Donald's duurzaamheid
Analyse Duurzaamheid & Economie

Donald's duurzaamheid

Stephan Slingerland +1
19 Jan 2017 - 13:35
Terug naar archief

Het klimaatverdrag van Parijs eind 2015 was een doorbraak in het internationale klimaat- en duurzaamheidsbeleid. De steun van de Amerikaanse president Obama voor dat verdrag was daarvoor cruciaal. Maar nu Donald Trump is beëdigd als de 45ste president van de Verenigde Staten, is de toekomst van die Amerikaanse steun weer een open kwestie. Stephan Slingerland en Paul Hofhuis kijken in dit artikel daarom naar de plannen van Trump en naar de mogelijke effecten daarvan op de ontwikkelingen binnen de VS en op het toekomstige internationale klimaat- en duurzaamheidsbeleid. Ook gaan ze in op mogelijke reacties vanuit Nederland en Europa om duurzame ontwikkeling ook in de toekomst te bevorderen.

'Great Again'
Trump-watchers maken veel gebruik van de tweets waarin de President elect regelmatig elementen van zijn toekomstige beleid onthult. Meer nog dan die versnipperde brokken beleidsideeën in 140 tekens, maakte Trumps website ‘greatagain.gov’ duidelijk welke koers hij de komende jaren voor ogen heeft.[1]

Kort samengevat houdt die koers – vooral binnenlandse – economische ontwikkeling in de traditionele zin, met zo weinig mogelijk overheidsinterventie, in. In Trumps plannen tot dusver is er nauwelijks verwijzing naar het efficiënter omgaan met grondstoffen of naar het bevorderen van een circulaire economie, tenzij “het beschermen van Amerika’s natuurlijke hulpbronnen” als zodanig kan worden geïnterpreteerd.[2] Acties om verdere klimaatverandering tegen te gaan, hebben geen prioriteit meer in het Amerikaanse beleid. Trump heeft al aangekondigd het ‘Obama-Clinton Climate Action Plan’ en het ‘Clean Power Plan’ te willen schrappen, omdat deze plannen volgens hem “5 biljoen dollar kosten en de maandelijkse elektriciteitsrekeningen met dubbele cijfers zullen doen toenemen, zonder enige meetbare effecten op het mondiale klimaat”.[3]

Trump wil inzetten op grootschalig gebruik van fossiele brandstoffen. Bron: Wikimedia

 

‘Energy independence’ komt daarentegen weer prominent terug als het aloude uitgangspunt en de bekende pijler van het Amerikaanse energie- en veiligheidsbeleid.[4] Trump wil in die context ruim baan geven aan de winning van fossiele bronnen van Amerikaanse bodem, zoals kolen en schaliegas en -olie, waardoor de VS in de toekomst zelf in hun energiebehoefte kunnen voorzien en zelfs een netto energie-exporteur zouden moeten worden.[5]

Acties om verdere klimaatverandering tegen te gaan, hebben geen prioriteit meer in het Amerikaanse beleid

Trumps interpretatie van duurzaamheid is ook een klassieke, namelijk het beschermen van natuurgebieden en het zorgen voor schoon water en schone lucht. Amerika’s milieuagenda zal volgens Trump in de toekomst geleid worden door “echte specialisten in natuurbehoud” en niet door “mensen met radicale politieke agenda’s”.[6] Dat houdt ook in dat de verantwoordelijkheden van het Milieuagentschap, de Environmental Protection Agency (EPA), (weer) zullen worden ingeperkt tot het bewaken van lucht- en waterkwaliteit, en dat het klimaatbeleid, waarop de EPA zich de afgelopen jaren toenemend manifesteerde, niet langer door de EPA zal worden opgepakt.

Trumps voordracht van een aantal kabinetsleden past bij deze plannen, in het bijzonder de keuzes voor voormalig Exxon Mobil-baas Rex Tillerson op Buitenlandse Zaken, voor de bestrijder van federale milieuregelgeving en ontkenner van menselijke invloed op klimaatverandering Scott Pruitt als hoofd van het Milieuagentschap en voor Rick Perry als minister van Energie – het ministerie dat onder Obama onder meer veel aandacht besteedde aan wetenschappelijk onderzoek naar klimaatverandering en technologie voor schone energieopwekking, in de tijd dat Mr Perry een voorstander was van het opheffen van de organisatie.[7]

Onzekere plannen
Of de soep ook zo heet gegeten wordt als die nu wordt opgediend, valt nog te bezien. Zo nam beoogd minister van Buitenlandse Zaken Tillerson in zijn senate confirmation hearing van 11 januari jl. al weer gas terug over het stopzetten van Amerikaanse steun voor het Verdrag van Parijs.

Duidelijk is in ieder geval wel dat de Verenigde Staten de komende jaren een stap terug zullen doen in aandacht en prioriteit voor klimaatverandering en duurzaamheid. Binnenslands zullen er ongetwijfeld wetgevingsinitiatieven op Capitol Hill volgen die gericht zijn op meer ruimte voor fossiel, ook voor nieuwe winning op plaatsen waar dat vanwege natuurbehoud controversieel is. En Trump zal proberen de subsidieprogramma’s voor de inzet van hernieuwbare energie en reductie van de uitstoot van CO2 stop te zetten. Internationaal zullen de VS onder Trump op zijn minst geen leiderschapsrol meer vervullen in de internationale energie- en duurzaamheidstransitie. Onzekerheden over de precieze koers die de Amerikanen op de korte termijn zullen voeren zullen verder een factor zijn die het elan en de snelheid van de internationale transitie kunnen afremmen.

Toch blijft het nog voor een groot deel gissen naar de gevolgen voor de duurzaamheidsagenda in de praktijk van Trumps presidentschap, zowel binnen de Verenigde Staten als voor de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Daarbij spelen niet alleen de precieze plannen van de regering-Trump een rol, maar nog veel meer of en hoe die plannen in uitvoerbare regelgeving zullen worden omgezet. Ook Obama had grootse plannen, maar kon uiteindelijk maar een deel daarvan verwezenlijken. En zelfs een verkiezingswinst met een meerderheid van op zijn minst twee jaar in het Congres hoeft in de VS niet te volstaan voor doorvoeren van rigoureuze veranderingen.

De onzekerheden over wat er in de praktijk van Trumps plannen terecht zal komen, beginnen al met de vraag of hij erin zal slagen de Republikeinse meerderheid op Capitol Hill mee te krijgen in zijn ambities. Zeker niet alle Republikeinen staan immers achter zijn plannen. Een belangrijke vraag daarbij is of het onder de oppervlakte levende verzet binnen de Republikeinse partij zich kan organiseren om de door Trump ingezette beleidsrichting bij te sturen. De Congresleden op Capitol Hill luisteren uiteindelijk immers vooral naar diegenen in hun eigen kiesdistrict die hen aan een zetel in Huis of Senaat hebben geholpen; en de partij verenigt ook zeker belangen – op statenniveau en op regionaal/lokaal niveau – die juist gediend worden met de klimaat- en duurzaamheidstransitie.

Afwachtende praktijk
Daar komt bij dat president Obama op de valreep enkele executive orders heeft uitgevaardigd die het moeilijk maken bestaande regelgeving inzake bescherming van klimaat en natuurbescherming tegen schade veroorzaakt door energiewinning snel terug te draaien.

Het Amerikaanse systeem, met naar statenniveau gedelegeerde uitvoeringsmacht voor federale wetgeving, maakt bovendien dat Trump vooral in individuele staten voldoende medestanders zal moeten vinden, terwijl de tegenstanders van Trump ongetwijfeld gebruik zullen weten te maken van de vele juridische mogelijkheden die het Amerikaanse systeem van ‘regulation by litigation’ (regulering via rechtszaken) biedt om nieuwe wetgeving door rechterlijke procedures te vertragen of tegen te houden. De nieuwe EPA-administrator Scott Pruitt kan daarbij in elk geval putten uit zijn rijke ervaring met het afremmen van federale wetgeving in de praktijk. Alleen zit hij nu aan de andere kant van de tafel.

Protesten over klimaatverandering onderaan de Trump Tower. Bron: Wikimedia

 

Ook is van belang hoe de markt in de praktijk op de effecten van Trumps beleidsvoorstellen zal reageren. Onlangs deden 630 grote bedrijven in een petitie al een beroep op Trump zijn klimaatontkenning te stoppen, omdat hij daarmee volgens hen de toekomst van Amerika’s welvaart in de waagschaal legt.[8] Brede steun vanuit de markt voor Trumps binnenslands georiënteerde, fossiele agenda lijkt daarom nog lang niet zeker.

Daar komt bij dat de internationale transitie naar de inzet van klimaatvriendelijke, hernieuwbare energie hoe dan ook zal doorgaan. De groeicijfers van de inzet van duurzame energie overtreffen die van fossiel al ruimschoots. Sommige commentatoren verwachten dan ook dat ‘selfmade billionaire’ Trump zal op termijn zelf gaan inzien dat het stimuleren van hernieuwbare energie een betere weg is om Amerika ‘Great Again’ te maken dan met extra inzet van fossiele energie.[9]

Toch is het de vraag of dat laatste inderdaad zal opgaan. De ‘angry white men’ en andere kiezers (zwart, latino, vrouwen) die Trump aan de overwinning hebben geholpen, zijn een gelegenheidscoalitie van heel verschillende mensen, die vooral gemeen hebben dat ze ontevreden zijn met het huidige politieke systeem en hun eigen positie daarin.[10] Zij verlangen terug naar de tijd waarin Amerika nog ‘Great’ was, en waarin door globalisering getriggerde werkloosheid en terrorisme binnen de Amerikaanse landsgrenzen nog geen rol speelden.

In de EU zou een ‘juist-nu effect’ kunnen optreden, waarbij de Unie inziet dat het internationale speelveld met het aantreden van de regering-Trump flink is veranderd

Deze kiezers verlangen ook naar iemand die ‘zegt wat hij denkt’, die werk en veiligheid garandeert en die conservatief-patriottische waarden voorop stelt.[11] In zijn campagne heeft Trump voortdurend onderstreept dat de inzet van hernieuwbare energie te duur is en niet in dat rijtje verlangens past. Het zal daarom moeilijk zijn om die – vooral emotioneel geladen – boodschap te nuanceren en terug te draaien, zelfs al zou dat voor sommige van zijn kiezers nieuw werk opleveren.

Desondanks duurzaamheid
Ook in Europa bestaat een groep kiezers met vergelijkbare ideeën als die van de groep kiezers die op Trump hebben gestemd. Het komende jaar zullen er verkiezingen worden gehouden in onder meer Nederland, Duitsland en Frankrijk. Het is daarom niet ondenkbaar dat we in of vlak na 2017 ook in Europa te maken zullen hebben met regeringen die Trumps koers steunen. Met die gedachte in het achterhoofd is het de vraag hoe de Europese Unie en de huidige regeringen van de lidstaten het beste op de inzet van Trump kunnen reageren, teneinde door te kunnen gaan met het vormgeven van mondiale duurzaamheid in de toekomst.

Eén mogelijke route is de samenwerking tussen de overgebleven spelers te intensiveren teneinde de afspraken van Parijs om te zetten in concrete resultaten. Niet ondenkbaar is dat er een ‘juist-nu effect’ kan optreden, waarbij de EU inziet dat het internationale speelveld met het aantreden van de regering-Trump flink is veranderd, en dat met het verminderen van de Amerikaanse concurrentie op duurzaamheidsgebied des te meer internationale concurrentievoordelen te behalen zijn door zelf nog sterker in te zetten op de eigen vergroening.

Dat effect zou ook kunnen leiden tot het overbruggen van meningsverschillen die er momenteel tussen de Europese lidstaten bestaan over de robuustheid van gezamenlijk te voeren klimaat- en energiebeleid.

In deze route past ook nauwere samenwerking tussen de EU en China om in internationale fora een progressieve duurzaamheidsas te vormen en daarmee tegenwicht te bieden aan de te verwachten ‘remmende’ Amerikaanse positie. Europese en Chinese overheden kunnen daarbij samenwerken teneinde het bedrijfsleven de juiste prikkels te geven om optimaal te kunnen profiteren van groene concurrentievoordelen. Effectieve stimulering van ontwikkeling van nieuwe technologie, alsmede van investeringen in grootschalige toepassingen daarvan, zijn hier cruciaal.

Maatschappelijk draagvlak voor duurzaamheid essentieel
Een aanvullende benadering is de ontevredenheid onder Amerikaanse en Europese kiezers beter te analyseren, te begrijpen en daarop in te spelen. Politiek lukt het blijkbaar onvoldoende om aan Trumpkiezers en aanhangers van het Europese rechts-populisme duidelijk te maken dat veranderingen richting een meer duurzame samenleving ook hen kansen kunnen bieden. Voor een deel lijkt daar ook angst voor verandering en voor het onbekende achter te zitten, plus het wantrouwen tegen bestaande politieke partijen die voor deze kiezers een (al dan niet) bestaande ‘maatschappelijke elite’ vertegenwoordigen waarvan zij zelf denken geen deel uit te maken.

Om daaraan tegenwicht te kunnen bieden is het niet voldoende alleen deeloplossingen op de lange termijn voor het klimaat, circulaire economie of duurzame ontwikkeling na te streven. Er zijn ook meer overtuigende, integrale politieke visies nodig, die ingaan op de betekenis van duurzaamheid voor de maatschappij als geheel: rijk en arm, hoog- en laagopgeleid. Daarbij moeten de voordelen, maar ook de mogelijke – en misschien tijdelijke – nadelen van een dergelijke transitie op een heldere manier worden aangesproken en geadresseerd.

Voor beide benaderingen geldt in ieder geval dat maatschappelijk draagvlak voor duurzaamheid essentieel is. Dat geldt binnen Nederland, maar ook binnen de EU – waarbij met name de oostelijke en zuidelijke lidstaten moeten kunnen profiteren van duurzame ontwikkeling. Daartoe moet niet alleen het bedrijfsleven, maar moeten ook individuele burgers de voordelen van verduurzaming inzien en daarnaar handelen. Als dat met de steun van een aantal moedige en vernieuwende politici lukt, dan zullen Nederland en Europa door kunnen gaan op het ingeslagen pad van vergroening, en zal het beleid van Trump de mars naar internationale duurzaamheid hooguit tijdelijk kunnen vertragen.

 

Stephan Slingerland en Paul Hofhuis zijn beiden verbonden aan het Clingendael International Sustainability Centre in oprichting (CISC). Met dank aan Louise van Schaik en Ries Kamphof voor hun opmerkingen op eerdere versies van het artikel.



[4] Zie bijv. Jacques de Jong & Stephan Slingerland, ‘Een beetje verslaafd bestaat niet: Omslag in het Amerikaanse energiebeleid?’, Internationale Spectator, 60 (4), 2006., pp. 175-178.

[6] https://www.greatagain.gov/policy/energy-independence.html

[7] New York Times, 13 december 2016

[9] T. Friedman, ‘Donald Trump, Help Heal the Planet’s Climate Change Problem’, New York Times, 16 november 2016.

 

Auteurs

Stephan Slingerland
Senior Visiting Fellow bij het Clingendael Instituut
Paul Hofhuis
Senior Research Associate bij Instituut Clingendael