Tien opties als de Amerikaanse veiligheidsparaplu wegvalt
Analyse Veiligheid & Defensie

Tien opties als de Amerikaanse veiligheidsparaplu wegvalt

24 Apr 2025 - 16:33
Photo: Een Finse F/A-18 Hornet stijgt op tijdens NAVO-oefening Ramstein Flag 25 op vliegbasis Leeuwarden op 1 april 2025. © NATO via Flickr
Terug naar archief
Author(s):

De snel toegenomen onzekerheid over de Amerikaanse veiligheidsgarantie kan en mag niet beantwoord worden met onverschilligheid, passiviteit of halfslachtig gedrag, stelt Ko Colijn. Een existentieel veiligheidsbelang is in het geding. Maar wat zijn de opties? De defensiedeskundige zet tien mogelijke scenario’s voor Nederland op een rij.

Pièce de résistance van het groteske beleid van de regering-Trump jegens de NAVO is ongetwijfeld de vraag: kunnen de andere lidstaten nog vertrouwen op de ultieme nucleaire paraplu die Washington al tientallen jaren boven ons uitvouwt? 

‘Ja’, zegt – en hoopt – de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte. Niet dat ik zijn persoonlijke trans-Atlanticisme in twijfel trek, of afkeur, maar zijn vertrouwen lijkt toch vooral ingegeven door rolgedrag. Het bijeenhouden van de NAVO is nu eenmaal zijn baan, en het heeft er alle schijn van dat hij erop gokt dat een deal met POTUS over hogere defensie-uitgaven zwaarder zal wegen dan een dubieuze Amerikaanse NAVO-lidmaatschapskaart.

Nationale veiligheid is te existentieel om te ontkennen

Ondanks af en toe geruststellende woorden, zou dit echter niet verantwoord zijn. Zeker omdat het duo Trump/Vance dan alsnog selectief kan optreden: het beroemde Artikel 5 is vrijblijvend genoeg om de VS niet tot militaire – laat staan nucleaire – garanties te verplichten, want dat maakt elk land zelf uit. 

‘Nee’, zeggen anderen dan ook: we kunnen niet langer vertrouwen op de Amerikaanse paraplu. Europa heeft hoe dan ook een alternatieve afschrikkingsoptie nodig. 

NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte met Amerika’s president Donald Trump en vicepresident J.D. Vance in het Witte Huis op 13 maart 2025. © NATO via Flickr.
NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte met Amerika’s president Donald Trump en vicepresident J.D. Vance in het Witte Huis op 13 maart 2025. © NATO via Flickr. 

Het is een heel delicaat dilemma. Zo precair dat een openbaar debat zelfs al riskant is, omdat dat onzekerheid en dus ongeloofwaardigheid van afschrikking suggereert. Dat mag echter nooit een excuus zijn voor onvoorbereidheid of – al dan niet rolgebonden – ‘ontkenning’ van het dilemma. Daarvoor is nationale veiligheid nu eenmaal te existentieel. Wat staat Nederland dan te doen? Tien mogelijke opties ter overweging. 

1. We blijven op de Amerikaanse nucleaire paraplu rekenen.
Het atomaire spectrum dat de Verenigde Staten bieden aan de NAVO is ontegenzeglijk veel breder dan welk alternatief dan ook, maar de inzet ervan is dubieus geworden. Nederland beschikt weliswaar over een extra ‘verzekeringspolis’ in de vorm van DCA-gevechtsvliegtuigen die nucleair inzetbaar zijn , maar het zijn de VS – ook na Trump – die uiteindelijk over de inzet beslissen.

Door de ‘veramerikanisering’ zou elke verandering ingrijpend zijn

De Nederlandse luchtmacht is overigens sterk verknoopt met de Amerikaanse, onder meer op het gebied van luchtafweer, gevechtsvliegtuigen en offensieve bewapening. Infrastructuur, training, opleiding, onderhoud en periodieke update zijn sterk ‘veramerikaniseerd’, waardoor elke verandering ingrijpend zou zijn. Het zou me niet verbazen als de Koninklijke Luchtmacht (KLu) een dergelijke ecosystemische omslag diep zou betreuren, en de Nederlandse regering de afweging niet belangeloos durft te maken.

2. Nederland switcht naar Frankrijk.
Hoewel de Franse atoomparaplu – bestaande uit circa 220 kernwapens – bescheiden is en het traditionele nucleaire afschrikkingsspectrum (momenteel circa 4000 operationele wapens, overwegend Amerikaans, zowel strategisch als sub-strategisch) feitelijk niet omvat, heeft onder meer president Emmanuel Macron gewezen op de mogelijkheid van europeanisering, ofwel de-amerikanisering. Dit zou een politieke aardverschuiving betekenen, een door de Nederlandse regering – enigszins verschrikt als ‘nu niet aan de orde’ – vooruitgeschoven optie. 

Wegkijken is echter geen optie; het Franse aanbod ligt er. Ik heb de indruk dat het in sommige landen (Duitsland, Polen, Scandinavië) niet onwelwillend – zij het met enige scepsis – is ontvangen.  Alleen al daarom kunnen we het ons niet permitteren een dergelijk Frans aanbod te negeren.

Suggesties zoals Frankrijk uitnodigen weer mee te doen aan de Nuclear Planning Group (NPG) van de NAVO ontwijken de hamvraag. Ik mag toch hopen dat trans-Atlantische nostalgie of anti-Europese (dan wel anti-Franse) sentimenten een neutrale veiligheidsanalyse niet vertroebelen. Het ligt voor de hand dat een (expert)werkgroep binnen de Adviesraad Internationale Vraagstukken hier inmiddels voortvarend mee bezig is (diens advies Kernwapens van 29 januari 2019 is immers op slag verouderd).

Frans multirole-gevechtsvliegtuig Dassault Rafale B, 17 juli 2011. © Ronnie Macdonald from Chelmsford (UK) via Flickr.
Frans multirole-gevechtsvliegtuig Dassault Rafale B, 17 juli 2011. © Ronnie Macdonald from Chelmsford (UK) via Flickr.

3. Nederland gaat Frans-Brits, maar dat veronderstelt integratie en eventueel aanpassing van hun kernmachten in sub-strategische richting.
De uitkomst zou kunnen zijn dat Nederland opteert voor een gemeenschappelijke nucleaire paraplu van circa 500 kernwapens onder een Frans-Brits commando. Het Joint Expeditionary Force-kader is al beschikbaar, een brug naar de NAVO (en de EU) is aanwezig en enige diversiteit in de atoomwapens – nu vooral strategisch en georiënteerd op inzet via vliegtuigen en onderzeeboten – is geboden. 

Een nadeel is dat de huidige Britse atoomwapens oud en duur zijn. En bovenal: 90 procent is Amerikaans. Hun inzetbaarheid zou moeten worden ‘de-amerikaniseerd’.

4. Zie optie 3, maar Nederland wil en krijgt een minderheidsaandeel in de vorm van een eigen conventionele afschrikkingscomponent.
Dit zou Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk enige capaciteitsaanpassing besparen, terwijl Nederland – met op vliegtuigen en onderzeeboten te monteren langeafstandsraketten (JASSM en Tomahawk, 1000 km) – een zelfstandige capaciteit zou verwerven. Ook op offensief cybergebied zou Nederland een niet-nucleaire afschrikkingscomponent kunnen inbrengen.

5. Nederland kiest voor een Britse nucleaire paraplu. 
Deze optie zou passen bij de sterk verankerde maritieme Anglo-traditie en dito samenwerking in NAVO-verband. Binnen deze afweging moet echter wel rekening gehouden worden met het Amerikaanse aandeel in de Britse kernmacht, evenals de politieke en militaire risico’s die hieraan verbonden zijn en het feit dat andere landen (zoals Duitsland, België en Italië) deze oriëntatie waarschijnlijk niet zouden volgen.

De Britse premier Keir Starmer ontvangt premier Dick Schoof tijdens de Europese Leiders-top in Lancaster House op 2 maart 2025 in Londen. © Lauren Hurley / No 10 Downing Street via Flickr.
De Britse premier Keir Starmer ontvangt premier Dick Schoof tijdens de Europese Leiders-top in Lancaster House op 2 maart 2025 in Londen. © Lauren Hurley / No 10 Downing Street via Flickr.

6. Nederland gaat Benelux. 
De kool en de geit sparend, en terugvallend op het oudste internationale samenwerkingsband dat Nederland ooit aanging (de Benelux), zoekt de Nederlandse krijgsmacht – profiterend van inmiddels succesvolle samenwerking op het gebied van de marine en luchtmacht  – verregaande samenwerking met NAVO-partners België en Luxemburg. In zekere zin wordt hiermee een draad uit de jaren ’50 opgepakt, toen de Benelux-landen besloten van de bom af te zien, op aandringen van de VS en omdat West-Duitsland ‘schoenlepelde’ naar NAVO-lidmaatschap zonder massavernietigingswapens. 

Ik laat hier welbewust de solo-optie van een Nederlandse Alleingang buiten beschouwing. Dat is – wellicht anders dan in de jaren ’50 – nu een dure en kansloze optie die isolerend en vervreemdend zou werken. Technisch is zij voorstelbaar, gezien de zeer dubieuze ‘medewerking’ die Nederland in de jaren ‘80 middels de zogeheten Kahn-affaire aan Aziatische proliferatie gaf.

De politieke prijs van een Benelux-oplossing zou wel het opgeven van het non-proliferatiebeleid zijn

Een wél denkbare en goedkopere variant zou de ‘nuclear latency’-optie à la Fuhrmann et al. zijn: hedging, dat wil zeggen, de beschikbare en benodigde middelen gereedmaken, maar (nog) niet de atoombom zelf. De politieke prijs van een Benelux-oplossing zou – tegenover de verworven autonomie – wel het opgeven van het non-proliferatiebeleid zijn, met mogelijke negatieve Europese gevolgen.

7. Nederland doet niets. 
Nederland kiest voor een zeer passieve rol en hoopt op betere tijden. By default zou dat neerkomen op een NAVO-renaissance (althans, een Amerikaanse), maar Nederland zou directe schade aan traditionele doelstellingen van zijn buitenlands beleid willen vermijden (denk aan handelsbevordering, conflictmijding, non-proliferatie, geopolitieke stabiliteit). Hooguit begeert Nederland een waarnemersstatus of zelfs een deelname-optie bij arrangementen die andere landen aangaan. Elk arrangement van grote(re) Europese landen – met name Duitsland – kan Nederland overigens moeilijk negeren. Onze invloed: vrijwel nul.

8. Nederland co-financiert elk voorgaand initiatief.
Deze bereidheid zou nucleaire solidariteit – en misschien enige politieke invloed – ‘kopen’, en doet concreet denken aan een door Duitsland geopperde variant: financiële participatie in de Force de Frappe, de Franse kernmacht. De politieke ‘opbrengst’ zou bovendien niet ten koste gaan van de traditionele oogmerken van Nederlands buitenlands beleid. Onze invloed: niet zeer groot, en natuurlijk afhankelijk van de mate van inbreng.

Europese leiders en NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte tijdens de London Summit op 2 maart 2025. © NATO via Flickr

9. Nederland wordt (weer) neutraal. 
We vallen terug op het oeroude adagium van neutraliteit in de hoop geopolitieke stormen te ontlopen. Die hoop werd in het geval van de Eerste Wereldoorlog min of meer bewaarheid, maar in het geval van de Tweede Wereldoorlog jammerlijk gelogenstraft. Door een trouwe bekering tot de NAVO en de EU dwong ons dit soms tot keuzes die in Washington of Europese hoofdsteden, maar zelden in Den Haag werden genomen. In de huidige tijd is dit geen aanbevelingswaardige regressie voor een klein, kwetsbaar land dat zichzelf liever als middle power afficheert.

10. Nederland kiest voor niet-nucleaire solo-afschrikking. 
Er is in zoverre wel ruimte voor een vlucht vooruit nu de technologie inmiddels voorziet in conventionele afschrikking. De aloude atoombom uit de vorige eeuw is niet per se meer nodig. In de eenentwintigste eeuw kan niet-nucleaire afschrikking ook worden gerealiseerd via ongekend toegenomen precisie, langeafstandscapaciteiten, drone-technologie, bunker-busting en cybermogelijkheden. Onafhankelijkheid, militaire effectiviteit en geloofwaardigheid zijn navenant toegenomen, evenals de mogelijkheid om traditionele prioriteiten van buitenlands beleid te behouden – eventueel inpasbaar in andere initiatieven (zie optie 4). 

De aloude atoombom uit de vorige eeuw is niet per se meer nodig

Technisch gezien is dit geen fantasie: Duitsland was onder president Joe Biden al van plan samen met de VS zeer snelle, ‘ongrijpbare’ conventionele raketten op te stellen (maar: wat doet Trump?). Europa werkt binnen het ELSA-consortium aan iets soortgelijks, en voor de nieuwe onderzeeboten van de marine zijn Tomahawk-kruisraketten met een bereik van 1000 km in bestelling (maar opnieuw: wat doet Trump?). Ook de KLu plant langeafstandsboordraketten, maar zou een de-amerikaniseringsdraai moeten maken, tenzij een harde leveringsgarantie uit de VS komt.

Voorbij oude zekerheden
Concluderend: de snel toegenomen onzekerheid over het Amerikaanse commitment kan en mag niet beantwoord worden met onverschilligheid, passiviteit of halfslachtig gedrag. Ik worstel met een land als Canada: NAVO-partner met een Europese mindset, maar met een Noord-Amerikaans veiligheidsprobleem (denk aan de Amerikaanse Distant Early Warning Line – die boven Canada loopt, en dus niet boven Europa). 

Een existentieel veiligheidsbelang is in het geding en vergt een delicate, best pijnlijke maar integrale discussie. Een intellectuele reductie tot ‘het zal allemaal misschien wel meevallen’ is ongewenst. Een toevlucht tot de oude dichotomie NAVO versus Europa is ontoereikend. Optimale afschrikking staat op het spel. 

Auteurs

Ko Colijn
Defensiedeskundige en oud-directeur Instituut Clingendael