Europa of Atlantica: Correctie op de Atlantische reflex
Serie Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Europa of Atlantica: Correctie op de Atlantische reflex

05 Dec 2018 - 12:56
Photo: Mark Rutte begroet voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker met aan de zijkant vice-voorzitter Frans Timmermans © European Union
Terug naar archief

Nederland wordt met Brexit en Trump uitgedaagd in zijn traditionele oriëntatie van het buitenlandbeleid: de gelijktijdige inzet op Europese en Atlantische samenwerking. De Clingendael Spectator analyseert deze dubbelstrategie en mogelijk ongemakkelijke spagaat in de serie Europa of Atlantica. In deel twee en drie de politieke visie van twee Europarlementariërs. Volgens delegatieleider voor GroenLinks in het Europees Parlement Bas Eickhout moet Nederland eenduidig voor Europese samenwerking kiezen ‘om Trump van een zo krachtig mogelijk antwoord te voorzien’.

Een half jaar na het Brexit-referendum presenteerde toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders de jaarlijkse kabinetsvisie op de “staat van de Europese Unie”. Daarin betreurt hij het aangekondigde vertrek van een “gelijkgezinde partner binnen de Unie”. Hij spreekt zelfs van verbondenheid met het “Britse gedachtengoed”.

Net na de verkiezing van Trump stond een leger aan journalisten klaar om Rutte bij zijn wekelijke persconferentie uit te horen over zijn opvattingen over de nieuwe Amerikaanse president. Daar waar de Duitse bondskanselier samenwerking aanbood onder voorwaarde van respect voor gemeenschappelijke waarden en president Hollande zorgen uitte over ingenomen standpunten van Trump, wilde Rutte bovenal geen twijfel zaaien over de Nederlandse-Amerikaanse vriendschap. Over de trans-Atlantische band zei hij zelfs dat deze “minstens zo belangrijk als de samenwerking in de EU. En op sommige momenten misschien nog wel belangrijker.”

Deze voorbeelden zijn tekenend voor hoe moeilijk Nederlandse bewindslieden het vinden om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit waarin twee trouwe bondgenoten een fundamenteel andere richting inslaan. Hoe nauw de historische banden met het VK en de VS ook zijn, toch is een correctie op de Atlantische reflex die Nederland de afgelopen decennia had, logisch en wenselijk.

Deregulering en euroscepsis: de erfenis van het Verenigd Koninkrijk
Nader beschouwd is het opmerkelijk dat een sociaaldemocratische minister zich zo verbonden voelt met het ‘Britse gedachtengoed’ binnen de Europese Unie. Dat gedachtengoed bestaat namelijk veelal uit een onvoorwaardelijk geloof in marktwerking, deregulering en vrijhandel en heeft een flink aandeel gehad in de zorgwekkende sociale situatie die we het afgelopen decennium in Europa hebben kunnen waarnemen. Voor Nederland, dat historisch gezien hecht aan een uitgebreide welvaartsstaat met een hoog niveau van sociale bescherming en een markt die de grenzen van milieu respecteert, is Groot-Brittannië zeker geen natuurlijke, gelijkgezinde partner.

Het verdiepen voor de interne markt was een van die Britse wensen waar Nederland altijd enthousiast aansluiting zocht en zoekt. Dat klinkt onschuldig, maar wanneer het concreet wordt, gaat het vaak om het wegnemen van barrières voor het bedrijfsleven die ten koste gaan van sociale bescherming van werknemers. Denk aan de hoogoplopende discussies die we in Nederland zien over Oost-Europese werknemers die tegen slechtere arbeidsvoorwaarden werk uitvoeren in Nederland dankzij een te slecht gereguleerd vrij verkeer van diensten. Als het aan het VK had gelegen, had de dienstenrichtlijn helemaal volgens het land van oorsprong principe gewerkt waarbij Poolse of Bulgaarse lonen in Nederland gelegaliseerd zouden zijn geweest. Daarmee is het belang van een goed gereguleerde welvaartsstaat niet gediend.

Deregulering is een andere erfenis die het Verenigd Koninkrijk aan de Europese Unie schenkt. Met Nederlandse steun is de Britse wens om in Europese wetten te snoeien en nieuwe wetgeving tot een minimum te beperken tot Europees beleid verworden. De zogenaamde agenda voor “betere regelgeving” die Commissaris Timmermans tegenwoordig onder zijn hoede heeft, leidt in de praktijk tot een slechter gereguleerde markt. Wanneer wetten voor de bescherming van werknemers, de gezondheid van consumenten of het milieu vooral door de bril van kosten voor het bedrijfsleven worden bekeken, komen veel noodzakelijke regels niet, te laat of afgezwakt tot stand. Ook deze erfenis bemoeilijkt het beschermen of uitbouwen van de Nederlandse welvaartsstaat.

Europese vergezichten over het functioneren van de Europese instituties en democratie zijn zowel voor de Britten als voor premier Rutte altijd een gruwel geweest

Behalve een ongebreideld geloof in marktwerking, vond Nederland in het Verenigd Koninkrijk ook vaak een partner bij discussies over Europese integratie en de toekomst van de Europese Unie. Europese vergezichten over het functioneren van de Europese instituties en democratie zijn zowel voor de Britten als voor premier Rutte altijd een gruwel geweest. Ook stond Nederland aan Britse zijde als het ging om het snoeien in de Europese begroting, in plaats van de noodzaak tegen het electoraat te verdedigen om voldoende middelen uit te trekken voor Europese politieke prioriteiten in het Nederlands belang. De afwijzende houding tegenover verdere Europese integratie maakte het moeilijker om problemen zoals de eurocrisis en belastingontwijking voortvarend op te lossen.

Premier Mark Rutte met de Britse premier Theresa May. ©  Number 10 / Flickr
Premier Mark Rutte met de Britse premier Theresa May. ©  Number 10 / Flickr

De reactie van het kabinet op het Britse vertrek is om op zoek te gaan naar nieuwe gelijkgezinde Europese partners. Het zou een fout zijn als het daarbij opnieuw zoekt naar allianties die gestoeld zijn op hetzelfde denken. Een sprekend voorbeeld daarvan is de samenwerking die minister van Financiën Hoekstra zocht met acht kleine lidstaten uit Noord-Europa. In een gezamenlijke brief pleitten deze landen tegen verdere verdieping van de economische en monetaire unie en voor meer van hetzelfde: vrijhandel binnen en buiten Europa, zonder een duidelijke erkenning dat de EU het juist op sociaal vlak vaak heeft laten afweten. Een voortzetting van het Britse economische denken in een nieuwe coalitie.

Voor een Europa dat tegemoetkomt aan de zorgen van veel Europeanen dat zij onvoldoende beschermd worden tegen snelle technologische ontwikkelingen en globalisering, zou Nederland er beter aan doen om aan te sluiten bij de Duits-Franse voorstellen zoals opgesteld in de Meseberg-verklaring van afgelopen juni. Die bieden een beter aanknopingspunt voor een socialer, effectiever en veiliger Europa bijvoorbeeld door constructieve voorstellen voor eerlijke belastingen van het (digitale) bedrijfsleven en een eurozonebegroting om de muntunie beter te laten functioneren. Werken aan een Europa dat Europeanen meer zekerheden en bescherming van welvaart biedt, zal ten goede komen aan de stabiliteit van de Europese Unie en is de beste manier om anti-EU-krachten van een antwoord te voorzien.

Een Europees veiligheidsbeleid zonder Trump
Ook de verkiezing van Trump geeft aanleiding om de Nederlandse relatie met de Verenigde Staten en opstelling binnen de EU te overdenken. Historisch gezien heeft Nederland zich na de Tweede Wereldoorlog vaak als een van de trouwste bondgenoten van de VS willen positioneren. Dat uitte zich onder andere in deelname aan door de VS geïnitieerde militaire missies en in een afwijzende houding tegenover verdere ontwikkeling van een Europees veiligheidsbeleid. Inmiddels ziet Nederland gelukkig de NAVO en de EU als complementaire veiligheidsankers en stelt het zich constructief op bij Europese veiligheidssamenwerking.

Het lijkt niet realistisch dat Europa op korte termijn zijn veiligheid kan garanderen zonder de NAVO. Maar een sterkere eigen vormgeving van het internationale veiligheidsbeleid is na Trump wel urgenter geworden. De traditionele opvatting dat de VS en Europa dezelfde waarden verdedigen en uitdragen in wereld, heeft een flinke deuk opgelopen sinds Trump president is. Europa moet meer inzetten op de niet-militaire aspecten van internationaal veiligheidsbeleid zoals de veiligheidsaspecten van klimaatverandering, ontwikkelingsbeleid en civiele conflictpreventie. Helaas zien we daar, bijvoorbeeld in de Europese meerjarenbegroting, veel te weinig van terug.

De nauwelijks verborgen wens van Trump om de EU te verzwakken of zelfs op te breken moet serieus genomen worden, ook door Nederland

De openlijke aanval van Trump op multilaterale instituties van het VN-klimaatproces tot en met de Wereldhandelsorganisatie gaat lijnrecht in tegen de belangen van Nederland dat als klein land gebaat is bij sterke mondiale instituties. De nauwelijks verborgen wens van Trump om de EU te verzwakken of zelfs op te breken moet serieus genomen worden, ook door Nederland. Nederland moet eenduidig voor Europese samenwerking kiezen om Trump van een zo krachtig mogelijk antwoord te voorzien in kwesties zoals handelsconflicten en klimaatpolitiek. Dat betekent dat de Nederlandse regering de achterhoededebatten over nationale soevereiniteit versus Europese soevereiniteit die we de afgelopen jaren zagen, achter zich moet laten.

De eeuwenoude banden met het VK en de VS zullen altijd belangrijk blijven voor Nederland. De zorgelijke interne politieke en sociale situatie in deze twee landen geven - gespleten samenlevingen met torenhoge armoede, ongelijkheid en een disfunctioneel electoraal systeem - zijn echter voldoende aanleiding om voor inspiratie en allianties meer naar het continent te kijken.

 

Auteurs

Bas Eickhout
Sinds 2009 namens GroenLinks lid van het Europees Parlement.