Afrika na de kolonisatie: succesverhaal of mislukking?
Serie Conflict en Fragiele Staten

Afrika na de kolonisatie: succesverhaal of mislukking?

22 Apr 2020 - 13:41
Photo: Pixabay
Terug naar archief
Author(s):

Het jaar 1960, waarin 17 van de 54 Afrikaanse staten onafhankelijk werden, staat bekend als ‘het Jaar van Afrika’. In de serie “Afrika: 60 jaar onafhankelijkheid” staat de Clingendael Spectator stil bij de vraag hoe het deze landen – en daarmee het Afrikaanse continent – in de afgelopen zestig jaar is vergaan. In deze openingsbijdrage reflecteert gastredacteur Kiza Magendane op het politiek-economische traject dat Afrikaanse landen in de postkoloniale periode hebben afgelegd.

Waar in het voorgaande jaar 30 procent van de Afrikanen in onafhankelijke gebieden leefde, werd dit in 1960 in één klap 68 procent.1 Deze brede onafhankelijkheidsgolf werd veroorzaakt door interne antikoloniale bewegingen en geïnspireerd door internationale ontwikkelingen.2

Abrupt kwam er een einde aan de 75-jarige kolonisatie van het Afrikaanse continent door de vijf Europese mogendheden: Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal en België.3 Voor Sub-Sahara Afrika betekende dit dat 78 procent van de staten (36 van de 46) aan het einde van de jaren 1960 politiek onafhankelijk werd.4

Animatie van dekolonisatie in Afrika sinds 1950
Animatie van dekolonisatie in Afrika sinds 1950. Bron: Wikipedia

Hoe staat het er anno 2020 voor? Hebben postkoloniale Afrikaanse leiders het leven van hun burgers aanzienlijk verbeterd en Afrika een sterke positie gegeven in de internationale politieke economie? Een korte terugblik op het Afrikaanse postkoloniale traject, bekeken vanuit politiek en economisch oogpunt, helpt ons deze vragen te beantwoorden.

Een continent met herwonnen zelfvertrouwen
Het beschouwen van de politieke, economische en culturele ontwikkelingen van een continent met vijfenvijftig landen en duizenden etnische groepen is een uitdagende onderneming, maar niet onmogelijk. In de eerste plaats omdat Afrikaanse landen, ondanks hun onderlinge verschillen, een gedeelde (koloniale) geschiedenis en ervaring (met bijvoorbeeld zwak bestuur, onderontwikkeling en corruptie) hebben.
5

Het multipolaire karakter van de wereldorde vergroot de bewegingsruimte van Afrikaanse leiders

Een analyse van het Afrikaanse postkoloniale traject laat zien dat (historische) padafhankelijkheid een rol speelt in de manier waarop politieke en economische kaders in de meeste Afrikaanse landen zijn vormgegeven.6 Tegelijkertijd is de wereldorde anno 2020 enorm veranderd ten opzichte van de jaren zestig van de vorige eeuw. Zo is China een centrale speler geworden in de internationale politieke economie, en spreekt men van een ‘multipolaire’ wereldorde. Afrikaanse landen hebben naast hun voormalige kolonisators ook andere partners.

Dit multipolaire karakter van de wereldorde vergroot de bewegingsruimte van Afrikaanse leiders. Het lijkt bij te dragen aan het zelfvertrouwen van Afrikaanse landen in de internationale politieke economie. Dat zelfvertrouwen heeft bijvoorbeeld vertaalslag gekregen in Agenda 2063, de blauwdruk en het masterplan van de Afrikaanse Unie (AU) om het Afrikaanse continent in een mondiale grootmacht van de toekomst te transformeren.7

Magendane-foto-Een zogeheten Stakeholders' Consultation in 2015 in het kader van het thema Year of Women Empowerment and Development Towards Africa Agenda 2063 in Ethiopië
Een zogeheten Stakeholders' Consultation in Ethiopië in 2015 in het kader van het thema Year of Women Empowerment and Development Towards Africa Agenda 2063. © African Union Commission

Onderdeel van deze Agenda 2063 is de overeenkomst over de African Continental Free Trade Area (AfCFTA), welke door 44 van de 55 AU-leden ondertekend werd in 2018. Het verdrag – inmiddels geïmplementeerd in 28 landen – verplicht de ondertekenaars om 90 procent van de onderlinge invoertarieven te schrappen.

De AfCFTA is het grootste vrijhandelsverdrag ter wereld sinds de oprichting van Wereldhandelsorganisatie in 19948, en zou de intra-continentale handel volgens de Verenigde Naties met 52 procent doen toenemen.9 Dat is een trendbreuk met het koloniale tijdperk, waarin de infrastructuur er op gericht was om goederen te exporteren naar het Europese centrum, en onderlinge handel tussen Afrikanen werd bemoeilijkt.10

Een gebrek aan menselijk kapitaal
Eén van de belangrijkste uitdagingen waar Afrikaanse landen direct na hun onafhankelijkheid mee te kampen hadden, was het gebrek aan menselijk kapitaal.

De meeste nieuwe naties hadden geen capabele autochtone bewoners om hun land te besturen

Het doel van kolonialisme was het maximaal vergroten van de winsten van de kolonisator door middel van fysieke en economische exploitatie van Afrikanen en hun natuurlijke bronnen. Deze uitbuiting kon mede in stand worden gehouden door het benedenmaatse onderwijs voor Afrikanen. Dit moest voorkomen dat zij de inzichten en instrumenten ontwikkelden om zich effectief te verzetten tegen het opgelegde koloniale bewind.

Toen onafhankelijkheidsbewegingen zich na de Tweede Wereldoorlog echter in een rap tempo  op het Afrikaanse continent verspreidden, en de meeste Afrikaanse landen in één klap onafhankelijk werden, werd de bredere impact van het gebrek aan onderwijs pijnlijk duidelijk. De meeste nieuwe naties hadden geen capabele autochtone bewoners om hun land te besturen.

De Democratisch Republiek Congo – ooit privébezit van de Belgische Koning Leopold II en later een Belgische kolonie – vormt een extreem voorbeeld. Het land werd onafhankelijk in 1960 en had een bevolking van 15 miljoen mensen. Op dat moment maakten slechts drie Afrikaanse managers deel uit van het gehele ambtelijke apparaat, en geen van de dienstdoende legerofficieren was van Congolese afkomst. Slechts zestien Congolezen hadden een universitaire graad (vooral in Theologie11), en het land had geen Afrikaanse rechters, ingenieurs en juristen.

Magendane-Congolese vrouw steekt een rivier over in 2014. Pixabay
Congolese vrouw in 2014. © Pixabay

Met zo’n schrijnend gebrek aan capabel personeel kun je op papier politiek onafhankelijk worden, maar in praktijk was Congo – net als de meeste Afrikaanse landen – niet toegerust voor zelfbestuur en zelfstandigheid.

Het postkoloniale politiek-economische traject
Het postkoloniale traject op het Afrikaanse continent werd om deze reden gekarakteriseerd door een dubbelzinnige karakter. De nieuwe Afrikaanse leiders (vaak afkomstig uit de stedelijke middenklasse) namen vaak een contradictoire houding aan in het dekolonisatieproces. Aan de ene kant verwierp deze nieuwe elite het kolonialisme met volle kracht; aan de andere kant omarmde zij koloniale instituties en praktijken ten behoeven van hun machtsconsolidatie.

Vaak vertaalde dit zich in een eenpartijstelsel en werd iedere vorm van oppositie de kop ingedrukt. Het belangrijkste argument van deze politieke elite was dat een democratisch regime, met de daarbij horende competitie, niet compatibel was met de Afrikaanse consensus-traditie. Maar in feite zette ze de traditionele filosofie gebaseerd op consensus, samen met antikoloniale sentimenten, instrumenteel in omwille van machtsconsolidatie. De nieuwe Afrikaanse politieke elite nam de facto de positie van kolonisator over.12

Afrikaanse leiders die in opstand kwamen en de soevereiniteit van hun land vooropstelden, werden afgestraft

Dit wil overigens niet zeggen dat er in het dekolonisatieproces geen Afrikaanse leiders waren die het algemene belang wilden dienen. Deze leiders werden echter door zowel interne als externe druk tegengewerkt. Intern waren er afscheidingsbewegingen, voor wie het gebrek aan nationaal bewustzijn in de zwakke en net onafhankelijke staten een vruchtbare voedingsbodem was.13

Extern speelde de dynamiek van de Koude Oorlog een cruciale rol. Terwijl Afrikaanse staten op papier van hun oude kolonisators onafhankelijk werden, moesten hun nieuwe leiders de facto kiezen tussen de twee dominante invloedssferen. Zo werden de nieuwe onafhankelijke staten proeftuinen en satellieten van óf de Sovjet-Unie óf de Verenigde Staten.

Afrikaanse leiders die in opstand kwamen en de soevereiniteit van hun land vooropstelden, werden afgestraft. Dit was bijvoorbeeld het lot van de leiders Kwameh Nkrumah in Ghana en Patrice Lumumba in Congo. Lumumba, de eerste gekozen premier van het land, werd door een internationale coalitie (België en de Verenigde Staten) om het leven gebracht.14 Nkrumah werd op zijn beurt in 1966 via een staatsgreep omvergeworpen.

Magendane-Congolese leraar met scholieren bij het standbeeld van Patrice Lumumba, de eerst gekozen premier van Congo.  MONUSCO-Abel Kavanagh
Congolese leraar met scholieren bij het standbeeld van Patrice Lumumba, de eerst gekozen premier van Congo. © MONUSCO / Abel Kavanagh

De destructieve invloed van de internationale geopolitiek in combinatie met zwakke staten die bestuurd werden door een kleine elite die de rol van de kolonisator overnam, verklaart de vele staatsgrepen en regime-veranderingen waar Afrikaanse landen na hun onafhankelijkheid mee te kampen kregen. In veel landen grepen megalomane dictators, vaak met een militaire achtergrond, de macht en bleven tientallen jaren op hun comfortabele pluche tronen.

Hoewel men sinds het einde van de Koude Oorlog spreekt van een democratische golf op het Afrikaanse continent, kan men met recht de vraag stellen hoe democratisch deze golf daadwerkelijk is. Zijn bijvoorbeeld de verkiezingen – die inmiddels in vrijwel alle landen worden gehouden – echt democratisch te noemen als de zittende leiders alle financiële middelen naar zich toe trekken, de oppositie intimideren en de vrijheid van meningsuiting beperkt blijft? Worden verkiezingen niet slechts strategisch ingezet door de zittende leiders om hun macht te legitimeren en consolideren?15

Staatsgrepen in Afrika (1959 - 2018)
Tabel 1: Staatsgrepen in Afrika (1959 - 2018). Bron: Taylor (2018).

De twee ‘publieke sferen’ van postkoloniaal Afrika
De tegenstrijdige positie van Afrikaanse leiders tegenover de koloniale erfenis (waaronder administratie, taal en relaties) en het strategisch inzetten van verkiezingen illustreren wat de Ghanese politicoloog Peter Akeh ooit de twee ‘publieke sferen’ in postkoloniaal Afrika noemde.
16

In de eerste plaats zag hij een civiele publieke sfeer, gebaseerd op koloniale administratie en civiele structuren zoals het leger, de ambtenarij en de politie. Daartegenover staat een primordiale (oorspronkelijke) publieke sfeer. Deze staat dicht bij de Afrikaanse tradities en codes, en opereert in het privédomein.

De echte beslissingen in de meeste Afrikaanse landen worden achter de schermen genomen

Het postkoloniale politiek-economische traject van de afgelopen zestig jaar laat zien dat in Afrikaanse landen, anders dan in de Westerse wereld, de twee publieke sferen naast elkaar zijn blijven bestaan. Voor de Afrikaanse politiek betekent dit dat deze nog altijd gedefinieerd wordt door zowel de koloniale, ‘civiele’ erfenis als door de invloed van tradities en conventies die centraal stonden vóór het Europese kolonialisme.

Dit leidt tot een praktijk die Taylor neopatrimonialisme noemt, waarbij de (formele) publieke functie slechts als façade dient, en de belangrijkste beslissingen via informele netwerken (cliëntelisme en patronaat) worden genomen.

Emanuel Terray typeerde deze informele processen van besluitvorming metaforisch als ‘politiek van veranda’.17 Dit stelde hij tegenover de ‘politiek van airconditioner’, waarmee hij doelt op de formele politieke processen (verkiezingen, debatten, conferenties, ambtelijke apparaat): deze zijn er voor de bühne. Met andere woorden, de echte beslissingen in de meeste Afrikaanse landen worden achter de schermen genomen, in informele en privékringen – bijvoorbeeld op de veranda.

Deze neopatrimoniale praktijken hebben in de afgelopen zestig jaar tot een situatie geleid waarin een kleine groep van de Afrikaanse elite, net als de kolonisator, schatrijk werd terwijl zij het continent en haar grondstoffen in de uitverkoop deed.

Magendane-De haven van de Angolese stad Luanda in 2012. Flickr - Jens Aarstein Holm
De haven van de Angolese stad Luanda in 2012. © Flickr /Jens Aarstein Holm

Recent werd dat pijnlijk geïllustreerd door de Luanda Leaks.18 Deze reeks journalistieke publicaties onthulde hoe de voormalige Angolese presidentsdochter Isabel dos Santos zichzelf met miljarden verrijkte via schimmige financiële constructies, terwijl de meerderheid van de Angolese bevolking onder de armoedegrens leefde.

Voor Ian Taylor zijn de negatieve aspecten van de Afrikaanse politiek van de afgelopen zestig jaar, waaronder corruptie, slecht bestuur en onderontwikkeling, slechts een symptoom van dieperliggende problemen. Deze problemen hebben, zoals hierboven geïllustreerd, zowel hedendaagse als historische verklaringen en worden daarbij ook sterk beïnvloed – wellicht soms zelfs verergerd – door interne ontwikkelingen en internationale trends.

Magendane-tabel2-Indicatoren menselijke ontwikkeling
Tabel 2: Indicatoren menselijke ontwikkeling. Bron: Dietz & Vink, 2020.

De derde protestgolf
Het afgelopen decennium werd gekarakteriseerd door verschillende (jonge) protestbewegingen die het neopatrimoniale karakter van de Afrikaanse politiek uitdaagden. Deze bewegingen worden door sommige analisten als de derde protestgolf gezien – met de dekolonisatie als eerste en de democratisering in de jaren 1980 als tweede golf.

De groeiende rol van een mondige middenklasse op het Afrikaanse continent, de opkomst van digitale technologie, en de jonge gemiddelde leeftijd van de Afrikaanse bevolking worden als belangrijkste redenen aangewezen voor het ontstaan van deze nieuwe protestgolf.19

De protestbewegingen demonstreren niet tegen de Europese kolonisator, maar tegen hun veelal oude Afrikaanse leiders. Ze gebruiken geen grote woorden als ‘dekolonisatie’ en ‘anti-imperialisme’, maar vragen om concrete beleidsinterventies om hun levensstandaarden te verbeteren en corruptie te bestrijden.

Het is de vraag of deze nieuwe protestbewegingen, anders dan antikoloniale groeperingen, erin zullen slagen om bij te dragen aan de structurele menselijke ontwikkelingen op het Afrikaanse continent.

Magendane-Grafiek 1- Protesten in Afrika
Grafiek 1: Protesten in Afrika. Bron: ACLED DATA (2019).

De toekomst van Afrika
De Clingendael Spectator zal de komende weken aan de hand van een historische terugblik reflecteren op de toekomst van het Afrikaanse continent. Gerenommeerde Nederlandse academici en Afrikanisten zullen vanuit hun expertise dieper ingaan op de thema’s die hierboven kort zijn geïntroduceerd.

Zullen zij een afro-pessimistisch positie aannemen, waarin ze laten zien dat het Afrikaanse continent zich nog steeds in een afhankelijkheidspositie bevindt ten opzichte van ‘de grote machten’? Of zullen zij eerder een afro-optimistische positie innemen, die laat zien dat Afrikanen in de afgelopen zestig jaar gemiddeld ouder worden, gezonder leven, beter zijn geschoold en economische groei kennen?

Wat de positie ook is, het Afrikaanse continent blijft verbonden met de wereldeconomie en internationale ontwikkelingen. Ook de recente coronacrisis laat dat duidelijk zien, waar lockdowns and sociaal isolement het informele karakter van haar economie enorm hard treffen.20

Het is de vraag of het continent erin zal slagen om een mondiale grootmacht te worden – zoals Agenda 2063 beoogt – of eerder een ‘kinderspeler’ zal zijn in een multipolaire wereld waarin China, de EU, de VS en anderen de spelregels bepalen. Het verleden geeft ons genoeg reden om sceptisch te blijven. Maar de toekomst heeft altijd onvoorziene verrassingen.

Auteurs

Kiza Magendane
Politicoloog en knowledge broker