Toespraak Minister Koenders (Universiteit Leiden, 17 november 2016)
Analyse Diplomatie en Buitenlandse Zaken

Toespraak Minister Koenders (Universiteit Leiden, 17 november 2016)

28 Nov 2016 - 13:53
Photo: Flickr / EU2016 NL
Terug naar archief
Author(s):

Dames en heren,

Kent u de parabel van de twee vissen?

Op een mooie ochtend zwemmen ze samen lekker in de
zee, als vanuit de verte een oude vis roept: ‘he jongens,
hoe is het water?’
De jonge vissen knikken beleefd: ja hoor, prima. Maar als
de oude vis voorbij is, zeggen ze tegen elkaar: ‘wat is, in
vredesnaam, water?’

Aan deze parabel - met dank aan de Amerikaanse
schrijver David Foster Wallace - heb ik de afgelopen jaren
weleens moeten denken als het in Nederland over
veiligheid ging. Veiligheid, - menselijke veiligheid - de
onontbeerlijke grondstof voor al wat wij in dit land zo
waarderen – stabiliteit, democratie, welvaart, gelijke
kansen - soms leek het net zo vanzelfsprekend als het
water voor die twee vissen.

Dat het dat niet is hoef ik u, die voor een studie op dit
terrein heeft gekozen, natuurlijk niet te vertellen.

Ik sta hier dan ook niet om te beweren dat ik die oude vis
ben. Maar het simplistische verhaaltje is wel een mooie
reminder: wat er je hele leven al was, daarvan ben je je
soms nauwelijks meer bewust. Zeker in een land als
Nederland, dat bijna zijn hele naoorlogse bestaan in
veiligheid heeft mogen groeien, opbouwen en ontwikkelen.

Misschien zit er in alle Nederlanders wel een heel klein
beetje van de naïviteit van die twee jonge vissen.

Want laten we eerlijk zijn, geografisch gezien zijn we
tenslotte een bevoorrecht land - zo hoor ik ook vaak van
mijn collega’s. Die zijn jaloers op onze veilige ligging: ver
van de zuidoevers van de Middellandse Zee, bron van
instabiliteit. Ver ook van het Oosten, het onvoorspelbare
Rusland. Veilig omringd door een ring van stabiele,
welvarende staten. En dichtbij het hart van Europa -
Brussel, Duitsland, Frankrijk - om niet ten prooi te vallen
aan destabiliserende krachten.
Een gunstige uitgangspositie, absoluut. Maar: dat
geografische voordeel leidt ook tot een beetje nationale
gemakzucht. De oeroude Nederlandse neutraliteitsreflex
werd daardoor versterkt: het gevoel dat wij ons kunnen
onttrekken aan de ontwikkelingen om ons heen.

Dat we niet hoeven te investeren in onze nationale
veiligheid. Dat we in Nederland de kale en harde
internationale machtspolitiek kunnen overstijgen, omdat
die ons niet direct raakt.

We vallen daarmee prooi aan ons eigen geopolitieke
bedrog. In onze geschiedenis hebben we daar op gezette
tijden een grote prijs voor betaald: 1672 (het rampjaar, zo
leerden we op school), 1795 (het einde van de Republiek),
1940 (de Duitse inval). Breukjaren, waarin duidelijk werd
dat we onvoldoende hadden geïnvesteerd in onze
veiligheid, defensie, diplomatie en in onze
bondgenootschappen.

Dat waren momenten waarop de Hollandse vissen ruw
wakker werden in een lege zee, en geschrokken hapten
naar adem.

Make no mistake: Ik beweer niet dat het Nederland van
2016 strategisch is ingedut. Wel dat we ons op een
kantelmoment bevinden. U heeft er net ook over
gesproken in de inleiding. En dat, terwijl we het
economisch nooit zo goed hebben gehad. Nederland hoort
tot de wereldtop op vele terreinen: innovatie,
concurrentiekracht van het bedrijfsleven, het sociale
vangnet, de internet-dichtheid, het maatschappelijke
engagement, het pensioenstelsel, persvrijheid, etcetera.

Maar Nederland ondergaat tegelijkertijd ook een aantal
systeemcrises. Sommige nationaal, sommige met grote
(geo-)politieke gevolgen. De eurocrisis, versnelde
vergrijzing, integratie van nieuwkomers die moeizaam
verloopt, onze gasbel die opraakt.

Ook de politiek is zeer sterk in beweging. Er is groeiende
weerzin tegen politieke en economische elites die geen
oog lijken te hebben voor de ongelijkheid en de
onzekerheid op de arbeidsmarkt en in de samenleving.
Onderstromen komen boven en eisen terecht hun plaats
op het podium van de democratie.

Ik zie het op zo'n kantelmoment als mijn plicht, als
minister van Buitenlandse Zaken, om de strategische
omgeving van ons land realistisch te analyseren. En die
strategische omgeving is complexer en dwingender dan
ooit - de verkiezing van President Trump heeft daar nog
een tandje bijgezet. Wat mij betreft, en ik hoop dat
vandaag duidelijk te maken – is veiligheid een progressief
thema.

Ik wil dat doen aan de hand van een zevental trends, u
moet dus nog even geduld hebben, en proberen daarna
met een zevental oplossingen te komen, die ongetwijfeld
in de discussie straks terug zullen komen. Zeven trends:

Trend 1. Desintegratieve krachten en de roep om
geborgenheid

Om te beginnen maar eens even een flinke stap terug.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben we een proces gezien
van geleidelijke toename van de internationale integratie.
De VN, WTO, de EU, de NAVO: de internationale
gemeenschap heeft in de afgelopen decennia hard gewerkt
aan het managen van zijn verwevenheid. Oprichting van
supranationale instellingen en ‘pooling’ van soevereiniteit
maakte daar deel van uit – zeker in geval van de EU. Het
leidde tot een sterk stelsel van collectieve veiligheid – de
NAVO. Nederland liep daarbij vaak voorop.

Er bestond hiervoor begrip bij onze bevolking, die de
horror van de slachtingen van eerste en tweede
wereldoorlog vers in het geheugen meedroeg. Europa had
zichzelf op de rand van het Armageddon gebracht – dat
nooit weer, en wel via een stelsel van constructieve
verwevenheid van belangen en pooling van kracht.

De wederopbouw ging hand in hand met de opbouw van
een welvaartsstaat en een sociaal en politiek compromis
dat door checks en balances in toom werd gehouden. Toen
was het nog zo, en daar gaat nu vaak de discussie over:
Nationale soevereiniteit en globalisering versterkten elkaar
en hielden elkaar in balans.

Dit integratieve project is al lang niet meer
vanzelfsprekend. Integendeel. Desintegratieve krachten
hebben vandaag de wind mee. ''Le fantasme de la
demondialisation'' noemde Le Monde het deze week.

De winst van de ‘verwevenheid’ is onvoldoende tastbaar,
en staat vaak haaks op de loyaliteit van onze burgers. Zij
hebben het gevoel ‘dat ze controle moeten terugpakken’.
Het is niet hun project, maar van een kosmopolitische
elite. De vruchten waren en zijn dan ook zeker niet altijd
eerlijk verdeeld (zoals Piketty overtuigend, naar mijn
overtuiging, heeft aangetoond).

De reactie is voor allen te zien: Brexit, de verkiezing van
Trump, soevereinistische partijen in West-Europa. Het
wordt tegenwoordig makkelijk op één hoop gegooid
maarja, natuurlijk, ook in Nederland zien we deze
tendensen. Het referendum grondwettelijk verdrag 2005
was het eerste teken aan de wand. Afgelopen april klonk
een ‘nee’ bij het referendum over het Oekraïne-verdrag.

Gemeentes verklaarden zich ‘TTIP-vrij’, mensen gingen de
straat op tegen CETA… mensen hebben het gevoel dat het
te snel gaat, dat het ze door de vingers glipt, dat hun hele
identiteit op het spel staat. En waarvoor? Wat hebben zij
aan die hele globalisering, is hen ooit om hun mening
gevraagd? Is ons land in deze wereld dan niet meer dan
een ‘onmondige provincie’?

We moeten het erkennen: ook in het westen zijn er veel
‘verliezers’ van de globalisering, met name sociaaleconomisch.
In Nederland hebben we dat, ook in dit Kabinet,
weten te keren – gelukkig is er in Nederland nog
een werkend sociaal contract. Maar ook hier vreet
migratie aan het idee van culturele eigenheid. En vragen
sommigen zich af: moeten we onze essentie opgeven voor
wat een eliteproject genoemd wordt? Waar we -
ogenschijnlijk - geen baat bij hebben? Wie zorgt voor onze
veiligheid, onze geborgenheid?

Bas Heijne schreef daarover in september een mooie
column in de NRC waarin hij, en ik citeer “de
aantrekkingskracht voelde van de brute versimpeling”. Ik
citeer verder: “De gigantische toename aan kennis, samen
met het wereldwijde perspectief dat ermee gepaard gaat,
het besef dat alles met alles verknoopt is geraakt tot een
schier onontwarbare kluwen, maakt de wereld
onoverzichtelijk en het individu onbeduidend”.

Trend 2. Het risico van een anglosaksisch
disengagement van Europa

We weten het, maar het is goed er nog eens bij stil te
staan als we goed willen analyseren: het economische
gewicht van Europa neemt de komende decennia af. De
landen van de EU vertegenwoordigden vijf jaar geleden
nog 20% van de wereldeconomie - 40 jaar geleden was
dat nog 45%. Over vijf jaar nog maar 15%. En dan reken
ik de gevolgen van Brexit nog niet mee….

Er zijn gigantische verschuivingen gaande, met name naar
het Oosten, en hier is een prachtig boek over geschreven ,
namelijk Easternization: van de 7 miljard aardbewoners
wonen er tegenwoordig 4 in Azië. De verschuiving naar
China en Azie is ook voor ons essentieel, een pivot, ook
voor ons.

Want ook hier, make no mistake: de belangstelling van de
VS voor Europa neemt tegen die achtergrond
onvermijdelijk af. Dat was ook met President Hillary
gebeurd – ik heb geen illusies daarover. De VS zal er
harder op aandringen dat Europa op veiligheidsgebied nu
eens echt de eigen broek gaat ophouden. Trump zei het al
hardop in zijn campagne, maar alle VS beleidsmakers, ook
Democraten, denken het.

En niet helemaal onterecht, voeg ik daaraan toe. Want
waarom moet de VS anno 2016 zo’n groot deel van de
veiligheidscheque betalen voor ons in Europa? Dit was ook
deel van het debat gisteren in de Tweede Kamer.

Sharing the burden en sharing control, dat gaat gelijk op,
en daar hebben we alle belang bij. Take back control, het
kwam al aan de orde.

Het gaat dan natuurlijk om meer dan veiligheidsbeleid
alleen. Het gaat om de gehele investering in internationale
publieke goederen, zoals voedsel- en energiezekerheid,
schoon water en schone lucht, en zorg voor het klimaat –
een zorg die wij veel eerlijker zullen moeten verdelen in
de wereld. Free riders hollen ook hier op den duur het
systeem uit, en maken bijvoorbeeld het bereiken van de
Duurzame Ontwikkelingsdoelen onmogelijk, en brengen
onze veiligheid in gevaar.

Maar dan komt het: met Brexit neemt het strategisch
gewicht van Europa nog verder af. Europa verliest nogal
wat: 30% van haar vloot, 20% van haar handelskracht,
30% van expeditionaire militaire vermogen, 16% van haar
BNP, 20% van haar officiële OS.

Dat hoeft niet te betekenen dat Brexit ook leidt tot Britse
afzijdigheid, maar we kunnen het niet uitsluiten en een
ding staat vast: een nieuwe ‘splendid isolation’ -
Angelsaksisch terugtrekking uit Europa - is niet in het
belang van Nederland – zeker nu niet. Nederland heeft er
altijd belang bij gehad dat de Angelsaksen bijdroegen aan
het machtsevenwicht in Europa. En het ging mis in Europa
als de Angelsaksische mogendheden zich terugtrokken,
zoals in 1919 –toen de Amerikaanse Senaat weigerde het
Verdrag van Versailles te ondertekenen.

We moeten Amerikanen en Britten betrokken houden. Met
name via de transatlantische band – dat is altijd zo
geweest. Lord Ismay, SG van de NAVO (1952-1957) zei
het in 1956 zo: “The purpose of NATO is to keep the
Americans in, the Russians out, and the Germans down”.
Dat was ook nog het gevoel in 1980, toen ik politiek actief
werd.

Maar hoezeer zijn de tijden veranderd. Intensieve
Amerikaanse betrokkenheid bij de Europese veiligheid is
geen vanzelfsprekendheid meer en een sterk Duitsland is
nu, meer dan ooit, in het Nederlandse belang.

Nederland en Duitsland, op zoveel vlakken lopen onze
belangen parallel: van afspraken in de Europese Unie, tot
een sterke Euro en open economie; dat is belangrijker dan
ooit nu het VK ons gaat verlaten. Door zijn geschiedenis
en zijn ligging kan Duitsland ook een brug slaan naar de
landen in Centraal-Europa en Rusland.

Daarnaast zien we hoe Duitsland op veiligheidsgebied
meer en meer zijn verantwoordelijkheid neemt. In
Afghanistan natuurlijk –sinds 2001. Maar nu ook in Mali,
waar Duitsland –mede op verzoek van Nederland en
Frankrijk- zijn volle partij meeblaast. Duitsland durft weer
‘out of area’ op te treden; al blijft dat, begrijpelijkerwijs, in
Duitsland binnenlandspolitiek gevoelig.

Ik zou zeggen: Nederland moet Duitsland helpen zijn
leiderschapsrol in Europa te aanvaarden – zeker nu.

Frankrijk, Duitsland en Angelsaksen maken samen met
Nederland, ondanks onderlinge verschillen, deel uit van
dezelfde gemeenschap van waarden, die staat voor
internationaal recht; voor vrijheid, democratie en
rechtsstaat.

Dat is belangrijk te constateren op een moment dat die
vrijheden in toenemende mate onder druk lijken te staan
in een onzekere, onveiliger wereld.

Trend 3. Groeiende onzekerheid en hybride dreigingen

Want dat de wereld onzekerder is geworden, dat behoeft
hier nauwelijks betoog. Dat brengt mij op de derde trend:
groeiende onzekerheid en hybride dreigingen.

Weer even terug. Nog geen 30 jaar geleden was de
grootste dreiging waarvan wij wakkerlagen enorm, maar
ook: overzichtelijk - een grote conventionele Russische
tankaanval via West-Duitsland langs de ‘Fulda gap’. De
route door het laagland tussen oost- en West-Duitsland,
waarlangs Napoleon zich destijds had teruggetrokken na
zijn Nederlaag in Leipzig, en die Amerikaanse soldaten in
april 1945 hadden gevolgd bij hun opmars oostwaarts, zou
die zijn historische karakter tijdens de Koude oorlog weer
bevestigen?

Het beeld was angstaanjagend, zeker – de angst voor een
nucleair Armageddon was nooit ver weg. Maar het was
ook overzichtelijk. De NAVO bereidde zich op dit scenario
voor. Geografie en staatshandelen waren nog steeds de
belangrijkste determinanten.

Dat is nu in heel belangrijke mate anders. Het spel wordt
op vele schaakborden tegelijk gespeeld. De stukken op het
bord zijn niet alleen staten, maar ook niet-statelijke
actoren. En de strijd speelt zich in toenemende mate ook
in de nieuwste dimensie af: cyberspace.

Die complexe, veelvormige, steeds veranderende dreiging
heeft een naam: hybride dreiging. Of het een goede naam
is laat ik in het midden. De verdediging daartegen moet
van goeden huize komen. Want in deze situatie is alles
vloeibaar; zelfs de scheidslijn tussen ‘vrede’ en ‘oorlog’.
De tegenstander verschuilt zich. Hij handelt asymmetrisch.
Bedient zich van vermeende ‘humanitaire hulp’, ngofinanciering,
minderheden- en taalpolitiek, radiopropaganda, trollen op
Facebook en Twitter, verstrekt slimverpakte, valse informatie
direct in de harten van burgers, verspreidt cyber-malware.
Digitaal hoogontwikkeld WestEuropa is zeer kwetsbaar voor
deze vorm van beïnvloeding en cyber-dreiging.

Daarnaast is niet meer altijd duidelijk wie aan zet is. We
hebben de afgelopen jaren niet- statelijke actoren heel
snel volwassen zien worden, kijk maar naar ISIS.
Groeperingen die het hele Westfaalse systeem van staten
verre van zich werpen. En niet alleen dat systeem, maar
belangrijker nog: alles waar wij, in ons democratische
westen, in geloven.

ISIS tart wat dat betreft elke beschrijving. De
apocalyptische beweging veroverde in rap tempo een
gebied half zo groot als Frankrijk. Het bedient zich daarbij
van een slinkse combinatie van middeleeuwse methoden,
afgrijselijk geweld, religieuze inspiratie en een mix van
conventionele en moderne, hybride oorlogsvoering.

De coalitie heeft inmiddels weer de upper hand maar we
moeten realistisch zijn: van dit veelkoppige monster van
ISIS zijn we nog lang niet af.

Nauw hieraan verbonden is de vierde trend:

Trend 4. Instabiliteit aan de Zuidflank.

We moeten constateren dat de Europese zuidflank
hoofdexporteur is geworden van instabiliteit naar onze regio.

Hieraan liggen diepe politieke en sociaaleconomische
crises in die regio ten grondslag. Slecht gemanaged door
falende staten en falende autoritaire systemen. Maar deels
ook, ik denk dat we dat ook duidelijk moeten zeggen: door
het westen zelf veroorzaakt, verergerd of slecht
gemanaged (ik heb het bijvoorbeeld over de invasie in
Irak in 2003; de interventie in Libië in 2011).

Het zijn staten die niet meer in staat zijn te zorgen voor
de basisvoorziening voor hun eigen bevolking; waar ook
nieuwe leiders vaak geen legitimiteit hebben.

De sociaaleconomische spanning in die landen is enorm.
Waar wij kampen met de problematiek van de vergrijzing
is daar sprake van een sterke ‘youth bulge’: een generatie
die wel redelijk is opgeleid, maar geen perspectief heeft
op een baan. Het leidt tot grote ontevredenheid, een grote
trek van platteland naar stad, en tot tekorten in de
basisvoorzieningen zoals huisvesting en ook: water. En
dan weten we, dat leidt tot conflict.

Maar er is natuurlijk meer dan dat- it’s not just the
economy, stupid! De ideologische tegenstellingen in de
regio zijn diep. Tussen shia en sunni. Ten aanzien van de
onopgeloste Palestijnse kwestie. Door de kracht van het
tribalisme in veel Arabische en Afrikaanse landen, dat op
gespannen voet staat met de instellingen van de moderne
staat. Door de Anti-Amerikaanse, antiwesterse gevoelens,
die aan een opmars bezig zijn.

Dit alles leidt tot een explosieve mix: een jeugd die
vatbaar is voor radicalisering, gevoed door criminele
onderstroming. ISIS en Al Qaeda, maar ook Al Nusra zijn
daarvan uitvloeisel. En zelfs als Mosul en Raqqa straks
(hopelijk) bevrijd zijn, is ISIS niet weg.

We moeten ons voorbereiden op een strijd die lange adem
vergt volgens het adagium van Churchill na de slag om El
Alamein in november 1942: “ This is not the end, this is
not the beginning of the end. But it is perhaps the end of
the beginning”.

Want een verslagen ISIS gaat als ISIS 3.0 ondergronds -
de voedingsbodem voor dit soort radicale politiek-militaire
alternatieven is met hun militaire ondergang niet weg,
helaas.

Trend 5. Herontwakende Keizerrijken

Terwijl we delen van onze Zuidflank zien imploderen, zien
we hoe andere ‘buren’ zich groot aan het maken zijn.
Rusland, Turkije en Iran blazen nieuw leven in hun oude,
imperiale tradities. Ze laten een nieuw zelfbewustzijn zien
op basis van een diepgeworteld, historisch verankerd
nationaal verhaal, een nationalistisch verhaal, zo u wil.

Zo zien we een Rusland dat niet zozeer toegroeit naar de
mondiale integratie van economie en waarden die na 1989
leek te zijn ingezet, maar dat teruggrijpt op kernwaarden
die doen denken aan de tijd van Catharina de Grote - toen
de Krim ook bij Rusland werd ingelijfd.

Een Rusland dat ons de afgelopen jaren tegemoet trad
met zijn acties in Oekraïne, de illegale annexatie van de
Krim, de criminele militaire betrokkenheid in Syrië. Met de
plaatsing van Iskander rakketten in Kaliningrad, militaire
‘snap exercities’, cyberaanvallen en hybride dreigingen.

Een Rusland dat minder partner, meer strategische
tegenstander lijkt te worden. Dat is een groot risico dat
koste wat kost vermeden moet worden. Want Rusland is
een land waarmee we ook veel belangen gemeen hebben
– denk aan de strijd tegen het terrorisme, energie, een
noodzaak om vrede te maken in Syrië – een land dus, dat
we nodig hebben, en dat ons nodig heeft.

Hetzelfde geldt in zekere zin voor Turkije,
onze NAVObondgenoot en kandidaat-lid van de EU.
Ook hier geldt een ingewikkelde geo-politieke realiteit.
Turkije is een geopolitiek schakelstuk. Een land dat
grote zorgen baart als het gaat om mensenrechten en
persvrijheid. Maar, net zoals de keizerlijke trekjes van
Poetin een gegeven zijn, is het neo-ottomanisme van
Erdogan dat ook – of we het nu leuk vinden of niet.

En tot slot is er Iran, een land waar we de betrekkingen
mee hebben aangehaald, een belangrijke regionale actor
om rekening mee te houden - in Syrië, In Libanon, in Irak.
Dat leider is van de shia-caucus in het Midden-Oosten, en
dat zeker niet altijd een ‘’kracht van het goede is’’. Dat
bovendien een sterk cyberinstrument heeft. De nucleaire
deal met Iran beschouw ik als een belangrijk, klassiek
succes van de internationale diplomatie; maar wel op
basis van sterke verificatie. We moeten tenslotte ook hier
niet naïef zijn.

Dan kom ik, als zesde, op een trend dichterbij:

Trend 6. Binnenland is buitenland

De invloed van het ‘buitenland’ op ons binnenland nam de
laatste jaren exponentieel toe. Dat is verrijkend: nooit
zoveel Nederlanders gingen in het buitenland met
vakantie, maakten gebruik van Erasmus-beurzen, bekeken
internationale tv, belden goedkoop met familie elders,
grepen handels- en investeringskansen, genoten van de
diversiteit aan producten en diensten die in NL
beschikbaar kwam. Grensoverschrijdendheid is meer dan
ooit een gegeven en velen plukken er de vruchten van.

Middels democratisering van informatie via het
wereldwijde web. De opkomst van middenklassen in
ontwikkelingslanden. Via toegang tot krediet, spectaculaire
prijzenval van vliegtickets, snelle opkomst (en
kostendaling) van mobiele telefonie (en 3G netwerken),
het gemak van wereldwijd bankieren, de
internationalisering van het onderwijs, sociale media en
24uurs nieuws….

Maar de vervlechting heeft ook minder aangename
gevolgen. We zien de import naar Europa van conflicten
elders. We zien dat sociale en religieuze instellingen in NL
worden gesteund vanuit het buitenland, terwijl hun
gedachtengoed haaks staat op de basiswaarden van onze
vrije democratische rechtstaat. We zien de import in
Nederland van de onrust en sociaal-politieke
tegenstellingen die spelen in een ander land (bv Gulen vs.
AKP; Koerden vs. Turken).

En het meeste impact hebben natuurlijk de recente
terroristische aanslagen gehad. Zo dichtbij huis: Parijs en
Brussel, zo kortgeleden.

Dit heeft denk ik bij ons allemaal het veiligheidsgevoel
danig aangetast. Ook omdat wij voelen dat deze aanvallen
niet ‘van buiten’ kwamen, maar van ‘onszelf’. Zoals
President Hollande zei na de aanslagen in Parijs: “het zijn
Fransen die andere Fransen gedood hebben. (“Des
Français ont tué d’ autres Français”).

Dat voelt als broedermoord – wat is er erger dan dat?

Ik kom daarmee op de zevende en laatste belangrijke
trend:

Trend 7. Migratiedruk

Het directe gevolg van alles wat ik hiervoor heb geschetst
is de recente migratiestroom. Ik wil hier niet mee zeggen
dat er hiervoor geen migratiestromen waren. Op gang
gekomen vanuit het geteisterde Syrië, maar niet alleen
daar: ook de demografische druk vanuit sub-Sahara
Afrika, Afghanistan, Pakistan en Bangladesh speelt mee.
De gigantische demografische groei in deze landen wordt
een van de grootste uitdagingen van 21ste eeuw. De helft
van wereldwijde bevolkingsgroei in de komende 40 jaar
zal uit Afrika komen. Die landen hebben zelf onvoldoende
te bieden.

Dankzij democratisering van informatie is Europa dan
opeens ‘dichtbij’. De aantrekkingskracht is duidelijk. De
falende staten aan zuidoevers van de middellandse zee
zijn zelf niet in staat deze bewegingen in te kaderen en
van perspectief te voorzien. De landen van oorsprong
hebben zelf ook niet altijd een prikkel om migratie in te
dammen. Een land als Mali ontvangt al 15% van zijn BNP
via buitenlandse remittances van migranten – dat is een
veel hoger percentage dan de ontwikkelingshulp die ze
ontvangen. Migratie is voor die landen zeker niet altijd een
probleem, het lost soms een probleem op – het is een
welkom ventiel om hun jonge mensen –die toch geen werk
hebben- te laten gaan.

Deze factoren gaan niet op de korte termijn veranderen.
Migratiedruk op Europa is here to stay. We kunnen ons er
maar beter op voorbereiden. En serieus beleid uitvoeren,
zoals we op het ogenblik doen met de ‘’migratiecompacts’’
– maar nu loop ik vooruit op de:

Zeven oplossingen

En ik hoop dat u er nog bent, dat u na deze tour d’ horizon
niet depressief uit uw vissenkom bent gesprongen.
Misschien denkt u: ‘Koenders, had me nou lekker in dat
water laten zwemmen, zonder te vertellen hoe het
allemaal dreigt te vertroebelen.’

Maar nee, dat denkt u niet, dat weet ik eigenlijk wel zeker
– u heeft niet voor niets voor deze studie gekozen. U wilt
er iets aan doen, u gelooft dat dat mogelijk is – en ik
geloof dat met u.

En daarnaast: ik ben een optimist. In zoveel opzichten is
onze wereld rijker, innovatiever en beter geworden. Er zit
kracht van een nieuwe generatie in onze samenlevingen.
Een generatie die verandering voelt en daar vorm aan wil
geven. Die niet stil wil staan bij de oude politiek maar -
gelukkig maar – de dynamiek ook elders zoekt. Een
generatie die zich op een andere manier inzet voor
dezelfde doelen: vrede, veiligheid, mensenrechten en
milieu.

Laat ik alvast zeven oplossingsrichtingen met u delen.

1. Een ander Europa

Europese samenwerking kan en moet anders en veel
beter. Daar hebben we tijdens ons Voorzitterschap een
beginnetje mee gemaakt. De Europese Unie is nog teveel
een wetgevingsmachine. Wetten en regels zijn nuttig om
de interne markt vorm te geven – dat heeft Nederland
geen windeieren gelegd. Maar die wetgevingsmachine
voldoet niet langer – we hebben weer politiek en vooral
weer maatschappij nodig in Europa.
Europa kon het zich al die jaren veroorloven zich te richten
op de interne markt – mede dankzij die Amerikaanse
veiligheidsparaplu. En toen de muur viel, konden we echt
met zijn allen op geopolitieke vakantie.

Maar die is nu wel voorbij. Het gist en borrelt aan onze
grenzen, en in het Witte Huis zit straks een President met
de lijfspreuk ‘America First.’ Wij Europeanen moeten dus
onze eigen broek gaan ophouden. En dat betekent: een
innoverende, circulaire economie, een Europa dat
presteert en beschermt, maar ook: flink investeren in
defensie en in een gezamenlijk buitenlandbeleid. In die zin
hebben we we een flink strategisch moment te pakken.

Als wij niet snel leren hoe we stabiliteit kunnen
exporteren, zullen we instabiliteit importeren uit de landen
om ons heen. De wetgevingsmachine heeft ons op zich ver
gebracht, maar nu moet Europa ook modern politiek leren
bedrijven – en ik kom terug op het centrale thema van
veiligheid - in die grote boze buitenwereld.

Het gaat dan niet om een simplistische keuze tussen meer
of minder Europa. We hebben een Europa nodig dat meer
presteert, en dingen gedaan krijgt in de wereld. Minder
regeltjes, meer daadkracht. Groot in het grote, klein in het
kleine.

En ja, dat betekent dat je samen optrekt. Turkije gaat niet
met Nederland onderhandelen over de vluchtelingencrisis.
Rusland is niet onder de indruk als Nederland sancties
aankondigt. En een hek om Nederland maakt ons niet
veiliger, het haalt de onveiligheid juist dichter bij huis –
omdat we dan niet meer investeren in een veilige
Europese buitengrens.

Nationale oplossingen voor veiligheid voldoen dus niet
meer - hoe graag sommigen ons dat ook met simplistische
receptuur van 'grenzen dicht' en 'weg uit de Europese
Unie' willen doen geloven.

Op sommige terreinen moet Europa groter durven zijn dan
het zich nu laat zien. Bijvoorbeeld op de drie terreinen van
terrorismebestrijding, asielbeleid en veiligheidsbeleid.

A. Terrorismebestrijding - na elke aanslag komen we tot
conclusie dat de verschillende stukjes van de opsporingspuzzel
wel degelijk aanwezig waren. Maar dat ze verstopt
waren in de nationale structuren. Daar hebben we veel
aan gedaan, en daar is ook veel voorkomen..
Ik wil daarom dat we serieus gaan nadenken over
toegroeien naar en het opzetten van een ‘Europese FBI’ en
een Europese CIA –een inlichtingendienst. Zodat we
sneller die puzzelstukken samen kunnen leggen en
handelen op basis van die informatie – voordat het te laat is.

B. Ik geloof ook dat we daadwerkelijke stappen moeten
zetten naar een echt Europees asielbeleid. Europese
lidstaten hanteren nog steeds verschillende kaders over
welk land wel of niet veilig is. Dat kan echt niet meer. Net
zo heilloos is wat dit betreft de weg van ‘flexibele
solidariteit’’ bij de opvang van vluchtelingen, zoals landen
als Polen en Hongarije voorstaan. Ik herhaal het nog maar
eens: verantwoordelijkheid en solidariteit kunnen hier echt
niet zonder elkaar, als we een oplossing willen bereiken.

Ik ben trouwens wat dat betreft wel hoopvol.
De Turkije-deal, waar van alles op af te dingen is maar
waarvoor nog niemand me een alternatief heeft geboden -
heeft aangetoond dat als het water Europa aan de lippen
staat, een oplossing kan worden uit onderhandeld.

C. We moeten verder werken aan de versterking van het
Europees Gemeenschappelijk Veiligheid en Defensiebeleid.
We gaan door met taakspecialisatie van onze
krijgsmachten c.q. veel nauwere samenwerking.

Het is ook hoog tijd voor een echte serieuze Europees
civiel-militaire planningscapaciteit. Het is niet voor niets
dat de Ministers van Buitenlandse Zaken en defensie daar
afgelopen maandag besluiten over hebben genomen.
Natuurlijk, geen dure dubbeling met NAVO. Maar nu is de
Europese aansturing van militaire en civiele missies nog
teveel versnipperd. Het is nu het strategische moment om
daar wat aan te veranderen.

Wat betreft de rol van onze Britse vrienden daarbij: artikel
vijftig of niet, we moeten het VK verankeren in onze
Europese veiligheidspolitieke samenwerking. De EU heeft
belang bij een veiligheidsarrangement met het VK – ook
daarmee moeten we niet dralen, en ik denk dat dat
mogelijk is.

D. Als de EU politieker wordt – en dat zal nodig zijn -
moeten we ook af van het idee dat echt alles met zijn
allen moet. Ik bedoel daarmee niet: een Europa a la carte.
Ik bedoel ook niet: afdingen op onze basiswaarden en –
verplichtingen. Maar wel: soms kopgroepen vormen om
vooruitgang te boeken. Een Europa van de versterkte
samenwerking en flexibiliteit maakt daadkracht juist
mogelijk.

En dan nog een laatste ding: die verouderde
veiligheidsraad van de VN. Samenstelling en werkwijze
alsof het nog steeds 1945 is. Ik weet hoe moeilijk deze
discussie is. Maar NL gaat voor een ‘Europese invulling’
van onze zetel in 2017. Er komen Europeanen in ons team
in Den Haag. En op termijn ben ik voor een Europese
zetel.

2. Investeren in de trans-Atlantische band

Het kan niemand ontgaan zijn: Amerika heeft een nieuwe
President gekozen.

Ik ben er van overtuigd dat we ook met de nieuwe
Administratie de weg naar constructieve samenwerking
moeten vinden. We hebben nog steeds veel gemeen op zo
veel terreinen; het Amerika waarvan wij houden kent
zoveel facetten (het gaat altijd om meer dan de persoon
van de President).

What divides the US and Europe makes headlines in the
press, what unites us makes progress” – en zo is het.
Onze relatie met de VS is nooit vanzelfsprekend geweest,
maar wel natuurlijk. We vormen een gemeenschap van
waarden en koesteren historische banden – dat krijg je
echt niet zomaar stuk.

De koers van dit machtige land is en blijft voor ons van
levensbelang. Met name via de NAVO, de militair meest
succesvolle alliantie aller tijden. Samen zijn VS en Europa
nog goed voor bijna 40% van wereld BNP.

Maar het Westerse model staat onder druk, en dat is ook
begrijpelijk. India, China, Brazilië e.a. bieden in groeiende
mate alternatieven.

Daarom moeten we met de VS blijven investeren in
effectief multilateralisme.

Ook moeten we blijven werken aan vrijhandel nieuwe stijl
– waarbij openheid hand in hand gaat met duurzame groei
en waardenbescherming.

En aan een twee-staten oplossing in het MOVP - het
bereiken van zo’n oplossing is van levensbelang voor de
geloofwaardigheid van het westen in de regio. En de VS
speelt hierbij een cruciale rol.

Alexis de Tocqueville schreef in 1830 een baanbrekend
boek over de VS: “De la democratie en Amerique”. In
tijden van onzekerheden over de VS, raad ik eenieder aan
dit boek nog eens te lezen. Hij schrijft ondermeer: “En
politique, ce qu’il y a souvent de plus difficile à
comprendre, c’est ce qui se passe sous nos yeux ». « Wat
in de politiek soms het moeilijkst te begrijpen is, vindt
plaats onder onze neus”.

Ik realiseer mij: met de nieuwe Amerikaanse President
start een nieuwe, wellicht andere Transatlantische Agenda.
President Trump heeft zich tijdens de campagne kritisch
uitgelaten over belangrijke onderwerpen als de tweestaten
oplossing in het Midden-Oosten, over de Iran-deal, over
de ernst van de klimaatverandering, over de NAVO en het
belang van een ijzeren veiligheidsalliantie. Ook zijn
uitspraken over het vluchtelingenvraagstuk, over de
vermeende zwakheid van Europese leiders, en ik kan nog
wel even zo doorgaan.

Maar laten we President Trump nu vooral gaan beoordelen
op zijn daden, en daar niet op vooruitlopen.

Natuurlijk, we moeten ook met de VS in kritische dialoog
blijven op die onderwerpen ‘where we don ’t see eye to
eye’: bijvoorbeeld op onderwerpen als de doodstraf, of het
gebruik van drones. Dat verandert niet met een nieuwe
President. “Alliance, ce n’ est pas allégeance”, zei de
Franse minister van BZ Barnier ooit - “Bondgenootschap
is geen trouwhartigheid”, en daar sluit ik me graag bij aan
– zeker met deze nieuwe President.

En, ik zei het eigenlijk al onder punt 1: zelf tot actie
komen, waar te lang is gedraald. ‘’Mr. Trumps election
might be helpful to concentrate Europeans beautiful
minds’’, schreef een Poolse denktank deze week. De
onzekerheid over het nieuwe Amerikaanse leiderschap
sterkt mij zeker in de overtuiging om Europa strategisch
te versterken. Een sterk Europa is in het belang van een
sterke trans-Atlantische relatie. En ik kijk daarvoor met
grote nadruk naar onze oosterbuur: het Duitsland van
Angela Merkel. ‘’Never before has so much ridden on the
Germans’’, las ik deze week in de NY Times – en zo is het.

3. Een kritisch-zakelijk Rusland-beleid

Is Rusland nu onze vijand? Kort en goed: nee. En dat
geldt al helemaal niet voor het Russische volk.

Ik geloof niet in de ‘reset’ knop. Een historische relatie valt
niet te resetten. Ik geloof wel in zakelijk realisme, kritisch
realisme, waarbij we oog houden voor onze eigen
principes.

Wat we nodig hebben is een zakelijke, op belangen
gerichte relatie nodig. Voor het oplossen van de grote
vraagstukken van deze tijd (non-prol, terrorisme, Syrië,
VN-veiligheidsraad) is Rusland onontbeerlijk. Maar
tegelijkertijd moeten we geen enkele naïviteit hebben.
Poetin zei het tenslotte zelf: hij hanteert in deze 21e eeuw
een 19e -eeuwse visie over het interstatelijke verkeer. Dat
betekent: kale machtspolitiek, waarbij de grote landen in
een ‘concert der naties’ de buit verdelen.

Daarom is nog steeds mijn stelling voor relatie met
Rusland: dat we die in eensgezind internationaal verband
moeten vormgeven en wel door middel van de uitgestoken
hand (- dan heb ik het voornamelijk over de OVSE), de
vuist van Europese sancties, en de spierbal van de NAVO
(middels deterrence en enhanced forward presence in
o.m. Litouwen).
En ook - zonder naïviteit - blijven inzetten op, niet erg in
de mode nu maar wel belangrijk, wapenbeheersing. Ook
nucleair. Juist in tijden van grootste spanning, is detente
ook om de hoek.

En laten we vooral ook hier niet vergeten dat Rusland
zoveel meer is dan zijn leiderschap. Dat er een periode zal
komen dat meer toenadering mogelijk zal zijn. Dat wij
daarop vooruit moeten lopen door het inzetten op ‘’people
to people’’ contacten - dat doet NL dan ook. Bijvoorbeeld
door het noodlijdende maatschappelijk middenveld te
steunen, en onafhankelijke Russischtalige media.

4. Meer middelen voor veiligheid - in brede zin

Het zal u niet verbazen: defensie zal de komende tijd
meer middelen nodig hebben. De anti-ISIS coalitie
bijvoorbeeld zal er een van de lange adem zijn.
Daarvoor zijn middelen nodig. Niet alleen ter verdediging
van het eigen grondgebied, maar ook om ons
defensieapparaat in staat te blijven stellen
crisisbeheersingsoperaties uit te voeren. Zoals we nu doen
in Mali bijvoorbeeld.

En ik wil hierbij markeren dat het traditionele verschil
tussen ‘verdediging bondgenootschappelijk grondgebied’
en ‘crisisbeheersingsoperaties’ in deze tijden alsmaar
verder vervaagt. In Mali doen wij namelijk aan ‘ forward
defense’: we zorgen ervoor dat daar geen ‘tweede kalifaat’
ontstaat.

Maar met militaire middelen alleen komen we er niet, dat
is een illusie. Veiligheid is alleen duurzaam als we het
breed invullen, en daar heeft de VN een cruciale rol. Door
in te zetten op preventie en deradicalisering. Door
vredesoperaties brede mandaten mee te geven - en ja dat
kost geld. En vraagt om lange adem. We zullen echt
grondig en langdurig moeten investeren in de opbouw van
instituties, migratiebeheersing en sociaaleconomische
ontwikkeling - zeker ook aan de zuidoevers van de
Middellandse Zee.

Dat vergt deels ook verder ‘omdenken’ in ons
ontwikkelingsbeleid, dat belangrijker is dan ooit.
Ontwikkelingssamenwerking moet natuurlijk ten eerste ten
goede komen aan de armste mensen in de armste landen.
En dat moet ook echt gaan gelden in de landen van
Maghreb en Mashrek: al zijn dat dan zijn niet de armste
landen in de strikte zin des woords. Europa moet deze
landen ook iets anders bieden: eerlijke handel, eerlijke
toegang tot onze gigantische markt, en eerlijke
investeringen. De ontwikkeling die dat op gang brengt, is
niet alleen goed voor onze welvaart, maar ook voor onze
veiligheid. In een volgende Kabinetsperiode betekent dat
dus nog meer ‘boter bij de vis’.

Ik pleit daarom tegen de trend in ook voor een verdere
verdieping van ons Postennet in de ring van instabiliteit
rondom Europa. Dat doen de Russen, Turken en Iraniërs
ook. We mogen niet achterblijven – dit kabinet heeft een
begin gemaakt en het volgende zou daar mee verder
moeten gaan. Waarom hebben wij geen ambassade in
Niger? Jullie zagen vast de reportage van Bram Vermeulen
over ‘de Trek’. Ik ben ervan overtuigd dat we met een
paar scherpe diplomatieke inspanningen daar kunnen
bijdragen aan verminderen van migratiedruk –door aantal
slimme projecten te ontwikkelen om de politie in Niger
minder afhankelijk te maken van de mensensmokkelaars.
Dit alleen gaat de wereld niet veranderen, maar het zijn
wel de praktische inspanningen die het zullen moeten
doen.

Maar denk ook aan Libië, Libanon, Irak, Algerije, Tsjaad:
daar broeien de problemen van morgen. En die wil ik
vroegtijdig gesignaleerd krijgen. Dat krijg ik niet uit de
krant. Ik heb meer diplomatieke verkenners daar nodig,
die rijksbreed onze belangen in kaart brengen, en lokaal
coalities zoeken.

Hetzelfde geldt eigenlijk voor Turkije: ik wil nog betere
Nederlandse voelhoorns in die samenleving en bij de
Turkse overheid hebben; om samen met Turkije
oplossingen te vinden voor problemen als terrorisme,
migratie, mensenrechten en persvrijheid, maar
bijvoorbeeld ook voor de financiering vanuit Turkije van
gebedshuizen in NL.
Daarbij hebben we de afgelopen periode de nationale
samenwerking steeds beter geintegreerd. Ook de
komende periode zullen we – Defensie, BZ, BHOS en VenJ
- nog nauwer geïntegreerd moeten optreden. Niet ieder in
zijn eigen orgelpijp. Maar samen – nog meer dan
voorheen.

En wellicht, op termijn, als idee voor een volgens Kabinet,
in een nationale Veiligheidsraad – naar Amerikaans model,
in plaats van al die verschillende veiligheidsoverleggen die
we nu hebben. Zo kunnen we in Nederland strategischer
met veiligheidsvraagstukken omgaan.

Zo’n nationale veiligheidsraad zou zich moeten richten op
alle kwesties gerelateerd aan de nationale veiligheid,
waaronder ook inlichtingen- coördinatie, en een
gecoördineerde defensie- en buitenlandse
veiligheidsstrategie. Dit alles in de meest brede zin van
het woord. Veiligheid is een progressief thema. Denk
daarbij behalve aan nationale veiligheid dus juist ook aan
diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, operaties,
klimaat, milieu.

5. Slimme coalities en multilateralisme

Als het eerste deel van mijn verhaal wat somber klonk,
dan wil ik dat hier met nadruk rechtzetten. Er is geen
sprake van ‘doom and gloom’. Alleen de successen krijgen
vaak minder aandacht – ook in de pers.

Let wel: dankzij coalities en multilateralisme hebben wij
successen kunnen boeken de laatste jaren. De lijst is lang.

Zonder die coalities was er geen Iran nucleair akkoord,
geen vrede op de Westelijke Balkan (inclusief de deal
Kosovo-Servië, ), geen democratisering in Myanmar,
geen oplossing voor de Ebola crisis in West-Afrika, niet de
fantastische voortgang met de millennium development
goals (onderwijs en gezondheidszorg). Zonder die coalities
hadden we niet de jihadisten gestopt in Mali, was ISIS niet
in het defensief gedrongen (zowel in Irak als in Libië), was
het ons niet gelukt om de migratieproblematiek beter
beheersbaar te maken, zoals ons nu echt wel tegen de
verwachtingen in is gelukt. Zonder die coalities was het
niet mogelijk geweest om de democratie in Tunesië te
consolideren. En lag er nu niet dat indrukwekkende,
spoedig in werking tredende klimaatakkoord.

Dat zijn echt geen geringe successen, maar we vergeten
ze te snel. Ik roep ze daarom hier in herinnering. Er is
hard aan gewerkt. En daarop moeten we doorbouwen. Het
hele stelsel van multilaterale instellingen blijft daarbij van
levensbelang. Het is wellicht niet perfect, maar als we het
vandaag zouden opheffen, zouden we het morgen weer
moeten oprichten, de VN voorop. Met de nieuwe SGVN,
Antonio Guterrez, moeten we straks in de VNVR inzetten
op fikse hervorming – legitimiteit en effectiviteit moeten
fors omhoog!

Kijk naar Syrië, waar de zaak nu zo hopeloos lijkt. Waar
zoveel van wat we niet willen samenkomt. Waar niets is
terecht gekomen van de mooie principes van het leerstuk
‘’Responsibility to Protect.’’ Waar de internationale
gemeenschap zich heeft laten verlammen door de
geblokkeerde Veiligheidsraad. Waar humanitair
oorlogsrecht door een coalitie van landen en groeperingen
aan de lopende band, en ogenschijnlijk ongestraft,
geschonden wordt.

Ik zou er daarnaast voor willen pleiten om, als de straks
Raqqa is bevrijd (en dat kan sneller aan de hand zijn dan
we nu denken), de VN in staat stellen een rol te spelen in
het vacuüm dat dan ontstaat – niet de Koerden, maar ook
zeker niet de huidige Syrische regering - die heeft met zijn
daden alle recht van spreken na de bevrijding verspeeld.

6. Een ethische buitenlandse politiek

Zakelijk en pragmatisch buitenlands beleid sluit principes
en idealen niet uit. Integendeel: realisme en idealisme zijn
twee kanten van dezelfde medaille. Het een gaat niet
zonder het ander. Geen effectiviteit zonder legitimiteit.
Zeker in een tijd van autocratie, neo-nationalisme en
terreurdreiging.

We moeten in het buitenland (en ook in het binnenland!)
staan voor onze waarden. Dat dwingt respect af, ook als
de tegenpartij er anders over denkt. Ook als we voelen dat
de tegenwind gestaag aantrekt, moeten we doorgaan met
een aantal zaken die we steeds centraal hebben gesteld.

Wat betekent dat?

Ten eerste, dat we mensenrechten hoog in het vaandel
houden – juist nu er zoveel tegenslag is vanuit
autocratische regiems en het ogenschijnlijke falen, althans
in Syrie, van het leerstuk ‘Responsibility to Protect’ ;

Ten tweede, dat we een strikt wapenexportbeleid
hanteren;

Ten derde, dat we royaal steun blijven geven aan
maatschappelijk middenveld en een nieuwe generatie in
de landen in het buitenland;

Ten vierde, dat we samen met gelijkgestemden het
Humanitair Oorlogsrecht hooghouden, ook als dat steeds
minder wordt gerespecteerd in landen als Syrië, in Jemen,
in Zuid-Soedan. Landen komen er blijkbaar mee weg om
het internationaal recht te schenden, burgers te doden,
gifgas te gebruiken, ‘the international rule book’ aan hun
laars lappen. Zij worden onvoldoende ter verantwoording
geroepen. Als land dat vrede, veiligheid maar vooral
gerechtigheid hoog in het vaandel heeft staan, kan ik dat
niet accepteren.

Nederland, maar ook Europa, moet zich hiervoor blijven
inspannen en zal dat ook doen.
Dat punt maakt ook deel uit van de Nederlandse inzet in
de VNVR. Net zoals we de grondwaarde van het ICC willen
hooghouden: ‘no peace without justice’ zoals ik ook
vandaag in een ingezonden bijdrage in Trouw heb
geschreven.

7. Een veerkrachtige Nederlandse samenleving

Tot slot ga ik iets zeggen wat u misschien verbaast voor
een minister van Buitenlandse zaken. Want het gaat over
onze eigen samenleving. De veerkracht van ons eigen
Nederland is een belangrijke kracht in ons buitenlands
beleid.

Een sterk binnenland, een veerkrachtige samenleving, het
is de springplank voor een actief en zelfverzekerd
buitenlands beleid. Onze veerkracht wordt in het
buitenland gezien, beoordeeld en gewogen. Hoe
veerkrachtiger, hoe minder vatbaar dat land is voor
hybride dreigingen.

Ook daarom moeten we doorgaan met structurele
veranderingen en hervormingen in NL, die ons land op
termijn sterk houden. Maatregelen om vergrijzing op te
vangen, duurzaamheid van onze pensioenen vaststellen.
Maar we moeten ook werk maken met het versnellen van
de duurzame energiemix. Fors investeren in innovatie en
moderne infrastructuur. Daar ligt voor Nederland een
enorme taak – samen met private partijen. het is niet
alleen goed voor economie en milieu, maar het vermindert
ook onze energie-afhankelijkheid van landen zoals
Rusland, KSA of Iran.

Een veerkrachtige samenleving betekent ook dat wij onze
eigen instituties, inclusief de rechterlijke macht en het
parlement, vertrouwen schenken. Hoe strategisch is het
om onze internationale verdragen aan referenda te
onderwerpen?

En veerkrachtig is ook staan voor je beginselen: het
verbod op discriminatie uit artikel 1 van de grondwet. En
dat wij weten waar onze grenzen liggen, en optreden al
die worden overschreden. Bijvoorbeeld tegen diegenen die
haat zaaien. Maar ook: dat we ons met elkaar verzoenen
als het kan. Dat we ook staan voor de preventieve kant
van de strijd tegen radicalisering.

Ook dat is – en daar sluit ik mijn verhaal nu mee af – mijn
oproep aan allen hier in de zaal: ken de principes waarop
onze samenleving is gebaseerd. De principes die u in staat
stellen u te ontplooien, wie u ook bent. Maar weet ook
wanneer deze beginselen worden overschreden – en wees
dan bereid om niet stil te zijn.

Dank u wel.

Auteurs

Bert Koenders
Minister van Buitenlandse Zaken (PvdA)