Canada en de VS: een asymmetrische en ambivalente relatie
Analyse Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Canada en de VS: een asymmetrische en ambivalente relatie

16 Jul 2018 - 13:59
Photo: Wikimedia Commons
Terug naar archief

Begin juni werd de internationale gemeenschap opgeschrikt door een persoonlijke aanval van Donald Trump op de Canadese premier Trudeau, die hij in een tweet typeerde als “meek, mild and dishonest” (9 juni 2018). Met deze uitspraak distantieerde de Amerikaanse president zich van de door Trudeau voorgelezen gezamenlijke verklaring van de G7 top in Charlevoix, die hij zelf voortijdig verliet. Sindsdien zijn de verhoudingen tussen de twee landen, die een belangrijke handelsrelatie hebben opgebouwd en militaire bondgenoten zijn, tot een dieptepunt gedaald. Dit artikel biedt een globaal overzicht van de historische ontwikkeling van de relatie tussen de twee Noord-Amerikaanse landen om een indruk te geven van hun economisch en politiek noodzakelijk partnerschap, dat tegelijkertijd als asymmetrisch en ambivalent kan worden bestempeld.

In 1867, wanneer de British North America Act in werking treedt, vormen Franstalig Canada – de provincie Québec – en Engelstalig Canada – dat waren toen de oostelijke provincies Ontario, Nova Scotia en New Brunswick – samen de Canadese Confederatie. De vier Britse koloniën verenigen zich in een onafhankelijke natie. Een van de onderliggende redenen hiervoor was om een steviger blok te kunnen vormen tegen de mogelijke gevolgen van het Anglo-Amerikaanse conflict, voortvloeiend uit de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). De eigen politieke entiteit van Canada binnen het Britse rijk werd gekenmerkt door een sterk intern beleid gericht op Canadees nationalisme.

Op internationaal vlak lag de nadruk in de Canadese politiek dan op transcontinentale economische relaties 1 en zo beginnen in de tweede helft van de 19e eeuw het Canadese zelfbewustzijn en identiteitsgevoel zich te ontwikkelen. Ten opzichte van de VS heerste op politiek vlak wantrouwen – onbewaakte grenzen zijn nog lang niet in zicht en volgens sommigen ligt annexatie van Canada door de VS nog op de loer . Dit wordt in een uitgave van de Canadian Illustrated News (1876) op karikaturale wijze uitgebeeld in een spotprent waarbij “Brother Jonathan”, een gierige, vermagerde versie van Uncle Sam, een onschuldige “Miss Canada” het hof maakt. Andersom leek er eerder sprake te zijn van onwetendheid; de gemiddelde Amerikaan had geen enkel besef van de opkomst van Canada als natie. 1 Ondanks verwoede pogingen van de Canadese Confederatie om een plaats te verwerven op het wereldtoneel, moest de Canadese premier Wilfrid Laurier aan het eind van de 19e eeuw concluderen: “the nineteenth century was the century of the United States”; hij voegt er echter wel aan toe: “so shall the twentieth century belong to Canada”(Toronto Globe, 2 juli 1892).

Coming Home from the Fair
Coming Home from the Fair. Bron: Canadian Illustrated News 1876

De rol van Canada in de wereld kreeg zeker aandacht tijdens de groots opzette viering van 150 Jaar Confederatie in 2017, wanneer het officiële discours richtte zich op de verworvenheden die in gang zijn gezet door de “Fathers of Confederation” – tolerantie, vrijheid, respect . Met deze waarden hangen samen dat Canada migratieland bij uitstek is, haar open blik naar de wereld en de steeds verder gevorderde internationalisering.

Het beeld van een inclusief Canada wordt in de media echter genuanceerd door discussies over de uitsluiting van de oorspronkelijke bevolkingsgroepen, de First Nations, Inuit en Métis. Zij ondervinden ook nu nog de gevolgen van de Indian Act, de wet die de Canadese regering in 1876 aannam om deze volken de Euro-Canadese normen van beschaving op te kunnen leggen. Deze wet regelde de overheidscontrole op reservaten en bood de mogelijkheid om door het hele land internaten (residential schools) op te richten waarin inheemse kinderen moesten worden geciviliseerd. Tijdens de viering was er overigens weinig aandacht voor de relatie met de VS, al merkte BBC correspondent Gavin Hewitt, die decennia geleden naar Canada emigreerde, in zijn artikel “Canada 150”op dat “Canadians often define themselves by what they are not: their neighbour to the south”.2 Dit beeld keert regelmatig terug wanneer over Canadese identiteit gesproken wordt; en inderdaad, wie kent niet de stereotype figuur van de Canadees die de wereld rondtrekt met een rugzak met daarop de maple leaf genaaid om duidelijk te maken: ik ben geen Amerikaan.

Toenadering en samenwerking
Ondanks grote culturele en ideologische verschillen, zowel in het verleden als in het heden, ontstond is er in het begin van de 20e eeuw een toenadering tussen beide landen die resulteerde in het afsluiten van het vrije handelsverdrag in 1989, FTA, later uitgebreid met VS buurland Mexico in de North America Free Trade Agreement (1994). Het begin van de bilaterale relatie kenmerkt zich door meer afstand van Canada ten opzichte van het voormalige moederland Groot Brittannië, en juist een toenadering tot de VS, die aan het begin van de 20e eeuw een grootmacht is geworden. Gezien hun wederzijdse belangen met betrekking tot gedeelde grenzen op land en in zee, maar ook op het gebied van visserij en natuurlijke grondstoffen 1, richtten beide landen zich dan op het vermijden van diplomatieke conflicten. In het licht van de huidige opgelopen spanningen op politiek en diplomatiek vlak, waar later in dit artikel op ingegaan zal worden, is het interessant om terug te kijken naar de insteek van de politieke leiders van zo’n honderd jaar geleden. De Amerikaanse presidenten Theodore Roosevelt (1901-1909) en Woodrow Wilson (1913-1921) en industriëlen als John D. Rockefeller deelden het streven naar stabiliteit met hun Canadese collega’s, zoals minister van werkgelegenheid William Lyon Mackenzie King, die later premier zou worden, en legden de basis voor een volwassen relatie tussen beide landen.

Het begin van de bilaterale relatie kenmerkt zich door meer afstand van Canada ten opzichte van het voormalige moederland Groot Brittannië, en juist een toenadering tot de VS, die aan het begin van de 20e eeuw een grootmacht is geworden

Terwijl toenadering en samenwerking de overhand namen, bleven anti-Amerikaanse gevoelens in de Canadese samenleving bestaan, met name waar het gaat om reciprociteit, het verwijderen of reduceren van belastingen op grondstoffen en producten 3 en vrije handel. Dit hangt nauw samen met het idee dat dergelijke afspraken tot economische afhankelijkheid van de VS zou leiden en wordt begroet met scepsis wat betreft de opbrengst en het voordeel voor Canada.

Deze gevoelens, die de asymmetrische verhoudingen tussen beide landen illustreren, speelden opnieuw een rol in de manier waarop in de jaren 1980 en 1990 werd gereageerd op de onderhandelingen tussen Ronald Reagan (1981-1989) en Brian Mulroney (1984-1993) over de Free Trade Agreement. Critici laten zien dat deze handelsovereenkomst in ieder geval niet los gekoppeld kan worden van politieke dimensies en de bredere relatie tussen de landen. Journaliste Marci McDonald bijvoorbeeld verwijt Mulroney dat hij met het ondertekenen van dit verdrag Canada’s culturele waarden en maatschappelijke programma’s verkwanselde.4 Wetenschappers Doern en Tomlin concluderen dat Canada het heeft afgelegd tegen de VS, simpelweg omdat ze er meer op gebrand waren een verdrag te ondertekenen dan de Amerikanen en zodoende meer concessies hebben gedaan.5 Dit wordt echter tegengesproken door Michael Hart, die direct betrokken was bij de onderhandelingen en in zijn boek Decision at Midnight (1994) schrijft dat de balans juist doorsloeg in het voordeel van Canada.6

Nieuwe bilaterale spanningen 
Deze voorbeelden geven aan dat het sluiten van handelsverdragen nooit onomstreden is. Dit blijkt ook uit het feit dat de opvolger van FTA, NAFTA, op dit moment onder vuur ligt. Nu zijn het echter niet de Canadezen die protesteren, maar de Amerikaanse president zelf die de onderhandelingen heeft heropend nadat hij het akkoord tijdens zijn verkiezingscampagne “the worst trade deal”(2 juli 2017) in de geschiedenis van de VS heeft genoemd.7 De voormalige Canadese minister van buitenlandse handel, Michael Wilson, merkt in een artikel van 2014 op dat weinigen de voordelen van het verdrag voor Canada zullen aanvechten; aan de hand van concrete getallen laat hij zien dat de drie handelspartners duidelijk profiteren van deze liberalisering van de handel. Ook geeft hij aan dat het Canada’s vertrouwen in hun eigen rol in de wereldeconomie heeft gesterkt en het zich minder gelegen laat liggen aan de Amerikaanse dominantie.

Desondanks zijn de Canadezen niet onverdeeld positief over NAFTA. Met name milieuorganisaties hebben al herhaaldelijk gewezen op het feit dat er geen afspraken zijn gemaakt over natuur, milieu en klimaat, wat desastreuze gevolgen kan hebben. De olievelden in Alberta worden regelmatig als voorbeeld genoemd, omdat de snelle groei van deze industrie de kwaliteit van het water in de Athabasca rivier kan aantasten, en er bovendien water uit het rivierbassin gebruikt wordt voor de productie van de olievelden. 8

De door Trump geïnitieerde heropening van de onderhandelingen over NAFTA biedt de mogelijkheid om afspraken over het milieu hoog op de agenda te zetten, ware het niet dat de discussies zich vooralsnog lijken toe te spitsen op het terugdringen van de handel en het aanpassen van belastingtarieven. Eind mei liet premier Justin Trudeau in een interview weten dat hij liever geen NAFTA heeft dan een slechte deal9 en ook Canada’s minister van Mondiale Zaken, Chrystia Freeland, bevestigde dat ze bij de onderhandelingen voortdurend het nationale belang van Canada voor ogen heeft.10

Anders aan het huidige debat is de ondiplomatieke toon van de Amerikaanse president die het conflict niet schuwt

Onenigheid over belastingtarieven, soms oplopend tot handelsgeschillen, zoals het reeds decennia durende conflict over subsidiëring van de zachthout industrie door Canada en het treffen van compenserende maatregelen door de VS, is niets nieuws in de relatie. De ook al langer bestaande discussie over de grenzen, waarbij de VS na september 2001 aandrong op het verhogen van grensbewaking, spitst zich nu toe op het immigratiebeleid waar Trump en Trudeau heel verschillende ideeën over hebben. Anders aan het huidige debat is de ondiplomatieke toon van de Amerikaanse president die het conflict niet schuwt. Canada’s premier had in de eerste periode van zijn leiderschap te maken met de gelijkgestemde Barack Obama, maar de verkiezing van Donald Trump leidde ook in Canada tot de vraag hoe de verhoudingen zich zouden gaan ontwikkelen. Justin Trudeau leek een streepje voor te hebben op andere leiders, onder andere omdat Trump onder de indruk was geweest van zijn vader, Pierre Trudeau, die hij in de jaren 1980 ontmoette, zo vermeldt Rosemary Barton.11 Barton laat de term “Trump whisperer” vallen in verband met het feit dat andere wereldleiders Trudeau om advies zouden hebben gevraagd over hoe ze president Trump het best kunnen benaderen.

Zowel Trump als Trudeau vragen en krijgen sinds hun respectievelijke verkiezingen in 2015 en 2016 veel media-aandacht, en worden op dit punt soms met elkaar vergeleken. Zo stelt Jessica Murphy dat de op het eerste gezicht zo verschillende leiders allebei dankbaar gebruik maken van sociale media om hun politieke boodschap over te brengen, en dat ze allebei voorafgaand aan hun verkiezingen als politieke lichtgewichten werden beschouwd.12 Een andere overeenkomst wordt gevonden in de manier waarop ze terugkijken naar het verleden om zo een gevoel van nostalgie op te wekken bij hun kiezers. Murphy’s artikel suggereert op deze manier dat er een sterke band zou kunnen ontstaan tussen Trudeau en Trump, iets waar ook Barton voor waarschuwt. Zij stelt dat gebrek aan openlijke kritiek van de Canadese premier jegens bijvoorbeeld de in januari 2017 uitgevaardigde “Muslim travel ban”, de indruk zou kunnen wekken van een al te hechte relatie.11

Trump krijgt cadeau van Trudeau
Justin Trudeau geeft een cadeau aan Donald Trump waarop de ontmoeting van Trudeau's vader met president Reagan is afgebeeld. Bron: WikiCommons

Deze waarschuwingen zijn overbodig gebleken gezien het dieptepunt dat de relatie na afloop van de recente G7-top onder het voorzitterschap van Canada heeft bereikt. Na moeizame en ongemakkelijke besprekingen die vooral de meningsverschillen betreffende handel duidelijk naar voren brachten, eindigde de top in totaal verstoorde verhoudingen en zette Trump de aanval in op de Canadese premier. De overige leden van de G7 schaarden zich achter Trudeau en ook zijn politieke tegenstanders riepen op tot solidariteit met de premier. Trudeau zelf heeft zich van commentaar onthouden. Kon de relatie een aantal weken voor de top, ondanks de Amerikaanse dreigementen van importheffing op staal en aluminium, nog als correct worden bestempeld, nu staan de zorgvuldig opgebouwde verhoudingen ernstig onder druk en lijkt een handelsoorlog dichterbij te zijn gekomen. Diplomaten geven aan dat er veel werk aan de winkel is om de schade te beperken; aan de ene kant is er veel ongeloof en liegen de boze reacties er niet om, aan de andere kant wordt ook gesteld dat de twee landen noodzakelijkerwijs met elkaar verbonden zijn als enige buurlanden en militaire bondgenoten. Deze unieke situatie zou de rol van Canada op het wereldtoneel in de kaart kunnen spelen en het imago versterken van stabiele en betrouwbare partner, van een maatschappij die gelijke rechten hoog in het vaandel heeft staan en immigranten uit de hele wereld verwelkomt. De relatie tussen beide landen is meer ambivalent dan ooit, maar de asymmetrie lijkt nu gunstig uit te pakken in het voordeel van Canada. De uitspraak van premier Laurier kwam iets te vroeg; het is niet ondenkbaar dat de 21e eeuw die van Canada wordt.

Auteurs

Jeanette den Toonder
Directeur Centrum voor Canadese Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen