Het nieuwe wereldbeeld van Amerika
De nieuwe nationale veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten markeert een scherpe breuk met het naoorlogse liberale internationalisme. Historicus Maarten Muns bespreekt een belangrijk aspect van het veranderde wereldbeeld van de regering-Trump II: de heroriëntatie van Amerikaans exceptionialisme.
Begin december publiceerde de regering-Trump II de nieuwe nationale veiligheidsstrategie (NSS) van de Verenigde Staten.
Dit keer is het een opvallend sterk ideologisch gekleurd document waarin de regering expliciet afstand neemt van het naoorlogse liberale internationalisme: “After the end of the Cold War, American foreign policy elites convinced themselves that permanent American domination of the entire world was in the best interests of our country.” Ook zijn cultuur en religie in het nieuwe plan gepromoveerd tot zaak van nationale veiligheid: “(…) we want the restoration and reinvigoration of American spiritual and cultural health, without which long-term security is impossible.”
De Amerikaanse Weltanschauung is sinds Trumps tweede termijn onherkenbaar veranderd
Voor wie het Amerikaanse buitenlandbeleid sinds het aantreden van regering-Trump II goed heeft gevolgd, bevat het document weinig echt nieuwe inzichten. Wel is het nuttig om nu een min of meer samenhangend beeld te hebben van hoe deze regering het eigen land en de wereldorde ziet. Die Amerikaanse Weltanschauung is sinds Trumps tweede ambtstermijn immers onherkenbaar veranderd.
Het is belangrijk om dit wereldbeeld zo goed mogelijk te begrijpen.
Pax Americana
Een centraal kenmerk van deze ideologische verandering is het einde van wat het naoorlogse ‘Amerikaans exceptionalisme’ wordt genoemd. Dit is het geloof bij beleidsmakers dat Amerika een unieke natie is met de speciale missie om ‘Amerikaanse waarden’ wereldwijd te promoten. In de naoorlogse versie van Amerikaans exceptionalisme waren die waarden vooral die van het liberalisme, vrijhandel, democratie en een op regels gebaseerde wereldorde onder Amerikaanse leiding: de Pax Americana. De door Ronald Reagan gepopulariseerde metafoor van Amerika als ‘a shining City on a Hill’ – een baken van hoop en moreel voorbeeld voor de rest van de wereld – verbeeldt dit treffend.
Deze overtuiging is sinds de Tweede Wereldoorlog – van Harry Truman tot Joe Biden – altijd een centraal ideologisch raamwerk geweest voor het Amerikaanse buitenlandbeleid. Drijvende kracht hierachter was in eerste instantie de strijd tegen anti-liberale ideologieën: het fascisme, later het communisme en, na de val van de Sovjet-Unie, het geloof in het liberalisme als onvermijdelijk ‘eindstation’ van de geschiedenis. Diverse presidenten interpreteerden het uitgangspunt steeds op verschillende manieren – van leading by example (de voortrekkersrol van de VS bij de oprichting van de NAVO, de VN en diverse ontwapenings- en klimaatakkoorden) tot actief interventionisme (onder meer in Vietnam, Afghanistan en Irak).
Veiligheid van het ‘eigene’ eerst
Van deze naoorlogse versie van Amerikaans exceptionalisme neemt de regering-Trump II in haar NSS dus expliciet afstand. Dat is een scherpe historische breuk met het raamwerk en de richtinggevende principes waarop het Amerikaanse buitenlandbeleid sinds 1945 gestoeld was.
De Pax Americana, de naoorlogse wereldorde waarin Amerika zich als hoeder van de liberale wereldorde verknoopte in een netwerk van internationale organisaties, militaire bondgenootschappen en ‘forever global burdens’, wordt nu krachtig afgewezen. Een leidende internationale rol past volgens de huidige regering niet bij wat Amerika in zijn diepste wezen is: “not only did our elites pursue a fundamentally undesirable and impossible goal, in doing so they undermined the very means necessary to achieve that goal: the character of our nation upon which its power, wealth, and decency were built.”
Zolang het de belangen van de VS niet raakt, laat het Washington voortaan onverschillig
Diezelfde “elites”, die volgens de regering-Trump II na de Koude Oorlog de fout hebben gemaakt om te denken dat het in het Amerikaanse belang was om de hele wereld te domineren, hebben daarmee ook nog eens verraad gepleegd aan het “karakter” van het land. Het belangrijkste doel van deze veiligheidsstrategie is dan ook dat unieke karakter van de Verenigde Staten te laten voortbestaan: “first and foremost, we want the continued survival and safety of the United States as an independent, sovereign republic whose government secures the God-given natural rights of its citizens and prioritizes their well-being and interests.”
Ieder land voor zichzelf
Deze focus op de veiligheid van het ‘eigene’ verklaart ook het sterke relativisme in de NSS ten opzichte van andere landen (“In doing so, we will be unapologetic about our country’s past and present while respectful of other countries’ differing religions, cultures, and governing systems”). Het is niet langer aan Washington om iets te vinden van de cultuur of het gedrag van regeringen in andere landen. Mensenrechtenschendingen, het met geweld proberen te verleggen van grenzen, religieuze onderdrukking of het monddood maken van politieke oppositie. Zolang het de belangen van de VS niet raakt, laat het Washington voortaan onverschillig (“the affairs of other countries are our concern only if their activities directly threaten our interests”). Dit wil niet zeggen dat interveniëren in andere landen niet meer aan de orde is, maar de drempel hiervoor wordt aanzienlijk verhoogd.
Dit geldt overigens nadrukkelijk niet voor Europa. De Amerikaanse regering ziet Europa als strategisch belangrijk en cultureel verbonden aan de VS. Het wordt maar liefst 49 keer genoemd in de NSS. Een paar keer als ‘bondgenoot’, maar vooral als probleem. Volgens het document dreigt de Europese beschaving “uitgewist” te worden en hebben de Europese Unie en andere supranationale organisaties een schadelijke invloed. De VS zien Europa dan ook vooral als een minder vitale versie van zichzelf, dat nodig dezelfde “correctie” moet maken als de Amerikanen door Trump te verkiezen. Het land eigent zich dan ook het recht toe om actief te interveniëren in de Europese politiek: “Our goal should be to help Europe correct its current trajectory.”
Verder wordt China in de nieuwe veiligheidsstrategie 21 keer genoemd, met name in het kader van handelsdeals, en Rusland slechts 10 keer, vooral in de context van de relaties met Europa. Zowel Rusland als China worden daarbij niet als vijand – of zelfs maar als uitdaging – gekarakteriseerd, in scherpe tegenstelling tot de NSS van Trumps eerste regering uit 2017.
Natuurlijke, door God gegeven orde
Wat is dan dat ‘eigene’ aan de VS dat deze regering wil verdedigen? Om het principe van non-interventionisme te verdedigen, wordt in de NSS verwezen naar de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring: “America’s founders laid down a clear preference for noninterventionism in the affairs of other nations and made clear the basis: just as all human beings possess God-given equal natural rights, all nations are entitled by the laws of nature and nature’s God.”
Volgens die Founding Fathers moet de staatsinrichting gebaseerd zijn op door God gegeven “natuurlijke wetten”. Een goed leven volgens deze natuurlijke wetten is een deugdzaam leven. Om burgers daartoe in staat te stellen is een kleine overheid nodig, met checks and balances, individuele rechten (hoewel sommige mensen wel degelijk meer gelijk kunnen zijn dan andere), volkssoevereiniteit en vrijheid van religie.
Het resultaat is dat Amerika zich meer en meer als een ‘normale grootmacht’ gaat gedragen
Volgens veel conservatieve denkers
Naar binnen gericht nationalisme
De nieuwe NSS leest op deze manier niet als een traditionele veiligheidsstrategie (wat China precies wel en niet mag in de Indo-Pacific blijft bijvoorbeeld onbenoemd) maar veel meer als het resultaat van een zoektocht van een land naar zijn eigenheid en unieke cultuur. Die eigenheid zit niet in het exporteren van universele – maar inwisselbare – waarden als liberalisme en (vrij)handel, die niets wezenlijks zeggen over de cultuur van een land, maar in een diep ingebakken en eigenzinnige vorm van exceptionalisme. Het is precies die interpretatie van Amerikaans exceptionalisme die een belangrijke rechtvaardiging is voor een America First-buitenlandbeleid.
Het resultaat van deze nieuwe (conservatieven zouden zeggen: ware) interpretatie
Zoals de Amerikaanse hoogleraar Hal Brands al schreef,
0 Comments
Add new comment