Boeken & Films Mondiale Issues

Boekbespreking: Hedendaags China ontbloot van westers wensdenken

27 Oct 2016 - 14:22
Photo: Flickr/Johnathan Nightingale
Terug naar archief

China, een gids voor de 21e eeuw, een boek van F.N. Pieke, presenteert een objectief beoordelingskader waarbinnen het hedendaagse China kan worden begrepen en huidige ontwikkelingen in dat land kunnen worden geduid. Het slaat een brug tussen wetenschap en opinie, en het zet aan tot reflectie en debat. 

Cultureel antropoloog en hoogleraar Modern China Studies te Leiden, Professor F.N. Pieke, brengt een indrukwekkende hoeveelheid China-specialistische kennis in stelling die de afgelopen tijd – Pieke spreekt over twee eeuwen – in de diverse wetenschappen bijeen is gebracht. Het resultaat is een knap en toegankelijk werk van nog geen 300 bladzijden, dat naast opmerkelijke inzichten en prikkelende vragen (inclusief vele antwoorden), specialisten én het bredere publiek een solide instrumentarium aanreikt om de Chinese ontwikkeling in de 21ste eeuw te kunnen volgen. 

Kaders en bogen

Met een dergelijke doelstelling zegt Pieke in feite dat wij thans de juiste beoordelingskaders ontberen en dat wij met verkeerde uitgangspunten of misschien zelfs met een onjuiste grondhouding aan China-discussies deelnemen. Helaas is dat waar. Er wordt maar zelden een geslaagde poging gedaan om ontwikkelingen in China in een andere context te plaatsen dan die van onze eigen denkkaders. Maar al te vaak wordt een willekeurige status quo in China bij de hand gepakt en vervolgens getoetst aan onze eigen standaarden, en dan ook nog vaak die van dit moment. Een test die niet anders dan negatief en veroordelend kan uitvallen. Door die standaarden bovendien een universeel karakter toe te schrijven, zonder oog voor hun wordingsgeschiedenis, komen we tot een star en oneigenlijk beeld van China dat de veelzijdige en dynamische realiteit miskent. Dit komt niet ten goede aan het debat, en nog minder aan een zinvolle dialoog.

Pieke doet in dit boek het tegenovergestelde door juist de Chinese context voorop te stellen. Hij schuwt daarbij niet om heersende misvattingen recht te zetten en drogredenen bloot te leggen die volgens hem het gevolg zijn van wensdenken en “westerse obsessies, verlangens en angsten”. Dat moge een negatieve benadering lijken, maar China-specialisten zijn het met elkaar eens dat het praktisch onmogelijk is een onafhankelijk geluid te laten horen zonder eerst iets van die alomtegenwoordige en vaak overheersende ruis weg te nemen. Misschien is dat ook wel de reden dat zoveel van hen – in Pieke’s woorden – “met een grote boog om de discussies over China heen lopen”. Zo dus niet deze auteur, die zijn originele en soms tegendraadse bevindingen vanuit een ‘Sinocentrisch’ perspectief midden in het publieke en wetenschappelijke debat plaatst.

Rode draad

De rode draad van het boek sluit aan bij het belangrijkste thema van de moderne ontwikkeling van China, namelijk de opbouw en consolidatie van de Chinese eenheidsnatie. De auteur laat zien hoe het project van ‘nationale redding’, dat met de stichting van de Volksrepubliek in 1949 begon, nog altijd werk in uitvoering is. Naast het bevorderen van de nationale welvaart en het opstoten van de natie in de vaart der volkeren, gaat het daarbij ook om wat in de Nederlandse context wel is aangeduid als “de boel bij elkaar houden”. Daarbij horen dus vragen als: wat is de rol van de overheid – en in de Chinese context – de Communistische Partij; welke macht komt hen toe en hoe wordt die uitgeoefend; wat is de plaats van minderheden in de samenleving; hoe worden burgerlijke vrijheden vormgegeven en gewaarborgd?, etc. Het boek behandelt elk van deze en andere relevante thema’s vanuit het eerder genoemde Sinocentrische perspectief.

Universeel en uniek

Hier is meteen al een kwalificatie op haar plaats. Hoewel iedereen weet dat China een enorm land is met het grootste bevolkingsaantal ter wereld, wordt zelden beseft hoe divers en complex het land is, en vooral hoe groot de impact is van de enorme geografische, etnische, linguïstische, culturele en economische verschillen op de ontwikkeling van China. Met ruim 30 onderling zeer verschillende administratieve regio’s, elk van gemiddeld het formaat van Polen – een doorsnee Chinese provincie is ruim 7 keer zo groot als Nederland – is China alleen al door zijn enorme schaal en diversiteit uniek.
 

Pieke laat zien hoe het project van ‘nationale redding’, dat met de stichting van de Volksrepubliek in 1949 begon, nog altijd werk in uitvoering is

De uitdagingen waar China voor staat, zijn dan ook niet vergelijkbaar met die van enig westers land. In orde van grootte zijn zij misschien enigszins vergelijkbaar met die van de Europese Unie in haar geheel, maar het verschil is natuurlijk dat China een soevereine staat is en de EU niet. Als je “de boel bij elkaar houden” als legitieme taak beschouwt van een nationale overheid, een notie die uiteraard steun vindt in het internationale recht, dan moeten we dus accepteren dat China daarvoor mogelijk andere, niet-westerse en unieke methoden ontwikkelt. Anders gezegd: universele problemen vragen niet zonder meer om uniforme oplossingen.

‘Neosocialistisch’ bestuursmodel

Pieke laat dit overtuigend zien door het unieke bestuursmodel in kaart te brengen dat China de afgelopen decennia stabiliteit en economische groei heeft gebracht. Dit ‘neosocialistische’ model, zoals hij het noemt, is een uiterst pragmatische, hybride bestuursvorm die leninistische principes en staatssocialisme ogenschijnlijk moeiteloos verenigt met beginselen van neoliberaal bestuur en kapitalisme.

Xi Jinping, president van de Volksrepubliek China. Bron: Flickr/COP PARIS

 

In dit model fungeert de markteconomie als stuwende en innoverende kracht in de Chinese samenleving, terwijl de twee belangrijkste ‘bindmiddelen’ die deze bijeenhouden bestaan uit de centrale heerschappij van de Chinese Communistische Partij (CCP) en het (door de partij aangewakkerde en zorgvuldig gecultiveerde, maar tevens diep in de traditionele cultuur wortelende) Chinese nationalisme.

De Chinese Communistische Partij

De CCP beschrijft Pieke als een flexibel, fluïde en alomtegenwoordig organisme dat op ieder bestuursniveau en in elk gebied in symbiose met centrale en decentrale overheidsinstituties functioneert, en dat steeds de beslissende stem toekomt over politieke zaken en belangrijke aanstellingen. Opmerkelijk is dat Pieke de voortgezette heerschappij van de CCP niet als een obstakel, maar juist als de belangrijkste voorwaarde ziet voor de verdere ontwikkeling van het land. In het sterk decentrale en gefragmenteerde Chinese staatssysteem is het immers de partij die de – op zichzelf nuttige en productieve, maar tegelijkertijd riskante – lokale autonomie begrenst en controleert. Dat gebeurt volgens Pieke vanuit “de heilige en geheime leegte van de partijtop”, het onfeilbare en ondoorgrondelijke centrum van de macht dat de samenleving richting en doel geeft, niet vanuit dogma, geloof of ideologie, maar vanuit een volmaakte en verheven (maar uiteindelijk holle) schijn van eendracht en alwetendheid.

Nationalisme

Van begin af aan was de CCP eerder nationalistisch dan socialistisch. Zo zou Mao Zedong zich bij zijn eerste bezoek aan Moskou in 1950 tegenover Molotov hebben laten ontvallen dat hij Marx nooit had gelezen. Pieke laat zien dat socialisme voor de CCP bovenal een middel was om nationale vooruitgang en transformatie te bewerkstelligen. Tijdens de Chinese revolutie werd dit nationalistische streven aangewakkerd door het cultiveren van nationale vijanden, iets wat overigens uitstekend paste binnen de bipolaire wereldorde van de Koude Oorlog.

Tegenwoordig wordt het vaak positiever gesteld, zoals bijvoorbeeld in de gemeenschappelijke ‘Chinese Droom’ die president Xi Jinping het Chinese volk voorspiegelt, maar de tegenspelers in het huidige mondiale ‘spel’ zijn nog veelal dezelfde als de vijanden in de oorlog van weleer, met de Verenigde Staten uiteraard voorop. Onmachtig of onwillig om de aard van dit spel te veranderen, laat China in internationaal verband een steeds nadrukkelijker en corporatistischer gezicht zien.

Ideaal noch gebrekkig

Al met al meent Pieke dat China een samenleving is geworden van ondernemende individuen die vrij zijn, zij het binnen de door de staat opgelegde politieke grenzen, om hun eigen doelen of verlangens na te jagen: “Net als alle andere samenlevingen is China misschien niet ideaal, maar er is geen praktische reden waarom het zou moeten instorten of ingrijpend veranderen, ondanks de principiële bezwaren die waarnemers in democratische landen zouden kunnen hebben.”

Een van zijn hoofdstellingen is dat het hybride neosocialistische bestuursmodel dat aan het Chinese succes ten grondslag ligt, weliswaar het gevolg is van een geleidelijke ontwikkeling die ook thans nog voortgaat, maar dat het eindpunt daarvan noch in de socialistische dictatuur, noch in de liberale meerpartijendemocratie zal liggen. De traditionele tweedelingen tussen ‘het Westen’ en ‘het Oosten’, tussen democratie en dictatuur, en tussen kapitalisme en socialisme, aldus Pieke, miskennen de Chinese realiteit en zijn vandaag de dag niet meer bruikbaar.

Verrassend

Tegen de achtergrond van deze stellingen zijn de slotconclusies van het boek nogal verrassend. In het laatste hoofdstuk bepleit Pieke een verdere openstelling van het politieke systeem en geeft daartoe enkele concrete suggesties, waaronder een radicalere scheiding tussen partij en samenleving en een grotere mate van transparantie van besluitvorming binnen overheid en partij. In internationaal verband suggereert Pieke bovendien dat China zijn aspiraties wellicht zou moeten temperen, althans minder agressief en corporatistisch zou moeten neerzetten. Los van de voor zich sprekende merites van deze suggesties, rijst de vraag in hoeverre zij passen in het Sinocentrische perspectief dat dit boek vooropstelt. Is het vanuit Chinees perspectief reëel om zulke ingrijpende wijzigingen te verwachten of te bepleiten, of gaat het hier toch eigenlijk ook om een vorm van wensdenken?

Een wezenlijke scheiding van partij en samenleving zou neerkomen op het elimineren van één van de twee belangrijkste ‘bindmiddelen’ die we eerder tegenkwamen. Een minder assertieve internationale stem ondermijnt in feite de tweede bindende factor, die van het nationalisme. Wat verzekert de partij dan nog van brede steun in eigen land? Grotere transparantie zou een bedreiging vormen voor de gevestigde belangen in alle geledingen van de partij tot aan de ‘heilige’ partijtop, en bovendien ook de revolutionaire geschiedenis van de partij, inclusief de rol van haar leiders, uiteindelijk blootstellen aan herinterpretatie.

Staan wij in het Westen werkelijk open voor samenwerking met China, anders dan de eenzijdige zoektocht naar goedkope productievormen en afzetmarkten of de inzet voor mensenrechten?

De ingetogen viering onlangs van de 40ste sterfdag van Mao Zedong laat echter zien hoe precair deze materie nog altijd is in China en hoe weinig genegen de CCP is Mao’s politieke erfenis publiekelijk bespreekbaar te maken. Er zal dus nog wel het een en ander nodig zijn voordat de partij besluit zich in de voorgestelde richting te herpakken. Zoals Pieke in de inleiding van zijn boek stelt, lijkt er voor de CCP thans geen dringende aanleiding te bestaan het succesvolle neosocialistische model ingrijpend te wijzigen.

Debat en dialoog

Zo keren we weer terug bij de opzet van dit boek. Een belangrijke verdienste van dit boek is dat het niet de fout begaat de Chinese ontwikkelingen uit hun context te trekken of onze eigen context aan de Chinese werkelijkheid op te dringen. Dankzij zijn decennialange onderzoeks- en veldwerkervaring in China, slaagt Pieke erin als het ware vanaf de grond een geheel nieuw bouwwerk op te richten, een solide en duurzame structuur die wortelt in empirie in plaats van theorie en projectie. Zijn geobjectiveerde, soms koele benadering van deze complexe materie resulteert dan ook in een frisse kijk, die noch overwegend positief, noch bij voorbaat negatief, maar bovenal reëel en verhelderend kan worden genoemd.

Skyline van Shanghai. Bron: Flickr/Lei Han

 

Een van de hoofdvragen die het boek in internationaal verband aan de orde stelt, is waar de grenzen liggen van de ambitie en het vermogen van de CCP om de Chinese mondialisering vorm te geven en volgens het in eigen land beproefde neosocialistische model te sturen. De diepere vragen die het boek oproept, liggen echter niet alleen aan Chinese zijde, maar vooral ook bij ons. Hoe objectief en onafhankelijk is onze beeldvorming over China? Zijn wij ons bewust van onze eigen fobieën en ideologieën en die van de bronnen waar we ons op baseren? Juist dit zijn vragen die in een debat over China niet mogen ontbreken, aangezien zij – anders dan gratuite bespiegelingen over de toekomst van het land – de weg wél kunnen vrijmaken voor meer begrip en toenadering.

Maar zoeken wij eigenlijk wel toenadering? Staan wij werkelijk open voor samenwerking, anders dan de eenzijdige zoektocht naar goedkope productievormen en afzetmarkten voor ons bedrijfsleven of de inzet voor mensenrechten? Kunnen wij begrip opbrengen voor China’s (overige) legitieme belangen? Aanvaarden wij een toenemende invloed van een land dat 17% van de wereldbevolking vertegenwoordigt en nu al een bijna vergelijkbaar aandeel in de mondiale economie voor zijn rekening neemt? Zijn wij bereid tot compromissen, tot samenwerking op basis van termen en onder condities die anders of nieuw zijn voor ons? Of vinden we dat niet nodig?

Misschien zijn dat wel de vragen die na lezing van het boek het luidst blijven nagalmen. Een starre, in oude denkbeelden gegoten houding is niet productief en op termijn ook onhoudbaar. Uiteindelijk moet het erom gaan de ingebakken respons en reflexen te kunnen en durven heroverwegen met het oog op een duurzame mondiale toekomst. Pieke’s boek zet een belangrijke en noodzakelijke stap in die richting. Tegelijkertijd voorziet het in een urgente behoefte aan een hanteerbaar model voor het duiden van complexe ontwikkelingen in een complex land. De titel van het boek dekt de lading dan ook uitstekend: een gids om het China van vandaag en morgen te begrijpen, te volgen en te benaderen.

 

 


 




 F.N. Pieke
 China, een gids voor de 21e eeuw
 Amsterdam: Amsterdam University Press, 2016; 308 p.; € 24,95;
 ISBN: 978-94-6298-187-4

 

 

 

Auteurs

Vincent Chang
Consultant and founder of ChinaNext Strategy and international relations Researcher at the Southwest University in Chongqing, China