondom weerbaarheid voeren, die burgers duidelijk maken hoe te handelen in noodsituaties en hen waarschuwen tegen desinformatie en inmenging van buitenlandse actoren. Ten slotte is het van groot belang dat de Rijksoverheid de hand uitsteekt naar lokale overheden. Gemeenten tasten nu veelal in het duister hoe zij het beste de weerbaarheid van hun lokale gemeenschappen kunnen versterken, en vooral welke maatregelen daarbij prioriteit hebben. De nationale overheid speelt een cruciale rol om hen hierbij te helpen.
Als voldoende stappen worden gezet, is Nederland anno 2025 op de goede weg en kan het woord ‘weerbaarheid’ wellicht werkelijkheid worden.
Drie acties tegen cyberaanvallen op Nederland
De cybercrime-aanvallen die we in Nederland kunnen verwachten zullen in eerste instantie onze economie en vitale infrastructuur treffen. De kans dat dit op korte termijn gebeurt, is niet alleen groot: het is al gaande. Wat staat ons op korte termijn te doen? We moeten de prijs van een cyberaanval op ons significant verhogen. Er is geen internationale rechtsorde waar we op kunnen rekenen. Daarom drie acties om snel op te pakken.
Allereerst moet onze ‘aanvalsoppervlakte’ kleiner worden. De strijd in het digitale domein is per definitie asymmetrisch. Dat betekent dat we heel veel gebruikers moeten verdedigen tegen een aanvaller die maar één ingang nodig heeft. We maken het die aanvaller moeilijker als de oppervlakte waarop die aanval kan plaatsvinden zo klein mogelijk is. Om dat te bereiken zijn segmentatie en dataminimalisatie belangrijk. Dat betekent dat we onze IT-netwerken zo goed mogelijk compartimenteren én zo min mogelijk gegevens bewaren, zodat we overzicht houden over wat er gebeurt.
Iedereen die gebruikmaakt van IT heeft een verantwoordelijkheid
Ook moeten we ons waarnemingsvermogen vergroten: hoe eerder we een aanval zien, hoe beter we ons ertegen kunnen verdedigen. Dat betekent dat we in onze IT sensoren moeten inbouwen en monitoren op oneigenlijk gebruik – en als het niet actief wordt gemonitord, staat het uit. Iedere verbinding maakt ons kwetsbaar. Het is tevens van belang dat we informatie over aanvallen zo snel mogelijk met elkaar delen.
Tot slot moeten wij ook overgaan tot het verzwakken van de aanvaller. Dus moeten we proactief schade berokkenen aan de infrastructuur van aanvallers en na iedere aanval terugslaan. Zo dwingen we aanvallers om steeds nieuwe IT op te bouwen, wat een aanval duurder en trager maakt. Met een door het OM gesanctioneerde werkwijze zouden netwerken die worden aangevallen acuut mogen terugslaan. Zo ontstaat een effectieve afschrikking, waardoor de prijs van een aanval op ons omhooggaat.
Iedereen die gebruikmaakt van IT heeft een verantwoordelijkheid. Burgers, bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden. Ruim je rommel op, waarschuw conculega’s als er onraad is en hack aanvallers terug. Als we dat allemaal doen, wordt ons land veiliger.
Post- en pakketbezorgers PostNL als extra oren en ogen in de wijk
Elke ochtend gaan duizenden post- en pakketbezorgers van PostNL op de fiets, in hun bus of te voet de wijk in. Ze kennen de bewoners, zwaaien naar ze of maken een praatje op straat of aan de deur. Door hun dagelijkse aanwezigheid zien bezorgers soms dingen die anderen ontgaan. Gordijnen die al dagen dicht blijven. Post die zich ophoopt op de mat. Iemand die ineens verward gedrag vertoont. Niet meteen reden voor paniek, maar wel iets dat blijft knagen. Een ‘niet-pluisgevoel’.
Uit onderzoek van PostNL blijkt dat meer dan 70% van de bezorgers zich weleens zorgen maakt over iemand bij wie ze bezorgen. Zoals die oudere heer die er altijd zo piekfijn uitzag, maar zichzelf en zijn tuintje ineens verwaarloost. In die gevallen is het misschien wel fijn als iemand eens langsgaat en vraagt hoe het gaat.
Bezorgers kunnen hun zorgen om een buurtbewoner vrijwillig en anoniem doorgeven aan een lokale welzijnsorganisatie. Zij pakken het signaal op en kijken of er hulp nodig is. Misschien kennen ze deze bewoner al en anders kan een sociaal werker bijvoorbeeld aanbellen tijdens een rondje door de buurt of een flyer in de bus doen met een hulpaanbod.
In 2024 zijn er bijna zeshonderd meldingen doorgegeven door onze post- en pakketbezorgers. Ze blijken waardevol voor welzijnsorganisaties. Zo kon een welzijnsorganisatie na een melding passende zorg geven aan een bewoner met psychische zorgen. Een andere melding voorkwam een huisuitzetting. Deze bewoner had een huurachterstand en kreeg hulp om een regeling te treffen met de woningbouwvereniging.
De samenwerking tussen PostNL en de lokale welzijnsorganisaties past bij een samenleving die niet alleen bestand is tegen crises, maar ook veerkrachtig is in het dagelijks leven. Waar mensen oog hebben voor elkaar en helpen als het nodig is. Want weerbaarheid begint dicht bij huis: in de straat, aan de voordeur, in de wijk.
Maak weerbaarheid toegankelijk voor iedereen
De aandacht voor het weerbaarheidsvraagstuk neemt terecht toe. Maar wie goed kijkt, ziet een belangrijk aandachtspunt: de toegang tot middelen en ondersteuning om weerbaar te zijn, is ongelijk verdeeld. Weerbaarheid lijkt afhankelijk van kennis, netwerk en financiële mogelijkheden. Terwijl juist mensen in kwetsbare situaties deze ondersteuning het hardst nodig hebben.
Als kennisinstituut, nauw verbonden met veiligheidsregio’s en gemeenten, zien we deze ontwikkeling bij het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV) van dichtbij. Waar weerbaarheid oorspronkelijk ging over samenredzaamheid en collectieve voorbereiding, verdwijnt die gedachte soms naar de achtergrond. Noodmiddelen worden steeds duurder, trainingen zijn niet voor iedereen bereikbaar en in crisissituaties ontstaan verschillen in toegang tot basisvoorzieningen.
Weerbaarheid zou geen privilege mogen zijn
Bij recente waterstoringen of andere verstoringen zijn het vaak mensen met de meeste middelen die als eersten kunnen handelen – denk aan vervoer, geld en inslaan van voorraad. Degenen die dat niet hebben, blijven afhankelijk van anderen of raken tijdelijk buitenspel.
Om deze ongelijkheid te verkleinen, is een andere benadering nodig. Niet alleen landelijke campagnes of protocollen, maar juist oplossingen die lokaal werken en aansluiten bij bestaande sociale netwerken. Denk aan brandweerkazernes, buurthuizen en scholen als tijdelijke steunpunten. Gemeenten kunnen hierin het voortouw nemen, met ondersteuning van veiligheidsregio’s, maatschappelijke organisaties en betrouwbare partners uit het bedrijfsleven.
Weerbaarheid zou geen privilege mogen zijn. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, kennisinstellingen, NGO’s en bedrijven om te zorgen voor een samenleving waarin iedereen – ongeacht achtergrond of inkomen – voorbereid kan zijn op verstoringen. Alleen zo bouwen we aan een veerkrachtige samenleving die niemand uitsluit.
Hoe we onze digitale autonomie en soevereiniteit kunnen waarborgen
Snelgaande digitalisering en een heilig geloof in economische efficiëntie hebben Nederland in rap tempo afhankelijk gemaakt van de Verenigde Staten en China voor kritische technologieën. In clouddiensten, software en chipdesign leidt de VS; China loopt voorop in de export van kritieke grondstoffen en eenvoudigere chips.
Gebrekkige diversificatie van leveranciers maakt Nederland kwetsbaar voor onderbreking van de stabiele levering van essentiële producten en diensten, en voor economische dwang door technologische grootmachten. Dit zijn geen abstracte dreigingen, zoals bleek uit de Chinese boycot van export van germanium en gallium in 2023 en de sancties van president Trump op het Internationaal Strafhof begin 2025.
Voor belangrijke en privacygevoelige informatiesystemen – zoals overheidssystemen, banken en administratie in de zorg – zijn de risico’s en potentiële gevolgen het grootst. Een datalek of het verstoren van de toegang kan daar tot serieuze problemen leiden.
Het begrip van de risico’s is de afgelopen jaren gegroeid, in Nederland en in de EU. Zo zetten politieke leiders en ministeries bijvoorbeeld in op ‘digitale open strategische autonomie’ en ‘de-risken van China’. Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Dus vier suggesties voor Nederland en de EU voor hoe nu verder:
- Investeer in diversificatie van leveranciers en, waar mogelijk, in Europese opties. Werk aan de alles-in-één-cloudoplossing die consumenten willen. Gebruik bestaande Europese alternatieven voor Teams, Outlook en ChatGPT. Investeer in partnerschappen met grondstoffenrijke landen als Indonesië en Congo.
- Maak gebruik van de marktmacht van overheidsinstellingen om – ten behoeve van nationale veiligheid – Europese opties te laten bloeien.
- Zorg voor degelijke back-up-oplossingen voor systemen waar we echt niet zonder kunnen. Bij voorkeur hebben overheidsinstellingen de IT voor dergelijke systemen weer in eigen beheer. Veiligheid vereist kennis. Betere arbeidsvoorwaarden zijn noodzakelijk om werknemers terug te winnen.
- Gebruik meer open-source-software, waarvan de broncode vrij beschikbaar is. Dat bevordert de testbaarheid van de privacy en veiligheid die de software biedt, en voorkomt leveranciersafhankelijkheid.
Dit zijn geen makkelijke of goedkope opties, dus weerstand tegen dergelijke veranderingen is te verwachten. Bewustzijn van de kosten van niets doen is essentieel – net als goede ondersteuning, coördinatie en een lange adem.

Maatschappelijke weerbaarheid begint in de wijk
Tijdens oorlogen en rampen zijn overheden vaak niet in staat om direct hulp te verlenen aan burgers in nood. Deze situaties vragen daarom om een weerbare samenleving. Gelukkig laat de geschiedenis zien dat de meeste mensen geneigd zijn om anderen in hun omgeving te helpen in tijden van crisis. Maatschappelijke weerbaarheid begint dan ook bij een weerbare wijk of buurt.
Daarvoor is het allereerst belangrijk om de sociale cohesie te versterken in lokale gemeenschappen. Het is geen toeval dat vijandige mogendheden doorgaans proberen om verdeeldheid te zaaien door middel van desinformatiecampagnes, want dat verzwakt onze samenleving van binnenuit. Maar wanneer inwoners elkaar kennen en zich verbonden voelen met hun gemeenschap zullen ze elkaar sneller gaan helpen. Ze weten bijvoorbeeld welke vaardigheden en behoeften hun buren hebben en kunnen die informatie gebruiken om lokaal hulpverlening te coördineren totdat hulp van buitenaf arriveert. Daarom moeten Veiligheidsregio’s en gemeenten ontmoetingsplekken creëren door bijvoorbeeld buurthuizen te financieren, lokaal cursussen aan te bieden, en maatschappelijke initiatieven te faciliteren. Hoe sterker de contacten in de wijk of buurt, hoe weerbaarder de gemeenschap.
Een crisis raakt ons pas echt op het moment dat we er alleen voor staan
Daarnaast is het belangrijk om oog te hebben voor mensen die kwetsbaar zijn in crises. Bepaalde groepen in de samenleving worden systematisch harder geraakt. Ze hebben bijvoorbeeld minder middelen om zich voor te bereiden, spreken de taal niet, of zijn geïsoleerd. Weerbaarheid vraagt om het reduceren van dit soort kwetsbaarheden. Naast armoedebestrijding kan de overheid bibliotheken gratis maken, inwoners elkaar laten helpen met het leren van de taal, of lidmaatschap van sportverenigingen subsidiëren om actieve deelname aan de maatschappij voor iedereen mogelijk te maken. Als individuen minder kwetsbaar zijn voor crisissituaties, wordt de gemeenschap als geheel weerbaarder.
Een crisis raakt ons pas echt op het moment dat we er alleen voor staan. Een oorlog of ramp doorstaan we samen.
Nederland heeft een geo-economic intelligence unit nodig
De VS en Oekraïne sloten recent hun veelbesproken grondstoffenakkoord. Daarbij lijken de Amerikanen voorrang te krijgen bij toekomstige investeringen in de winning van Oekraïense aardmetalen – die essentieel zijn voor de productie van moderne hightech. Het akkoord kwam tot stand na grote druk van Donald Trump op Volodomir Zelenski, onder meer met de dreiging om militaire steun in te trekken die van cruciaal belang is voor het Oekraïense leger. Een duidelijk voorbeeld van geo-economisch beleid.
In de kern is geo-economie de voortzetting van geopolitieke logica in een globaliserende wereld met internationale en digitale waardeketens en snelle technologische vernieuwingen. Waar geopolitiek draait om de ‘sfeer van politieke invloed’ op de politieke besluitvorming in andere landen – primair door de inzet van militaire middelen – gaat het bij geo-economie om de ‘sfeer van economische invloed’ op de economische keuzes in andere landen. Het beperken van de eigen kwetsbare afhankelijkheden en het vergroten van mogelijkheden om kwetsbaarheden in internationale waardeketens uit te buiten, worden vitale vraagstukken. Het doel is om de economische activiteiten in andere landen ten gunste van zichzelf te beïnvloeden.
Het machtscentrum in de wereldorde verschuift geleidelijk van de VS naar China, en breder naar Azië. Trump richt zijn economische oorlogsvoering nu op China – de groeiende supermacht die de Amerikaanse hegemonie op systeemniveau uitdaagt. Tijdens mondiale machtsverschuivingen nemen geo-economische gevechten tussen de hegemoon en de uitdager(s) altijd toe. Ook nu groeit de inzet van instrumenten als heffingen, sancties, exportbeperkingen en staatsaangestuurde bedrijven. Voor bedrijven geldt dat ze weerbaarder moeten worden en deze risico’s moeten meenemen in hun besluitvorming. Ook overheden zullen hun economische weerbaarheid moeten versterken.
Economische weerbaarheid en geo-economisch beleid vereisen nieuwe kennis en data, strategieën en handelingsperspectieven. Een betere informatiepositie is gewenst: strategic intelligence om geo-economische plannen en reacties te formuleren. Op dit moment is het data-inzicht in kwetsbaarheden en afhankelijkheden in internationale waardeketens beperkt. Ook zijn internationale vergelijkingen van technologieposities, innovatiebeleid en politieke systemen schaars. Nederland heeft daarom een geo-economic intelligence unit nodig. Een eenheid die samenwerkt met Europese partners en bedrijven, en die overheden en bedrijven kan ondersteunen met onderzoek, ontwikkeling en advies.
Twee zwaktes van het weerbaarheidsverhaal
Er wringt iets in het nieuwe narratief over weerbaarheid en waakzaamheid, dat zo snel dominant heeft kunnen worden. Geen misverstand. Het is geen dag te laat dat de geopolitieke vakantie van Europa voorbij is; dat we onze achteloosheid over veiligheid en defensie achter ons laten. Het is meer dan urgent dat we ons bewust worden van de enorme kwetsbaarheden van de moderne technologische samenleving. Wie heeft ooit verzonnen om de hele mensheid afhankelijk te maken van één world wide web? Het is wijs om er in het huidige Tijdperk van Chaos alles aan te doen de samenleving zo robuust en waakzaam mogelijk te maken.
Maar het lijkt bij het nieuwe offensief over resilience en weerbaarheid alsof we de lessen en ervaringen van de coronapandemie alweer zijn vergeten. Veel te laconiek wordt gesproken van een whole of society-benadering. Hoezo brave, eendrachtige samenleving? We hebben toch net ervaren hoe de COVID-19-crisis een katalysator van polarisatie, fragmentatie en maatschappelijk conflict bleek te zijn?
Alles hangt af van de geloofwaardigheid en overtuigingskracht van het onderliggende verhaal
Ook de aanname dat er sprake zou zijn van een gemeenschappelijke dreigingsperceptie (denk aan de oorlogsdreiging van Poetins Rusland of hybride oorlogsvoering) moet diepgaander getest worden. Uit de coronacrisis weten we immers dat meer burgers dan ooit instituties wantrouwen. Men wantrouwt informatie van de overheid, kennis vanuit de wetenschap en nieuwsberichten van de gevestigde media. Dat geldt in extreme mate voor de groep van complotdenkers en soevereinen, maar meningsverschillen over externe en interne dreigingen zijn breder en algemener. Er is veel meer publieke meningsvorming, debat en informatieoverdracht nodig om de preoccupatiekloof waar het gaat om weerbaarheid tussen Bestuurlijk Nederland en de samenleving als geheel te verkleinen. Daarbij moet ernstig rekening gehouden worden met de fricties tussen het establishment en anti-establishmentkrachten, en met de kloof tussen theoretisch geschoolde beleidsmakers en praktisch opgeleiden.
We vragen de Nederlandse bevolking zich vergaand te wapenen en bewapenen. Akkoord, maar dan hangt alles af van de geloofwaardigheid en overtuigingskracht van het onderliggende verhaal. Oorlogsdreiging en existentiële onveiligheid komen in de maatschappelijke Maslow-piramide voor collectief welzijn. Maar de bevolking zal niet snel instemmen met de transitie ‘from welfare state to warfare state’. Zij zal niet zomaar bereid zijn haar verzorgingsstaat op te geven en in te ruilen voor een oorlogseconomie. Niet voor een Artikel 5-speldenprikaanval van Rusland op Litouwen. Maar misschien ook niet voor ‘boots on the ground’ in Oekraïne.
Kortom, het waakbaarheids- en weerbaarheidsoffensief heeft meer tegenspraak nodig, wil het uiteindelijk maatschappelijk overtuigend zijn.
0 Comments
Add new comment