Artikelen Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Estland: digitale pionier worstelend met buitenlandpolitiek

20 Jul 2017 - 14:52
Photo: Flickr / Dennis Jarvis
Terug naar archief

Estland worstelt met een interessante spagaat tussen ‘postmodern’ en ‘modern’. Postmodern ‘E-Stonia’ heeft geen autoritaire tendensen à la Polen en Hongarije, Modern Estland kent een conservatieve buitenlandse politiek gericht op de Russische dreiging met tegelijkertijd huiver ten aanzien van immigratie van buiten Europa. Een analyse van het buitenlandbeleid van de nieuwe EU-voorzitter.

Buitenlandse ambtenaren en journalisten die zich op 1 juli, de dag dat het EU-voorzitterschap van Estland begon, al in Tallinn ophielden, konden nog enkele hoogtepunten van de Noorte Laulu- ja Tantsupidu, het zang- en dansfestival voor jongeren, meepikken. Duizenden, al dan niet in streekdracht gestoken kinderen en adolescenten begaven zich, zoals elke vijf jaar, naar de hoofdstad om zich daar onder te dompelen in wat de Estse sociologe Marju Lauristin ooit “de grootste congregatie, gebaseerd op gemeenschappelijke heilige waarden, een welhaast religieuze ervaring” noemde. De volwassenen zullen het ritueel weer in 2019 ondergaan, in nog veel groteren getale.

Deze traditie begon in 1869, op de golven van de Romantiek en het zich ontluikende nationale bewustzijn, en wist zelfs de sovjetbezetting te doorstaan. Niet voor niets is de vreedzame opstand tegen het vermolmde juk van Moskou, eind jaren tachtig van de vorige eeuw, de ‘Zingende Revolutie’ gedoopt. Zang en dans als uitdrukkingen van een diepgewortelde hang naar vrijheid, na vele eeuwen van buitenlandse, feodale en totalitaire overheersing, en naar bescherming van de unieke, doch kwetsbare taal en cultuur, na vele pogingen tot uitvlakking door russificering.

Het ‘E-Stonia’-mirakel
Diezelfde buitenlandse bezoekers zullen door de gastgever worden onthaald op presentaties over, demonstraties van, etc. het ‘E-Stonia’-mirakel. Estland staat reeds sinds midden jaren negentig, de periode van de economische wederopbouw, te boek als Europa’s onbetwiste pionier op ICT-gebied. Voor de Estse burger is het al jaren de normaalste zaak van de wereld dat hij, als hij zijn ID-kaart in de laptop steekt, toegang krijgt tot allerlei overheidsdiensten. De elektronische handtekening die men zet, is al sinds 2000 juridisch bindend.

Ondernemers kunnen via het E-Business Register in twintig minuten een nieuw bedrijf registreren (in 2011 deed 98% dat). Het Stenbocki maja, het statige onderkomen van de premier van Estland, is sinds 2000 geheel papiervrij. Het in 2001 gelanceerde X-Road-systeem garandeert een soepele wisselwerking tussen de honderden publieke en private e-services. Via deze ‘weg’ wordt al van meer dan tweeduizend diensten gebruikt gemaakt, er zijn 170 databases beschikbaar (2013).

Als gedigitaliseerd en geliberaliseerd succesverhaal heeft Estland de andere ‘volksdemocratieën’ ver achter zich gelaten

De twee internationale ‘E-Stonia’-uithangborden bij uitstek mogen niet ongenoemd blijven. Iedereen, Est of niet-Est, waar ook ter wereld, kan zich sinds december 2014 aanmelden voor E-Residency. Men kan dan gebruik maken van alle ‘e’-diensten van de Estse overheid en een heuse ‘e-Estonian’ worden, een digitale Est (wat een ‘e-Estonian’ zonder persoonlijke en zakelijke band met Estland verder met zijn vers verworven E-residentsus-status kan doen, blijft vrij onduidelijk).[1]

Cyber security is een ander handelsmerk geworden. Ironisch genoeg heeft het land dit te danken aan de aan Rusland toegeschreven cyber-aanvallen die in 2007, na de verplaatsing van het sovjet-monument van de Bronzen Soldaat (Pronkssõdur), het maatschappelijk leven verlamden.

Traditie en technologische innovatie, bescherming van de taal en cultuur en onstuitbare economische dynamiek gaan hand in hand in Estland. Ook de jonge digitale tovenaars voelen geregeld de intuïtieve aandrang zich terug te trekken in het familiehuisje op het platteland en op te gaan in de rijke natuur of in een roman – wee degene die zijn literaire klassieken niet kent. Als gedigitaliseerd en geliberaliseerd (het tweede geldt er als voorwaarde voor het eerste) succesverhaal heeft Estland de andere voormalige ‘volksdemocratieën’ inmiddels ver achter zich gelaten (hoewel Litouwen met een inhaalslag bezig lijkt). Aan zelfvertrouwen zodoende geen gebrek.

Volgens de Esten kan ook Vana (‘oud’) Euroopa iets van hun kleine land opsteken; de ‘oude’ EU-lidstaten mogen van oudsher dan wel op het politiek-institutionele vlak het voortouw nemen, in economisch-technologisch opzicht belichamen zij stagnatie, een demotiverende koudwatervrees die de door Estland zo toegejuichte Lissabon Agenda heeft ondermijnd. Als EU-voorzitter wil Estland de mede-Europeanen weer op het juiste, toekomstgerichte spoor zetten.

De terugkeer naar Europa…
We zouden voornoemde twee-eenheid iets breder kunnen trekken. Er heeft zich in Estland na 1991 een interessante spagaat afgetekend tussen ‘postmodern’ en ‘modern’. Postmodern Estland wordt gekenmerkt door een grotendeels geliberaliseerde economie; snel draadloos internet, tot in de verste uithoeken van het land; een record aantal online-diensten; een geheel van religieuze invloeden gevrijwaarde politiek en wetgeving; een geregistreerd partnerschap, ook voor homoseksuele echtparen;[2] en het ontbreken van autoritaire tendensen à la Polen en Hongarije. Modern Estland wordt gekenmerkt door een relatief conservatieve buitenlandse politiek en defensiepolitiek, die allereerst zijn gericht op de ontwaarde dreiging door Rusland; relatief strenge staatsburgerschaps- en taalwetten; huiver ten aanzien van immigratie van buiten Europa; en een tamelijk starre kijk op de twintigste-eeuwse geschiedenis.

Het was in eerste instantie geen eenvoudige opgave de voornaamste West-Europese spelers te doordringen van het belang van een spoedig Ests aanmeren in Europa

Alhoewel het programma de indruk wekt dat die ‘postmoderne’ aspecten (inclusief zulke zaken als duurzaamheid en gelijke kansen op de arbeidsmarkt) tijdens het Estse EU-voorzitterschap de boventoon zullen voeren, zijn de ‘moderne’ aspecten (de relatie tussen de NAVO en de EU) daar wel degelijk subtiel doorheen geweven. En er is weinig voor nodig – een zoveelste crisis in de structureel gespannen relatie met Rusland – om Estland die laatste prioriteit te laten geven. De Eesti välispoliitik, de Estse buitenlandse politiek, heeft zo haar instinctieve constanten en die laten zich niet zomaar terzijde schuiven.

Het sleutelbegrip voor de duiding van de Eesti välispoliitik sinds 1991 is ‘de terugkeer naar Europa’. De terugreis naar het Avondland was niet enkel een politiek-strategische en economische noodzaak (de verankering in de NAVO en de Europese Unie). Het betrof volgens Estland tevens een genoegdoening voor het politieke onrecht dat het kleine land in 1939-1940 was aangedaan. “De val van het Stalin-Rijk en de Duitse hereniging hebben bewerkstelligd […] dat de winnaars van de geschiedenis de gijzelaars van de geschiedenis nu tegemoetkomen,” zo sprak eens de legendarische Estse president (1992-2001) en eurofiele intellectueel Lennart Meri.

...een historisch-cultureel recht
Meer in het algemeen zag men de terugkeer als een vanzelfsprekendheid, een historisch-cultureel recht en een correctie van de geheel tegennatuurlijke sovjet-absurditeit die in het verlengde lagen van de historische waarheid: Estland vormde een van de oudste naties van Europa. De Esten, zo herinnerde Meri zijn toehoorders, woonden al minstens vijfduizend jaar onafgebroken op dezelfde plaats aan de Oostzee en de Grote Volksverhuizingen en de andere grote migratiestromen in de Europese geschiedenis hadden Estland nooit bereikt.[3]

Het was, in eerste instantie, beslist geen eenvoudige opgave de voornaamste West-Europese spelers, Brussel en Washington, te doordringen van het belang van een spoedig Ests (en Lets en Litouws) aanmeren in Europa. Uiteraard was allereerst de macht der gewoonte hier debet aan.

Hoewel de meeste westerse landen de annexatie van Estland, Letland en Litouwen door de Sovjetunie in 1940 nooit de jure hadden erkend, was de praktijk er een van accommodatie en Realpolitik. “De Baltische landen werden geschrapt van de lijst van vrije landen en werden vergeten. Voor de publieke opinie van andere landen waren we slechts Sovjets, Russen […]. Westerse politieke wetenschappers bedachten verscheidene scenario’s voor de relatie tussen Oost en West, maar hun theorieën voorzagen niet in de ineenstorting van de U.S.S.R., laat staan [in] de bevrijding van de Baltische landen,” in de ietwat deprimerende woorden van een Litouwse filosoof.[4]

De vrees Rusland te provoceren en de machtspositie van Boris Jeltsin te ondergraven, speelde ook een rol, evenals de zoektochten naar een evenwicht tussen verdieping en verbreding van de integratie (EU) en een nieuwe missie in de wereldpolitiek (NAVO).

Jeroen Bult cultuur onstuitbare economische dynamiek  Estland. Bron: Oleksiy Mark
Traditie en technologische innovatie, bescherming van de taal en cultuur en onstuitbare economische dynamiek gaan hand in hand in Estland. Bron: Oleksiy Mark

Die queesten zouden nooit helemaal ten einde komen, maar veranderende geopolitieke omstandigheden gaven de doorslag bij de besluiten (EU: Helsinki 1999; NAVO: Praag 2002) om toetredingsonderhandelingen met Estland (en Letland en Litouwen) te beginnen. Ofschoon het aan de Europese Commissie (die zeker ook onder de indruk was van Estlands economische prestaties) was om een finaal oordeel te vellen over de individuele kandidaten, waren de meeste EU-landen door de Kosovo-rampspoed van 1998-1999 tot de slotsom gekomen dat een Big Bang-uitbreiding van de Unie kon bijdragen aan het bevorderen van de vrede en stabiliteit in heel Europa.

De regering-Bush zette om dezelfde reden de uitbreiding van de NAVO door, temeer omdat zij zich na de aanslagen van ‘9/11’ op het Midden-Oosten, d.w.z. de bestrijding van het islamitisch terrorisme, wilde kunnen richten. Naar verluidt koesterden de Verenigde Staten ook heimelijk de wens via de kersverse, oostelijke NAVO-bondgenoten het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB)-in-wording van de EU te kneden.

Keine Experimente! Of misschien toch wel?
Estland zou daar op zich weinig moeite mee hebben gehad. Zijn benadering van de EU is vanaf het moment van zijn toetreding op 1 mei 2004 namelijk altijd een zakelijke en pragmatische geweest. De hoogdravende, Meriaanse retoriek verdween naar de achtergrond, voorop stond het profijt van de interne markt en het vrij verkeer van kapitaal, diensten en personen (het aantal Estse arbeidsmigranten in het naburige, cultureel verwante Finland zou snel stijgen).

Met de politieke en militaire dimensies van Europa heeft Estland aanzienlijk minder op. Het beziet het GBVB primair als een bruikbaar instrument voor het optuigen van een gezamenlijk energiebeleid – om de eigen afhankelijkheid van het Russische gas te verminderen en de EU weerbaarder te maken tegen de verdeel-en-heerspolitiek van president Poetin/Gazprom – en van het Oostelijk Partnerschap – om republieken als Oekraïne, Georgië en Moldavië te behoeden voor een afglijden naar het tragische niveau van failed state, waar Moskou de vrije hand zal hebben.

Blijven kijken over Atlantische einder
Voor zijn nationale veiligheid is Estland over de Atlantische einder blijven kijken, alle formele adhesiebetuigingen aan het GBVB en het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) ten spijt. Rivaliteit en duplicaatvorming tussen NAVO en EU wil het voorkomen; van de gedachte van een onafhankelijke EU-defensie gruwt Tallinn. De Verenigde Staten mogen beslist niet de indruk krijgen dat Europa niet langer van hun diensten gebruik wenst te maken en zich tegen hen afzet. “Het is van belang dat de EU accepteert dat het de junior-veiligheidspartner van de Verenigde Staten is, dan pas is een verder uitbouwen van de samenwerking mogelijk. Een confrontatie zal enkel nadelig zijn voor Europa, in het bijzonder voor Estland,” zo waarschuwde oud-premier en aankomend Europees commissaris Siim Kallas reeds begin 2004 (toen de wonden van ‘Irak’ nog maar net waren geheeld).[5]

De Russische interventies in Georgië (2008) en Oekraïne (2014), de oplopende spanningen in de Oostzee-regio, maar ook het opschorten van het Verdrag over de Conventionele Strijdkrachten in Europa door Poetin in december 2007 hebben Estland alleen maar doen volharden in deze strategie.[6] De komst van het multinationale bataljon naar Estland (en Letland, Litouwen en Polen), zoals besloten tijdens de NAVO-top van juli 2016, heeft de interesse van de kleine, kwetsbare republiek voor EU-samenwerking op defensiegebied nog verder doen tanen.[7] De bespeurde ontvankelijkheid van sommige Europese landen en politieke partijen voor de lokroepen van het Kremlin droeg het hare bij. Was de tijd van accommodatie en Realpolitik vis-à-vis Moskou werkelijk voorbij?

De Baltische staten waaronder Estland zijn voor de Verenigde Staten van groot belang als NAVO-partner. Zowel toenmalig president Obama als de toenmalige premier Rõivas (R) erkenden dit in 2014. Bron: Wikimedia Commons
De Baltische staten waaronder Estland zijn voor de Verenigde Staten van groot belang als NAVO-partner. Zowel toenmalig president Obama als de toenmalige premier Rõivas (R) erkenden dit in 2014. Bron: Wikimedia Commons

Ter samenvatting had een verkiezingsleuze van de CDU van bondskanselier Adenauer (die niet minder bevreesd was dat de westerse mogendheden en de Sovjetunie achter zijn rug om zaken met elkander zouden doen) uit 1957 kunnen volstaan: Keine Experimente! Toch kan ook Tallinn niet voorbijgaan aan de snel veranderende internationaalpolitieke verhoudingen en omstandigheden – 2017 is geen 2004 of 1991.

Complicerende factoren
Hoe begrijpelijk de louter krachtiger geworden NAVO-fixatie ook moge zijn, soms gaat Estland iets te gemakkelijk voorbij aan de besognes van zijn westelijke en zuidelijke partners, voor wie het islamitisch radicalisme en terrorisme, de inferno’s in het Midden-Oosten en Noord-Afrika en de vluchtelingenstromen uit die onfortuinlijke gebieden welbeschouwd veel urgentere vraagstukken zijn dan de uithalen van het zich in zelfbeklag wentelende Rusland. Elders in Europa dreigt het gevoel te ontstaan dat men wel geacht wordt militairen, straaljagers en EU-subsidies naar het oosten te sturen, terwijl het bewijzen van een wederdienst – het opnemen van een deel van de aangemeerde vluchtelingen – uitblijft. Quid pro quo.

Een andere complicerende factor, die Estland al helemaal niet kan negeren, vormen de populistische bokkesprongen in de zo geadoreerde Angelsaksische wereld. De uitslag van het in juni 2016 gehouden Brexit-referendum kwam als een buitengewoon onaangename verrassing; binnen de EU is Groot-Brittannië voor de Esten een prominente wapenbroeder in de strijd tegen ‘Rijnlandse’ uitwassen (zoals de roep om meer harmonisatie op het gebied van belastingen en sociale zekerheid) en voor het behoud van de trans-Atlantische band en de sancties tegen Rusland.

Premier Rõivas en kortstondig minister van Buitenlandse Zaken Ligi herhaalden weinig heil te zien in een EU-defensie, welk onderwerp prompt weer hoog op de Europese agenda kwam te staan (“De Europese benadering van militaire vraagstukken is nu eenmaal iets anders dan die van de Verenigde Staten,” zei Ligi met een hem kenmerkend gevoel voor understatement).[8]

Estlands chronische achterdocht ten aanzien van Moskou en zijn wens de relatie met Berlijn te verdiepen zullen elkaar slecht verdragen

De verkiezingsoverwinning van de wispelturige Donald Trump, die zich in 2016 in weinig vleiende bewoordingen over de NAVO had uitgelaten, betekende een tweede forse deuk in de Estse buitenlandpolitieke Weltanschauung. Politici, tot president Kaljulaid aan toe, probeerden meteen waarborgen te verkrijgen met betrekking tot Artikel 5 (collectieve defensie) van het NAVO-Verdrag (die vice-president Pence, minister van Defensie Mattis, een oude vriend van Estland, en Speaker Ryan hun ook zouden geven) en benadrukten onophoudelijk dat Estland keurig, conform de norm, twee procent van zijn BNP aan defensie spendeert,[9] maar een meer fundamentele discussie over de toekomst van de välispoliitik lijkt nu onontkoombaar te zijn. Wordt het tijd om de instinctieve constanten bij te sturen?

Verdieping van de relatie met Berlijn is niet eenvoudig…
Het is natuurlijk een debat dat niet alleen in Estland woedt; Nederland en andere kleine EU-lidstaten worstelen ook met de vraag of de bakens moeten worden verzet. Centraal daarbij staat de leidende rol van Duitsland. Siim Kallas, indertijd välisminister, wist al in 1996: “Duitsland is onze belangrijkste woordvoerder, maar als het iets niet wil, dan zal dat ook niets worden.[10]

Een alleszins realistische inschatting, maar de gedachte dringt zich wel op dat Tallinns chronische achterdocht ten aanzien van Moskou en zijn wens de relatie met Berlijn te verdiepen, elkaar slecht verdragen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit de ongekend felle Duitse reacties op het Amerikaanse voornemen de economische strafmaatregelen tegen Rusland ook toe te passen op de geplande Nord Stream II-gaspijpleiding door de Oostzee, een project dat Estland juist hartsgrondig verafschuwt (net als de aanleg van de eerste Nord Stream-pijpleiding destijds).[11]

En wat te doen als kanselier Merkel, al dan niet in samenspraak met de Franse president Macron, op korte termijn, na de Bondsdagverkiezingen in september, de politieke en militaire integratie van de EU wil opvoeren, mogelijk in ‘kopgroep’-verband? Aan de andere kant: Estlands natuurlijke habitat, het Oostzee-gebied, maakt in politiek opzicht een versnipperde indruk (Zweden en ‘grote broer’ Finland zijn geen NAVO-lid, Zweden en Denemarken hebben de euro niet ingevoerd) en biedt evenmin bijster veel houvast.

…maar nu eerst genieten van EU-voorzitterschap
Voor de Esten zijn het voorlopig zorgen voor later. Zij willen tot 1 januari 2018 genieten van hun EU-voorzitterschap en de gelegenheid te baat nemen om zichzelf neer te zetten als de digitale goeroes van Europa, technologische waaghalzen die er ook nog eens een rijk cultureel leven op nahouden (aansluitend, in 2018, volgt de uitgebreide viering van de honderdste verjaardag van de Eesti Vabariik). En wie had dertig jaar geleden, tijdens de ‘Zingende Revolutie’, in de grauwe (na-)dagen van de Sovjetunie, dat voorzitterschap überhaupt voor mogelijk gehouden?

 

Jeroen Bult is historicus en publicist, gespecialiseerd in Estland, Letland, Litouwen en Duitsland


[1] ‘ “Mulle ei meeldi Eesti praegu üldse” ehk Kuidas ID-kaardi tehniline häda võib e-riigi mainet korralikult kahjustada’, Eesti Päevaleht, 27 oktober 2015, pp. 2-3. Het activeren van ontvangen e-residentsus-kaarten schijnt niet altijd even vlot, zonder error-meldingen, te zijn verlopen. Sommige experts behielden ook hun twijfels over de betrouwbaarheid van de beveiliging van de versleutelde berichten en documenten die men met gebruik van de kaart kan versturen. Men kan geen back-ups van de sleutels maken, die bovendien niet onbeperkt geldig zijn (de kaart verloopt na drie jaar). Zie ook: ‘I’m Now an Estonian E-Resident, But I Still Don’t Know What to Do with It’, Ars Technica, 22 augustus 2015 (https://arstechnica.com).

[2] Een venijnig detail is dat het parlement, na ratificatie van de partnerschapswet in oktober 2014, nog wel een speciale uitvoeringswet moest aannemen. Dat is nog niet gebeurd, omdat de conservatieve regeringspartij IRL, die na de verkiezingen van 2015 met stevige concurrentie op rechts te maken heeft gekregen, is gaan dwarsliggen. Het resultaat was dat de partnerschapswet op 1 januari 2016 gewoon van kracht werd, terwijl de uitvoeringswet nog niet was aangenomen. Een juridisch zeer verwarrende situatie, vinden ook experts.

[3] ‘Eurooplase mõtted Saksamaast’ (Peokõne Saksamaa taasühinemise 5. aastapäeval 3. oktoobril 1995), in: Lennart Meri, Presidendikõned, Eesti mõttelugu 9 (Toomas Kiho, koostaja), Tartu: Ilmamaa, 1996/2005, p. 507; ‘Riiki on kergem taastada kui inimest’ (Intervjuu Seppo Kuusistole Noarootsis 25. augustil 1995), in: ibid., p. 486.

[4] Bronislovas Kuzmickas, Išsivadavimas. Užsienio politikos epizodai 1988-1991. Atsiminimai, Vilnius: Apostrofa, 2006, pp. 17 & 22.

[5] Andres Kasekamp & Martin Sæter, Estonian Membership in the EU. Security and Foreign Policy Aspects, Oslo: Norsk Utenrikspolitisk Institutt (Norwegian Institute of International Affairs), 2003, p. 31; ‘Kümme kõige tähtsamat küsimust eurovolinikule’, Eesti Päevaleht, 2 februari 2004, p. 6.

[6] Zie: Jeroen Bult, ‘Im Osten nichts neues. Estland, Letland en Litouwen en de Krim-crisis’, Internationale Spectator, nr. 5 (jrg. 68), mei 2014, pp. 6-12; en Jeroen Bult, ‘Terug in de “grijze zone”? De Baltische landen tussen zelfbewust Rusland en weifelende NAVO’, Atlantisch Perspectief, nr. 6 (jrg. 40), 2016, pp. 36-41 (uitgebreidere versie beschikbaar op: www.atlcom.nl).

[7] De Estse minister van Defensie, Jüri Luik, drong, in navolging van president Grybauskaitė van Litouwen, aan op het sturen van extra NAVO-troepen met het oog op de naderende grootschalige Russische militaire oefening Západ 2017, die in september zal plaatsvinden (Aktuaalne kaamera, ETV, 29 juni 2017).

[8] Välisilm, ETV, 19 september 2016. Het naderende Brexit is tevens de reden dat het Estse EU-voorzitterschap werd vervroegd; oorspronkelijk zou Groot-Brittannië de tweede helft van 2017 die taak op zich nemen (en Estland de eerste helft van 2018).

[9] De staf van de Estse ambassade in Washington zal ook worden uitgebreid.

[10] ‘Deutschland will Anwalt der Balten sein. Begegnung der Außenminister/Künftig regelmäßige Beratungen’, in: Frankfurter Allgemeine Zeitung, 29 augustus 1996, p. 5.

[11] Zie: ‘Berlin Hits Back at US Move to Tighten Sanctions on Russia’, Financial Times-online, 15 juni 2017 (www.ft.com).

Auteurs

Jeroen Bult
Historicus en publicist, gespecialiseerd in Estland, Letland en Litouwen