Een geavanceerde vorm van sultanisme in de Perzische Golf
Boeken & Films Geopolitiek & Wereldorde

Een geavanceerde vorm van sultanisme in de Perzische Golf

23 Jun 2021 - 09:26
Photo: De Sheikh Zayed Grand Mosque in Abu Dhabi. © Jussi Toivanen / Flickr
Terug naar archief
Author(s):

In de afgelopen jaren verscheen het ene portret van Mohammed bin Salman (MbS) na het andere. In die portretten van de Saoedische kroonprins verscheen ook altijd zijn 'mentor', Mohammed bin Zayed (MbZ), zijn evenknie uit de Verenigde Arabische Emiraten. Die meer op de persoon gerichte verhalen zijn nu aangevuld met een uitputtende studie van Christopher Davidson: From Sheikhs to Sultanism.

In 2012 publiceerde de Britse academicus Christopher Davidson After the Sheikhs, met de veelzeggende ondertitel The Coming Collapse of the Gulf Monarchies.1 Hij deed daarin de nogal stellige voorspelling dat de meeste Arabische Golfmonarchieën op de een of andere manier binnen twee tot vijf jaar aan hun eind zouden komen.2 Dat is niet gebeurd. Waagt Davidson zich deze keer opnieuw aan zo'n onstuimige voorspelling of heeft hij wat gas teruggenomen?

Davidson had reeds een behoorlijke reputatie opgebouwd als kenner van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE),3 daar komt Saoedi-Arabië nu bij. En dat niet alleen; in zijn nieuwe boek laat hij zien veel van het bestaande materiaal over beide landen gezien te hebben.

Maar daar laat hij het niet bij. In de traditie van de vergelijkende politicologie maakt hij uitstapjes naar de algemene literatuur over regimetypes, 'sultanisme' in het bijzonder, en probeert hij lessen te trekken uit vergelijkbare regimes in Afrika, Latijns-Amerika en Centraal-Azië. Hij negeert daarbij de in kringen van Midden-Oostenexperts heersende gedachte dat spreken in termen van sultanisme 'oriëntalistisch' – en dus 'fout' – zou zijn.

Aarts - Mohammed bin Zayed in 2017. US Secretary of Defense
De kroonprins van Abu Dhabi Mohammed bin Zayed in 2017. © US Secretary of Defense

Het startpunt van zijn analyse is de vraag hoe het komt dat Saoedi-Arabië en de VAE, onder de facto­-heerschappij van MbS en MbZ, zo'n specifiek regimetype hebben ontwikkeld, anders dan de meeste Arabische landen – en ook anders dan de andere Golfstaten. Bij nadere bestudering van het leiderschap van MbS, dat nu zes jaar duurt, en van MbZ, inmiddels zeventien jaar, valt een aantal zaken inderdaad op.

Terwijl de buurstaten zijn blijven 'steken' in wat Davidson sheikhly of 'neo-patrimoniale' heerschappij noemt, zijn Saoedi-Arabië en de VAE opgeschoven in de richting van sultanisme, later in het boek meer specifiek aangeduid als advanced sultanism. Dit lijkt een gegoochel met termen, maar schijn bedriegt.

Uitvoerig komen de kenmerken van zo'n sultanistisch regime à la Saoedi-Arabië en de VAE aan bod. Eerst en vooral hard power: rücksichtslose uitschakeling van alle mogelijke rivalen binnen de heersende familie(s), zo goed als volledige controle over niet alleen patronagenetwerken maar ook over de economie, coöptatie of marginalisering van politieke en juridische instituten, forse grip op de civiele maatschappij en de media, en bovenal een even compleet als efficiënt geweldsmonopolie. Tegenspraak wordt niet geduld. Daar kunnen de grote aantallen gewetensgevangenen van meespreken.

Aarts - Mohammed bin Salman in 2019. State Department photo
De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman in 2019. © State Department photo

Maar er is meer. Elementen van soft power blijken immers net zo belangrijk. Terecht besteedt Davidson uitvoerig aandacht aan het nauwelijks ideologische karakter van beide regimes. Dat komt het meest tot uiting bij de afkeer van zowel MbS als MbZ van elke vorm van politieke islam; meer specifiek in de vorm van de Moslimbroederschap – in beide landen tot terroristische organisatie verklaard. Aanhangers van deze organisatie worden in eerste instantie gezien als bedreiging van de ‘nationale veiligheid’ en van de zittende heersers, dus eerder op rationele en praktische gronden dan ideologisch.  

Overigens signaleert de auteur terecht dat zowel MbS als MbZ buiten de eigen grenzen nogal flexibel optreden als het gaat om het aanknopen van relaties met – of zelfs financieren of bewapenen van – groeperingen gelieerd aan diezelfde Moslimbroederschap. Wars van ideologische overwegingen viert opportunisme hoogtij. In Jemen gebeurt dat bijvoorbeeld door de connecties van Saoedi-Arabië met de islamistische Islah-partij, die de met Iran samenwerkende Houthi's bestrijdt.

En tot slot liberal engeneering: naast de omarming van religieus modernisme (in de VAE overigens véél meer dan in Saoedi-Arabië) is er een bewuste cultivering van de jeugd. Wat dat laatste betreft, gaat MbS beslist verder dan al zijn voorgangers en bijgevolg draagt menige Saoedische jongere hem op handen.

Aarts - Saudische jongeren in Najran, 2020. Richard Mortel - Flickr
Saudische jongeren in Najran, 2020. © Richard Mortel / Flickr 

Nadat dit alles is uiteengezet, zij het soms met een overkill aan feiten en feitjes, volgt een aantal meer bespiegelende hoofdstukken die het label advanced sultanism verder uitwerken. Hierin put Davidson zich uit in een vergelijking met 'hedendaags sultanisme' elders in de wereld, zoals in Turkmenistan, Belarus, Azerbeidzjan en (tot voor kort) Oezbekistan.

Hij noteert overeenkomsten en verschillen tussen advanced sultanism en hedendaags sultanisme. Wat betreft de overeenkomsten is de machtsconcentratie natuurlijk voor de hand liggend. Opvallend in het lijstje van overeenkomsten is verder het niet-ideologische karakter van dit soort regimes.

Kijken we naar de verschillen, die een nieuw label moeten rechtvaardigen, dan valt de afwezigheid van politieke partijen op, de totale economische controle, het (nog wel) redelijk inclusieve karakter van de renteniersstaat, en het (vooralsnog) ontbreken van een extreme persoonlijkheidscultus.

Wat verder opvalt, is dat vergelijkenderwijs zowel Saoedi-Arabië als de VAE hoog scoren op de ‘Human Development Index’ (HDI), in hoge mate in de wereldmarkt zijn geïntegreerd, inclusief intensieve relaties met westerse consultants, en – opvallend genoeg – een succesvol pad lijken te bewandelen bij het aanpakken van corruptie. Dit alles maakt de twee Golfstaten 'anders dan andere' en dus valt er iets te zeggen voor een nieuw label, ook al kun je je afvragen of zoiets als advanced sultanism gaat beklijven.

De conclusie kan haast geen andere zijn dat MbS en MbZ het beslist langer dan “twee tot vijf jaar” gaan uithouden

Indachtig zijn eerdere After the Sheikhs wordt het tot slot spannend als Davidson speculeert over de houdbaarheid van dit nieuwe regimetype. Of hij geschrokken is van zijn eerdere misser (“binnen twee tot vijf jaar”) is niet meteen duidelijk, maar ditmaal is hij behoedzamer.

Enerzijds signaleert hij een aantal gevaren – tien in totaal nog wel – die tot een vroegtijdig einde van de zittende regimes zouden kunnen leiden. Anderzijds constateert hij dat er elders in de wereld genoeg voorbeelden zijn van sultanistische regimes die het regelmatig twintig jaar of langer weten vol te houden.

Tel daarbij op de intrinsieke voordelen die MbS en MbZ kunnen genieten: het bezit van royale natuurlijke hulpbronnen en even langdurige als nauwe relaties met westerse landen. Dan kan de conclusie haast geen andere zijn dat MbS en MbZ het beslist langer dan “twee tot vijf jaar” gaan uithouden.

 

bookcoverChristopher M. Davidson
From Sheikhs to Sultanism.Statecraft and Authority in Saudi Arabia and the UAE.
Uitgeverij C. Hurst & Co. (2021)
Pagina's: 516
ISBN: 9781787383937

  • 1. Onder de lichtelijk omineuze titel 'The Arab Sunset' schreef Davidson in Foreign Affairs (10 oktober 2013) een vergelijkbare verhandeling over de op handen zijnde val van de monarchieën in de Perzische-Golfregio.
  • 2. Een van de eerste auteurs die een dergelijke, zij het diepgaandere analyse maakte was Fred Halliday in Arabia without Sultans, Londen: Saki Books, 1974.
  • 3. Christopher Davidson publiceerde eerder onder andere: The United Arab Emirates: A Study in Survival, Boulder: Lynne Rienner Publishers, 2005; Dubai: The Vulnerability of Success, Londen: Hurst Publishers, 2008; Abu Dhabi: Oil and Beyond, Oxford University Press, 2009.

Auteurs

Paul Aarts
Midden-Oostenexpert verbonden aan de Universiteit van Amsterdam