Boeken & Films Grondstoffen en Economie

De vrije-markteconomie onder de loep

07 Nov 2017 - 11:42
Photo: DocChewbacca / Flickr
Terug naar archief

In het boek 'The Invisible Hand?' beschrijft hoogleraar sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, Bas van Bavel een aantal historische voorbeelden van vrije-markteconomieën. Hij werpt daarbij een kritisch licht op een aantal gangbare veronderstellingen over de vrije-markteconomie en het daarmee verbonden politieke systeem. Daarmee geeft het boek ook een nieuw perspectief op de huidige politiek-economische ontwikkelingen.

boekcoverIn de analyse van Van Bavel is de vrije-markteconomie meer dan alleen de handel in eindproducten; die is ten slotte van alle tijden. In een vrije-markteconomie daarentegen wordt ook een groot deel van de productiefactoren (arbeid, kapitaal en land) via vrije prijsvorming verhandeld.

Van Bavels boek maakt duidelijk dat de vrije-markteconomie geen modern verschijnsel is, dat het geen duurzaam fenomeen is, dat de vrije-markteconomie alleen daar is ontstaan waar er voorafgaand vrijheid en gelijkheid was én dat die vrije-markteconomie vervolgens die vrijheid en gelijkheid steeds heeft uitgehold.

Geen modern verschijnsel
Sinds het boek van Karl Polanyi1 over de grote transformatie wordt door historici aangenomen dat de vrije-markteconomie een ‘modern’ verschijnsel is. Van Bavel bewijst op overtuigende wijze dat deze veronderstelling te falsifiëren is. Hij beschrijft meerdere geschiedkundige periodes waarin op bepaalde plekken in de wereld een dergelijke marktordening functioneerde. De voorbeelden die in het boek worden behandeld, zijn o.a. Irak na de islamitische verovering, Noord-Italië aan het einde van de Middeleeuwen en de Lage Landen tot 1700.

De ‘vrije markt’ komt op, maar gaat ook weer onder
Karl Popper, de uitvinder van de falsifieerbaarheid, had ook veel kritiek op wat bekend staat als het historicisme2, de diep in de Westerse en Midden-Oosterse cultuur verankerde overtuiging dat de geschiedenis zich ontwikkelt naar een bepaalde, veelal als positief gedachte, eindsituatie. Een overtuiging die nog niet zo lang geleden door spraakmakende auteurs als Fukuyama3 en Friedman4 werd verwoord. Deze en vele anderen zien in de combinatie van liberale democratie en vrije-markteconomie een onomkeerbare stap in de goede richting.

Ook deze opvatting wordt gefalsifieerd door de historische voorbeelden die Van Bavel beschrijft. Geen van deze voorbeelden blijkt een lineair ontwikkelingspad te volgen. Integendeel, ze laten alle een duidelijk cyclisch pad zien: ze komen op, maar stagneren dan en vervallen uiteindelijk. De Italiaanse renaissance en de Nederlandse ‘Gouden Eeuw’ verschijnen daarmee als de spectaculaire, elitair gefinancierde, vuurwerkachtige eindfase van de cyclus. Een fase waarin het niet-elitaire deel van de bevolking, het ‘grauw’, in levensstandaard al achteruit ging.

Gelijkheid en vrijheid gaan aan de vrije markt vooraf
Interessant is ook de vraag, zeker voor ontwikkelingslanden, hoe een vrije-markteconomie kan ontstaan. Een dominante veronderstelling is dat de vrije markt dan tot ontwikkeling komt als de ‘staat’ zich terugtrekt. In lijn met die gedachte stelde Douglass North, winnaar van de Nobelprijs voor de economie5, nog recentelijk dat de vrije-markteconomie (in zijn termen de ‘open access society’) pas ontstaat wanneer elites, vanuit een soort verlicht eigenbelang, ‘toestaan’ dat ook niet-elite actoren vrije toegang hebben tot productiefactoren.

Van Bavel stelt daarentegen vast dat alle door hem bestudeerde historische voorbeelden van vrije-markteconomieën pas zijn ontstaan nadat, in een voorafgaande periode, door gewelddadige conflicten de positie van de gevestigde elites werd aangetast. Als uitkomst van die conflicten ontstond een meer sociaal-politiek egalitair landschap waarin de vrije-markteconomie wortel kon schieten. Gelijkheid en vrijheid zijn daarmee dus een constituerende voorwaarde voor het ontstaan van een vrije-markteconomie.

De vrije markt ondergraaft vrijheid en gelijkheid
De teloorgang van de vrijemarkt is anderzijds, zo laat Van Bavel gedetailleerd zien, geheel endogeen, dat wil zeggen ingebakken in het eigen ontwikkelingsproces. De vrijemarkt leidde in alle gevallen tot de opkomst van een nieuwe elite die vervolgens haar nieuwe (financiële) macht gebruikte om via beïnvloeding of actieve participatie in de politiek de eigen positie duurzaam te verankeren. En bij het zekerstellen van hun nieuwverworven belangen ondergroeven die elites de grondvoorwaarden (vrijheid en gelijkheid) van een vrijemarkt.

Volgens Van Bavel bevindt de westerse wereld zich in de nadagen van de Noord-Amerikaanse cyclus. Europa is, vooral na de Tweede Wereldoorlog, integraal onderdeel geworden van die Noord-Amerikaanse economische cyclus en wordt nu, aldus Van Bavel, meegesleurd in diens vervalfase.

De vervalfase van een vrije-markteconomie kent een aantal opmerkelijke ontwikkelingen die ook heden ten dage waar te nemen zouden zijn. Net als Piketty6, wijst Van Bavel op de inmiddels zeer ongelijke vermogensverdeling in de westerse wereld. Te wijzen valt ook op de afvlakking van de groei van productiviteitscijfers, de al geruime tijd stagnerende groei van de reële lonen en de sterke opkomst van financiële markten die steeds meer losgekoppeld zijn van de reële economie.

Van Bavel laat gedetailleerd zien dat de teloorgang van de vrijemarkt is ingebakken in het eigen ontwikkelingsproces

Van Bavel toont zich pessimistisch over de mogelijkheid het uiteindelijke verval van de westerse vrije-markteconomie af te wenden. Daarvoor zouden vérstrekkende sociale omwentelingen nodig zijn, maar “het is naïef te verwachten dat de marktelite zou meewerken aan de afbraak van een systeem waarmee ze haar bevoorrechte positie heeft verworven”.7

Ook van de ‘tegenmacht’ van de staat en/of een sterke groei van corporatistische bewegingen verwacht hij weinig. De staat komt in toenemende mate onder de controle van de nieuwe elites, die – eenmaal aan de macht – op cruciale onderdelen van de staat eigen mensen benoemen en meer algemeen hervormingen doorvoeren, met het doel de eigen politieke agenda duurzaam te verankeren. Hij sluit daarmee een herhaling van de gebeurtenissen in de Verenigde Staten rond 1900, toen de politiek via antitrust-wetgeving de politieke macht van bedrijven sterk inperkte, uit. In Europa lag op dat moment de nadruk op de opbouw van corporatistische bewegingen die sterk door de christen- en sociaal-democratie werden bevorderd. Maar die bewegingen zijn, zo stelt hij vast, in Nederland, net als elders in Europa, in verval geraakt of opgeslokt door de markt.

Commentaar
Wie zijn koers wil uitzetten, doet er goed aan de huidige ontwikkelingen onbevooroordeeld in ogenschouw te nemen. De studie van de geschiedenis helpt daarbij om te ontsnappen aan de eigentijdse echokamer. Het boek van Van Bavel leent zich daar goed voor, want het geeft een afwijkend, verhelderend en tegelijkertijd alerterend perspectief.

Wie de mondiale ontwikkelingen volgt, vindt genoeg om nu alert op te zijn. Grensdoordringende instituties als de liberale democratie, de Europese toenadering, vrijhandel en globalisering staan onder druk. Mondiale en regionale instituties zoals de VN, de WTO en de EU boeten aan belang in. Er zijn steeds meer gewapende conflicten, steeds dichter bij Europa. In Europa zelf vinden met enige regelmaat terroristische aanslagen plaats. De omvang van de financiële sector overtreft die van de reële economie al vele malen en blijft groeien. Vijf grote ondernemingen monopoliseren de interneteconomie en worden door de, vroeger als bedaard bekend staande NRC, al met ‘roofbaronnen’ vergeleken.8

De politiek in de westerse wereld ‘verruwt’ door de polarisatie tussen de gevestigde middenpartijen en de antipartijen. De afgelopen decennia is de wereld jaarlijks minder vrij en democratisch geworden (zie bijvoorbeeld rapporten van Freedom House).9 Ook Nederland is voor dit soort ontwikkelingen niet immuun: de WRR waarschuwde nog niet zo lang geleden dat de onzekerheid van grote groepen in de Nederlandse samenleving de stabiliteit van onze democratie in gevaar kan brengen.10

Na het lezen van zijn boek doen dit soort ‘moderne’ ontwikkelingen minder ‘modern’ aan dan ze lijken. Ze tonen zich eerder als de ‘moderne’ uitingsvormen van de worsteling om economische en politieke macht. Uitingsvormen die lijken op, maar niet gelijk zijn aan, fenomenen die eerder in de neergaande fasen van de diverse markteconomieën door Van Bavel zijn beschreven. De geschiedenis herhaalt zich niet, maar ze rijmt wel.

De perspectieven van Van Bavel rijmen niet alleen met de huidige ontwikkelingen in Europa en Noord-Amerika, ze rijmen ook met ontwikkelingen in landen daarbuiten. Ook daar zijn maatschappelijke processen en ontwikkeling vaak goed te verstaan als uitdrukking van een worsteling om de controle op instituties en economische infrastructuur. Het verklaart waarom markthervormingen en democratisering in ontwikkelingslanden, zonder flankerende structurele veiligheids- en gelijkheidsgaranties, niet altijd tot het gewenste resultaat leiden. En wie met deze bril naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika kijkt, ontwaart misschien in de ideologische, vaak in geloofstermen gehulde, propagandamist ook contouren van een dergelijk gevecht.

Samenvattend kan worden opgemerkt dat Van Bavel veel – vaak impliciete – veronderstellingen over ons huidige politieke en economische systeem en het daarop gebaseerde beleid kritisch tegen het licht houdt. Hij geeft daarmee argumenten aan degenen die menen dat ‘oude westerse’ recepten hun werking hebben verloren en dat ‘moderne’ maatschappelijk-politieke processen fundamenteel bijgestuurd moeten worden. In die zin verdiept hij met zijn boek het huidige politieke debat en verdient het ook gelezen te worden door al diegenen die de voordelen van de liberale democratie, handelsliberalisering, globalisering en de Europese toenadering koesteren.

Bas van Bavel
The Invisible Hand? How Market Economies have Emerged and Declined since AD 500
Oxford: Oxford University Press, 2016

Een Nederlandstalige versie zal in januari 2018 gepubliceerd worden bij uitgeverij Prometheus. 

 
  • 1. Karl Polanyi, The great transformation, 1944.
  • 2. Karl Popper, The Poverty of Historicism, 2e ed., Londen: Routledge, 1961.
  • 3. Francis Fukuyama, The end of history and the last man, Free Press, 1992.
  • 4. Thomas L. Friedman, The World is Flat, Farrar, Straus and Giroux, 2005.
  • 5. D.C. North, J.J. Wallis & B.R. Weingast, Violence and Social Orders, A Conceptual Framework for Interpreting Recorded Human History, Cambridge University Press, 2009. Zie ook: D. Acemoğlu & J.A. Robinson, Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity, and Poverty, Crown Publishers, 2012.
  • 6. Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw, De Bezige Bij, 2016.
  • 7. NRC Handelsblad, 28 oktober 2016.
  • 8. NRC Handelsblad, 29 juli 2017: ‘Internet blijkt een monopoliemachine’ & ‘De ‘roofbaronnen’ van de 21ste eeuw’.
  • 9. Freedom house, Freedom in the World 2017 (geraadpleegd 12.05.2017).
  • 10. ‘De val van de middenklasse? Het stabiele en kwetsbare midden’, WRR-verkenning, 2017.

Auteurs

Ton Lansink
consul-generaal in Düsseldorf.