Turkije als regionale grootmacht: utopie of realiteit?
Analyse Europese Zaken

Turkije als regionale grootmacht: utopie of realiteit?

25 Jun 2018 - 09:08
Photo: Protesten in Istanboel in 2017. Bron: Eser Karadağ / Flickr
Terug naar archief

Op 24 juni 2018 werd Recep Tayyip Erdogan verkozen als eerste president onder het nieuwe presidentiële systeem in Turkije. Wat staat er op het spel nu Erdogan de onbetwiste leider is en wat zijn de gevolgen voor het regionale buitenlands beleid van Turkije?

Om te begrijpen hoe Erdogan dé onbetwiste leider kon worden, moeten we terug naar 2016. Met het ontslag van toenmalig premier Ahmet Davutoglu dat jaar is duidelijk geworden dat Erdogan zich alleen wil laten omringen met mensen die zijn visie volledig omarmen, de rest moet de mond gesnoerd worden. In het licht van die ontwikkeling heeft het referendum van 2017 de president nog machtiger gemaakt aangezien het land zal gaan evolueren van een parlementair naar een presidentieel systeem.

Dat presidentiële systeem zorgt ervoor dat de macht van de president sterk wordt uitgebreid: de functie van premier valt weg en de president kan zelf ministers benoemen en ontslaan. Zo kunnen tegenstanders van Erdogan nog makkelijker worden aangepakt. Daarnaast zal de president controle hebben over het budget en kan hij een deel van de hoogst geplaatste rechters benoemen. Dat stelt hem in staat om zowel de politieke als de rechterlijke macht meer én strenger te gaan controleren.

Niet alleen op binnenlands vlak zal de macht van de president vergroten, ook het buitenlandbeleid wordt meer en meer opgevolgd. De afgelopen jaren heeft Turkije zich onder de AKP-regeringen sterk geprofileerd in de eigen regio. Zo heeft de AKP mee op de barricades gestaan tijdens de Arabische opstanden in 2011, wordt de Palestijnse zaak hoog in het vaandel gedragen en steunt Turkije de oppositiekrachten in Syrië. Alles draait namelijk maar om een ding na 16 jaar AKP-beleid: Turkije wil een regionale grootmacht worden. Dit artikel bespreekt de drijfveren van Erdogan en belicht de voornaamste krijtlijnen van zijn regionaal buitenlands beleid. Om een indicatie te krijgen van deze drijfveren, is een overzicht van de voorbije 16 jaar AKP buitenlands beleid aan de orde.

‘Zero problems with neighbours beleid’
Voor de AKP in 2002 aan de macht komt, is Turkije gefocust op het Westen. Na 2002 wil Turkije niet enkel allianties met de Verenigde Staten en de Europese landen maar ook met landen uit de regio zoals Syrië en Egypte. Van 2002 – 2011 zie je een gedeeltelijke verschuiving in het buitenlandbeleid van het Westen naar de buurlanden, het zogenoemde ‘zero problems with neighbours’ beleid.1 De architect van dit beleid is Ahmet Davutoglu, die later premier en voorzitter van de AKP zou worden. In die periode worden op zowel diplomatiek als op economisch vlak de banden met de buurlanden aangehaald.

Het doel van het ‘zero problems beleid’ is om de relaties met landen uit de nabije regio te verbeteren, ongeacht of het regime autoritair, democratisch, Soennitisch, Sjiitisch,… is. Het beleid wordt voornamelijk gedreven door enerzijds zelfbelang, specifiek economisch belang, anderzijds de uitbouw van soft power. Door de verbeterde relaties met de buurlanden en de alliantie met het Westen, bevindt Turkije zich op dat moment in een strategische positie om op treden als bemiddelaar in de regio2 waardoor het land er meer en meer in zal slagen een regionale grootmacht te worden. Met de Arabische revoluties in 2011 zal er echter een einde komen aan dit beleid.

Het ‘zero problems beleid’ wordt dus niet door idealisme gekenmerkt maar door het nastreven van eigenbelang. In dit perspectief is het niet eigenaardig dat Davutoglu ook wel de Turkse Henry Kissinger wordt genoemd door zijn collega’s over de hele wereld. In tegenstelling tot wat zijn ‘zero problems beleid’ impliceert, is Davutoglu geen realist maar een idealist waarbij het beleid een eerste stap is in zijn groter plan voor Turkije. In Davutoglu’s visie zou Turkije de leider worden van de Moslimwereld, van een gebied dat zich uitstrekt van Tunesië, tot Egypte tot aan Syrië.

Premier Davutoglu op een openingsceremonie.
Premier Davutoglu en president Erdogan op een openingsceremonie in 2011 Bron: Wikicommons.

De eerste tekenen van een pan-Islamitisch buitenlands beleid
Tijdens de zogenaamde ‘zero problems periode’, zijn er al enkele indicaties dat dit beleid niet het eindpunt is, maar wel een eerste stap naar iets ‘groter’. Ten eerste is er de Turkse steun aan de Iraakse Islamitische Partij (IIP) in de nasleep van de inval van de VS in Irak en de val van Saddam Hoessein. De IIP is een partij gelieerd aan de Moslimbroeders. De AKP heeft op dat moment drie redenen om de IIP te steunen.3 Ten eerste is de AKP voorstander van de IIP’s voorstellen om Irak tot een unitaire en gecentraliseerde staat om te vormen, op basis van de islamitische identiteit. Ten tweede is het op dat moment de grootste Soennitische partij in het land. Ten derde hoopt Turkije dat de IIP een tegengewicht zal bieden tegen de Koerden in het Noorden van Irak en de Sjiitische partijen die gesteund worden door Iran. Het finale doel is om zo meer invloed te verwerven in Irak. De AKP is ervan overtuigd dat een Soennitisch blok aan de macht ten voordele van Turkije zal zijn. Deze Soennitische alliantie wordt door een groot deel van de bevolking gesteund, maar zijn het de Sjiitische partijen die aan de macht blijven door hun steun van Iran. Hoewel Turkije zich voordien niet inliet met sektarische politiek, maakt het een duidelijke keuze om dat in Irak wel te doen. Dit met gevolg dat de invloed van Turkije in Irak zal verminderen in plaats van uit te breiden.

De tweede beleidsdaad is de directe steun aan Hamas wanneer de partij in 2006 de verkiezingen wint in Gaza. Vanaf 2006 neemt Turkije een duidelijke positie in voor Hamas omdat de partij volgens de AKP meer representatief is voor het Palestijnse volk dan de PLO-gelieerde partij Fatah.4 Hamas wordt op dat moment als een terroristische organisatie beschouwd dus voor Turkije om deze partij zo openlijk te steunen is verwonderlijk. Een van de grootste kritieken van de internationale gemeenschap ten aanzien van het beleid van Davutoglu is de Turkse steun aan Hamas. Hamas is namelijk een Soennitische partij en de Palestijnse zaak ligt de Turkse bevolking en de AKP na aan het hart. De invloed van Davutoglu op het buitenlands beleid is hier duidelijk merkbaar. Zo omschreef hij Israël ooit als de geopolitieke tumor van de regio.

De Arabische revolutie: het momentum voor Turkije
De steun aan de Iraakse IIP en het Palestijnse Hamas kunnen gezien worden als de start van een pan-Islamitisch beleid met als doel de Soennitische Moslimbevolking te herenigen en Turkije naar voren te dragen als de onvolprezen leider van de Moslimwereld. Om deze ‘Moslimwereld’ te beschrijven, gebruikt Davutoglu het woord ‘Ummah’, wat het Islamitische volk als een sociologische eenheid beschrijft, waarbij de nadruk wordt gelegd op het supranationale aspect ervan, dat verdergaat dan de natiestaat.5 Deze Ummah wordt in de Arabische wereld voornamelijk vertegenwoordigd door de Moslimbroeders.6

Het momentum voor het pan-Islamitisch beleid komt er door de Arabische revoluties die zich over de regio verspreiden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten in 2011. Tijdens deze periode komt het ‘zero problems beleid’ onder druk te staan en wordt een nieuwe weg ingeslagen. Turkije profileert zich als het model voor de Arabische wereld waar democratie en Islam hand in hand gaan. Het lijkt alsof Turkije de democratie in de regio wil helpen installeren maar in de praktijk komt dit voornamelijk neer op het steunen van Soennitische partijen en partijen gelieerd aan de Moslimbroeders. Democratisering wordt gebruikt als een instrument om deze partijen aan de macht te krijgen.

Het momentum voor het pan-Islamitisch beleid komt er door de Arabische revoluties die zich over de regio verspreiden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten in 2011

In Egypte zorgt de democratisering ervoor dat de Moslimbroeders via vrije en eerlijke verkiezingen in 2012 daar aan de macht komen. Een as Turkije-Egypte is op dat moment in de maak. De militaire coup, gesteund door een belangrijk deel van de bevolking, brengt hier verandering in. Turkije veroordeelt deze coup streng, niet verwonderlijk gezien de eigen geschiedenis met staatsgrepen, maar wordt hierin niet gesteund door de internationale gemeenschap en komt zo geïsoleerd te staan.

Turkije steunt tijdens de Arabische revoluties niet enkel in Egypte de Moslimbroeders maar ook in Libië en in Syrië en wil zo een tegengewicht bieden aan enerzijds het blok VS - Saoedi-Arabië en anderzijds het blok Iran-Rusland en diens bondgenoten. Samen met Qatar en de Moslimbroeders wil het een alternatief machtsblok uitbouwen. In dit blok zou Turkije fungeren als leider van de Moslimwereld en zijn positie uitbreiden als regionale grootmacht. De leiderspositie is van belang om op internationaal vlak hun ideologisch project te realiseren maar ook om de binnenlandse tegenstanders te tonen hoe sterk de AKP in de regio geïntegreerd zit.

De val van Davutoglu
Syrië is het pronkstuk van het ‘zero problems beleid’, maar draait uit op een fiasco voor Turkije wanneer de opstanden daar in 2011 uitbreken. Erdogan gelooft dat hij door zijn nauwe band met Syrisch president Assad invloed kan hebben in het land maar komt bedrogen uit. Hierdoor keert Turkije 180 graden en kiest het de kant van de Soennitische rebellen waardoor het ook in Syrië inlaat met sektarische politiek.

Turkije wil een regimewissel forceren in Syrië en ziet in de Verenigde Staten een bondgenoot om dit te realiseren. Dit blijkt een grote misrekening want de militaire steun van de VS blijft beperkt en zal pas worden opgevoerd na de opkomst van de Daesh. Voormalig minister van Buitenlandse Zaken John Kerry maakt duidelijk dat een toekomst met Assad voor de Amerikanen tot de mogelijkheden behoort, tot grote ergernis van Turkije en vooral Davutoglu die geen onderscheid maken tussen IS en Assad.7

Het beleid van Davutoglu heeft dus zowel in Egypte als in Syrië gefaald. Hoe dieper Turkije verstrengeld geraakt in de Syrische burgeroorlog, hoe meer kritiek er komt op het beleid van Davutoglu. Eind 2015-2016 komt Turkije geïsoleerd te staan in de regio, onder andere door hun harde positie in Egypte en Syrië. Hoewel Turkse beleidsmakers het omschrijven als ‘precious loneliness’, wordt het duidelijk dat de positie onhoudbaar is en dat Turkije een nieuwe weg wil inslaan. De geïsoleerde positie van Turkije en de groeiende kritiek op zijn beleid, maakt het ontslag van Davutoglu in mei 2016 onvermijdelijk.

Manifestatie in Instanboel.
Een manifestatie in Istanboel in 2014. Bron: Michael Fleshman / Flickr.

Pragmatisme neemt het over
De toenadering tot Israël en Rusland halfweg 2016 tonen aan dat Turkije een nieuwe richting ingaat met het buitenlands beleid. Om uit het isolement te komen probeert Turkije een meer pragmatische aanpak uit en probeert ze hun allianties verder te diversifiëren. De relatie met de VS bereikt een dieptepunt door de steun van de Amerikanen aan de Koerdische YPG/PYD, die gelinkt zijn aan de PKK. Voor Turkije is dit een rode lijn en dat maakt Erdogan duidelijk: “Hoe kunnen jullie in godsnaam een terroristische organisatie steunen en niet ons?”8

De nauwere banden met Rusland hebben belangrijke gevolgen in Syrië. Door de steun van Rusland kan Turkije doorgaan met zijn Operatie Eurfraatschild (2016) en Operatie Olijftak (2018) in de Koerdische regio om het gebied YPG/PYD ‘vrij’ te maken. Een toekomst met Assad is vanaf dan ook mogelijk voor Turkije op twee voorwaarden: Daesh bestrijden aan de grenzen met Turkije en het verhinderen van een Koerdische enclave in het noorden van Syrië.9

In het Syrisch vredesproces hebben Rusland, Iran en Turkije zich verenigd om tot een oplossing te komen voor de burgeroorlog. Een van de belangrijkste beweegredenen van Turkije is dat ze zo mee kunnen beslissen over de toekomst van Syrië en hun invloed in het land kunnen behouden. De relatie met de Moslimlanden blijft prominent aanwezig in de ideologie van de AKP.10 Hoewel Turkije nog steeds lid is van de NAVO, probeert ze zich onafhankelijker op te stellen. De vraag blijft in hoeverre dat de alliantie met zowel Rusland als Iran duurzaam zal beïnvloeden als er grote verschillen zijn in de belangen.

Hoewel een meer pragmatisch beleid zijn intrede heeft gedaan, ziet Erdogan ‘zijn’ Turkije nog steeds als de uitverkoren leider van de Moslimwereld

Wat brengt de toekomst?
Een van de doorslaggevende factoren voor Erdogan om toch vervroegde verkiezingen uit te schrijven was de snelle ‘overwinning’ in het Syrische Afrin. Maar wat wil Turkije in Syrië bereiken? Turkije kan in de regio aanwezig blijven en zo hun invloed uitbouwen zoals momenteel al gebeurt in de stad Jarablus.11 Maar op lange termijn wordt dit hoe dan ook een dure zaak en rijst de vraag hoe Turkije zijn exit uit de regio wil maken zonder macht en invloed te verliezen.

Hoewel een meer pragmatisch beleid zijn intrede heeft gedaan, ziet Erdogan ‘zijn’ Turkije nog steeds als de uitverkoren leider van de Moslimwereld. Maar een leider is er pas echt een als hij ook door zijn volk zo wordt gezien en dat is vooralsnog niet het geval in die Moslimlanden. 

Turkije als model waarbij de islam en democratie hand in hand gaan heeft zijn geloofwaardigheid verloren. Daarnaast heeft het beleid om gelijkgezinde partijen te steunen zoals de Moslimbroeders in Egypte en de Soennitische strijdkrachten in Syrië, gefaald omdat deze partijen niet aan de macht zijn gekomen. Turkije is niet het alternatief machtsblok geworden in de regio zoals gehoopt omdat het niet in staat is geweest om duurzame allianties aan te gaan in de regio. Wat zal een leider zonder volgelingen doen als zijn land straks in economische problemen raakt?

Turkije zal de Europese Unie als belangrijkste handelspartner en investeerder nodig hebben als het land in woelig economisch vaarwater zou terechtkomen. Hoe ver kan Erdogan dan gaan met zijn harde retoriek aan het adres van verschillende Europese landen zoals Duitsland? Andersom blijft de vraag of de EU Turkije ook echt nodig heeft? Turkije is een strategische partner in de vluchtelingencrisis en Erdogan heeft al verschillende keren gedreigd om de poorten naar Europa open te zetten als de vluchtelingendeal niet wordt nageleefd. Maar ook voor energievoorziening naar Europa zal Turkije een steeds belangrijkere rol aannemen in de toekomst als energiecorridor voor Russisch gas en olie uit het Midden-Oosten. Ondanks de grote verschillen, zou het tegen de strategische belangen van Turkije en de EU ingaan om de relatie tussen beide verder te laten verzuren.

  • 1. Ziya Öniş, ‘Turkey and the Arab Spring: Between Ethics and Self-Interest’. Insight Turkey, jrg. 14, nr. 3, 2012, blz. 45-63. 
  • 2. Ziya Öniş & Şuhnaz Yilmaz, ‘Between Europeanization and Euro‐Asianism: Foreign Policy Activism in Turkey during the AKP Era’, Turkish Studies, jrg. 10, nr. 1, 2009, blz. 7-24.
  • 3. Aaron Stein, Turkey’s New Foreign Policy: Davutoglu, the AKP and the Pursuit of Regional Order, Abingdon: Routledge Journals, 2014.
  • 4. Ibid. 
  • 5. Behlül Özkan, ‘Turkey, Davutoglu and the Idea of Pan-Islamism’, Survival: Global Politics and Strategy, jrg. 56, nr. 4, 2014, blz. 119-140.
  • 6. Osman Gültekin, ‘Inquiry on Pan-islamist Feature of the Recent Turkish Foreign Policy with Constructivist Perspective’, Conference Paper ECPR, 2015.
  • 7. ‘John Kerry: U.S. would negotiate with Assad’, CBS News, 15 maart 2015.
  • 8. Kemal Kirişci, Turkey and the West. Fault Lines in a Troubled Alliance. Washington, D.C.: The Brookings Institution, 2018.
  • 9. Soner Cagaptay, The New Sultan: Erdogan and the Crisis of Modern Turkey, Londen/New York: I.B. Tauris & Co. Ltd, 2017. 
  • 10. AKP (2018). Party Programme: VI. Foreign policy
  • 11. Laura Pitel, ‘Turkey holds up Jarablus as blueprint for role in Syria’, Financial Times, 7 mei 2018.

Auteurs

Faye De Coen
PhD onderzoeker aan Universiteit Gent