De NAVO-top in Den Haag moet en zal een succes worden
De aanstaande NAVO-top van 24 en 25 juni in Den Haag lijkt vooral te draaien om het vaststellen van één getal: een nieuw groeipercentage voor defensie-uitgaven in reactie op de steeds onveiligere wereld en op de onwrikbare Amerikaanse eis tot eerlijke lastenverdeling (burden sharing). Defensiespecialist Ko Colijn blikt vooruit.
NAVO-chef Mark Rutte gokt erop dat de echte baas uit het Witte Huis eind juni in Den Haag te paaien is met een deal over de contributie van het bondgenootschap. Met een typisch ‘Ruttiaans’ compromis wil hij Trumps openingseis om de defensienorm te verdubbelen naar 5% omzeilen: een toename van 3,5% voor tanks en vliegtuigen, en 1,5% extra voor sterke bruggen en uitgebaggerde havens.
Over een mogelijk Amerikaans vertrek uit de NAVO wordt gezwegen, al staat Trump daar eigenlijk best welwillend tegenover. Die luie Europeanen naaien hem maar, zijn gemener dan Chinezen en vliegen drie keer per jaar naar Dubai of Antalya. En overigens: dat artikel 5 van het NAVO-verdrag verplicht eigenlijk tot niets. Ieder land mag immers zelf bepalen hoe het een bondgenoot hulp biedt, dus dat hoeft niet per se militair te zijn.
Europese landen kopen defensiematerieel het liefst duur en thuis in
De aanstaande NAVO-top draait om de Amerikaanse eis om het uitgavenpercentage fors te verhogen. Maar hier horen wel wat disclaimers bij om het enigszins overzichtelijk te houden. Zoals: dat je geen belastinggeld moet beloven zonder eerst een duidelijke lijst met noodzakelijke aankopen te hebben; dat de VS hun mondiale defensie-uitgaven valselijk vergelijken met de NAVO-kosten over een veel kleiner gebied; dat het hebben van bondgenoten niet alleen kosten maar ook talloze voordelen met zich meebrengt; dat valutaverschillen meespelen; en dat alle NAVO-landen decennialang heel veel geld hebben verkwist door orders bij hun ‘eigen’ industrie te plaatsen in plaats van off-the-shelf en/of in het buitenland.
De Amerikaanse NAVO-ambassadeur Matthew Whitaker leek akkoord te zijn met Ruttes compromis over de verdeling van de lasten, maar waarschuwde dat de voorgestelde 3,5% (voor militair materieel) plus de 1,5% (voor infrastructuur) geen “grabbelton” mag worden.
Maar er is eindelijk wat cijfermateriaal beschikbaar uit onverdachte bron om de discussie over deze percentagekwestie op fatsoenlijke wijze te voeren. In een recent rapport heeft het gezaghebbende International Institute of Strategic Studies (IISS) te Londen in kaart gebracht wat het Europa zou kosten als de VS spoedig uit Europa zouden vertrekken.
Om een onoverzichtelijke cijferbrij te vermijden hanteer ik hier afgeronde bedragen, zonder hopelijk afbreuk te doen aan de kern van de boodschap. Die luidt dat abrupte Amerikaanse terugtrekking uit Europa ons zou dwingen tot herstelinspanningen ter waarde van naar schatting 226 tot 344 miljard dollar. En op de lange termijn kan dat bedrag oplopen tot zo’n 1000 miljard dollar. Dat bedrag kan en hoeft niet in één keer op tafel te komen, maar zadelt Europa wel op met een uitdagende overgangsperiode van ongeveer tien jaar – fors, maar niet onmogelijk.
Een snel Amerikaans vertrek bezorgt Europa een reparatielast van zo'n 3% van het BNP
Uitgaande van de Europese Unie zou dit neerkomen op een stijging van defensie-uitgaven met 1,13 tot 1,72% van ons BNP boven op het huidige EU-gemiddelde van 1,9%. Als het Verenigd Koninkrijk wordt meegerekend, dan zakt dit percentage licht naar een bandbreedte van 1 tot 1,4%. Op basis van de meest recente cijfers van de Algemene Rekenkamer (die uitgaan van een huidig defensiebudget van 1,79%) zou dit uitkomen op een totaal van 2,8 tot 3,2% van het BNP.
Op 20 mei stuurde minister van Defensie Ruben Brekelmans een brief aan het parlement waarin hij aangaf te mikken op een defensiebudget van 3,5 à 5% van het BNP in 2035 – dat is goed voor 16 tot 19 miljard euro.
Volgens het IISS is zelfs een iets lager percentage haalbaar. Ook de Algemene Rekenkamer uitte in dit verband kritiek op Brekelmans’ “creatief rekenen” door defensie-uitgaven uit 2024 af te zetten tegen het BNP van 2021. Een vergelijking met het BNP was 2024 was logischer en correcter geweest.
Wat betreft de lasten op de lange termijn: de schatting van het IISS van ongeveer 1000 miljard dollar over 25 jaar lijkt binnen bereik, uitgaande van een gezamenlijk BNP van zo’n 20.000 miljard dollar voor de EU (of ruim 24.000 miljard met het VK erbij). Zulke bedragen laten zich echter moeilijk als percentage van het BNP uitdrukken, aangezien we nog niet weten hoe hoog het BNP van de EU (en het VK) dan zal zijn.
In hun rapport rekenen de IISS-experts uitsluitend met één-op-één-vervanging van Amerikaanse troepen en materieel, gebaseerd op reële stukprijzen. Daarnaast laten ze nucleaire wapens buiten beschouwing en gaan zij ervan uit dat de Russische krijgsmacht in 2027 hersteld is van de oorlog in Oekraïne. Ook veronderstellen ze dat de Oekraïne-oorlog ergens in 2025 tot een einde komt, waarna de Amerikanen zich spoedig uit Europa terugtrekken om zich vervolgens volledig op China te richten.
De conclusie – die het IISS niet trekt – is dat een snel Amerikaans vertrek Europa een reparatielast bezorgt van (krap berekend) zo’n 3% van het BNP. Bij een ruimere inschatting loopt dit op tot circa 3,4% van het BNP over een periode van zo’n tien jaar.
Eind juni is Nederland gastheer van de NAVO-top. We zullen moeten afwachten welke afspraken dan worden gemaakt over wie wat levert en in welke mate, en hoe succesvol deze top de geschiedenis in zal gaan.
0 Comments
Add new comment