Colombiaanse verdeeldheid in de weg van vrede?
Opinie Conflict en Fragiele Staten

Colombiaanse verdeeldheid in de weg van vrede?

24 Jul 2018 - 12:10
Photo: Agencia de Noticias Andes
Terug naar archief

Oplaaiend geweld, een verdeeld land en een machtige mentor die over zijn schouder meekijkt; dat zijn nog maar een paar van de problemen die Ivan Duque, de nieuwe president van Colombia voor zijn kiezen krijgt. Dinsdag 7 augustus wordt hij geïnstalleerd. Grootste uitdaging wordt het uitvoeren van het vredesakkoord met de guerrilla.

Nog geen twee jaar geleden was Colombia de hoop van Latijns Amerika. De grootste en oudste guerrillabeweging van de regio, FARC, had na 52 jaar strijd een vredesakkoord getekend. Het geweld dat aan ruim 200.000 mensen het leven had gekost, was drastisch afgenomen. Het land leek een nieuw tijdperk binnen te stappen. Internationaal klonk applaus. Ban Ki-moon, Raul Castro en de Spaanse koning waren enkele van de eregasten bij de ondertekening van het akkoord. President Juan Manuel Santos kreeg de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn prestatie.

Maar van die euforie is weinig meer over. Het akkoord is voor een deel onttakeld, de uitvoering vertraagd. De vrede is weer ver weg. Ontheemde boeren wiens land is gestolen door grote bedrijven kunnen niet terug, zoals de bedoeling was, maar worden bedreigd en vermoord zodra ze hun rechten claimen. Wekelijks worden linkse activisten en inheemse en boerenleiders vermoord, dit jaar al ruim 120. Het aantal ontheemden neemt weer toe. De FARC is nu een politieke partij, maar tientallen leden zijn vermoord, vele honderden hebben de wapens opnieuw opgepakt. Een nieuw gewapend conflict is in de maak.

In deze grimmige context begint in augustus een nieuwe president begint aan zijn vierjarige termijn; de 41-jarige Ivan Duque die in juni ruimschoots won van zijn linkse rivaal, ex-burgemeester Gustavo Petro. Hij erft een matige economie matig en een vluchtelingencrisis van nu al ruim één miljoen Venezolanen. Van alle probleemdossiers die hij op zijn bord krijgt, zullen de ogen het meest zijn gericht zijn op de uitvoering van het gehavende vredesakkoord. Vooral omdat Duque’s visie daarop op zijn zachtst gezegd omstreden is.

Columbianen werken in oktober 2017 in San José aan een muurschildering over het vredesakkoord
Colombianen werken in oktober 2017 in San José aan een muurschildering over het vredesakkoord. Bron: UN Photo Cristina Dominguez

Duque was tot voor kort een onbekend politicus met als enige politieke ervaring een kleine vier jaar lidmaatschap van de Senaat. Dat hij desondanks als eerste eindigde dankt hij vooral aan de steun van de invloedrijke en populaire Álvaro Uribe, die van 2002 tot 2010 president was. Aangezien Uribe het wettelijke maximum van twee termijnen al had gediend schoof hij Duque naar voren. Die verkondigt Uribe’s discours met verve, kreeg de achterban van zijn leermeester achter zich en won de verkiezingen.

Uribe dankt zijn populariteit aan een hard militair offensief waarmee hij tijdens zijn mandaat de guerrilleros terugdrong in de bergen, de doorgaande wegen militariseerde en kampementen van de rebellen bombardeerde. Later bleek dat zijn militairen ‘en passant’ ook zo’n 5.000 burgers standrechtelijk hadden geëxecuteerd, maar voor de conservatieve stedelijke middenklasse, het bedrijfsleven, grootgrondbezitters, en grote delen van de rurale bevolking is Uribe altijd de redder des vaderlands gebleven die eigenlijk weer president zou moeten worden.

Een diep verdeeld land
Het vredesoverleg is van begin af aan een splijtzwam geweest binnen de Colombiaanse samenleving. Grofweg de helft van de Colombianen zag het als een kans om het land grondig te hervormen en de diepe oorzaken van decennialang politiek geweld weg te nemen. De klassenmaatschappij die Colombia altijd is geweest zou een moderne, inclusieve samenleving worden. Naast de grote agro- en mijnbouwbedrijven zouden ook miljoenen landloze boeren toegang krijgen tot land en tot de markt met alternatieven voor drugsgewassen als coca en papaver. Corruptie en straffeloosheid zouden plaats maken voor verzoening en democratie. De guerrilla zou rekenschap afleggen over misdaden gepleegd tijdens het gewapende conflict, maar ook het leger, de paramilitairen én hun civiele opdrachtgevers.

Een kleine twee jaar na de ondertekening is de Colombiaanse samenleving nog altijd diep verdeeld over het vredesakkoord

De andere helft van de Colombianen zag de besprekingen als een kapitale vergissing. “Met terroristen praat je niet,” was het principiële argument, en zeker niet als ze de wapens nog niet hebben neergelegd. Voor ex-president Uribe en zijn entourage van politici en grootgrondbezitters, van wie velen verdacht worden van banden met paramilitaire groepen, gold vooral een praktisch argument. Landhervormingen of herziening van mijnbouwconcessies zou hun belangen schaden, om niet te spreken van een vredesrechtbank die burgers kon gaan vervolgen, want ze hadden slechte ervaringen met justitie. Enkele jaren geleden belandden ruim zestig Congresleden uit de politieke omgeving van Uribe achter de tralies wegens banden met de paramilitaire groepen.

Uribe heeft zelf ook tientallen zaken tegen zich lopen, onder meer wegens vermeende manipulatie van getuigen. Daarnaast had hij ook nog een persoonlijk probleem met Santos. In 2010 had hij zijn toenmalige minister van Defensie naar voren geschoven om het militaire offensief tegen de FARC voort te zetten. Dat Santos zich, eenmaal aan de macht, ontpopte tot een vredesduif die met de FARC aan tafel ging, heeft Uribe altijd gezien als verraad.

Een redelijk akkoord
Het resultaat van vier jaar praten was niet helemaal de blauwdruk voor het perfecte Colombia dat sommigen zich hadden voorgesteld, maar er zaten heel vooruitstrevende dingen in het akkoord. Zo stelde de regering middelen beschikbaar voor ontwikkeling van het platteland, zoals de aanleg van wegen en mogelijkheden om drugsgewassen te vervangen door voedselgewassen. Honderdduizenden ontheemde families zouden kunnen terugkeren naar hun dorpen.

Een waarheidscommissie zal oorlogsdaden in kaart te brengen en een speciaal vredestribunaal. Rebellen en militairen met misdaden op hun geweten komen in aanmerking voor speciale, gereduceerde straffen, mits zij de hele waarheid vertellen. Ook politici en ondernemers die worden verdacht van banden met paramilitaire groepen, die verantwoordelijk zijn voor gruwelijke bloedbaden, zouden hiervoor moeten verschijnen.

Aanhangers van Uribe gruwelden bij het idee dat zij voormalige staatsvijanden, zonder ook maar één dag celstraf, moesten zien plaatsnemen in het parlement

De FARC kreeg in ruil voor demobilisatie het recht op politieke deelname. De beweging mocht een politieke partij worden en haar leiders mochten politieke functies bekleden. Voor de komende twee termijnen kregen zij – ongeacht verkiezingsresultaten – tien zetels in het Congres. 

Na ondertekening legde Santos het akkoord bij referendum voor aan de bevolking, en dat was voor Uribe, die vond dat Santos “het land had overgeleverd aan de Farc” het moment om terug te slaan. Hij ziet het akkoord als een “capitulatie aan terroristen” en gruwelt bij het idee de voormalige staatsvijanden, zonder ook maar één dag celstraf, te moeten zien plaatsnemen in het parlement.

Uribe zette alles in om het akkoord te laten mislukken en kreeg een krappe meerderheid van de bevolking achter zich. Santos moest zich in alle bochten wringen om het akkoord te redden. Hij paste enkele details aan en joeg het geheel vervolgens door het Congres waar hij kon rekenen op een meerderheid.

De implementatie
Het akkoord was gered, maar de breed gedragen afwijzing erover ondergroef haar legitimiteit. Terwijl de zevenduizend rebellen zich samentrokken in kampementen en hun wapens inleverden, moesten voor de uitvoering van het akkoord ruim veertig wetten door het Congres worden geloodst. Doelbewuste sabotage door de oppositie die van elk detail een punt maakte zorgden voor enorme vertragingen. Deadlines werden gemist en met de FARC beklonken afspraken, die vaak direct te maken hadden met de oorzaken van het politieke geweld zoals de straffeloosheid en de armoede, werden onherkenbaar verminkt.

Van de geest van een transitie richting een nieuw Colombia bleef niets over. Het belangrijkste slachtoffer was het speciale vredestribunaal, dat misdaden moest berechten en dat wordt gezien als de ruggengraat van het vredesakkoord. Zo hoeven politici en ondernemers alleen nog vrijwillig voor de vredesrechtbank te verschijnen. Het vredestribunaal mag alleen in de eerste twee jaar nieuwe zaken aandragen. Voormalige guerrillaleiders mogen nog steeds de politiek in, maar mogen pas een functie bekleden nadat ze door de vredesrechtbank zijn vrijgesproken.

De onttakeling van het vredesakkoord werd weliswaar georkestreerd vanuit het kamp van Uribe, maar de regering van Santos deed vrijwel niets om die te voorkomen. Ministers lieten verstek gaan bij debatten en hielden zich liever bezig met hun eigen politieke toekomst. Coalitiepartijen sorteerden bij stemmingen alweer voor op de snel naderende verkiezingen en lieten de oppositie begaan.

“We hoeven het akkoord niet aan flarden te scheuren,” zei Duque. “Maar het moet wel drastisch worden aangepast.”

Onderdelen van het akkoord die wel van start konden, werden mondjesmaat uitgevoerd. Door de FARC verlaten gebieden bleven verstoken van aanwezigheid van de staat in de vorm van politie of militairen. De bevolking kwam terecht in het kruisvuur tussen paramilitairen, drugskartels en andere criminele bendes die elkaar bevechten om het door het vertrek van de FARC ontstane vacuüm te vullen. Boeren wachtten vergeefs op de beloofde programma’s voor het vervangen van drugsgewassen en de aanleg van wegen en bruggen om hun maïs en koffie naar de markt te brengen. Duizenden gedemobiliseerde guerrillero’s wachtten niet minder vruchteloos op de beloofde gelden voor cursussen en het opzetten van woonwerkgemeenschappen.

Santos was ook onzichtbaar tijdens de campagnes voor de presidentsverkiezingen, die een soort tweede referendum werden over het vredesakkoord. De linkse kandidaat Gustavo Petro beloofde het akkoord nauwgezet te gaan uitvoeren. Ivan Duque kondigde, geheel conform de lijn van Uribe, aan het akkoord op de helling te zullen zetten. Uribe zag de verkiezingen als een kans voor revanche, en trok dit keer aan het langste eind. Het kamp dat altijd tegen een vredesakkoord was, is weer aan de macht.

De onzekere toekomst
“We hoeven het akkoord niet aan flarden te scheuren,” zei Duque. “Maar het moet wel drastisch worden aangepast.” Hij kondigde aan in te gaan zetten op de commerciële mijnbouw en de agro-industrie. De drugsoorlog zal worden hervat in de vorm van de omstreden bestrijding van cocavelden met sproeivliegtuigen. Afspraken omtrent politieke deelname en de berechting van de FARC-leiders wil hij herzien. Nu al heeft het Congres de besluitvorming over het vredestribunaal utgesteld tot na de installatie van het nieuwe congres, waarin Duque kan rekenen op een meerderheid.

Het is allemaal muziek in de oren voor de gevestigde macht die Duque beschouwt als een verademing na jarenlang ‘gezeur’ over kleine boeren en inheemse rechten. Maar de voorstanders van het akkoord vrezen dat de problemen die al generaties lang leiden tot politiek geweld er alleen maar groter door worden. Zij verwachten dat lopende rechtszaken tegen bondgenoten uit het kamp van de ‘uribistas’ in de doofpot terecht zullen komen.

Casa de Ámerica
De Colombiaanse president Ivan Duque. Bron: Casa de América

Wat dat gaat betekenen hangt deels af van de FARC. De beweging is een politieke partij geworden, de commandanten politieke leiders die zich vrij keurig aan de afspraken houden. Of dat zo blijft bij verdere ontmanteling van het vredesakkoord is onzeker, zeker als Duque gaat aansturen op het beperken van de politieke activiteiten en eventuele celstraffen. Het succes van de nieuwe partij in de politieke arena is toch al niet bemoedigend. De parlementsverkiezingen leverden minder dan een procent van de stemmen op, en de kandidaat voor het presidentschap, Rodrigo Londoño, trok zich “om gezondheidsredenen” terug uit de strijd.

De FARC velt harde kritiek op de onttakeling van het akkoord. “Strikt genomen blijft er een rechtspraak over die exclusief is gericht op de FARC,” schreef de leiding, die goede redenen heeft om zich bedrogen te voelen maar - althans in het openbaar - een onverwoestbaar geloof blijft belijden in de rechtstaat, de democratie en “het voortzetten van strijd met woorden”.

De duizenden voormalige strijders hebben minder geduld. Vrijwel iedereen verliet de kampementen waar zij wachtten op de beloofde cursussen, de subsidies die nooit kwamen en de beveiliging die hapert. Inmiddels zijn al meer dan 60 leden van de FARC vermoord. De indruk heerst dat Santos de hele exercitie alleen heeft opgezet om de FARC zijn wapens te laten inleveren en dat de hele agenda van ontwikkeling en hervorming van Colombia een grote poppenkast was om de FARC over de streep te trekken.

Er is ook ontevredenheid over de voormalige commandanten die in de ogen van sommige strijders goed hebben gezorgd voor hun eigen hachje, maar de strijders aan hun lot hebben overgelaten. De meesten gingen werk zoeken in de stad of keerden terug naar hun families, maar een groeiend aantal sluit zich aan bij gewapende bendes of vormen nieuwe milities. Het aantal ‘dissidente’ strijders van de FARC, die het akkoord afwijzen lag aanvankelijk rond de 400, maar is volgens het ministerie van Defensie al gegroeid tot over de 1200.

Daarnaast zal Duque’s beleid gevolgen hebben voor de opstelling van de andere guerrillabeweging ELN, waarmee vredesgesprekken nog maar in de beginfase zitten. Gezien de halsstarrigheid waarmee de leiders zich opgesteld richting Santos valt in dit dossier weinig vooruitgang te verwachten. Minstens zo relevant zijn de andere gewapende groepen, die momenteel zorgen voor een ware terreurgolf en die de zege van Duque lijken te beschouwen als een aanmoediging. “Dit is het moment om dit land schoon te vegen, dood aan alle volgers van de guerrillero Gustavo Petro,” schreef de paramilitaire groep Zwarte Adelaars deze maand in een pamflet.

Met een vredesakkoord in het slop, een nieuwe geweldsgolf en een president, die zijn positie dankt aan politieke haviken, die gemaakte vredesafspraken wil terugdraaien is er reden tot zorgen over de toekomst van Colombia. Maar het kan ook meevallen. Colombianen die Duque persoonlijk kennen, noemen hem gematigd. “Hij zal wat dingen aanpassen aan het akkoord, maar niemand wil terug naar de oorlog,” zegt analist Eduardo Pizarro, die denkt dat Duque ook wel eens zijn eigen koers gaan varen, zoals eerder gebeurde met de vorige oogappel van Uribe, Juan Manuel Santos. “Een president wil politieke en economische stabiliteit,” zegt Pizarro, “geen oorlogsagenda”.

Auteurs

Edwin Koopman
Latijns-Amerika journalist en analist voor VPRO Bureau Buitenland, Trouw en Elsevier en auteur van "De Oliekoning" over de revolutie in Venezuela