Het belang van het Biologisch Wapenverdrag in coronacrisis
Analysis Coronacrisis

Het belang van het Biologisch Wapenverdrag in coronacrisis

12 Jun 2020 - 15:52
Photo: OPCW-onderzoeker aan het werk in het laboratorium in Rijswijk. © OPCW
Back to archive

Het onderzoek naar de aard van het nieuwe coronavirus is nog maar net begonnen. Door de uitbraak van de coronacrisis komen recente debatten over mogelijk misbruik van virologisch onderzoek in een ander daglicht te staan. Dit vraagt om hernieuwde aandacht voor het weinig bekende Biologisch Wapenverdrag.

De uitbraak van de coronacrisis heeft de wereld geconfronteerd met de desastreuze en ontwrichtende gevolgen van een pandemie. Algemeen leeft nog steeds de opvatting dat de corona-pandemie onbedoeld en ongewild is ontstaan doordat een agressieve variant van het coronavirus van een dier is overgesprongen op de mens. Maar er gaan ook verhalen – onder meer verteld door president Donald Trump – dat het virus is ontwikkeld in een laboratorium in Wuhan en van daaruit is verspreid.

We hoeven ons niet de illusie te maken dat zoiets niet zou kunnen gebeuren. De geschiedenis kent hiervan immers tal van voorbeelden. Zo zijn in 1979 sporen van miltvuur (antrax) uit een militair laboratorium bij de Russische stad Sverdlovsk ontsnapt. Hierbij werden 94 mensen besmet, van wie 64 overleden. De oorzaak van de uitbraak werd tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verzwegen.

De Sovjetleiders weten de infecties en sterfgevallen aan blootstelling aan bedorven vlees. Slagers werden ervan beschuldigd dit vlees, dat afkomstig zou zijn van een besmette koe, illegaal te hebben verkocht. Alle medische verslagen van de slachtoffers waren verwijderd om de symptomen die wezen op de blootstelling van de ademhalingsorganen aan miltvuur te verbergen.1

VanderBruggen-Bijeenkomst ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Biological Weapons Convention die in 1975 in dezelfde ruimte in Geneve tot stand kwam. United States Mission Geneva
Bijeenkomst in maart 2015 ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Biological and Toxin Weapons Convention (BTWC) dat in 1975 in dezelfde ruimte in Geneve tot stand kwam. © United States Mission Geneva  

Het optreden van de Sovjetautoriteiten was er mede op gericht om te verzwijgen dat sprake was van een schending van het Biologisch Wapenverdrag. De in 1975 in werking getreden Biological and Toxin Weapons Convention (BTWC) is erop gericht om opzettelijke ontwikkeling, verspreiding en gebruik van virussen en andere biologische ziekteverwekkers te voorkomen.

Op het terrein van wapenbeheersing en ontwapening ging de meeste aandacht vooral uit naar kernwapens

Het verdrag heeft zeker voor het grote publiek jarenlang een vrijwel verborgen bestaan geleid. Op het terrein van wapenbeheersing en ontwapening ging immers de meeste aandacht vooral uit naar kernwapens.

De coronacrisis is aanleiding om het belang van de BTWC opnieuw onder de aandacht te brengen. Daartoe volgt een kort historisch overzicht. Vervolgens zal het actuele belang van het verdrag worden beschreven aan de hand van een casus waar Nederland direct bij betrokken was: de discussie over onderzoek naar het vogelgriepvirus. Maar eerst aandacht voor de vraag wat een biologisch wapen is.

Wat is een biologisch wapen?
In een toelichting op de BTWC worden biologische wapens omschreven als wapens die ziekteverwekkende organismen of giffen verspreiden om mensen, dieren of planten te doden of schaden. De wapens bestaan uit twee componenten: een werkzame stof en een overbrengingsmiddel.

Bijna alle ziekteverwekkende organismen (zoals bacteriën, virussen of schimmels) kunnen worden gebruikt om biologische wapens te produceren. Deze organismen kunnen vanuit hun natuurlijke staat zodanig veranderd worden dat ze als wapen kunnen worden gebruikt. Historische voorbeelden zijn onder meer miltvuur, botulisme, mond-en-klauwzeer, de pest, Q-koorts en pokken.

De voortschrijdende technologie heeft de zorg doen toenemen dat ook niet-statelijke actoren (zoals terroristische groeperingen) biologische wapens gaan ontwikkelen of gebruiken

De overbrengingsmiddelen kunnen de vorm aannemen van ‘klassieke’ wapens als raketten, bommen en handgranaten, maar ook kan gedacht worden aan sprays, borstels en injectiesystemen.

VanderBruggen-OPCW-onderzoekers tijdens een training in Tsjechië in 2009. OPCW.jpg
OPCW-onderzoekers tijdens een training in Tsjechië in 2009. © OPCW

Ook het besmetten van voedsel en kleding is een bekende tactiek. Zo is er het verhaal dat de Britten, en ook Spanjaarden, Indianen hebben besmet door hen met het pokkenvirus besmette dekens te geven. De voortschrijdende technologie heeft de zorg doen toenemen dat ook niet-statelijke actoren (zoals terroristische groeperingen) biologische wapens gaan ontwikkelen of gebruiken.

BTWC
De Biological and Toxin Weapon Convention (BTWC) trad dus in 1975 in werking.
2 Momenteel hebben 183 staten het verdrag geratificeerd. Daarnaast hebben 4 landen het verdrag wel getekend, maar nog niet geratificeerd.

Staten als Iran en Noord-Korea – usual suspects als het om kernwapens gaat – hebben de BTWC wel geratificeerd

Er zijn 10 landen die de BTWC niet hebben ondertekend, waaronder Israël, een aantal Afrikaanse landen en enkele eilandstaten uit de Stille Oceaan. Staten als Iran en Noord-Korea – usual suspects als het om kernwapens gaat – hebben het verdrag wel geratificeerd.

De kern van de BTWC, verwoord in Artikel 1 van het verdrag, is het verbod van gebruik, ontwikkeling, productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens.3 Ook gebiedt de BTWC de vernietiging van bestaande voorraden.

De BTWC kent geen inspectie- en verificatieregime, zoals het Chemisch Wapenverdrag (CWC) met de in Den Haag gevestigde Organisatie voor het verbod op Chemische Wapens (OPCW). Debatten om te komen tot een vergelijkbaar verificatieregime leidden in 2001 tot een ernstige crisis.

Bezoekers van een open dag van de OPCW in Den Haag in 2019. OPCW.jpg
Bezoekers van een open dag van de OPCW in Den Haag in 2019. © OPCW

Na jarenlange voorbereidingen werd het voorstel om tot een verificatieregime te komen op het laatste moment getorpedeerd door de Verenigde Staten. De verschillen van inzicht waren zo groot dat tijdens de toetsingsconferentie van 2001 een gezamenlijke slotverklaring niet haalbaar was. Om een totaal echec te voorkomen is de bijeenkomst een jaar later hervat.

De BTWC is sinds 2001 duidelijk uit de impasse geraakt

Daar kwam men tot voorstellen om op vrijwillige basis de naleving van de BTWC te bevorderen. Zo werd besloten om naast de vijfjaarlijkse toetsingsconferenties ook jaarlijks themagerichte bijeenkomsten te houden.

Deze formule bleek te werken. De eerste reeks van expertmeetings en statenbijeenkomsten leidde tot een verbetering van de onderlinge sfeer en – nog belangrijker – tot vruchtbare inhoudelijke gedachtewisselingen. Bovendien bleek dit een ideaal platform om naast diplomaten ook wetenschappers en andere experts bij de discussies te betrekken.

Bioterrorisme
De BTWC is sinds 2001 duidelijk uit de impasse geraakt. Hierbij hebben ook externe factoren een rol gespeeld. Kort na de aanslagen van 11 september 2001 werd de wereld nogmaals opgeschrikt, deze keer door de zogeheten ‘antrax-brieven’ in de Verenigde Staten. Tientallen personen ontwikkelden een infectie, van wie er vijf zouden overlijden.

De aanslag met de antrax-brieven vestigde de aandacht op bioterrorisme

De antrax-brieven leidden wereldwijd tot veel paniek en extra veiligheidsmaatregelen. Al snel was duidelijk dat het poeder afkomstig moest zijn uit een laboratorium van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Pas in 2008 bleek dat dit inderdaad het geval was: de brieven waren verzonden door een onderzoeker van een defensielaboratorium.

VanderBruggen-NAVO-oefening in Letland, 2017. NAVO
Duitse militairen beschermen zich tegen een gesimuleerde aanval met chemische wapens tijdens een NAVO-oefening in Letland, 2017. © NAVO

De aanslag met de antrax-brieven vestigde de aandacht op bioterrorisme. Ook tijdens bijeenkomsten van de BTWC werd hierover gesproken. Dit leidde tot voorstellen om onderzoekers en wetenschappers meer bewust te maken van de risico’s van misbruik (dual use) van biomedisch onderzoek. Zo werd onder meer gewezen op de mogelijkheid om gedragscodes te ontwikkelen.

Dit idee werd in Nederland overgenomen. Op verzoek van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) stelde de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) een biosecurity-werkgroep in.

Deze werkgroep heeft in overleg met betrokkenen uit de wetenschap, onderzoekswereld en het bedrijfsleven een gedragscode opgesteld die eind 2007 werd gepubliceerd.4 De relevantie en actualiteit ervan bleken enkele jaren later.

Vogelgriepdebat
In het najaar van 2011 ontstond veel debat over een onderzoek van de Nederlandse viroloog Ron Fouchier. Zijn onderzoeksgroep van het Erasmus Medisch Centrum (EMC) was erin geslaagd om het vogelgriepvirus (H5N1) zodanig te muteren dat het via de lucht overdraagbaar werd tussen fretten – en daarom mogelijk ook naar de mens. In de natuur was dat nooit eerder vastgesteld. Dit zou verspreiding veel grootschaliger kunnen maken.

Publicatie van de onderzoeksresultaten zou deze kennis immers ook onder het bereik van potentiële terroristen kunnen brengen

Het debat ging niet zozeer over het wetenschappelijk belang van dit onderzoek of over mogelijke toepassingen, maar over de vraag of de onderzoeksresultaten gepubliceerd zouden mogen worden. Publicatie zou deze kennis immers ook onder het bereik van potentiële terroristen kunnen brengen.

Fouchier had het artikel ingediend bij het Amerikaanse tijdschrift Science. Uiteindelijk leidde de discussie in de VS tot het besluit dat het artikel zonder weglating van relevante onderzoeksgegevens gepubliceerd kon worden.

Maar dat was buiten de Nederlandse overheid om, die het onderzoek als dual use beschouwde.5 En daarvoor was vanwege Europese regelgeving een exportlicentie nodig. Die heeft Fouchier aangevraagd en gekregen.

Het EMC, zijn werkgever, heeft bezwaar ingediend tegen deze procedure, omdat wetenschappelijk onderzoek buiten deze regeling zou vallen. Dat bezwaar werd in 2013 door de Haarlemse rechtbank afgewezen. De rechtbank argumenteerde dat het risico van proliferatie van potentiële massavernietigingswapens zodanig was, dat de overheid het recht had de publicatie te onderwerpen aan exportcontrole.

In juni 2015 vernietigde dit gerechtshof de uitspraak van de rechtbank op procedurele gronden

Het EMC ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof in Amsterdam. In juni 2015 vernietigde dit gerechtshof de uitspraak van de rechtbank op procedurele gronden. De redenering was dat het EMC op het moment van het beroep geen belang meer had, aangezien de exportvergunning was verstrekt.

De rechtbank had het beroep daarom niet ontvankelijk moeten verklaren. Winst voor Fouchier was dat hiermee de afwijzing van hun bezwaar is vervallen. Daar staat echter tegenover dat er geen uitspraak is, en dat de onduidelijkheid dus blijft voortbestaan.

OPCW-laboratorium in Rijswijk. OPCW
OPCW-laboratorium in Rijswijk. © OPCW

Voortgaand debat over virologisch onderzoek
In diezelfde periode (2014-2015) had het debat hierover inmiddels een nieuwe fase bereikt. Onderzoek als dat van Fouchier kreeg als verzamelnaam gain of function-onderzoek.

De discussie is gaandeweg verschoven van de vraag naar mogelijk misbruik naar de risico's van het onderzoek zelf

Bij gain of function-onderzoek worden de functies van biologische agentia (micro-organismen die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken – zoals een virus) veranderd, bijvoorbeeld door toename van overdraagbaarheid of van virulentie (de hoeveelheid schade die wordt aangericht).

De discussie is daarbij gaandeweg verschoven van de vraag naar mogelijk misbruik naar de risico's van het onderzoek zelf, waarbij men bijvoorbeeld doelt op incidenten in het laboratorium die tot uitbraken van epidemieën zouden kunnen leiden.

Ook werden vragen gesteld over het nut van dit gain of function-onderzoek. Onder virologen is een fel debat ontstaan over de vraag of dergelijk onderzoek werkelijk bijdraagt aan de preventie of beteugeling van de vogelgriep of aan de ontwikkeling van vaccins.

De Amerikaanse federale overheid heeft die discussie in 2014 op scherp gezet door alle door haar gesubsidieerde gain of function-onderzoeken op het terrein van influenza, MERS en SARS (het zusje van het huidige coronavirus) op te schorten.

Deze opschorting was mede een gevolg van enkele incidenten – overigens met andere ziekteverwekkers – in belangrijke Amerikaanse laboratoria. De National Science Advisory Board on Biosecurity (NSABB) kreeg de opdracht een advies uit te brengen over voorwaarden voor het al dan niet uitvoeren van gain of function-experimenten.

Aan de Academy of Sciences werd gevraagd om een wetenschappelijk debat te organiseren over de baten en risico's van gain of function-onderzoek. Alle hoofdrolspelers werden hierbij betrokken, onder wie de inmiddels alom bekende viroloog Anthony Fauci, momenteel de belangrijkste corona-adviseur van Trump.

Een meerderheid van de aanwezige wetenschappers sprak zich uit voor hervatting van het gain of function-onderzoek, zeker voor nieuwe ziekten als MERS en SARS

Tal van relevante issues werden behandeld, zoals wetenschappelijk belang, baten en risico’s, en veiligheidsaspecten. Een meerderheid van de aanwezige wetenschappers sprak zich uit voor hervatting van het gain of function-onderzoek, zeker voor nieuwe ziekten als MERS en SARS.

Na een bezinningsproces van 18 maanden adviseerde de NSABB in 2016 om onder voorwaarden het moratorium op te heffen, zodat gain of function-onderzoek weer zou kunnen worden uitgevoerd.6

Weer ruim een half jaar later, in januari 2017 – niet toevallig net voor het vertrek van president Obama en de inauguratie van Trump – publiceerde het Witte Huis een beleidsrichtlijn die aansloot bij het advies van de NSABB.7 Dit betekende dat er – zij het onder strikte voorwaarden – een eind kwam aan het moratorium voor gain of function-onderzoek.   

Coronavirus
Het onderzoek naar de aard van het nieuwe coronavirus is nog maar net begonnen. Wel staat vast dat het hier om een variant van de virussen gaat, waarop de meeste gain of function-projecten zich richten.

Een geruststelling kan zijn dat de huidige pandemie leert dat een eenmaal losgelaten virus vriend en vijand treft

Dit toont enerzijds aan dat onderzoek naar dergelijke virussen riskant kan zijn, hoe onwaarschijnlijk het ook is dat het virus inderdaad ontsnapt is uit een laboratorium in Wuhan. Daarnaast is het risico aanwezig dat dit onderzoek misbruikt kan worden voor criminele of terroristische doeleinden.

Paris May 2020 - Jacques Paquier-Flickr2
Metro in Parijs, mei 2020. © Jacques Paquier / Flickr

Een geruststelling kan zijn dat de huidige pandemie leert dat een eenmaal losgelaten virus vriend en vijand treft. Daarmee kan een effect van zelfafschrikking optreden, zoals ook voor kernwapens geldt.

Anderzijds heeft de huidige crisis evenzeer duidelijk gemaakt dat het voortgaan van dergelijk virologisch onderzoek van wezenlijk belang is. Risico’s van misbruik mogen geen reden zijn om dit zogeheten dual use-onderzoek niet uit te voeren.

De vraag hoe wetenschappers en overheid dienen om te gaan met dergelijk onderzoek heeft de afgelopen jaren reeds een prominente plek gekregen tijdens BTWC-bijeenkomsten met tal van virologen en andere wetenschappers.

Het coronavirus – hoewel niet opzettelijk verspreid – heeft zich laten kennen als een waar massavernietigingswapen

Bijzonder was dat tijdens deze bijeenkomsten op een meer constructieve wijze dan vaak in andere overlegorganen discussies plaatsvonden tussen vertegenwoordigers van lidstaten met uiteenlopende belangen of ideologieën, zoals China en de Verenigde Staten.

Hoewel de BTWC mede vanwege alle coronabeperkingen deze rol tot nu toe in deze crisis nog niet heeft kunnen vervullen, toont deze ervaring aan dat de BTWC nog steeds en misschien wel meer dan ooit van belang is. Het coronavirus – hoewel niet opzettelijk verspreid – heeft zich immers laten kennen als een waar massavernietigingswapen.

  • 1. Koos van der Bruggen en Barend ter Haar, The Future of Biological Weapons Revisited. A Concise History of the Biological and Toxin Weapons Convention, Den Haag: Clingendael Instituut, 2011, blz. 34-36.
  • 2. Zie: Verdragstekst Biological and Toxin Weapons Convention 
  • 3. Toxinen zijn complexe organische verbindingen van biologische oorsprong.
  • 4. Een Gedragscode voor Biosecurity’, Amsterdam: KNAW, 2007.
  • 5. Dual use-goederen zijn goederen, software en technologie die gewoonlijk worden gebruikt voor civiele doeleinden, maar die militaire toepassingen kunnen hebben, of kunnen bijdragen aan de productie of verspreiding van massavernietigingswapens (WMD). Zie ook hier.
  • 6. The National Science Advisory Board for Biosecurity, ‘Recommendations for the Evaluation and Oversight of Proposed Gain-of-Function Research’, mei 2016.
  • 7. Obama White House Archives, ‘Recommended Policy Guidance for Departmental Development of Review Mechanisms for  Potential Pandemic Pathogen Care and Oversight (P3CO)’, januari 2017.

Authors