Artikelen Conflict en Fragiele Staten

Het einde van Oslo: alternatieven voor het beloofde land

Erwin van Veen +1
07 Dec 2017 - 10:27
Photo: Mundus Gregorius / Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)
Terug naar archief

Meer dan twintig jaar later is het duidelijk dat de Oslo-akkoorden van 1993-1995 niet langer een werkbare formule bieden om het Israëlisch-Palestijnse conflict tot een vreedzaam en rechtvaardig einde te brengen. De recente erkenning door president Trump van Jeruzalem als hoofdstad van Israël vormt in feite het symbolische nekschot van deze akkoorden. Nu het pad van de Oslo-akkoorden doodloopt en daarmee een twee-statenoplossing onwaarschijnlijk lijkt, is het tijd om alternatieve routes te onderzoeken.

Het idee achter de Oslo-akkoorden van 1993-1995, was het uitruilen van Palestijnse erkenning voor de Israëlisch-Palestijnse grenzen van 1967 voor Israëlische instemming met het opzetten van een soevereine Palestijnse staat binnen die grenzen.1 Dit laatste zou gepaard gaan met een aantal bijzondere voorwaarden om recht te doen aan Israëls kwetsbare geografische en demografische positie in het Midden-Oosten. Het probleem is dat de implementatie van de Oslo-akkoorden vanaf het begin van de jaren 2000 tot een halt is gekomen en de inhoud van de akkoorden daarna steeds meer ter discussie is komen te staan in het Israëlische politieke etablissement. Desondanks bleven de akkoorden lang het startpunt voor het vertrouwde – maar steeds meer betekenisloze – ‘Midden-Oosten vredesproces’. Met Donald Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël lijken de Oslo-akkoorden definitief begraven.2

De status van het Israëlisch-Palestijnse conflict in 2017
Israël bezette in 1967 de overblijvende ‘Palestijnse gebieden’ – te weten Oost-Jeruzalem, Gaza en de Westelijke Jordaanoever; vijftig jaar later zijn deze gebieden nog immer bezet. Oost-Jeruzalem wordt steeds verder ingekapseld in de Israëlische staat, Gaza is sinds 2005 van de buitenwereld afgesloten door een Israëlische blokkade, terwijl het aantal Israëlische nederzettingen en kolonisten op de Westelijke Jordaanoever steeds verder toeneemt.3 Met andere woorden, er zijn weinig indicaties dat Israël van plan is om een Palestijnse staat mogelijk te maken, zoals die in de Oslo-akkoorden was voorzien.

Israël ziet zich genoodzaakt het proces van inlijving van de Palestijnse gebieden politiek en moreel te rechtvaardigen

Meerdere factoren spelen een rol in deze ontwikkelingen, zoals diverse geweldsepisodes die het vertrouwen tussen Israëli’s en Palestijnen verminderden,4 onderlinge Palestijnse verdeeldheid5 en het institutioneel falen van de Palestijnse Autoriteit.6 Maar de hoofdoorzaak lijkt toch te zijn dat de Israëlische staat uiteindelijk niet geïnteresseerd is in het oplossen van het conflict op een voor beide partijen min of meer acceptabele basis. We constateren dat de Israëlische staat vanaf de periode 1967-1973 zijn conflict-dominantie steeds meer gebruikt om geleidelijke inlijving te bewerkstelligen van gebieden met historische of religieuze betekenis voor het Joodse volk. Concreet gaat het dan om Oost-Jerusalem en de Westelijke Jordaanoever. Deze trend is sterker geworden onder het huidige rechts-nationalistische kabinet van premier Netanyahu.7 Dit proces van inlijving wordt verwezenlijkt door een mix van Israëlisch militair bewind en civiele repressie. Daarnaast faciliteert Palestijnse verdeeldheid en de onkunde van de Palestijnse Autoriteit op paradoxale wijze ook de Israëlische strategie van annexatie.

oost jerusalem palestijn kind
'Israëlische civiele repressie vindt vooral plaats in Oost-Jeruzalem wiens circa 300.000 Palestijnen wel inwoners zijn van de Israëlische gemeente Jerusalem, maar geen Israëlische nationaliteit hebben.' Bron: Kashfi Halford / Flickr (CC BY-NC 2.0)

Westelijke Jordaanoever
Meer dan 60 procent van de Westelijke Jordaanoever staat onder direct bestuur van de Israëlische militaire autoriteiten (‘area C’). Israël oefent ook volledige controle uit over de grenzen van de hele Westelijke Jordaanoever en dit gebied is eveneens onderhevig aan regelmatige invallen van Israëlische veiligheidstroepen. Met andere woorden, de Palestijnse bevolking hier is in economisch en veiligheidsopzicht praktisch geheel afhankelijk van de Israëlische staat. Die gebruikt zijn positie om Palestijnse activiteit in area C te minimaliseren door land te onteigenen, bouwvergunningen te weigeren, graasrechten te ontnemen en dorpen te verplaatsen. Palestijnen hebben op papier toegang tot Israëlische militaire rechtbanken om hun gelijk te halen, maar meer dan 90 procent van de zaken wordt in hun nadeel beslecht .8 Ook gebruikt de Israëlische staat zijn machtsoverwicht om eigen nederzettingen en kolonisten te steunen en uit te breiden.9

Gaza
In Gaza is sinds de eenzijdige Israëlische terugtrekking na 2005 geen sprake meer van militair bewind. Het Israëlische leger behield evenwel volledige controle over de toegang tot Gaza .10 Als antwoord op het Hamas-bewind over Gaza legde de Israëlische staat vervolgens zeer stringente beperkingen op aan het verkeer van personen en goederen van en naar Gaza, die inmiddels een situatie hebben gecreëerd die de Verenigde Naties als ‘onleefbaar’ beschouwen .11

Oost-Jeruzalem
Israëlische civiele repressie vindt vooral plaats in Oost-Jeruzalem wiens c. 300.000 Palestijnen wel inwoners zijn van de Israëlische gemeente Jerusalem, maar geen Israëlische nationaliteit hebben. Op basis van dit onderscheid – en het bijbehorende verschil in rechten – vindt selectieve land- en woningonteigening plaats, alsook gemeentelijke verwaarlozing van Palestijnse inwoners op het gebied van sociaaleconomische dienstverlening. Daarnaast zijn Palestijnse politieke verbanden en organisaties in Jeruzalem sinds 2001 verboden en wordt de gemeente bij tijd en wijle opnieuw heringedeeld om het demografisch gewicht van haar Palestijnse inwoners te verminderen.

De autoritaire Palestijnse Autoriteit
Tot slot, het steeds autoritairdere gedrag van de Palestijnse Autoriteit naar haar eigen bevolking toe faciliteert ook de voortschrijdende inlijving van Palestijnse gebieden door Israël .12 De onkunde, de corruptie en het nepotisme van de Palestijnse Autoriteit verhinderen niet alleen de totstandkoming van een effectieve internationale en lokale proteststrategie, ze slaan ook de energie en creativiteit van de Palestijnse bevolking dood. Zo heeft de Palestijnse Autoriteit geen strategieën voor vreedzaam verzet tegen Israëlisch militair bewind in ‘area C’ of tegen Palestijnse marginalisatie in Oost-Jeruzalem. Daarnaast vormt de tweespalt tussen Fatah en Hamas sinds 2005/2006 een belangrijke factor die een effectieve lobby verhinderd. Ze gaf tot voor kort blijk van Palestijns politiek onvermogen het collectief belang van verzet boven de eigenbelangen van verschillende politieke facties te plaatsen .13

Gevolgen van de status quo
Dit alles heeft tot gevolg dat miljoenen Palestijnen zich regelmatig in een situatie bevinden waarin hun economische bestaanszekerheid in het geding is, hun rechten op de tocht staan, hun ontplooiing en mobiliteit beperkt zijn en hun fysieke veiligheid verre van zeker is. Dit creëert een collectief psychologisch trauma en een diepgeworteld gevoel van onrecht. Het is grotendeels – maar niet uitsluitend – de Israëlische staat die deze situatie in stand houdt door het ontkennen van de menselijkheid van de ander, dwang en een Kafkaëske toepassing van recht .14 Dit is immoreel en heeft ook een traumatiserende impact op de Israëlische ambtenaren, militairen en anderen die belast zijn met uitvoering van dit beleid .15 Tezamen met de geaccumuleerde politieke ballast van mislukte vredesprocessen zorgt dit trauma aan beide zijden ervoor dat de vooruitzichten op vrede met de tijd verminderen.

Israël ziet zich ook genoodzaakt het proces van inlijving van de Palestijnse gebieden politiek en moreel te rechtvaardigen, daar de internationale gemeenschap herhaaldelijk heeft vastgesteld dat de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden illegaal is onder internationaal recht .16 Een belangrijke Israëlische reactie hierop is het ‘antiterrorisme’-frame dat de Palestijnen – Hamas in het bijzonder – steevast wegzet als onverbeterlijke terroristen en de veiligheid van de staat Israël boven alles plaatst. Het grote probleem met deze redenering is dat na vijftig jaar bezetting de onveiligheid die voortkomt uit verzet hiertegen niet langer gebruikt kan worden om het voortzetten van diezelfde bezetting te rechtvaardigen. Daarnaast is Hamas een complexe mix van een politieke organisatie, een sociale beweging en een gewapende groep die zich onder meer bedient van terroristische tactieken .17 Hamas is overwegend een rationeel handelende conflictpartij waarmee gesproken kan – en zal moeten – worden om het conflict te kunnen oplossen.

Alternatieven voor Oslo
De zojuist geschetste ontwikkelingen maken de verwezenlijking van een twee-statenoplossing zoals voorzien in de Oslo-akkoorden op korte termijn onwaarschijnlijk – te meer daar er de afgelopen jaren in de Israëlische politiek een duidelijke beweging naar rechts-nationalisme en rechts-religieus conservatisme heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat annexatie van Palestijns gebieden en marginalisering van de Palestijnen voorlopig op dezelfde voet door zal gaan, of zelfs zal verergeren. Acties als de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël zullen agressiever Israëlisch optreden naar alle waarschijnlijkheid verder aanmoedigen, hoeveel ‘dagen van woede’ er ook op zullen volgen.18 Deze ontwikkelingen zijn schrijnend en laten een sterk moreel verval zien van het oorspronkelijke progressieve karakter van het Israëlische staatsvormingsproject.19 De situatie noodzaakt evenwel ook tot het onderzoeken van alternatieven. 

De Palestijnse Autoriteit is quasi-medeplichtig geworden aan de voortdurende Israëlische bezetting

Het is van belang hierbij realistisch te blijven. Dat betekent dat alternatieven niet gestoeld kunnen zijn op meer internationale druk op Israël als hefboom voor verandering. De internationale gemeenschap heeft immers andere prioriteiten (bijvoorbeeld Syrië, Irak en Libië), is verdeeld (de EU en de Golfstaten), staat inmiddels op goede voet met Israël (delen van Afrika en Azië) of interesseert zich niet in het conflict (bijvoorbeeld China en Rusland). De ‘ultimate deal’ van de Verenigde Staten lijkt vooralsnog een illusie, zeker gezien de recente erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël door president Trump. Evenmin kunnen alternatieven uitgaan van een effectieve Palestijnse diplomatieke strategie. Ondanks de recente toenadering tussen Hamas en Fatah blijven er veel praktische bezwaren en wantrouwen te overwinnen. Daarnaast maakt het autoritaire karakter van de Palestijnse Autoriteit het nagenoeg onmogelijk effectief tegenwicht te bieden aan de Israëlische staat. Tot slot kunnen alternatieven niet uitgaan van een Israëlische bereidheid om concessies te doen .20 Dit samenspel van factoren laat grosso modo twee routes open.

Optie 1: Het afdwingen van een gemeenschappelijke staat
Het idee om de instituties van een Palestijnse proto-staat op te bouwen als veiligheidsgarantie en voorwaarde voor Israël, zoals voorzien in de Oslo-akkoorden, heeft niet afdoende gewerkt. De huidige Palestijnse ‘staat’ lijkt eerder op een spreekwoordelijke schaduw op de wand van Plato’s grot. Tegelijkertijd is de Palestijnse Autoriteit quasi-medeplichtig geworden aan voortdurende Israëlische bezetting, niet in het minst door haar groeiende autoritaire karakter. Een oplossing is om de Palestijnse Autoriteit simpelweg op te heffen. Dit zou Israël dwingen om als bezetter de volledige morele en financiële kosten van het bestuur van de Westelijke Jordaanoever te dragen.

Gaza stad jongen peace
'Gaza is sinds 2005 van de buitenwereld afgesloten door een Israëlische blokkade' Bron: Stefano / Flickr 

De onderliggende aanname is dat directe Israëlische machtsuitoefening over de gehele Westelijke Jordaanoever – zonder de Palestijnse Autoriteit als excuus – een grootschalige situatie van onderdrukking en discriminatie zal creëren die niet lang acceptabel zal blijken. Dit noopt de Israëlische regering dan ófwel tot het alsnog akkoord gaan met een twee-statenoplossing, ófwel tot het toekennen van gelijke rechten aan de Palestijnse inwoners van een Nieuw Israël, dat dan meer een Libanese smeltkroes wordt dan een Joodse staat.

Drie acties kunnen dit scenario bewerkstelligen. Om te beginnen kunnen internationale donoren eenvoudigweg hun steun voor de Palestijnse Autoriteit staken, waarop diens faillissement zal volgen. Zonder een directe aanleiding is het echter onwaarschijnlijk dat donoren zo’n stap zullen zetten. Dit komt immers neer op het publiekelijk erkennen van het mislukken van de Oslo Akkoorden (waarin de internationale gemeenschap veel heeft geïnvesteerd) en zou een forse diplomatieke crisis creëren. Mocht Hamas evenwel deel uit gaan maken van de Palestijnse Autoriteit na de beoogde verkiezingen in 2018, dan zou dat zo’n directe aanleiding kunnen worden.

De Palestijnse bevolking van de Westelijke Jordaanoever zou ook een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid kunnen starten om de Palestijnse Autoriteit tot ontbinding te bewegen. Dit is lastiger vanwege het feit dat veel families afhankelijk zijn van inkomen dat voortkomt uit een dienstbetrekking bij diezelfde Autoriteit. Daarnaast vergt het een organisatorisch vermogen dat in het huidige onliberale klimaat op de Westelijke Jordaanoever lastig te verwezenlijken is.

Twee katalysatoren voor een dergelijke massa-mobilisatie zijn echter denkbaar. Ten eerste kan de aanwezigheid van Hamas in de West Bank – na verdere toenadering tot Fatah en verkiezingen in 2018 – Israël verleiden tot een volledige bezetting, die vervolgens massa-verzet oproept. Dit is niet ondenkbeeldig in het huidige Israëlische politieke klimaat van rechts-religieus nationalisme. Ten tweede zouden verdere spanningen over de Haram al-Sharif, en het niet adequaat hierop inspelen door de Palestijnse Autoriteit, kunnen leiden tot een volksmobilisatie, zoals dat ook in juli/augustus jl. gebeurde.21

Tot slot kan de PLO de eer aan zichzelf houden en de Palestijnse Autoriteit opheffen zodat die het kind van de rekening van Oslo wordt. President Abbas heeft deze mogelijkheid al een paar keer geopperd, zonder dat hij al te serieus genomen wordt. Dit komt vooral doordat voor een dergelijke monumentale beslissing veel politieke moed en eensgezindheid nodig is – geen karakteristieken waarvan het Fatah-leiderschap tot dusver veel blijk heeft gegeven. Daarnaast spelen economische belangen van Fatah-prominenten een rol, die op de tocht zouden komen te staan bij ontbinding van de Palestijnse Autoriteit.22 Aan de andere kant kan het mogelijke sneeuwbaleffect van de eenzijdige Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël in dit stadium moeilijk ingeschat worden. Het kan de druppel worden die de spreekwoordelijke emmer doet overlopen, zelfs voor de Palestijnse Autoriteit.

Optie 2: Tijdelijk (?) terug naar Jordaans bestuur
Als tweede alternatief voor de Oslo-akkoorden zou de Westelijke Jordaanoever (tijdelijk) onder Jordaans rentmeesterschap geplaatst kunnen worden. De onderliggende aanname is dat een autonoom Palestina onder Jordaans ‘toezicht’ acceptabel zal zijn voor Israël vanwege de bewezen veiligheids- en pro VS-geloofsbrieven van de Jordaanse regering, en een situatie met meer toekomstperspectieven creëert voor de Palestijnen. Een dergelijke overeenkomst zou een clausule moeten bevatten die revisie mogelijk maakt en na, zeg vijftig jaar, komt te vervallen ten faveure van een definitief onafhankelijke Palestijnse staat. In dit scenario zou Jordanië de rol van Israël overnemen op gebieden als grensbewaking en contra-terrorisme inlichtingenwerk, maar andere beleidsterreinen aan de Palestijnen overlaten in een Palestijns/Jordaanse confederatie met Jordaans vetorecht.

Door de zwakke machtspositie van zowel de Palestijnse Autoriteit als Hamas kan dit scenario – na het tot stand komen van een Palestijnse eenheidsregering als preliminaire stap – betrekkelijk eenvoudig ‘afgedwongen’ worden door Egypte, Saoedi-Arabië, Jordanië en internationale donoren, met instemming van Israël. Egypte krijgt relatieve rust in de Sinaï en herwint regionaal prestige, Saoedi- Arabië heeft een sterkere bondgenoot erbij, Jordanië ontvangt (nog) meer financiële steun vanuit de Golf en het Westen, terwijl Israël de handen vrij krijgt om zich op zijn nieuwe Syrische probleem te richten. Tegelijkertijd komt een belangrijke legitimeringsgrondslag voor het voortbestaan van Hezbollah als gewapende partij te vervallen.

Een harde voorwaarde zal zijn dat Israëlische nederzettingen blijven bestaan, maar uitgewisseld worden tegen Oost-Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad. Een ander noodzakelijk element van dit alternatief is een symbolische en praktische erkenning van het ‘recht op terugkeer’. Dit kan bijvoorbeeld de vorm krijgen van een recht op terugkeer naar de Westelijke Jordaanoever voor de c. 300.000 Palestijnse vluchtelingen in Syrië en Libanon, een internationaal beheerd compensatiefonds en een symbolisch[e] geste/excuus door de Israëlische staat.

De huidige geopolitiek van de regio vormt de belangrijkste factor op basis waarvan dit alternatief werkelijkheid kan worden. Allereerst stelt het Israël in staat zich te richten op de zich aftekenende nieuwe veiligheidsvraagstukken aan zijn noordgrens, met behoud van de resultaten van zijn annexatiepolitiek (minus Oost-Jeruzalem) en ten tweede kan het de informele Saoedische-Jordaanse-Israëlische alliantie tegen Iran een impuls geven.

Tot besluit
Dit artikel beoogt geenszins de geschiedenis, het onrecht of de ernst van het Israëlisch-Palestijns conflict tekort te doen. Het komt voort uit het feit dat de huidige situatie moreel verwerpelijk is, veel menselijk leed aanricht en dat het pad van de Oslo-akkoorden doodloopt. Er moet daarom creatiever over alternatieve oplossingen nagedacht worden en dit artikel laat hiertoe twee ballonnetjes op – waarop ongetwijfeld veel valt aan te merken. Om ter afsluiting Nelson Mandela te parafraseren: “[h]et is onmogelijk, totdat het mogelijk wordt.” We zien discussie graag tegemoet.

  • 1. Deze grenzen werden in hetzelfde jaar getrokken door de Zesdaagse oorlog. De ‘Oslo-akkoorden’ verwijzen zowel naar de Declaration of principles on interim-self-government arrangements uit 1993, als naar de Israeli-Palestinian interim agreement on the West Bank and the Gaza Strip van 1995.
  • 2. Jerusalem is Israel's capital, says Donald TrumpBBC (geraadpleegd op 6 december 2017).
  • 3. Het aantal kolonisten op de Westelijke Jordaanoever nam toe van 116.300 in 1993 tot 385.900 in 2015. Daarnaast woonden eind 2014 nog c. 205.200 in Israëlische nederzettingen in Oost-Jerusalem, hetgeen een totaal oplevert van c. 600.000 kolonisten. Zie: Israeli Central Bureau of Statistics via Peace Now; The Jerusalem Institute for Israel Studies via B’Tselem (beide geraadpleegd op 11 september 2017). Ook indicatief is dat de Israëlische bevolking van de Westelijke Jordaanoever in 2015 bijvoorbeeld twee keer zo snel groeide als de bevolking van Israël zelf (volgens hetzelfde Israelische Centrale Bureau voor de Statistiek).
  • 4. Geweldsincidenten sinds de Oslo-akkoorden betroffen in het bijzonder de tweede intifada van 2000-2001, drie conflicten in Gaza (2008, 2012 en 2014), en ‘lone-wolf’-terroristische activiteiten (tussen 2015 en 2017) van Israëlische kolonisten, Palestijnse individuen – en zelfs Israëlische militairen, zoals sergeant Elor Azaria (maart 2016).
  • 5. Voor een goede analyse van de recente toenadering tussen Fatah en Hamas, zie: M. Asseburg, The Fatah-Hamas reconciliation agreement of October 2017, Berlijn: SWP, 2017.
  • 6. Zie bijv.: N. Thrall, The only language they understand: Forcing compromise in Israel and Palestine, New York: Metropolitan Books, 2017; J. Schanzer, State of failure: Yasser Arafat, Mahmoud Abbas and the unmaking of the Palestinian state, New York: Palgrave Macmillan, 2013; E. Said, The end of the peace process: Oslo and after, New York: Vintage books, 2003.
  • 7. Zie bijv. premier Netanyahu’s ‘Bar Ilan’-speech en in de Israëlische onwil om minimale goodwill-concessies te doen ten faveure van het ‘vredesinitiatief’ van president Trump.
  • 8. M. Chabon & A. Waldman (eds.), Kingdom of olives and ashes: Writers confront the occupation, Londen: 4th Estate, 2017.
  • 9. Deze strategie is gebaseerd op het ‘Levy report’: E. Levy, T. Shapira & A. Baker, The Levy Commission Report on the Legal Status of Building in Judea and Samaria, Jerusalem, 2012. Voor een kritische analyse, zie: Z. Stahl, Under the radar: Israel’s silent policy of transforming unauthorized outposts into official settlements, The Rights Forum / Yesh Din, online, 2015.
  • 10. Met uitzondering van de Rafah-grensovergang naar Egypte.
  • 11. UNRWA, Gaza in 2020: UNRWA operational response, Gaza: UNRWA, 2013. Het lijkt erop alsof Israël per 1 januari 2018 het import/export-regime van goederen in Gaza zou kunnen versoepelen (geraadpleegd op 17 november 2017).
  • 12. N. Thrall, The only language they understand: Forcing compromise in Israel and Palestine, New York: Metropolitan Books, 2017; J. Schanzer, State of failure: Yasser Arafat, Mahmoud Abbas and the unmaking of the Palestinian state, New York: Palgrave Macmillan, 2013; E. Said, The end of the peace process: Oslo and after, New York: Vintage books, 2003.
  • 13. M. Asseburg, The Fatah-Hamas reconciliation agreement of October 2017, Berlijn: SWP, 2017.
  • 14. Het Israëlische rechtssysteem is van wereldklasse voor zover het Israëlische burgers betreft. Ten aanzien van Palestijnen is er evenwel duidelijk sprake van ‘klassenrechtspraak’.
  • 15. Dit probleem wordt regelmatig door organisaties als Breaking the Silence onder de aandacht gebracht. Een voorbeeld (geraadpleegd op 14 november 2017).
  • 16. In het bijzonder United Nations Security Council Resolutions no.’s 242 (22 November 1967), 338 (22 October 1973) en 2334 (23 December 2016); International Court of Justice, Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory, The Hague: ICJ, Summary 2004/2, 9 July 2004; R. Falk & V. Tilley, Israeli practices towards the Palestinian people and the question of apartheid, Beirut: UN ESCWA, 2017. Voor de diverse juridische afwegingen, zie: V. Azarova, Israel’s unlawfully prolonged occupation: Consequences under an integrated legal framework, ECFR policy brief, 2017. Voor een discussie over de Blum-Shamgar-thesis die Israël aanhangt over de legitimiteit van zijn aanwezigheid in de Palestijnse gebieden, zie: T. Meron, ‘The West Bank and international humanitarian law on the eve of the fiftieth anniversary of the six-day war’, The American Journal of International Law, Online: doi:10.1017/ajil.2017.10, 2017.
  • 17. Zie bijv.: P. Mandaville, Islam and politics, Londen: Routledge, 2nd edition, 2014; J. Gunning, Hamas in politics: Democracy, religion, violence, New York: Columbia University Press, 2008.
  • 18. Trump's Jerusalem Decision: Palestinians Declare Three 'Days of Rage' Across West Bank; Arab World OutragedHaaretz online (geraadpleegd 6 december 2017) .
  • 19. Zie bijv.: T. Herzl, Der Judenstaat, Leipzig/Wien: M. Breitenstein’s Verlags-Buchhandlung, 1896. Het centraal stellen van etnische of religieuze homogeniteit vormt in de 21ste eeuw een failliete, zoniet immorele, basis voor de natie-staat.
  • 20. N. Thrall, The only language they understand: Forcing compromise in Israel and Palestine, New York: Metropolitan Books, 2017.
  • 21. Zie bijv. With Al Aqsa protests, a popular mass movement is again taking the lead in Palestinian resistance, The Intercept (geraadpleegd 29 november 2017).
  • 22. Zo heeft een zoon van president Abbas naar het zich laat aanzien bijvoorbeeld een monopolie over de verkoop van in de VS gemaakte sigaretten op de Westelijke Jordaanoever via het bedrijf Falcon Tobacco. Zie: J. Schanzer, ‘The brothers Abbas’, Foreign Policy (geraadplaagd op 6 december 2017).

Auteurs

Erwin van Veen
Senior research fellow bij de Conflict Research Unit (CRU) van Instituut Clingendael
Ana Uzelac
Senior research fellow bij de Conflict Research Unit (CRU) van Instituut Clingendael