Boeken & Films Grondstoffen en Economie

Bierbrouwen in Afrika niet zonder schade (boekbespreking)

01 Mar 2016 - 13:47
Terug naar archief

Olivier van Beemen, oud-correspondent in Frankrijk voor onder meer Het Financieele Dagblad, reisde door Afrika om het functioneren van Heineken-brouwerijen te onderzoeken. Hij voerde een kleine driehonderd gesprekken in Algerije, Tunesië, Egypte, Sierra Leone, Nigeria, de Democratische Republiek Congo, Burundi, Rwanda, Ethiopië en Zuid Afrika, en deed aanvullend onderzoek in de archieven en de literatuur. In zijn boek Heineken in Afrika vertelt hij wat oud-medewerkers, klanten, leveranciers en ambtenaren van de Heineken-brouwerijen aldaar hem toevertrouwen. Het bestuur van de brouwerij in Nederland besloot niet met hem samen te werken.

Het boek bevat inzichten en bevindingen over de bezochte landen, over het zaken doen aldaar, over het investeringsklimaat, over de ontwikkelingsfasen, alsmede over de crises die er aan de orde zijn. De auteur zoomt telkens in op het specifieke reilen en zeilen van de plaatselijke Heineken-vestiging. Zo ontstaat een specifiek verhaal over lokale marktstrategieën, vrede en veiligheid, over economische politiek, over de relaties met de overheid, met de andere brouwers en met de consumenten.

Die verhalen leiden samen tot een fascinerend beeld over de kansen en bedreigingen in Afrika voor deze internationale groot-investeerder. Dat beeld gaat nu en dan de kant op van uitbating met mensen en middelen door een multinational, maar soms ook de kant van uitbuiting door diezelfde onderneming.

De uitbating
Zoals elke investeerder in Afrika, heeft Heineken telkens weer te maken met grote moeilijkheden en gevaren voor de mensen en middelen die daar voor en door het bedrijf zijn ingezet. Slimme, behoedzame, op resultaat gerichte managers slagen er telkens weer in om bedrijfsbelangen veilig te stellen, om brouwerijen te laten draaien in uiterst moeilijke omstandigheden, om de bierverkoop te stimuleren en om aan de eisen van de overheden te voldoen.

Sterker nog, Heineken maakt winst, relatief veel winst in Afrika in vergelijking tot andere continenten/markten. Een Afrikaanse investering heeft er een terugverdientijd van een paar jaar – veel korter dan elders in de wereld. Om dat te verwezenlijken, is een combinatie van veel strategisch denkwerk met handig en koelbloedig opportunisme nodig. En een dosis geluk ook. Als ondertussen een vijandige rebellie uitbreekt, gaat veel verloren. Alhoewel, ook daar is wellicht een mouw aan te passen.

Wie zich niet aanpast aan Afrika, houdt het er niet vol, verliest het geïnvesteerde geld en het marktaandeel. Dus doet Heineken alles wat nodig is om te overleven. En kijk, dit specifieke bestuurlijke gedrag levert dus grote winst op. Dat is de leuke keerzijde van de medaille van voortdurende risico’s, van al die aanpassingen en wendbaarheid te midden van zoveel hindernissen.

Heineken neemt niet alleen, Heineken geeft ook. Het bedrijf beseft dat compensatie-investeringen nodig zijn wanneer een verantwoordelijke investeerder grote winsten binnen haalt. Maatschappelijk verantwoord ondernemen? Heineken weet ook die viool te bespelen. Maar de motivatie komt niet zozeer vanuit Afrika, maar veelal uit de consument hier.

Compensatie-investeringen doet Heineken via aankopen in de plaatselijke landbouwsector. Met als gevolg dat het bedrijf door Nederlandse politici geroemd wordt om zijn sociaal ondernemerschap. Heineken organiseert grote aankopen bij plaatselijke boeren van brouwerijgrondstoffen. Zelfs een deskundige als Dirk-Jan Koch roemt Heineken in zijn boek De Congo Codes om het grootschalig ondersteunen van de landbouw via aankopen van ter plaatse geplante en geoogste rijst, sorghum en zo meer. En ook op gezondheidsgebied laat deze grootverdiener van alcoholproducten zich niet onbetuigd. Via een aparte stichting doet Heineken ook het een en ander in de gezondheidssector.

Heineken heeft zich diep ingegraven in diverse delen van Afrika. Grote, winstgevende, toekomstgerichte investeringen in Afrika, wie kan daar moeite mee hebben? Maar er zijn ook nare kanten aan de Heineken-avonturen in Afrika.

 

'Grote winst gaat gepaard met veel schade'. Bron: Flickr / Sander van der Wel

 

De uitbuiting
Er is namelijk ook een andere kijk op hetzelfde beleid van de grote Nederlandse onderneming. Deze sterke onderneming heeft veel macht. Macht om in de verziekte, zwakke, kwetsbare omgeving in Afrika zó te handelen dat er kansen voor nog meer winst ontstaan. Macht om geheime akkoorden te sluiten met overheden en met hen concessies te onderhandelen die, zo niet onethisch, dan toch betwistbaar zijn. Macht om met concurrenten afspraken te maken die de mededinging vervalsen.

Macht ook om aankopen te regelen buiten de markt. Macht om woekerwinst veilig te stellen en weg te parkeren, weg van lastige fiscale en andere autoriteiten. Macht om zaken te regelen die het daglicht niet mogen zien, omdat ze op een of andere wijze misschien net wel juridisch afgedekt, maar als onethisch kunnen worden aangemerkt.

Zaken die strijdig zijn met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, met de UN Global Compact-principes die bedrijven aansporen tot verantwoord ondernemerschap, en zelfs strijdig met de eigen gedragscode van Heineken.

 

In Rwanda (1994) vloeide het bloed, maar ook het bier

 

Een hele reeks vragen komt in Van Beemens boek aan de orde. Zoals het concurrentiebeleid. Mededinging wordt niet op prijs gesteld, vermeden, ontmoedigd. Monopolie- of duopolie-marktsituaties worden zoveel mogelijk nagestreefd. Lokale artisanale kleine brouwers worden weggeconcurreerd. Afspraken met andere grote brouwers zijn er ongetwijfeld; die worden meestal in het geheim gemaakt. Hoever gaan die? Dat er sprake is van collusie en ongeoorloofde afspraken die de consument benadelen, lijdt weinig twijfel.

Of de bredere vraag over winstmaximalisatie. Waar komen de uitzonderlijke winsten vandaan? Onder meer door transferprijzen te manipuleren; door aankopen verplicht via eigen dochteronderneming te laten gebeuren; door het wegsluizen van fondsen, zodat de slecht georganiseerde overheden niets merken of gewoon omgekocht worden. De fiscale en financiële trukendoos is eindeloos. Er worden onvoldoende investeringen gedaan ter bescherming van het milieu en ook van de veiligheid van de arbeiders in de Afrikaanse fabrieken; er vinden regelmatig dodelijke ongelukken plaats, wat niet het geval is in de fabrieken in het Westen.

Er is meer aan de orde dan alleen maar veel geld. Van Beemen stelt ook diepere vragen die veel verder gaan, bijvoorbeeld over mensenrechten en beslissingen bij genocide. De meest schrijnende passages in zijn boek gaan over de genocide in Rwanda. Het bier bleef vloeien, terwijl het bloed vloeide. Alcohol versterkte het wilde doodseskader. Heineken had de alcoholproductie stop kunnen zetten.

De balans
Het globale beeld dat aldus ontstaat, is dat grote winst gepaard gaat met veel schade. Heineken neemt in Afrika voortdurend grote risico’s en kan daardoor zijn beleid verdedigen bij aandeelhouders, de politiek en het publiek in Nederland. Maar Heineken draagt  nauwelijks bij aan lokaal goed bestuur en aan nieuw lokaal ondernemerschap. Daardoor kan dit beleid niet rekenen op respect bij goed opgeleide mensen in Afrika.

In de meeste landen is de overheid te zwak om publieke belangen bij Heineken veilig te stellen. Effectieve regelgevende en beleidsinterventies ter preventie van alcoholmisbruik ontbreken; onderzoek in Zuid-Afrika wijst uit dat alcohol gerelateerde schade op economisch, sociaal en gezondheidsgebied veel hoger is dan de opbrengsten. Alles samen genomen leidt dit moedige boek tot een balans die overhelt naar de negatieve kant.

 

Olivier van Beemen - Heineken in Afrika.

Amsterdam: Prometheus, 2015; 416 p.; € 24,95; ISBN: 978-90-351-4286-2

(ook verkrijgbaar als E-book: € 14,99, ISBN: 90-978-351-4287-9)

 

 

Karel van Hoestenberghe is verbonden aan de Kofi Annan Business School in Utrecht.

 

Auteurs

Karel van Hoestenberghe
Verbonden aan de Kofi Annan Business School in Utrecht