Flexibiliteit als enige oplossing voor het Brexit-vraagstuk
Eind maart 2019 verlaat het Verenigd Koninkrijk de EU. Het Brexit-plan van Theresa May leidde tot het ontslag van Minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson, alsook Brexit-Minister David Davis. Niettemin lijkt deze pragmatische benadering een poging van Groot-Brittannië beide zijden van het debat te verzoenen. Toch weigert de Europese Unie tot dusver om hierover te spreken. Tot op heden geeft de EU de Britten slechts twee opties: een grens in de Ierse zee dat in Noord-Ierland bijzonder gevoelig ligt, of het zonder inspraak overnemen van alle Europese regels. Pieter Cleppe beschrijft hoe het Brexit-plan van May een werkbaar compromis zou kunnen zijn.
Ook na de Europese top eind juni was er geen doorbraak over de Britse uittrede uit de Europese Unie. 85% van de inhoud van het uittredingsverdrag is wel al overeengekomen. Dat verdrag regelt een overgangsperiode vanaf het moment van de exit, in maart 2019 tot januari 2021. Gedurende deze periode behouden de Britten de volledige toegang tot de Europese interne markt op voorwaarde dat ze ook automatisch alle Europese regels overnemen. De bedoeling hiervan is om tijd te rekken zodat tegen januari 2021 de permanente toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk kan worden onderhandeld. Grootste struikelblok is in dit verband voornamelijk hoe de grens met Noord-Ierland er zal uitzien ingeval er tegen 2021 toch geen akkoord over een toekomstige relatie is. Als beide partijen water bij de wijn doen, moet een akkoord hierover mogelijk zijn deze herfst.
Het Brexit-plan van Theresa May zou namelijk een werkbaar compromis kunnen zijn. Het ontslag van Boris Johnson en David Davis en het voortdurend politiek tumult kunnen leiden tot de benoeming van een nieuwe Eerste Minister of zelfs tot een akkoord over een “regering van nationale eenheid” met Labour over Brexit. Dat laatste zou wel eens nodig kunnen zijn om May’s compromis te kunnen doordrukken.
De voornaamste betrachting op dit vlak is het vermijden van grenscontroles. Die bestaan voor ongeveer een derde uit controles op douaneverplichtingen en voor twee derde uit controles of een bepaald product voldoet aan productstandaarden en regulering. Om zulke controles zoveel mogelijk te vermijden is voor beide zaken dus een oplossing nodig.
Douanecontroles
De Britse regering heeft al duidelijk gemaakt tegen lidmaatschap van een gemeenschappelijke douane-unie met de EU te zijn, zoals Turkije dat nu wel is. Onder meer de Labour-oppositie wil dat. Een Brits lidmaatschap van een gemeenschappelijke douane-unie met de Europese Unie zou echter geen duurzaam alternatief zijn. Het zou betekenen dat de EU markttoegang tot het VK zou onderhandelen met voorbeeld China of zelfs Rusland, terwijl de Britten, net zoals Turkije nu, niet automatisch de handelstoegang zouden genieten die de EU heeft onderhandeld met “derde landen”.
May heeft wel al duidelijk gemaakt dat ze het geen probleem vindt als[
Om controles aan de Noord-Ierse grens te vermijden, stelt May een nieuw systeem voor waarbij het VK de douanetarieven zou innen voor goederen die het VK binnenkomen maar uiteindelijk voor de EU zijn bestemd. Critici zeggen terecht dat zoiets nog nooit is getest en wellicht complex wordt.
Zou dit de Noord-Ierse grenskwestie oplossen? Als het werkt, wel. Indien niet, is het Zwitserse model nuttig
Zelfs op vlak van visserij wil de Britse regering blijven werken binnen het huidige onderhandelingskader van visserijrechten, waardoor Europese vissers meer dan waarschijnlijk ook toegang tot Britse wateren zullen blijven houden.
Controles op vlak van productstandaarden en regulering
De grote vraag is in welke mate het Verenigd Koninkrijk nog toegang tot de Europese markt behoudt vanaf 2021, wanneer het van plan is om afwijkende regelgeving te gaan uitvaardigen. Hier pleiten sommigen voor de zogenaamde “Noorse” optie, waarbij het VK net zoals Noorwegen alle EU-regels zou overnemen in ruil voor markttoegang. Toen NAVO-baas Jens Stoltenberg Noors Premier was, noemde hij zijn land echter een “fax-democratie”, omwille het feit dat dit een democratisch deficit betreft waarbij het land geen stemrecht heeft over EU-regelgeving.
Theresa May schuift echter een compromis-oplossing naar voren. Ze stelt concreet
Wie gelooft dat het Noorse model een duurzaam model kan zijn voor de Britten, droomt
De Britse regering streeft iets gelijkaardigs na als het Zwitserse model. Zwitserland verkreeg in de onderhandelingen min of meer onbeperkte toegang tot de Europese interne markt voor goederen, op voorwaarde van het vrijwillig overnemen van de Europese regels op dat vlak, terwijl Zwitserse de dienstensector geen toegang kreeg. De vier vrijheden werden opgesplitst, uit pragmatische redenen. Net zoals Zwitserland toen wil Groot-Brittannië als niet-EU-lidstaat geen lid van de interne markt zijn noch in een douane-unie met de EU verblijven, maar tegelijk ook handelsbelemmeringen vermijden.
Wat bedoelt men met “vrijwillig” en in welke zin verschilt het van wat Noorwegen moet doen? In tegenstelling tot Noorwegen, kan Zwitserland wel degelijk weigeren om Europese wetgeving om te zetten. Als gevolg van zo’n weigering kan de EU dan de markttoegang beperken. De Britse regering vermeldt
Wat met de dienstensector?
Op vlak van dienstverlening, die 80% van de Britse economie uitmaakt, wil de Britse regering dat het Verenigd Koninkrijk vanaf 2021 weer kan afwijken van EU-regelgeving, waardoor het land dus de toegang zou verliezen tot de Europese dienstenmarkt. De Britten willen dit verhelpen door de EU er op wijzen dat het beperken van de toegang van vooral financiële dienstenverleners ook geen goede zaak zou zijn voor de Europese economie en de coördinatie van regelgeving.
De Britse Centrale Bank en het Ministerie van Financiën verschillen
Slechts een derde [1]
Dat zijn overwegingen die ook door de Britse financiële industrie worden gedeeld, waarbij deze het uitermate belangrijk noemt om “invloed” te behouden op financiële regelgeving, zeker gezien de vele specifieke activiteiten van de financiële industrie in Londen, het grootste financiële centrum ter wereld. Het is ondenkbaar om zomaar alle regelgeving door de Europese Unie te laten gebeuren en als er dan beperkingen op markttoegang komen, moet dat maar verholpen worden door systemen van wederzijdse erkenning of door een EU-verklaring dat het Britse toezicht “equivalent” is.
Dat zijn moeizame mechanismes, maar het is niet zo onwaarschijnlijk dat zoiets wordt overeengekomen. Op dit moment verklaart de Europese Unie Amerikaanse regels en toezicht op vlak van financiële “clearing” of verwerking van allerlei financiële transacties reeds equivalent. Als de EU na Brexit niet langer zou toelaten dat Britse of Amerikaanse clearinghuizen, ook wel centrale tegenpartijen genoemd, hun activiteit vanuit een locatie buiten de EU uitvoeren, kan de financiële stabiliteit wel eens in het gedrang komen. Simulaties
Allemaal niet zo makkelijk te voorspellen, uiteraard, maar wat vaststaat, is dat het beperken van de toegang tot het grootste financiële centrum ter wereld dat net aan de voordeur van de EU ligt ook voor de “reële economie”, waar men zich vaak niet bewust is van het indirect belang van Londen, niet zonder gevolgen zal blijven. Zeker Nederland is met zijn grote pensioenfondsen dan extra kwetsbaar. Toch is het op Europees vlak op dit moment voornamelijk de Luxemburgse regering die dit punt maakt. Het land heeft heel wat vermogensbeheerders en het besef dat Europa zich met financieel protectionisme wel eens zwaar in de voet kan schieten is er aanwezig.
Hoe haalbaar is de door de Britse regering voorgestelde oplossing?
De door de Britse regering voorgestelde oplossing, die ook door Open Europe is gesuggereerd, is eigenlijk vrij pragmatisch, aangezien grote bedrijven wellicht vrijwillig reeds de Europese goederenstandaarden zouden overnemen en de goederensector maar een klein deel van de Britse economie uitmaakt. 80% bestaat uit diensten. Het Verenigd Koninkrijk offert dus een beetje soevereiniteit op maar kan in ruil wel heel wat economische schade vermijden, terwijl het de controle over regels voor dienstverlening behoudt. En net daar zitten
De Europese Unie heeft tot dusver zo’n oplossing echter geweigerd, aangezien het naar eigen zeggen enkel wil aanvaarden dat het VK alle EU-regels, dus niet enkel deze die betrekking hebben op goederenverkeer, overneemt. De EU schermt met argumenten dat flexibiliteit op dit vlak de “interne markt zou ondermijnen”. Ook zou zo aan Britse bedrijven in de praktijk toegang tot de Europese dienstenmarkt worden verleend zonder de Europese dienstenregelgeving na te leven, omdat aan vele goederenimporten vaak een dienstverleningscontract vasthangt.
Bovendien wil de EU de discussie over Noord-Ierland en de toekomstige relatie scheiden. Ze stelt
Zoiets werkt echter als een rode lap op een stier bij de Noord-Ierse Protestanten en brengt dus de Noord-Ierse vrede net in gevaar, vinden ook de meer gematigde krachten in Londen. In elk geval is Brits Premier Theresa May afhankelijk van de stemmen van de Noord-Ierse Protestantse partij DUP in het Lagerhuis.
Die “zone met gemeenschappelijke regelgeving” voor goederen dan maar uitbreiden naar het volledige Verenigd Koninkrijk kan
Die stugge houding is niet enkel risicovol voor de vele Europese bedrijven die voortdurend goederen verschepen tussen het VK en het vasteland. Het is ook bizar, aangezien de EU zo’n oplossing in het verleden reeds toestond aan Zwitserland. Dat was nadat de Zwitsers in 1992 zich bij referendum uitspraken tegen het statuut dat Noorwegen op dit moment heeft: als niet-EU lid toegang genieten tot de Europese interne markt, maar enkel op voorwaarde van het overnemen van alle regelgeving. Wie kan zich zoiets inbeelden voor Groot-Brittannië, dat een economie heeft ter grootte van die van de 19 kleinste Europese lidstaten? Het zou een enorme politieke onzekerheid inbouwen in de handelsrelatie.
Britten hebben geen problemen met migratie, zolang er maar controle op is
De EU ging er toen mee akkoord om de Zwitsers dan maar enkel toegang te geven tot de interne markt voor goederen en de “vier vrijheden” dus op te splitsen. Wel was de grote voorwaarde van de EU destijds dat Zwitserland akkoord zou gaan met vrij verkeer van personen. Dat laatste ligt in het VK eveneens gevoelig, maar een compromis waarbij er een soort van hoge quota’s komen die het meeste vrij personenverkeer tussen de EU en Groot-Brittannië ongemoeid laten, moet wel te regelen vallen. Zeker vragende partij hiervoor is de Britse industrie, die zeer afhankelijk is van werkkrachten uit Zuid- en Oost-Europa, maar ook de bevolking is veel pragmatischer over migratie dan soms wordt beweerd. Een peiling uitgevoerd door Open Europe
Besluit
Een Brexit zonder akkoord kan volgens een studie van de Leuvense universiteit leiden tot 1,2 miljoen baanverliezen op het Europese Continent.
0 Reacties
Reactie toevoegen