Analyse Veiligheid & Defensie
Nieuwe IS-aanslagen: het perspectief vanuit Beiroet
Photo: Wikimedia Commons
Terug naar archief
Door Maarten Visser en Matthijs Maas
De terroristische beweging IS pleegde in korte tijd meerdere aanslagen in Bagdad, boven de Sinaïwoestijn in Egypte, in Parijs en in Beiroet. Hoe reageert de multiculturele Libanese samenleving op de aanslagen, en welke rol speelt zij in de strijd met IS?
“Ik ben persoonlijk nog steeds verbaasd dat het zo lang geduurd heeft voor er een aanslag plaatsvond,” zegt Albin Szakola, hoofd van het online nieuwsbureau Lebanon NOW, op nuchtere toon. Het is een dag van nationale rouw in Libanon, nadat twee zelfmoordaanslagen op donderdag 12 november jl. 43 burgers doodden. Meer dan tweehonderd burgers raakten gewond in het overwegend sji’itische Burj al-Barajneh, een voorstad van de Libanese hoofdstad Beiroet. Na een periode van schijnbare rust is het voor alle Libanezen duidelijk: Libanon is minder veilig dan gehoopt, en misschien weer terug bij af.
“De reden voor de aanslag is helder,” zegt Rudayna El-Baalbaky, onderzoekster aan het Issam Fares Instituut voor Publiek Beleid en Internationale Zaken: “Deze zelfmoordaanslagen moeten worden geplaatst in de context van de regionale strijd tussen de Soennieten en Sji’ieten, en voornamelijk in de militaire steun van de sji’itische paramilitaire organisatie Hezbollah aan het regime van de Syrische president Bashar al-Assad.”
Szakola is het hiermee eens, en hij voegt toe: “De vrees voor een wraakaanslag van IS bestond al langer. De afgelopen maanden hebben de Libanese veiligheidsdiensten meer en meer terreurverdachten opgepakt om een aanslag te voorkomen.”
Waarom nu?
De verhoudingen in Libanon staan op scherp sinds Assad, met de nieuwe militaire steun van Rusland, in de aanval is gegaan. Ook Hezbollah heeft deelgenomen aan deze operaties, waarbij de regeringstroepen terrein hebben terugveroverd na een serie overwinningen tegen verscheidene rebellengroepen, waaronder IS. Het meest recente voorbeeld hiervan is de herovering van een luchtmachtbasis in Oost-Aleppo die in handen was van IS. “We kunnen constateren dat IS, met de aanslagen van afgelopen donderdag in Zuid-Beiroet, en door het claimen van de verantwoordelijkheid voor het neerhalen van het Russische vliegtuig boven de Sinaïwoestijn in Egypte, zijn spierballen heeft willen laten zien in de regio,” aldus Szakola.
Libanese soldaten bewaken een straat na sectarische onrusten in Tripoli, 2012 (Bron: Wikimedia Commons)
Toch lijkt een direct verband tussen de twee aanslagen uitgesloten. Anders dan in Irak, Syrië en de Sinaï geniet IS namelijk geen grote steun onder de Libanese soennieten. Onderzoek in 2014, uitgevoerd door het Fikra Forum in opdracht van het Washington Institute for Near East Policy, heeft uitgewezen dat niet minder dan 97% van de soennieten in Libanon IS ten zeerste veroordelen, en nauwelijks 1% ‘licht positief’ staat tegenover de terreurorganisatie.
Dat IS de aanslagen van 12 november jl. in Zuid-Beiroet heeft opgeëist, hoeft dan ook niet te betekenen dat de daders ook zijn bevoorraad en aangestuurd door de terreurorganisatie. Bovendien opereren diverse extremistische groeperingen nu onder de naam IS in Libanon. De reden hiervoor is simpel. IS is momenteel de sterkste en vooral de meest zichtbare extremistische soennitische groepering in de regio.
El-Baalbaky is dan ook zelf niet zeker of het centrale gezag van IS daadwerkelijk zelf achter de aanslag zat, of dat het sympathisanten waren. “De verklaring voor het opeisen van de aanslagen is te vinden op websites en accounts die met de IS in verband kunnen worden gebracht, maar tot op heden niet op één van hun officiële mediakanalen. Naar mijn mening kunnen we dus nog niet met zekerheid zeggen dat IS achter de recente aanslagen in Zuid-Beiroet zit.”
Wat betekenen de aanslagen voor Libanon?
De grootste angst in Libanon is dat de aanslagen het startschot zouden geven voor een cyclus van sektarisch geweld, zoals veertig jaar geleden ook in de burgeroorlog gebeurde. Szakola kalmeert de gemoederen: “Hezbollah zal uitzoeken of er nog directe betrokkenen te vinden zijn, en hen oppakken, maar grootschalige represailles tegen de soennitische gemeenschap, alleen omdat IS de aanslag heeft opgeëist, lijken mij onwaarschijnlijk.” Hezbollah kan niet het risico lopen dat Libanon zelf instort. Om president Assad te kunnen blijven steunen in het buurland, moet het thuisfront stabiel blijven. Hezbollah heeft thans geen enkele baat bij een sektarisch conflict in eigen land.
Volgens El-Baalbaky is het niettemin belangrijk te weten of de daders uit Libanon komen. “Het gegeven dat IS een transnationale organisatie is, maakt de nationaliteit van de daders minder belangrijk. Wel is het belangrijk te weten of ze afkomstig waren uit de Palestijnse vluchtelingenkampen in Zuid-Beiroet,” aldus El-Baalbaky.
Sinds het uitbreken van de oorlog in Syrië hebben meer dan anderhalf miljoen Syrische vluchtelingen zich in Libanon gevestigd, met als gevolg dat het economisch stagnerende land momenteel kampt met de – als die wordt afgezet tegen de eigen bevolking – grootste vluchtelingenpopulatie ter wereld. De Libanese overheid weigert officiële opvangkampen op te zetten, uit angst dat dit meer Syrische vluchtelingen zal aanmoedigen om te komen en te blijven. Het merendeel van hen leeft daarom in kleine, onofficiële en geïmproviseerde tentenkampen verspreid door het hele land.
Desondanks hebben vele Syriërs ook onderdak gevonden in de twaalf grote, van oorsprong Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon. De angst nu is dat de woede van de Libanese samenleving over de aanslag zich tegen deze kampen zal keren, als blijkt dat de daders hier vandaan komen. Szakola legt uit: “De Syrische vluchtelingen in Libanon zijn de afgelopen jaren al vaker de dupe geworden van de woede van het Libanese volk over de verslechterde veiligheidssituatie in Libanon. Elke keer als er een aanslag wordt gepleegd in Libanon, worden onschuldige vluchtelingen hiervoor verantwoordelijk gesteld. Ze worden lastiggevallen, bedreigd en mishandeld.”
Ook nu lijkt de woede zich weer tegen hen te keren. Nabih Berri, de [sji’itische] voorzitter van het Libanese Parlement, kondigde vrijdag 13 november jl. aan dat de leider van Hamas hem heeft verzekerd dat de daders van de aanslagen uit geen van de Palestijnse kampen in Libanon kwamen. “Ondanks deze verklaring kunnen we de eerste wraakacties tegen Syrische winkels en huizen in de Palestijnse kampen in Zuid-Beiroet al betreuren,” aldus de verontrustende reactie van El-Baalbaky.

Een meisje in de wijk Burj al-Barajneh (Bron: Flickr.com / Al Jazeera).
Het is dan ook de vraag of de steun van Hezbollah aan Bashar al-Assad in Syrië het overslaan van geweld van Syrië naar Libanon heeft weten te voorkomen, of dat het juist meer instabiliteit in Libanon heeft gecreëerd. El-Baalbaky is er helder over: “Hezbollah’s interventie in Syrië heeft niet alleen instabiliteit gebracht aan de grens met Syrië, maar in het hele land.”
Toch zal, volgens Szakola, de steun aan president Assad onverminderd worden voortgezet. Syrië is immers van groot belang voor Hezbollah. Wapens en financiële steun worden vanuit Iran, via Syrië, aan Hezbollah geleverd. Volgens Hezbollah zelf laten de zelfmoordaanslagen van 12 november jl. voorts zien dat het een legitieme strijd voert tegen terroristische islamitische rebellen in Syrië. Een strijd die ook gevochten wordt door de Amerikanen en hun bondgenoten.
Hoewel de recente aanslagen Hezbollah’s steun aan Assad in Syrië naar alle waarschijnlijkheid niet zullen beïnvloeden, heeft het volgens El-Baalbaky wel effect op de veiligheidsmaatregelen in Libanon. “Ik verwacht strengere en meer geavanceerde veiligheidsmaatregelen in Hezbollah’s eigen bolwerken in Libanon.”
De vraag is alleen of deze maatregelen zullen worden uitgevoerd door het relatief zwakke leger van Libanon, of dat het militair sterke Hezbollah deze taak zelf op zicht neemt. Szakola voorspelt dat Hezbollah om politieke redenen vooral de voorkeur zal blijven geven aan veiligheidsmaatregelen uitgevoerd door de regering. “De organisatie heeft sterke kritiek gekregen van de bevolking voor het uitvoeren van haar eigen veiligheidsmaatregelen na de reeks van zelfmoordaanslagen in Zuid-Beiroet in 2013. Ik denk dan ook dat Hezbollah vooral in het geheim en minder opdringerige anti-terreurmaatregelen zal nemen.”
Feit blijft dat een zelfmoordaanslag als die van 12 november jl. in Libanon moeilijk kan worden voorkomen. De aangescherpte veiligheidsmaatregelen en de extra controlepunten in Zuid-Beiroet zullen slecht een beperkte invloed hebben.
“Met het instellen van controlepunten worden dan wel de auto’s gecontroleerd, maar het is nog steeds gemakkelijk er doorheen te glippen als individu” legt Szakola uit. “Met de winter in aantocht zullen mensen over het algemeen warmere en dikkere kleding gaan dragen en zal een bomgordel dus minder snel opvallen.”
De vraag die Libanon dan ook bezighoudt, is of het recente geweld in Zuid-Beiroet een opmars vormt naar nieuwe aanslagen, of dat de veiligheidsdiensten en Hezbollah in staat zijn de veiligheid in het land te waarborgen. De reeks aanslagen tussen 2013 en 2014 staan nog vers in het geheugen van de Libanese samenleving. Het antwoord op deze vraag – en op de vraag hoe de Libanese samenleving op mogelijk toekomstige terreur zal reageren – kan belangrijke implicaties hebben voor het succes van IS in het ontketenen van nieuwe spanningen tussen verschillende sekten, alsook tussen de Libanezen en de Syrische vluchtelingen in Libanon.
Maarten Visser heeft de bachelorstudies Communicatiewetenschappen en Politicologie afgerond aan de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU). Daarna liep hij stage in Amman, Jordanië, bij The Debate Foundation. Op dit moment loopt hij stage in Beiroet, Libanon, bij The Samir Kassir Foundation. Bij de Samir Kassir Foundation richt hij zich voornamelijk op het onderzoeken van hoe de westerse media Libanon weergeven in hun berichtgeving.
Matthijs Maas is een freelance politiek analist. Hij is een alumnus van het University College Utrecht en De Universiteit van Edinburgh, en was eerder assistent-strategisch analist aan het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Momenteel is hij als trainee verbonden aan de Nederlandse Ambassade in Beiroet, waar hij werkt op het gebied van Libanese en regionale politiek en veiligheid. Zijn bijdragen aan dit artikel staan los van zijn werk bij de ambassade.
0 Reacties
Reactie toevoegen