Back to archive
Challenging world views by our team of spectators

Doorbreek het cordon sanitaire in het Europees Parlement

28 May 2019 - 15:33

Een simpele opvatting van democratie is besluitvorming door de meerderheid in een parlement. Die opvatting kent echter haken en ogen. De meerderheid kan immers makkelijk politieke minderheden dwarszitten, door hen geen enkele invloed te gunnen of zelfs hun rechten af te nemen. Er zijn nadrukkelijk zorgen dat de Poolse regeringspartij PiS en de Hongaarse Fidesz-partij van Victor Orbán hun meerderheden daartoe gebruiken. Het gevolg is niet alleen dat politieke minderheden geen stempel mogen drukken op het beleid, maar dat ze zich ook zouden kunnen gaan afkeren van het politieke stelsel. Wat heeft het immers nog voor zin om te kiezen, als de partijen van politieke minderheden geen invloed hebben? Op dit punt ligt er ook een uitdaging voor het Europees Parlement; niet alle politieke minderheden krijgen daar namelijk de ruimte.

Het Europees Parlement is lange tijd gedomineerd geweest door een pro-Europese meerderheid van christendemocraten en sociaaldemocraten, al dan niet aangevuld door de pro-Europese liberalen en groenen. Zij bekleedden bijvoorbeeld posities als voorzitters van parlementaire commissies en delegaties, en als rapporteurs die het concept-standpunt namens het EP opstellen over wetgevingsvoorstellen. Sommige gematigder eurosceptische partijen hebben daaraan mogen meedoen, zoals leden van de links-eurosceptische GUE/NGL-fractie (met partijen als Die Linke, PCF, Podemos en SP), de ECR-fractie (met onder meer de ChristenUnie en de Britse Conservatieven) en de Italiaanse Vijf Sterren Beweging.

Harde eurosceptische partijen in de fracties Europa van Naties en Vrijheid (met o.m. PVV, FPÖ, Vlaams Belang en Rassemblement National) en Europa van Vrijheid en Directe Democratie (met onder andere UKIP) kregen echter niet diezelfde ruimte. Na de verkiezingen van 2014 werd hen bijvoorbeeld geen vice-voorzitterschap van het Europees Parlement gegund, en ook voor het voorzitterschap van de commissie Petities kwamen zij niet in aanmerking.

Daarnaast weigerde de pro-Europese meerderheid veelal de inbreng van dergelijke partijen mee te nemen in de onderhandelingen over wetgeving met de Raad en de Europese Commissie. De Bambergse politicologen Ariadna Ripoll Servent en Lara Panning spreken daarom van een cordon sanitaire rondom de harde eurosceptische partijen in het Europees Parlement.

Wat houdt Europese democratie in, als politieke minderheden nauwelijks hoop hebben op het wijzigen van beleid en stelsel?

Nu zijn lang niet alle eurosceptische partijen geïnteresseerd in deelname aan de Europese wetgevingsmachine. Zij willen juist het Europees Parlement als platform gebruiken om het publiek thuis te bereiken. Echter zijn ook de spreektijden in de loop der jaren steeds verder ingeperkt, terwijl de mogelijkheden van de parlementsvoorzitter om in te grijpen zijn toegenomen. Dat betekent dat ook op dat vlak de eurosceptische partijen weinig ruimte is gegund.

Zeker, er zijn ook nogal wat eurosceptische Europarlementariërs die schitteren door afwezigheid. Het punt is echter dat als de pro-Europese meerderheid eurosceptische partijen geen ruimte biedt, er voor hen – en hun kiezers – weinig te halen valt in het Europees Parlement.

Het is al zo moeilijk voor eurosceptische partijen om de EU te wijzigen. Veel ligt immers vast in moeilijk te wijzigen verdragen, terwijl de uitvoering van het beleid deels in handen ligt van niet-gekozen organen als de Europese Centrale Bank. Wat houdt Europese democratie in, als politieke minderheden nauwelijks hoop hebben op het wijzigen van beleid en stelsel? Er blijft zeker voor harde eurosceptische partijen weinig anders over dan om op nationaal niveau aan het motto van minder, geen of andere Europese integratie invulling te geven, door zich bijvoorbeeld (nog) minder aan EU-regels vast te houden.

De pro-Europese meerderheid zou daarom het cordon sanitaire rondom harde eurosceptische partijen in het Europees Parlement op moeten geven, en hen bijvoorbeeld commissievoorzitterschappen en meer spreektijd gunnen. Dat maakt het lastiger om één vuist te maken in onderhandelingen met de Raad en Commissie over wetgeving. Het is echter democratischer als ook politieke minderheden de ruimte krijgen.

 Als eurosceptische partijen meer invloed zouden krijgen in het Europees Parlement, zouden meer (eurosceptische) kiezers overtuigd kunnen raken dat ze bij Europese verkiezingen met hun stem wél een verschil kunnen maken. Want nog steeds stemt slechts de helft van de stemgerechtigden. Op langere termijn biedt meer ruimte voor eurosceptici ook voor de pro-Europese meerderheid nog een voordeel: als eurosceptische kiezers en partijen overtuigd raken dat ze hun anti-systeemkritiek binnen de EU effectief kunnen uitoefenen, zullen ze minder snel geneigd zijn zich geheel of gedeeltelijk te onttrekken aan Europese integratie. Kortom, alle reden om ook harde eurosceptici de ruimte te geven in het Europees Parlement.

Authors

Hans Vollaard
Universitair docent Nederlandse en Europese politiek aan de Universiteit Utrecht