Method in the madness: De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013)
Boeken & Films Mondiale Issues

Method in the madness: De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013)

03 Sep 2018 - 10:02
Photo: Jerome Heldring © Van Oorschot.
Terug naar archief

Eind augustus is De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013). Een biografie van Hugo Arlman verschenen. Het boek wordt eind september officieel gepresenteerd op Instituut Clingendael. Heldring was buitenlandredacteur van de NRC, adjunct-hoofdredacteur en hoofdredacteur van NRC Handelsblad en schreef van 1960 tot 2012 de veel gelezen rubriek Dezer Dagen. Van 1972 tot 1982 was Heldring directeur van het Genootschap Internationale Zaken en tegelijk hoofdredacteur van de Internationale Spectator. Wat typeerde Heldrings manier van denken over de veranderende wereld in de 20ste eeuw?

Cover van het boek: De Eeuw van J.L. Heldring"Wanneer beide Duitse landen herenigd zullen zijn, weten we niet, maar het Duitse volk is al herenigd. Donderdagavond hebben we op de televisie gezien hoe honderdduizenden Oost-Duitsers door West-Duitsers in de armen werden gesloten," schreef J.L. Heldring, nadat op 9 november 1989 de Muur tussen Oost- en West-Berlijn met hamers en beitels was afgebroken.

Het was een tekenend voorbeeld van Heldrings manier van denken. 45 jaar lang had hij zich een precies waarnemer van de Koude Oorlog getoond, de grote gebeurtenissen en ontwikkelingen in de wereld had hij meestal door dat denkraam bekeken: "Bijna alles wat er op de wereld gebeurde kon daaraan worden gerelateerd." Maar toen de Muur letterlijk en figuurlijk ineenstortte, was hij een van de eersten die de consequenties probeerde te overzien en die niet, zoals Mitterrand, Thatcher en Lubbers, terugdeinsden voor de mogelijke gevolgen. "Nu ook het gevaar van een grote, gecoördineerde aanval uit het oosten is verdwenen," zo noteerde hij twee jaar na de val van de Muur, "wat is [dan] de rol van de NAVO geworden?" Gevolgd door: "Het Amerikaans-Europese bondgenootschap raakt steeds meer onderhevig aan middelpuntvliedende krachten. Dit was te voorspellen want een bondgenootschap zonder vijand is zijn reden van bestaan, althans van concentratie kwijt."

45 jaar lang had Heldring zich een precies waarnemer van de Koude Oorlog getoond, de grote gebeurtenissen in de wereld had hij door dat denkraam bekeken

Een bondgenootschap zonder vijanden was in Heldrings gedachten zoiets als Ein Mann ohne Eigenschaften: ondenkbaar. Als adept van de Nederlandse schrijfster Carry van Bruggen was immers "Het verschil met anderen" cruciaal in het bestaan; voor individuele mensen maar ook voor landen of volken. Identiteit werd vooral bepaald door het contrast met anderen. De stap van individuele karaktereigenschappen naar die van landen, staten of volkeren was Heldring mede ingeplant door de Leidse historicus Johan Huizinga (1872-1945) van wie hij een trouw lezer was. Huizinga’s volkskenmerken en cultuurhistorische beschouwingen waren bij hem in vruchtbare aarde gevallen. "De Fransen begeren slechts “la gloire”," schreef Heldring in het Barlaeus-blad Suum Quique.

"Daardoor is het Fransche volk kleingeestig [...], heeft geen inlevingsvermogen en is chauvinistisch. Duitschland heeft zich sinds de eenwording ontwikkeld, maar de Duitschers zelf zijn kinderen gebleven, want de ontwikkelingstijd van Duitschland was veel te kort." Het waren opvattingen die bij de tijd pasten en bij het denken van Heldrings vader, Ernst Heldring (1870-1954), die net als Huizinga nog in de jaren zeventig van de negentiende eeuw geboren was. Het idee van Jérôme Heldring, om een voorbeeld te noemen, dat Nederland toch vooral een "zeevarende natie" was met het oog naar het westen en geen continentaal Europees land, was niet ver van de boom van de veelbereisde reder Ernst Heldring gevallen.

Heldring in New York
Heldring in New York, 1960.

Machtspolitiek en de Koude Oorlog
Landen werden, in Heldrings ogen, gedreven door machtspolitiek en de behartiging van hun eigen landsbelangen, hoe ze die ook zelf definieerden. Ideologie speelde daarin een tweede viool. In zijn beoordeling van de Koude Oorlog waren op dat vlak overigens wel fluctuaties te zien. Kort na de oorlog beschreef hij de fricties tussen Oost en West aanvankelijk nuchter en afstandelijk. De communistische machtsovername van Praag in 1948 werd door hem niet gezien als een volgende stap in de verovering van Europa door de rode hordes uit het Oosten – zoals de meeste politici in het Westen deden -, maar als logische consequentie van de gebiedsafbakening zoals tussen Churchill en Stalin was overeengekomen.

Geleidelijk aan raakte ook Heldring besmet door de ideologische deken die over de Koude Oorlog werd gelegd – vrijheid versus slavernij, kapitalisme versus communisme –, die het zicht op de feiten en achtergronden niet helderder maakte. Zo was de bepalende factor in de Suez-crisis van 1956, in de wereld volgens J.L. Heldring, het feit dat de Egyptische president Nasser niet onvoorwaardelijk voor het Westen koos. Begin jaren zestig haalde Heldring, mede onder invloed van Amerikaanse experts als Marshall D. Shulman, de ideologische sluier grotendeels weg van de Oost-West verhoudingen, en probeerde die vooral te analyseren als een machtspolitiek gevecht waarin Russische en Amerikaanse belangen een bepalende rol speelden en ideologische praatjes vooral voor publieke consumptie bedoeld waren.

Landen werden, in Heldrings ogen, gedreven door machtspolitiek en de behartiging van hun eigen landsbelangen, hoe ze die ook zelf definieerden

Dat schiep voor hem ook de ruimte om in maart 1963, geïnspireerd door een artikel van Zbigniew Brzezinski, Harvard hoogleraar en later adviseur Nationale Veiligheid onder president Carter, een pleidooi te beginnen om de persoonlijke en de institutionele contacten met het Oostblok op alle fronten te intensiveren, "niet uit een soort universele broederliefde maar met het welbewuste doel het zaad van de twijfel te zaaien in de harten en breinen der communisten." Het Westen had helemaal niet door over welk scala aan middelen het op dat vlak beschikte. Had een Tsjechoslowaakse leider niet geklaagd over de uitzendingen van Radio Luxemburg? "Wanneer wij dus over culturele uitwisseling spreken," zo schreef Heldring, "mogen onze politieke en culturele bonzen (…) hun neus niet al te zeer optrekken voor dit platvloerse medium, dat, juist omdat het een appèl doet op de erotiek (die niemand vreemd is), buitengewoon effectief is." Heldrings denken liep daarmee in de tijd vrijwel parallel aan dat van Egon Bahr, de architect van de West-Duitse Ostpolitik onder kanselier Brandt, die in juli 1963 in een toespraak "Wandel durch Annäherung" probeerde het vastgeroeste denken over Duitse hereniging een forse draai te geven. Heldrings "Oost-politiek" was een van zijn origineelste maar minst in het oog gevallen bijdragen aan het buitenlandpolitieke debat in Nederland.

Dat veranderde overigens niets aan zijn Atlantische opstelling zoals die zich in de loop van de jaren vijftig ontwikkeld had. Kort samengevat: in de strijd tussen de grootmachten Amerika en Rusland was West-Europa weerloos zonder de bescherming van de Amerikaanse atoomparaplu. Een Russische aanval op een willekeurig onderdeel van het NAVO-bondgenootschap gold als een aanval op allen, en de Russen moesten er vanuit blijven gaan dat een bom op Parijs tot dezelfde nucleaire vergelding zou leiden als een bom op New York. Die koppeling tussen West-Europa en de Verenigde Staten moest per se gehandhaafd blijven. En West-Europa moest er, volgens Heldring, alles aan doen om dat zo te houden.

Met het optreden van de Franse president Charles de Gaulle was hij dan ook buitengewoon ongelukkig. De Gaulle vond dat het gebruikmaken van de Amerikaanse nucleaire bescherming niet impliceerde dat Frankrijk geen eigen buitenlands beleid kon voeren. Dat hij zelfs van de Amerikanen niet mocht weten waar in Frankrijk de Amerikaanse kernwapens lagen, wekte grote woede bij hem op. De Franse poging enige eigen ruimte op het speelveld te krijgen, en zelf ook aan een onafhankelijke kernmacht te werken, was Heldring een doorn in het oog. De force de frappe was volgens hem meer een Franse hindermacht tegenover de eigen bondgenoten dan de afschrikkingsmacht tegenover de Russen die het beoogde te zijn. Dat zag De Gaulle toch anders: "Als men geen defensie heeft, voert men de politiek uit van anderen."

Heldring als hoofdredacteur.
Jerome Heldring als hoofdredacteur, 1970. Bron: Vincent Mentzel / De Beeldunie

Eén Europa
Spanningen tussen Amerika en Europa had Heldring eerder voorzien. Hij was altijd een groot voorstander van één Europa geweest, maar met de Atlantische band met de Verenigde Staten als conditio sine qua non. Zonder Amerikaanse bescherming had één Europa geen zin en geen toekomst. Hij was een van de eersten geweest die hadden gewaarschuwd dat de Atlantische en de Europese belangen niet per definitie in elkaars verlengde lagen, hoewel dat aan beide zijden van de oceaan lang werd tegengesproken. Maar naarmate de Zes of de Negen groter en economisch machtiger werden, werd ook de behoefte niet langer als lakei achter Amerikaanse presidenten aan te lopen groter. Dat deed zich bijvoorbeeld voor bij  de Jom Kippoer Oorlog in 1973 waarbij Washington geheel achter Israël stond, maar Europa een genuanceerder standpunt innam. “Door zich neutraal te gedragen” schreef Heldring, “hebben zij in feite de Arabieren bevoordeeld, wat betekent versterking van de Russische positie in het Midden-Oosten.” En hoewel Heldring nooit veel had gezien in de ratio achter Amerikaanse oorlog in Vietnam, vond hij het gebrek aan steun dat de Amerikanen van Europese landen kregen gênant. Hij was altijd bang dat het consequenties zou hebben voor de Amerikaanse paraplu boven Europa.

Hoe gek premiers en presidenten in weldenkende ogen ook leken, uiteindelijk zat er bij de meesten een min of meer rationeel idee achter

Hoe sterk de Koude Oorlog in zijn denken was gaan zitten, lieten zijn reacties zien op de Russische inval in Afghanistan in 1979. Die beschouwde hij als een typische Sovjetactie om satelliet Afghanistan bij het rijk te houden. Maar wat weerhoudt de Sovjet-Unie dan om in Europa ook naar het Westen uit te breiden, verzuchtte hij begin 1980. Dat was meer een angstvisioen dan een scherpe analyse van de werkelijkheid. Temeer omdat hij tegelijkertijd de eerste tekenen waarnam van de onrust in de Oostbloklanden die uiteindelijk zou bijdragen aan de ineenstorting van het Sovjet-Unie imperium. Beide gedachtelijnen, beduchtheid voor de Russische militaire grootmacht aan de ene kant en de constatering dat er in Oost-Europa flink aan de poten van het Kremlin werd gezaagd anderzijds, kwamen pas na de Val van de Muur. "Ik heb de Koude Oorlog nooit verschrikkelijk gevonden, ik heb hem zelfs altijd met veel plezier gevoerd," schreef hij eind 1990.

Daarmee verviel tegelijk een van Heldrings belangrijkste pilaren onder zijn Europa-scepsis. Nu de Atlantische verhouding aanzienlijk aan belang ging inboeten, was er meer ruimte voor Europa in de machtspolitieke balans. Waar hij mee bleef worstelen, was de Europese identiteit die zijns inziens noodzakelijk was. Zonder dat "kan er geen Europese politieke eenheid tot stand komen die die naam verdient." Die identiteit zou gebaseerd moeten zijn op voor Europa unieke volkskenmerken die "het verschil met anderen" zouden maken. Terecht constateerde hij dat die unieke identiteit er niet was, of in ieder geval lastig te formuleren. De calvinistische strengheid waarmee hij dit onderwerp benaderde, zat hem hierin nogal in de weg.

Hij zou geholpen zijn geweest met de column van Caroline de Gruyter die in 2017 de verscheidenheid in Europa beschreef: "Mensen zeggen weleens dat de Europese eenwording de “culturele eigenheid” van de lidstaten vernietigt, en dat Brussel er eenheidsworst van maakt. [...] De Noren (die bijna overal aan meedoen in de EU) worden woest als ze iemand die nog moet rijden één glaasje zien drinken. In Duitsland is het onbeschoft om in een restaurant een fooi op tafel te leggen. Ook zijn Duitsers, net als Oostenrijkers, geobsedeerd door titels en formele omgangsvormen. Zwitsers bellen meteen de politie als de buren na acht uur ’s avonds het gras maaien, of na tien uur de wc doortrekken. Een Spanjaard zou dat even over de heg of overloop regelen. [...] Europa is geen eenheidsworst, en zal dat gelukkig ook nooit worden.

"Ik heb de Koude Oorlog nooit verschrikkelijk gevonden, ik heb hem zelfs altijd met veel plezier gevoerd," schreef hij eind 1990

Een ander groot obstakel voor Europa was in Heldrings ogen het ontbreken van politieke eenheid, Europa bleef een verzameling van staten met hun eigen belangen. Een monetaire unie kon er niet komen want daarvoor was een politieke unie nodig, en die was er niet. "De grenzen liggen waar de economische integratie de politieke soevereiniteit van de nationale staat openlijk aantast," schreef hij in 1996. De opeenstapeling van kleine, als technisch verkochte stapjes die in Brussel werden gezet, bereikte ook zijn grenzen.

Met de eigenzinnige blik die bij Heldring hoorde, had hij vooral oog voor de manco’s in de politieke en buitenlandpolitieke besluitvorming – "Er is wel een Europees Parlement maar geen Europees Volk" - maar zag hij het politieke en maatschappelijke gewicht van de steeds toenemende economische integratie enigszins over het hoofd. "Maar dit alles," schreef hij in 2009, "neemt niet weg dat, als eurosceptici het voor het zeggen hadden gehad, er nooit iets van Europa terecht zou zijn gekomen. De les die hieruit getrokken kan worden, is dat als je iets wilt bereiken, je altijd hoger moet mikken dan je kunt bereiken. Daarvoor is eerder geloof dan scepsis nodig."

De wereld werd er na de val van de Muur en het einde van de Koude Oorlog niet overzichtelijker op, ook niet voor een geverseerde waarnemer als Heldring. Maar ook zonder het gemak van het Oost-West denkraam bleven de analyses in Dezer Dagen scherp en verhelderend. Hoe gek Noord-Koreaanse leiders, Iraanse presidenten, Israëlische premiers of Amerikaanse presidenten in weldenkende ogen ook leken, uiteindelijk zat er bij de meesten een min of meer rationeel idee achter. Dan citeerde hij soms Shakespeares Hamlet: "Though this be madness, yet there is method in it."

Hugo Arlman
De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013). Een biografie
Van Oorschot; 2018; 384 pagina's; p: €34,99 

ISBN: 9789028282018

Auteurs

Hugo Arlman
Schrijver