Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

De onmogelijke Brexit

10 Apr 2018 - 16:27

‘Onafhankelijkheidsdag’, riepen de harde brexiteers onmiddellijk na het referendum waarin 52 procent van de Britten voor de Brexit had gekozen. Die onafhankelijkheid in de praktijk brengen, lieten ze aan anderen over. Terwijl opper-brexiteer Nigel Farage zich in de Verenigde Staten bij het kamp van Donald Trump vervoegde, mocht Theresa May een regering op de been brengen. May had zelf, weliswaar lauw, campagne gevoerd om in de Unie te blijven. Het referendum ligt intussen bijna twee jaar achter ons, en veel Brexit hebben we nog niet gezien.

Het is al meer dan een jaar geleden dat de Britten hun brief aan Europees president Donald Tusk overhandigden: op 29 maart 2017 lieten ze officieel weten dat ze de Unie zouden verlaten. Daarmee ging een onderhandelingsproces van start dat, zo zegt artikel 50 van het Verdrag, in principe twee jaar duurt.

Het eerste onderhandelingsjaar heeft bitter weinig opgeleverd. De afgelopen weken kwamen er positieve geluiden, maar daar past de nodige nuance bij. De akkoorden die gesloten zijn tussen Britse en Europese onderhandelaars hebben slechts betrekking op de overgangsperiode. Dat er een overgangsperiode moet komen, is ongeveer het enige waar men het binnen de Britse regering over eens is.

Duizenden vragen die voorlopig onbeantwoord blijven
Veel alternatieven zijn er niet. Er moet zó veel geregeld worden dat het gewoonweg onmogelijk is om dat binnen het bestek van enkele maanden te doen. Mogen Britse financiële spelers nog actief zijn op het continent? Kunnen Europese studenten nog op erasmus in Londen? Mogen wij nog vissen in Britse wateren? Kunnen de Britten nog auto’s uitvoeren naar Frankrijk of Nederland, en onder welke voorwaarden? Moeten Britse boeren nog de regels inzake dierenwelzijn volgen, of mogen ze hun koeien vol hormonen spuiten? Duizenden vragen die zich nu plotseling aandienen en niemand maakt zich nog de illusie dat ze tegen maart 2019 beantwoord kunnen worden.

Over de grote lijnen van de overgangsperiode is er recent een akkoord gesloten. Het komt erop neer dat er in die fase eigenlijk niets verandert. De Britten behouden ook na hun vertrek nog toegang tot de Europese markt, maar ze zullen wel hun ledenbijdrage blijven betalen en alle Europese regels volgen. Ze moeten aanvaarden dat Europeanen nog steeds in hun land kunnen komen werken, en onze vissers blijven toegang houden tot hun wateren.

Een hele lange overgangsperiode
De overgangsperiode – zo is nu afgesproken – zal duren tot eind 2020. Tegen die tijd, zo maken de onderhandelaars elkaar wijs, zouden alle scheidingskwesties zijn opgelost. Het is zeer de vraag of dat zal lukken. Als we een voorzichtige prognose mogen doen: het zou wel eens kunnen dat de overgangsperiode héél lang blijft duren.

Het enige Brexit-akkoord dat intussen gesloten is, zegt dus dat er voorlopig geen Brexit komt. Het is te zeggen: de Britten verdwijnen in maart 2019 wel uit de instellingen en vanaf dat moment beslissen ze niet meer mee over de regels. Maar ze zullen de regels wel moeten blijven volgen.

De waarheid is dat de Brexit nooit op een fatsoenlijke manier kan worden georganiseerd

De Britten doen ruim veertig jaar mee met de Europese integratie. In die tijd zijn er veel zaken gemeenschappelijk geregeld, wellicht meer dan politici en kiezers beseften toen ze in het referendum vóór de Brexit stemden. Als er nieuwe chemicaliën, kleurstoffen of medicijnen op de markt komen, moeten die bijvoorbeeld getest worden. In de Unie hebben we besloten om dat gezamenlijk te doen. Zo delen we de kosten en kunnen we er de beste experts voor inzetten. Zo werden een Europees chemicaliënagentschap, een voedselagentschap en een medicijnenagentschap opgericht.

De Britten kunnen zich eigenlijk geen Brexit veroorloven
Als de Britten zich consequent terugtrekken uit de Unie, dan moeten ze al deze testen plots zelf uitvoeren. Maar ze staan op dat vlak nog nergens: ze hebben er het budget, de ervaring en de expertise niet voor. Dus laten ze verstaan dat ze ook in de toekomst gebruik willen blijven maken van al die Europese agentschappen en regelingen.

Daarnaast willen ze intensief blijven samenwerken met de rest van de Unie als het om terreurbestrijding, veiligheidsbeleid of wetenschappelijk onderzoek en innovatie gaat. Op steeds meer vlakken geven de Britten aan dat ze eigenlijk geen Brexit willen.

De harde brexiteers hadden beloofd dat het land zich in de toekomst niets meer moest aantrekken van Europese regels, niet meer zou moeten bijdragen tot de begroting, eigen handelsakkoorden zou sluiten en allerlei andere zaken voortaan onafhankelijk zou regelen. Stuk voor stuk blijken deze beloftes onuitvoerbaar, zonder dat er een zware prijs aan vasthangt, chaos dreigt of krankzinnige economische risico’s worden genomen.

De waarheid is dat de Brexit nooit op een fatsoenlijke manier kan worden georganiseerd. Dat idee van ‘baas over eigen land’ lijkt in de praktijk veel lastiger uitvoerbaar dan het destijds in slogans en kreten werd samengevat.

Auteurs

Hendrik Vos
Hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent