Nederlands (geheime) oorlog tegen Islamitische Staat 04 - 2020 - Item 3 from 4
Een schone oorlog tegen IS was het streven, niet een gegeven
Serie Conflict en Fragiele Staten

Een schone oorlog tegen IS was het streven, niet een gegeven

24 Nov 2020 - 13:42
Photo : Een niet-ontplofte mortiergranaat in een veld nabij de Iraakse stad Mosul in 2018. © European Union-Peter Biro-Flickr

Tijdens de nacht van 2 op 3 juni 2015 voerde een Nederlandse F-16 een bombardement uit op de Iraakse stad Hawija. De aanval – waarbij burgerdoden vielen – ontketende een discussie over de Nederlandse bijdrage aan de internationale oorlog tegen Islamitische Staat (IS). CDA-buitenlandwoordvoerder Martijn van Helvert betoogt in deze opiniebijdrage dat door Nederlands ingrijpen erger is voorkomen. Ook is er volgens hem geen sprake van geheime oorlogvoering. “Wel moeten we een goede balans vinden tussen transparantie en geheimhouding.”

Onze mannen en vrouwen van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht zijn ook die nacht van 2 op 3 juni 2015 actief om bij te dragen aan de strijd tegen IS in Irak. Een strijd die zij samen met de coalitielanden voeren om de vele gruwelen waar IS verantwoordelijk voor is – zoals aanslagen, genocides en misdaden tegen de menselijkheid – te bestrijden.

Nederlandse F-16’s krijgen de opdracht om op deze avond een explosievenfabriek van IS te bombarderen. Een fabriek waar bommen worden geproduceerd waarmee IS van plan is om dood en verderf te zaaien. Onze vliegers voeren hun taak uiterst precies uit, zoals zij dat altijd doen, om de bevolking van Irak te beschermen tegen al het barbaarse wat IS met zich meebrengt.

We streven altijd naar het pauselijk ideaal van de kracht van het woord, mediatie en overleg, waar tijdens oorlog geen plaats voor is

Wat naast de vernieling van de explosievenfabriek volgt, is het te betreuren aantal burgerslachtoffers, onbedoeld. Door foutief aangeleverde externe informatie van het Amerikaanse Central Command (Centcom)1, waaruit achteraf bleek dat er meer explosieven opgeslagen lagen dan gedacht, volgde er een secundaire explosie die voor vele burgers een fatale afloop kende.

Geen garantie op het uitblijven van burgerslachtoffers
Het hoofdstuk Hawija toont aan hoe lastig de keuze is om ten strijde te trekken. We streven altijd naar het pauselijk ideaal van de kracht van het woord, mediatie en overleg, waar tijdens oorlog geen plaats voor is. Tegelijkertijd krijgen we te maken met tegenstanders die hier geen boodschap aan hebben.

VanHelvert- Verwoeste huizen in de Iraakse stad Mosul in 2017. European Union-Peter Biro-Flickr
Verwoeste huizen in de Iraakse stad Mosul in 2017. © European Union / Peter Biro / Flickr

Tegenstanders die op grote schaal mensen vermoorden, vrouwen verkrachten en kinderen bewapenen. IS is zo een tegenstander. Niemand in Irak was veilig voor de barbaarse praktijken van IS. Het CDA koos er daarom in 2014 vol overtuiging voor om, op verzoek van Irak, deze barbarij ten einde te brengen.   

Ja, er zijn vele lessen te trekken uit het hoofdstuk Hawija. Zo was het niet direct duidelijk of er burgerslachtoffers waren gevallen en zo ja, hoeveel. Daarnaast heeft Hawija ons geleerd dat we, ondanks het gegeven dat wij over het beste materiaal en zeer professionele vliegers beschikken, helaas niet kunnen uitsluiten dat er onschuldige burgerslachtoffers vallen door ons handelen.

Het kabinet heeft nooit beweerd dat dit een precieze, schone oorlog is

Die garantie is er niet en dat is het verschrikkelijke risico dat je moet accepteren wanneer je – net zoals in Hawija – de mensen wil beschermen tegen IS. In iedere oorlog vallen onschuldige slachtoffers, ook in onze strijd tegen IS. In dat opzicht bestaat er geen precieze, schone oorlog.

Het kabinet heeft echter ook nooit beweerd dat dit een precieze, schone oorlog is. Sterker nog, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans heeft in november 2014 eerlijk naar de Tweede Kamer gecommuniceerd dat het risico bestond dat er, ondanks alle ingebouwde procedures en ‘checks and balances’, toch burgerslachtoffers zouden kunnen vallen.2 Daarnaast heeft hij aangegeven dat door militair ingrijpen de vluchtelingenstroom op de korte termijn mogelijk zou toenemen.

Niet ingrijpen terwijl je dit wel kan, zorgt er niet voor dat je schone handen hebt

De risico’s waren dus bekend. De Nederlandse inzet was gericht op het beschermen van de burgerbevolking, maar nevenschade kon niet worden uitgesloten. Een precieze, schone oorlog was het streven, niet een gegeven.

Desalniettemin hebben we als Tweede Kamer met een overgrote meerderheid ingestemd met deze missie. Omdat we wensten dat Nederland een bijdrage zou leveren aan het beëindigen van de gruwelijkheden die IS veroorzaakte. De SP besloot tegen te stemmen; de Iraakse regering moest het zelf maar zien op te lossen.

Klep-Minister-president Rutte tijdens een bezoek aan de politietrainingsmissie in Noord-Afghanistan in 2013. Minister-president Rutte
Minister-president Rutte tijdens een bezoek aan de politietrainingsmissie in Noord-Afghanistan in 2013. © Minister-president Rutte

Door Nederlands ingrijpen is erger voorkomen. Er waren veel meer doden gevallen indien de internationale gemeenschap niet had ingegrepen. Niets doen – zoals de SP wil doen voorkomen – is nooit een optie geweest. Niet ingrijpen terwijl je dit wel kan, zorgt er niet voor dat je schone handen hebt. Door onze bijdrage kunnen Irakese meisjes weer naar school en Irakese christenen weer naar de kerk. Dat is de afweging die is gemaakt en dat is de enige juiste geweest.

De belangrijkste les die we uit het ‘hoofdstuk Hawija’ kunnen trekken, is dat eerlijke en transparante communicatie prioriteit moet hebben

Er valt over veel aspecten in deze zaak te discussiëren, maar over één ding niet: onze Nederlandse vliegers valt niéts te verwijten! Sterker nog, we moeten trots zijn op onze vliegers, die altijd uiterst precies te werk gaan. Zo ook in Hawija, waar zij zo precies mogelijk handelden op basis van de informatie die zij destijds in handen hadden.

De mannen en vrouwen van de Koninklijke Luchtmacht hebben een bijdrage mogen leveren aan de veiligheid in Irak. Het CDA neemt dan ook afstand van de uitspraak door Tweede Kamerlid van de SP Sadet Karabulut, die de missie “de grootste miskleun van de Koninklijke Luchtmacht” noemde. Zulke uitspraken raken kant noch wal en zijn bijzonder beledigend richting onze vliegers.

Belangrijkste les: communicatie
De belangrijkste les die we uit het ‘hoofdstuk Hawija’ kunnen trekken, is dat eerlijke en transparante communicatie prioriteit moet hebben. Zo moet er sneller informatie worden gedeeld over mogelijke burgerslachtoffers. Communicatie is immers essentieel, juist als het misgaat, zoals in Hawija.

Op zulke momenten moet de minister van Defensie zorgen dat de juiste informatie boven water komt. Voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (2012-2017; VVD) heeft in 2015 de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd. Hoewel zij op de hoogte was van mogelijke burgerslachtoffers, besloot ze destijds aan de Tweede Kamer te melden dat er geen burgerslachtoffers waren gevallen. Daar had zij, conform de afspraak, geen uitlatingen over moeten doen in verband met de geheimhouding.

VanHelvert-Een Iraakse soldaat houdt de wacht in Baghdad tijdens een bezoek van de Amerikaanse minister van Defensie in 2019. U.S. Secretary of Defense
Een Iraakse soldaat houdt de wacht in Baghdad tijdens een bezoek van de Amerikaanse minister van Defensie in 2019. © U.S. Secretary of Defense 

Overigens, na vier plenaire debatten over Hawija, blijkt uit niets van alle vrijgekomen informatie dat de huidige minister van Defensie Ank Bijleveld (2017-nu; CDA) enige blaam treft. Zij heeft de Tweede Kamer daar waar mogelijk geïnformeerd met de kennis die zij zelf op het moment ter beschikking had. Bijleveld heeft het sinds haar aantreden moeten doen met informatie die de Amerikanen haar mondjesmaat aanleverden.

We zullen we als krijgsmacht – ook veel meer dan we nu doen – in moeten zetten op het verkrijgen van eigen inlichtingen tijdens missies

Die informatie bleek niet altijd correct te zijn. Hierdoor moest Bijleveld geregeld informatie die aan de Tweede Kamer was gestuurd op een later moment corrigeren. De Amerikanen wilden daarnaast niet dat Bijleveld het onderzoeksrapport dat na de aanval werd opgemaakt zou delen met de Tweede Kamer. Het was namelijk geheim. Later werd dit rapport wel openbaar gemaakt, naar aanleiding van een WOB-verzoek (Wet openbaarheid van bestuur) van de NOS en NRC Handelsblad.

Doordat Bijleveld transparantie tot een speerpunt in haar ambtstermijn heeft gemaakt, zijn er al veel verbeteringen doorgevoerd. Zoals ze zelf zegt: “Open communiceren, in plaats van defensief. Vertrouwen herstellen.”3

Zo zal, in tegenstelling tot het vorige beleid, de Tweede Kamer in de toekomst standaard ingelicht worden bij een vermoeden van burgerslachtoffers ten gevolge van Nederlandse wapeninzet in het kader van Artikel 100 van de Grondwet, waaruit blijkt dat de regering de Staten-Generaal vooraf moet informeren over het inzetten van de krijgsmacht.

VanHelvert-Minister Blok in gesprek met Jordaanse jongeren over de mensenrechtensituatie tijdens een bezoek aan Jordanië, Irak en Koeweit in 2018. Ministerie van Buitenlandse Zaken
Minister Blok in gesprek met Jordaanse jongeren over de mensenrechtensituatie tijdens een bezoek aan Jordanië, Irak en Koeweit in 2018. © Ministerie van Buitenlandse Zaken

Verder zijn de relevante instructies en aanwijzingen voor de ‘Red Card Holder’ – een hoge militair die de bevoegdheid heeft om een missie af te blazen wanneer die niet strookt met de Nederlandse eisen – aangescherpt. Deze militair zal nu nog explicieter worden gewezen op het belang van het actief vragen naar relevantie informatie omtrent het risico op burgerslachtoffers.4

Bijleveld heeft haar mouwen opgestroopt. Ze heeft duidelijk lessen getrokken voor de toekomst en is tegemoetgekomen aan de wensen van de Tweede Kamer. Zo ook aan het verzoek tot een onafhankelijk onderzoek naar de vragen hoe in Hawija burgerslachtoffers hebben kunnen vallen, en welke lessen er nog meer te trekken zijn. Mede door de transparantie van Bijleveld komen ook veel oude gevallen, die eerder onbesproken waren, aan het licht. Dat valt te prijzen.

Wel moeten we een goede balans vinden tussen transparantie en geheimhouding

Met het oog op transparantie is het belangrijk dat het onderlinge contact tussen de bondgenoten goed verloopt. Hawija leert ons dat de informatie-uitwisseling tussen de Verenigde Staten – die de strijd tegen IS in Irak leidden – en Nederland beter had gemoeten.

Hierover moeten in de toekomst betere afspraken worden gemaakt, zodat we een betere informatiepositie verkrijgen. Dit is tweeledig. Aan de ene kant zullen we betere afspraken moeten maken over informatiedeling met coalitiepartners. Daarnaast zullen we als krijgsmacht – ook veel meer dan we nu doen – in moeten zetten op het verkrijgen van eigen inlichtingen tijdens missies.

Van geheime oorlogvoering – zoals door de SP wordt gesteld – is in Nederland overigens geen sprake. Zeker niet nadat er inmiddels legio debatten zijn gevoerd over burgerslachtoffers en de verbeteringen ten aanzien van de transparantie en communicatie.

Transparantie moet er niet toe leiden dat we de vijand wijzer maken

Tevens is dit in de hedendaagse oorlogvoering onmogelijk. In vergelijking met vroegere oorlogen is de strijd tegen de IS zelfs een buitengewoon transparante oorlog te noemen, gezien het feit je nu meer dan ooit vriend en vijand op de voet kunt volgen via de radar, telefoon of satelliet.

Karabulut-Dutch F16 during a training exercise at Leeuwarden Airport. © Flickr - Airman Magazine
Een Nederlandse F16 op de vliegbasis in Leeuwarden. © Flickr - Airman Magazine

In het kader van transparantie – en dus om geheime oorlogvoering tegen te gaan – wordt de Tweede Kamer vooraf, tijdens en na de missie betrokken. Dit zou dus een behoorlijk aantal controlemogelijkheden moeten verschaffen. Wel moeten we een goede balans vinden tussen transparantie en geheimhouding.

Het ministerie van Defensie is in de periode dat Nederlandse F-16's meevochten in de strijd tegen IS in Irak (van 2014 tot 2018) heel terughoudend geweest met het delen van informatie. Misschien wel te terughoudend. Daarom moeten we op zoek naar een nieuw equilibrium. Transparantie moet er namelijk niet toe leiden dat we de vijand wijzer maken.

Tegelijkertijd mag het niet zo zijn dat Tweede Kamerleden informatie over Nederlandse militaire inzet uit de krant moeten vernemen. Bovendien kan men – as we speak – alles wat er gebeurt, evenals de meningen van iedereen, op sociale media en televisie volgen.

Een norm zal geheime oorlogvoering dus nooit worden. Mede hierdoor is transparantie van belang binnen het parlement, zodat er niet eerder informatie aan het licht komt in de media dan in de Tweede Kamer. Bijleveld zorgt voor deze transparantie.

Auteurs
Martijn van Helvert
Lid van de Tweede Kamerfractie van het CDA
Kim Pušić
Stagiaire Buitenlandse Zaken bij het CDA