Hoe veilig is Europa zonder Amerika’s nucleaire paraplu?
Trump bracht de Amerikaanse nucleaire veiligheidsgaranties aan het wankelen. Maar volgens Ko Colijn hoeft afschrikking tegenwoordig niet per se nucleair te zijn. Is conventionele militaire kracht een geloofwaardig alternatief voor Europa?
Op 1 februari verschoof de Doomsday Clock van het Bulletin of the Atomic Scientists na drie jaar met één seconde, naar 89 seconden voor middernacht – het rampmoment. Symbolisch natuurlijk, maar de verschuiving gaf aan dat de wereld nog nooit eerder zo dicht bij de ondergang was geweest. Zelfs tijdens de Cubacrisis van 1962, het wapengekletter in het Midden-Oosten (president Nixon stelde zijn atoomwapens tijdens de Jom Kippoeroorlog op scherp) en de nucleaire ‘vergissingen’ in de jaren ‘80 was de wereld volgens experts niet zo dicht bij het nucleaire armageddon als nu.
Na de wanvertoning van vrijdag 28 februari is dat risico bepaald niet minder geworden, en dat is nog zacht uitgedrukt. De uitbarsting van Donald Trump en J.D. Vance onderstreept dat de VS onder hun gezag is afgegleden van hoeder van de internationale rechtsorde en betrouwbare alliantieleider tot een grootmacht die buitenlandse politiek – desnoods ten koste van recht, waarheid en mensenlevens – als een vulgair verdienmodel ziet waarin macht en eigenbelang vooropstaan.
De grote olifant in de kamer is de nucleaire paraplu
Vredestroepen na een eventuele Oekraïens-Russische wapenstilstand en de ultieme veiligheidsgaranties die dergelijke missies zouden moeten bieden tegen Poetins revanchisme, kun je in dit nieuwe Amerikaanse script wel vergeten. Ook extra geld voor defensie – al dan niet afgezet tegen de kosten van een potje Hollandse appelmoes voor Henk en Ingrid – is bijzaak. Waar vroeger ‘het spook’ van watcher J.L. Heldring, ooit hoofdredacteur van dit blad, nog symbolisch door Europa waarde, is het nu werkelijkheid: het trans-Atlantische bondgenootschap hangt in de touwen. Trump en consorten zullen hun veiligheidsgarantie nooit ondubbelzinnig geven, of die simpelweg weigeren.
Nucleaire paraplu
De grote olifant in de kamer is de nucleaire paraplu, gebaseerd op de aanname dat kernmachten elkaar afschrikken en dus niet de oorlog zullen verklaren. De Europese Unie beschikt zelf niet over zo’n kernmacht en wordt door Trump verafschuwd (volgens hem is de EU immers opgericht om om de VS “te naaien”). Hoewel Europa technisch gezien nog nucleaire capaciteiten heeft via enkele Britse nucleaire onderzeeërs, stelt dat ook weinig voor.
Natuurlijk zijn er op allerlei andere gebieden ook militaire achterstanden, maar de meest fundamentele blijft toch de nucleaire afschrikking. De VS en Rusland beschikken elk over ruim 5000 kernkoppen – een enorme kwalitatieve overkill. Het Verenigd Koninkrijk bezit daarentegen slechts 225 kernwapens, die zonder Amerikaanse steun niet eens zouden bestaan of gelanceerd kunnen worden, en Frankrijk 290, die in het gunstigste geval enkel in het Franse nationale belang ingezet kunnen worden, bepaald door Emmanuel Macron.
In 2012, bij het Lancaster House-akkoord over de Joint Expeditionary Force, voorzagen het VK en Frankrijk deze ‘tekortkoming’ al. Dit pact – dat na de Brexit de EU (en haar dwarsliggers Viktor Orbán en Robert Fico) en in noodgevallen ook de NAVO omzeilt – was een poging hier rekening mee te houden. Maar zelfs samen opgeteld schieten de Europese nucleaire arsenalen tekort voor volwaardige afschrikking.
Rusland is, niet verrassend, fel tegen de Franse ouverture en betitelt haar als nucleaire chantage en een verfoeilijke vorm van leiderschap. Ooit twijfelde de Franse president Charles de Gaulle al aan de Amerikaanse nucleaire garantie en besloot daarom een eigen afschrikking op te bouwen. Hoewel de Fransen weliswaar suggereerden dat het Franse nationale belang ook een Europees belang zou kunnen zijn, is daar allerminst zekerheid over. Liever vertrouwde Nederland met nog een paar andere NAVO-leden op een Amerikaanse belofte en een handvol nucleair uitgeruste straaljagers te Volkel. (De enige in Nederland die het naadje van die Franse kous zou moeten weten is koning Willem-Alexander, die er zijn geheime doctoraalscriptie over schreef in Leiden).
Macron zette de deur toch weer op een kier voor een zekere ‘Europeanisering’ van de Franse atoombom
Inmiddels hebben Duitsland, Denemarken, Polen en Zweden de uitgestoken hand van Macron aanvaard. De paradox van de ultieme nucleaire belofte is natuurlijk dat je er het liefst in het geheim over spreekt, dus de officiële terughoudendheid is wel te begrijpen. Maar een publiekelijk debat kan niet taboe zijn.
De vitale belangen van de Benelux zijn ook in het geding. Ten minste één bron (de Amerikaanse auteur Cathy McArdle-Kelleher) suggereert dat het afzien van de ‘nationale’ nucleaire optie door de Benelux in de jaren ‘50 heeft bijgedragen aan het salonfähig en nucleair-vrij maken van Duitsland. Het vormde zelfs de basis voor het Dual Capable Aircraft-compromis, dat resulteerde in een Nederlandse atoomtaak voor Amerikaanse gevechtsvliegtuigen.
Ook onze Duitse oosterburen kozen – min of meer gedwongen door het oorlogsverleden – voor de Amerikaanse belofte, en dus voor de trans-Atlantische optie. Een nucleaire Alleingang zou immers ‘onrust’ onder de bondgenoten kunnen veroorzaken. Technisch en financieel gezien zou het land zeker wel in staat geweest zijn een eigen atoombom te maken. Periodiek laait de discussie dan ook op in Duitsland of het niet veiliger was geweest om de weg der nucleaire onafhankelijkheid te bewandelen en/of zich in te kopen in het Franse project. Dan zou er een embryonale Europese atoomafschrikking zijn geweest, tot verdriet van de Amerikanen.
De komende bondskanselier Friedrich Merz bracht de ‘Franse route’ recentelijk ook weer ter sprake. Na een ferme “non” van de Franse defensieminister Sébastien Lecornu zette Macron de deur toch weer op een kier voor een zekere ‘Europeanisering’ van de Franse atoombom, en hij heeft het laatste woord. Over de mogelijkheid dat hij opgevolgd wordt door Marine Le Pen, die ertegen is, laten we voor nu maar in het midden.
President Volodomir Zelenski heeft ook maar al te goed door wat de gevolgen zouden zijn van het wegvallen van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Afgelopen september (en bij de presentatie van zijn vredesplan op 17 oktober in Brussel) ‘versprak’ hij zich toen hij het over het “NATO or Nuke”-dilemma had. Dat moest hij rap inslikken, maar het is geen geheim dat hij er rond de Russische invasie ook al eens naar verwees. Ook nu zijn er hoge spijtoptanten in Oekraïne die het Boedapest Memorandum uit 1994 betreuren, waarbij Oekraïne zijn atoomraketten inruilde voor (achteraf gezien) waardeloze veiligheidsgaranties.
Conventionele afschrikking
Dertig jaar later gelooft geen weldenkend mens dat Oekraïne de klok nog kan terugdraaien. Experts zeggen dat Oekraïne niet in staat is om zelf kernwapens te ontwikkelen. Geluk bij een ongeluk is dat de techniek ook niet heeft stilgestaan en dat nucleaire afschrikking niet per se meer noodzakelijk is. Niet-nucleaire raketten zijn tegenwoordig zo snel, precies en krachtig dat ze belangrijke politieke en militaire objecten van de tegenstander dusdanig kunnen treffen dat ze eenzelfde afschrikkende werking kunnen hebben.
In Nederland gebeurt alles vijftig jaar later
Merz doet wellicht iets wat zijn voorganger Olaf Scholz niet aandurfde: hij zou bereid zijn om de Duitse Taurusraket aan Oekraïne te leveren. Als Oekraïne deze raketten ‘Oekraïniseert’ (oftewel doorontwikkelt, iets wat Zelenski’s ingenieurs in korte tijd ook met geïmporteerde raketten en drones bleken te kunnen), zou het een soort conventionele afschrikking vormen. En als Trump in een goede bui is, zou hij toch Joe Bidens plan kunnen uitvoeren om hypersonische Dark Eagle-raketten in Duitsland te stationeren. Die zouden Moskou onder schot kunnen houden en conventioneel afschrikken. Eind februari werd dit nog vermeld in een rapport van de Congressional Research Service.
Ondertussen wordt in ons land de hete aardappel vooruitgeschoven en blijft het afschrikkingsbeest onbenoembaar. ‘Niet aan de orde’, zo luidt de standaardreactie vanuit Den Haag. In Nederland gebeurt alles vijftig jaar later.
Dit is een uitgebreidere versie van een eerder artikel in NRC op 6 maart 2025 (en op 7 maart 2025 in de papieren krant).
0 Comments
Add new comment