De kloof die de liberale democratie van binnen uitholt
In de serie ‘Democratie onder Druk’ biedt de Clingendael Spectator een overzicht van de belangrijkste gevaren waarmee onze democratie wordt geconfronteerd. In deze derde aflevering waarschuwt politiek filosoof Gert Jan Geling voor een groeiende kloof tussen kosmopolitische elites en een steeds groter deel van de bevolking dat wordt uitgesloten van deelname aan de politieke besluitvorming.
De liberale democratie is geregeld uitgeroepen tot de grote overwinnaar; het enige succesvol functionerende politieke systeem dat in staat is om burgers rechten, vrijheden, welvaart en voorspoed te bieden. Het is inmiddels allesbehalve zeker dat de liberale democratie in de 21e eeuw het enige succesvol functionerende systeem zal blijven.
Met de terugkeer van China en Rusland op het wereldtoneel vormen autocratisch geleide staten namelijk plotseling een alternatief voor de liberale democratie. Daarnaast staat de liberale democratie ook intern onder druk, onder andere door de opkomst van autoritaire leiders zoals de Turkse president Recep Erdoğan of de Hongaarse president Viktor Orbán, die hun landen hebben veranderd in illiberale democratieën.
Maar wat als de elites binnen liberale democratieën dusdanig handelen dat ze de liberale democratie zelf beginnen aan te tasten? De groeiende kloof tussen de zogeheten kosmopolitische elites
De kloof tussen Anywheres en Somewheres
De Britse denker David Goodhart omschrijft deze kloof als de tegenstelling tussen zogeheten ‘Anywheres’ en ‘Somewheres’.
Daartegenover staan de Somewheres. Volgens Goodhart ontlenen de overwegend praktisch geschoolde mensen in deze groep hun identiteit aan de plek waar ze vandaan komen en aan de sociale groep waartoe ze behoren. Snelle veranderingen in de maatschappij vallen deze mensen rauw op hun dak.
Anywheres besturen onze Westerse samenlevingen. Politiek wordt overwegend door hen bedreven en beleid wordt gemaakt op basis van hun wereldbeeld. Vooruitgang ziet er voor Anywheres echter heel anders uit dan voor Somewheres. Technologische ontwikkelingen, de kenniseconomie, Europese integratie, vrijhandel en open grenzen zijn lang niet altijd in het voordeel van Somewheres. Globalisering en Europese integratie kunnen er bijvoorbeeld toe leiden dat banen van Somewheres op de tocht komen te staan, en dat door arbeidsmigratie er meer concurrentie voor hen in eigen land op de loer ligt.
Anywheres bewegen daarentegen makkelijk op de golven van maatschappelijke veranderingen mee. Zij hebben immers de diploma’s, netwerken en het sociale kapitaal om zich snel aan veranderende omstandigheden aan te passen
Naast het feit dat Somewheres zich dus lang niet altijd kunnen vinden in een samenleving ingericht door Anywheres, ondervinden ze er in veel gevallen ook nadeel van. De reactie van de grote groep Somewheres die niet geprofiteerd heeft van economische en culturele openheid, wordt regelmatig aangeduid als een van de grondoorzaken van de opkomst van het populisme.
Als reactie op de opkomst van het populisme signaleren we steeds negatievere opvattingen onder Anywheres over Somewheres en hun belangen. Als gevolg daarvan ontstaat de neiging om besluitvorming van de politieke arena naar de kringen van Anywheres te verplaatsen, waaronder technocratische bestuurskringen en de rechterlijke macht; ver weg van de (politieke) invloed van de Somewheres.
Ondemocratisch liberalisme
In zijn werk The People vs. Democracy beschrijft de Duits-Amerikaanse denker Yascha Mounk deze ontwikkelingen als ondemocratisch liberalisme.
Ook is het ondemocratisch liberalisme te herkennen aan de neiging om politieke kwesties op technocratische wijze op te lossen, in plaats van democratisch
De bereidheid van de liberale elite om een (groot) deel van het volk uit te sluiten van het besluitvormingsproces is een belangrijk kenmerk van ondemocratisch liberalisme, zo stelt Mounk. Dit proces neemt die elite steeds meer in eigen handen.
Dit is onder meer terug te zien in de bredere tendens in Europa onder nationale regeringen om vraagstukken over te hevelen naar de Europese Unie zonder inspraak van burgers. Ook is het ondemocratisch liberalisme te herkennen aan de neiging om politieke kwesties op technocratische wijze op te lossen, in plaats van democratisch. Een voorbeeld hiervan is de wijze waarop de trojka
Grofweg zie ik drie gevolgen die het ondemocratisch liberalisme heeft voor onze liberale democratie, die allen onwenselijk zijn: steun voor het rechtspopulisme uit afkeer van de elite, toenemende invloed van technocraten en gebrek aan democratische vernieuwing.
1. Steun voor het rechtspopulisme
Neem allereerst de steun voor het rechtspopulisme. Het is de kosmopolitische, progressieve, links-liberale elite, de Anywheres, die neerkijkt op het ‘gewone’ volk dat zich vernederd voelt door deze elite. Deze elite hecht vooral waarde aan theoretische kennis, het eigen technocratische gelijk en het geloof in de eigen morele verhevenheid.
Ze staan daarmee lijnrecht tegenover een aanzienlijk deel van de meer praktisch opgeleide bevolking. Deze burgers voelen zich niet serieus genomen door de elite en geloven dat hun perspectief wordt genegeerd. Als de elite dan ook nog eens stappen zet om ervoor te zorgen dat het volk minder democratische invloed heeft, dan kan dit een radicaliserende werking hebben op datzelfde volk.
Een voorbeeld hiervan is het afschaffen van het raadgevend referendum. Referenda over de Europese Grondwet in 2005 en over de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne in 2016 hadden voor de kosmopolitische elite een onwenselijke uitkomst. Dit zorgde ervoor dat met name vanuit deze groep de steun voor referenda afnam. Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk tot de afschaffing van het referendum.
Overal waar rechtspopulisten uiteindelijk aan de macht komen, wordt de liberale democratie ondermijnd
Als reactie op dergelijke ontwikkelingen zien we onder een deel van het ‘gewone’ volk veel steun voor het rechtspopulisme. Soms omdat men de rechtspopulistische ideeën principieel deelt, maar vaak ook puur omdat men zich af wil zetten tegen de kosmopolitische, links-liberale elite (die walgt van het populisme
Steun voor rechtspopulisme is echter geen oplossing voor de democratie. Overal waar rechtspopulisten uiteindelijk aan de macht komen, wordt de liberale democratie ondermijnd. Voor rechtspopulisten is (liberale) democratie geen doel op zich, maar enkel een middel om aan de macht te komen.
2. Toenemende invloed van technocraten
Het tweede gevolg van ondemocratisch liberalisme is juridisering. Dit houdt in dat beslissingen uit handen worden genomen van de bevolking of volksvertegenwoordigers, en worden overruled door niet-gekozen technocraten – in dit geval rechters. Volgens Mounk is dit een ontwikkeling die langzaam maar zeker groeiende is in Westerse liberale democratieën.
Een aantal recente voorbeelden illustreren waarom deze ontwikkeling een probleem is. De zogeheten Klimaatzaak is daar een van. In deze zaak, aangespannen door de stichting Urgenda, oordeelde de rechter dat de Nederlandse staat minimaal 25 procent minder broeikasgassen uit diende te stoten in 2020; er zijn namelijk internationale verdragen ondertekend waarin dit wordt beloofd. De staat diende deze belofte na te leven, zo stelde de rechter. Indien de Nederlandse staat hier niet aan voldeed, kon een dwangsom worden opgelegd.
Deze uitspraak veroorzaakte ophef in de Nederlandse politiek, omdat de rechter hiermee op de stoel van de politiek was gaan zitten. Ook staatsrechtgeleerden maakten zich zorgen over de uitspraak.
Wanneer rechters steeds meer op de stoel van de politiek gaat zitten is het mogelijk dat de positie van de rechterlijke macht na een tijd in de ogen van het electoraat steeds meer een onwelgevallige wordt. Zeker omtrent klimaatbeleid is het niet onwaarschijnlijk dat hier sprake is van een trend; denk bijvoorbeeld ook aan de recente uitspraak van de rechter over de CO2-uitstoot die Shell moest terugdringen.
3. Gebrek aan democratische vernieuwing
Een derde gevolg van het ondemocratisch liberalisme is tot slot het gebrek aan democratische vernieuwing in de liberale democratie. In Nederland zien we dat onder de kabinetten van Mark Rutte niet alleen wordt gedraald met het hervormen van de democratie en dat er weinig nieuwe instrumenten van democratische inspraak bijkomen; er wordt zelfs invloed afgeschaft.
Het bekendste voorbeeld hiervan is de afschaffing van het raadgevend referendum in 2018. Hiermee werd de gewone burger een stuk inspraak ontnomen, waar nooit iets voor terug in de plaats is gekomen. Referenda zijn bij uitstek populair onder praktisch opgeleiden, maar een stuk minder onder de theoretisch opgeleide elite die juist in de democratie op veel andere manieren invloed weet uit te oefenen.
Het afschaffen van referenda is dus in de praktijk een directe inperking van de invloed van het gewone volk binnen de democratie. Op dit moment kijkt de Kamer opnieuw naar een voorstel voor de invoering van een correctief referendum, maar met een dermate hoge uitkomstdrempel
Voorstellen die dienen ter vernieuwing van de democratie worden niet uitgevoerd
We zien in Nederland dat er de laatste jaren sprake is van afnemende invloed van vertrouwen in de politiek en de overheid.
Voorstellen die dienen ter vernieuwing van de democratie – zoals die van de Staatscommissie parlementair stelsel
Deze ontwikkelingen passen binnen het eerdergenoemde patroon waarbij (een deel van) de bevolking wordt uitgesloten van het besluitvormingsproces en dit proces in plaats daarvan steeds meer in de handen komt van de elite. Dit is waar het ondemocratisch liberalisme in de kern over gaat.
De lage opkomst van de recente gemeenteraadsverkiezingen kan ook worden gezien als een symptoom hiervan. Er is in afnemende mate vertrouwen in de politiek en het bestuur; het gevoel heerst dat men toch niet gehoord noch vertegenwoordigd wordt. Stemmen zou daarom geen zin hebben. Het gevolg hiervan is dat het bestuur nog minder democratisch en meer technocratisch dreigt te worden. Een vicieuze cirkel voor de democratie.
Hoe ondemocratisch liberalisme terug te dringen?
Al met al zien we dus hoe het ondemocratisch liberalisme een interne bedreiging vormt voor de toekomst van de democratie. Willen we voorkomen dat de liberale democratie van binnenuit wordt uitgehold – en daarmee ook steeds vatbaarder wordt voor een groeiende autoritaire neiging onder een deel van de bevolking voor wie de liberale democratie niet langer lijkt te werken – dan zullen we grofweg drie dingen moeten doen.
Als eerste moeten we van democratische vernieuwing weer een prioriteit maken. Onze democratie is van iedereen, en alle groepen verdienen hun eigen vormen van inspraak. Uit onderzoek blijkt immers dat verschillende groepen burgers verschillende vormen van inspraak en burgerparticipatie wensen.
Dit impliceert dus ook meer directe invloed van het volk op de democratie. Dit vereist onder meer het opnieuw invoeren van het referendum, en wellicht ook van een districtenstelsel – omdat dat juist de band tussen de kiezer en de verkozene kan versterken – en in bredere zin de voorstellen van de Staatscommissie parlementair stelsel.
We kunnen het ons niet veroorloven dat onze democratische samenleving vooral ingericht en bestuurd wordt door Anywheres en hun wereldbeeld
Als tweede moeten we proberen om juridisering tegen te gaan. De scheiding der machten intact houden is cruciaal. De politiek dient zich niet met de rechter te bemoeien, maar de rechter moet ook niet op de stoel gaan zitten van de politiek. Dit betekent dus dat de rechterlijke macht voortaan terughoudender zal moeten zijn met het doen van uitspraken die eigenlijk het domein zijn van de politiek.
Concreet gaat het er hierbij om dat de rechterlijke macht hier zelf kritischer op moet reflecteren. Het afdwingen van het innemen van een bepaalde rol van de rechter door de politiek zou immers eveneens een schending van de scheiding der machten inhouden. Overigens heeft de rechterlijke macht onlangs laten zien goed tot zelfreinigend vermogen in staat te kunnen zijn, zoals de zelfkritiek naar aanleiding van het handelen van rechters in het kader van de Toeslagenaffaire goed laat zien.
De stem van Somewheres moet beter doorklinken in de politiek, onder meer via de invoering van referenda en meer praktisch opgeleiden op hogere plekken op kieslijsten
Als laatste moeten we werken aan het verkleinen van de kloof tussen de elite en de ‘gewone’ bevolking, ofwel tussen Anywheres en Somewheres. Deze kloof is in de laatste decennia gegroeid, en kan niet zomaar weer worden gedicht. Maar we kunnen het ons niet veroorloven dat onze democratische samenleving vooral ingericht en bestuurd wordt door Anywheres en hun wereldbeeld.
Anywheres zullen daarom meer ruimte moeten maken voor de Somewheres. Dit kan men doen door ervoor te zorgen dat meer Somewheres vertegenwoordigd zijn in de politiek door de ‘diplomademocratie’ – het besturen van de samenleving door theoretisch opgeleiden – tegen te gaan. Ook moet de stem van Somewheres beter doorklinken in de politiek, onder meer via de invoering van referenda en meer praktisch opgeleiden op hogere plekken op kieslijsten. Tot slot moet bij besluitvorming meer rekening worden gehouden met de belangen van Somewheres, bijvoorbeeld door er bij burgerparticipatie naar te streven dat niet alleen theoretisch opgeleiden maar ook praktisch opgeleiden voldoende kunnen inbrengen.
Door deze stappen te zetten kunnen we werken aan het terugdringen van de invloed van het ondemocratisch liberalisme. Daarmee kunnen we een van de interne bedreigingen voor de liberale democratie een halt toeroepen.