Artikelen Conflict en Fragiele Staten

Vijf jaar na Qadhafi: hoe verder met de chaos in Libië?

21 Sep 2016 - 11:12
Photo: Flickr / vittoare
Terug naar archief

De chaos in Libië vraagt vijf jaar na de val van Qadhafi om een analyse van de situatie, die ook de Europese belangen raakt. Is de nieuwe regering van nationale eenheid in staat om iets te doen aan de wetteloosheid, de dreiging van IS en de migratie- en vluchtelingenstromen naar Europa?

Dat het Westen zich in Libië beperkt heeft tot de uitvoering van een militaire interventie en dat het de wederopbouw van dit land heeft verwaarloosd, is genoegzaam bekend. Na de val van Qadhafi in 2011 leek de toekomst voor Libië hoopvol – een land met een kleine bevolking (6 miljoen), een geweldige olierijkdom en – in tegenstelling tot Irak en Syrië – zonder etnische of religieuze tegenstellingen.

Maar nu verkeert Libië in een burgeroorlog, met twee elkaar beconcurrerende regeringen, respectievelijk in Tripoli en Tobroek. Daarnaast is er formeel sinds 17 december 2015 een door de Verenigde Naties bemiddelde nationale eenheidsregering: de Government of National Accord (GNA), waarvan het gezag echter niet algemeen wordt aanvaard. De werkelijke macht berust bij Libië’s vele gewapende milities en brigades, die elkaar vaak bevechten en criminele activiteiten ontplooien. Bovendien liggen hun loyaliteiten veelal bij steden, stammen of ‘power brokers’.

'Na de val van Qadhafi in 2011 leek de toekomst voor Libië hoopvol'. Bron: UN

 


Er wordt in Libië echter niet alleen om grondgebied en olie gevochten. In het machtsvacuüm na de val van Qadhafi is een omvangrijke informele economie ontstaan, die drijft op illegale activiteiten. Libië is dan ook berucht als centrum van wapen-, drugs- en mensensmokkel. Zo steken vanuit Libië een toenemend aantal migranten en vluchtelingen naar Europa over, en verwacht mag worden dat door de overeenkomst tussen Turkije en de Europese Unie over de vluchtelingen uit Turkije dat aantal nog zal groeien. De chaos in het land en het ontbreken van grensbewaking heeft Libië bovendien tot dé ideale hub voor transnationale criminele netwerken gemaakt. Ook zijn er terroristische groeperingen zoals Islamitische Staat (IS) actief.

Dit artikel beoogt, zonder naar volledigheid te streven, de achtergrond van de huidige situatie te schetsen, alsmede recente ontwikkelingen onder de loep te nemen.[i] Belangrijke onderwerpen die hierbij aan de orde komen, zijn de nationale eenheidsregering, de strijd tegen IS en de migratieproblematiek.

Achtergrond huidige situatie

De huidige chaos is grotendeels de schuld van de Nationale Overgangsraad, de politieke vertegenwoordiging van de opstandelingen tegen Qadhafi. Die was er niet in geslaagd snel een doeltreffend gezag te vestigen, waarop diverse milities in het ontstane machtsvacuüm zijn gesprongen. De nieuwe autoriteiten gingen die milities betalen om de orde te handhaven. Zo stonden er in korte tijd 750.000 militieleden op de loonlijst van de overheid.

Qadhafi tijdens een Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2009. Bron: UN

 

De chaos kan ook op het conto worden geschreven van de verkiezingen van 25 juni 2014. Het aftredende parlement, gedomineerd door moslimfundamentalisten van de Moslimbroederschap, weigerde zich namelijk bij de verkiezingsuitslag neer te leggen. De fundamentalistische milities beschouwden het nieuwe gekozen parlement als onwettig. Daarom riepen ze het oude parlement op weer bijeen te komen. Ze grepen vervolgens de macht in Tripoli en vormden een regering.

De chaos en het ontbreken van grensbewaking heeft Libië tot dé ideale hub voor transnationale criminele netwerken gemaakt

Al vóór de verkiezingen, en wel op 16 mei 2014, had oud-generaal Khalifa Haftar, als reactie op de toenmalige islamitische politieke overmacht in het oude parlement, de Moslimbroederschap de oorlog verklaard. Haftar lanceerde Operatie Dignity (‘Waardigheid’), een militaire campagne van het zogenoemde Libische leger, bestaande uit een aantal (tribale) gewapende groepen en milities. Dignity was aanvankelijk gericht tegen de invloed van de islamisten in het parlement en de macht van de aan de Moslimbroederschap gelieerde Misrata-brigades.

Het duurde echter niet lang voordat de islamisten door de verpletterende verkiezingsnederlaag Operatie Dawn (‘Dageraad’) initieerden; een militair antwoord uit islamitische hoek. Doel was het Dignity-kamp militair te verslaan en de macht van de oude islamitische coalitie binnen en buiten het parlement te consolideren.

De winnaars van de verkiezingen van 25 juni 2014 organiseerden ook een regering, die internationaal werd erkend. Aangezien fundamentalistische milities Tripoli innamen, vestigde het gekozen parlement zich noodgedwongen in Tobroek, bij de grens met Egypte, met een regering die zetel koos in Bayda, ook in het oosten. Het nieuw verkozen parlement wordt gedomineerd door liberalen en federalisten, die meer autonomie willen voor het oosten van het land.

De strijd tussen de operaties Dawn en Dignity is in 2015 onverminderd voortgezet.  Het gaat hier, zoals gezegd, tussen voor- en tegenstanders van de fundamentalistische Moslimbroederschap. Daarnaast draait de strijd in Libië om de controle over luchthavens, olieterminals en andere belangrijke installaties te verkrijgen.

Kortom, de tweede Libische burgeroorlog is een sinds mei 2014 voortdurend conflict tussen enerzijds islamitische milities (Dawn) en anderzijds het Libische leger (Dignity), waarbij het leger wordt gesteund door het gekozen parlement en de internationaal erkende regering.

De machtsstrijd heeft tot een opmerkelijke situatie geleid: Libië heeft nu twee parlementen – waarvan alleen het parlement in Tobroek internationaal wordt erkend – en twee politieke hoofdsteden: Tripoli en Tobroek. Het lukt geen van beide ‘regeringen’ de overhand te krijgen. De politieke allianties aan beide zijden zijn verweven met, en compleet afhankelijk van, de militaire campagnes Dignity en Dawn. Zij kunnen geen betekenisvolle beslissingen nemen zonder een fiat van hun militaire bondgenoten. De internationale gemeenschap heeft echter altijd de regering in Bayda als wettige regering erkend. Tegelijk streefden de Verenigde Naties naar verzoening tussen de twee kampen als alternatief voor een oorlog die geen van beide kan winnen.

Eenheidsregering

Libië heeft inmiddels door deze ‘verzoening’ dan ook drie machtscentra. [ii] Naast de twee reeds bestaande machtscentra is er een derde bijgekomen. Onder auspiciën van de VN hebben de twee kampen onderhandelingen in Skhirat, Marokko, gevoerd, met steun van de VN- Veiligheidsraad, de Amerikaanse regering en de Europese Unie. Het resultaat van de onderhandelingen op 17 december 2015 was de nationale eenheidsregering (GNA) onder leiding van premier Fayez Sarraj, een onbekende zakenman uit Tripoli. De GNA kreeg als taak toezicht te houden op de voltooiing van de transitie. Uiteindelijk arriveerde de eenheidsregering in maart jl. per boot in Tripoli, omdat gebruik van het luchtruim verboden was.

De westelijke factie (Dawn) en de oostelijke factie (Dignity) zien elkaar als een grotere bedreiging dan Islamitische Staat

Sommige autoriteiten en militaire eenheden in het oosten beschouwen de GNA-leiders als door het buitenland opgedrongen indringers. Als gevolg is er een opkomende rivaliteit tussen de GNA en deze oosterlingen over het leiderschap van militaire operaties tegen IS en controle over de olie-infrastructuur. Daarnaast berust de rivaliserende islamitische Regering van Nationale Redding (Salvation), met aan het hoofd premier Khalifa Ghwell, op het gezag van het General National Congress (GNC). Het betreft hier het herrezen parlement dat oorspronkelijk in 2012 gekozen was. Het is tevens in Tripoli gevestigd, maar controleert geen relevante instituties meer. De grote meerderheid van de leden van de GNC (ook bekend als het ‘Tripoli Parlement’) is verplaatst naar de Staats Raad, een consultatief lichaam opgericht onder de door de VN bemiddelde Libyan Political Agreement (LPA) van 17 december 2015, die bijeenkomt in Tripoli.

Geslonken steun
De steun voor de regering van nationale eenheid in Libië vermindert de laatste tijd echter zienderogen. Daarvoor waarschuwt ook de VN-gezant voor Libië, Martin Koble.[iii] Die geslonken steun is volgens Koble te wijten aan groeiende frustraties over voortdurende stroomuitval en de zwakke munt. In april steunde nog 95% van de Libiërs de GNA van premier Sarraj. Men stond toen redelijk positief tegenover de eenheidsregering. In april had Tripoli 20 uren elektriciteit per dag, nu is dat slechts 12 uren; en in april moest men 3,5 dinars betalen voor een dollar; thans is dat 5 dinars. Dit is rampzalig voor een import-georiënteerde economie. 

Premier Sarraj van de Libische Government of National Accord (GNA) tijdens de VN-vluchtelingentop in september 2016. Bron: UN

 

Koble ziet echter geen alternatief voor de zogeheten ‘regering van het nationaal akkoord’, maar geeft toe dat de GNA de populariteit die het bij haar instelling eind maart genoot, deels heeft verspeeld. Hij roept de talloze rivaliserende milities in Libië nog eens op zich achter de eenheidsregering te scharen. Die steun zou nodig zijn om IS, dat zich afgelopen jaar stevig in Libië heeft genesteld, te kunnen verjagen.

De GNA heeft veel moeite gedaan haar gezag te vestigen in een door politieke en gewapende rivalen verdeeld land, terwijl het probeert de jihadistische militanten van IS te vernietigen. Maar door de complexe relaties en gedeelde belangen bestaat er in Libië geen scherpe scheiding tussen wat politiek, militair, crimineel en extremistisch is. Dit is een voedingsbodem voor aanhoudend conflict. De aan de staat gelieerde actoren die meeprofiteren van criminele netwerken en heulen met extremistische groeperingen, zullen hun machtsbasis immers niet zomaar opgeven en zich niet neerleggen bij een nieuwe centrale autoriteit.

Islamitische Staat

Een belangrijke actor in Libië is Islamitische Staat. Deze heeft van de chaos in het land gebruik gemaakt om terrein te veroveren. Veelal geschiedde dit zonder veel tegenstand, aangezien de westelijke factie (Dawn) en de oostelijke factie (Dignity) elkaar als grotere dreiging zagen dan IS. Syrisch-Libische netwerken brachten een IS-variant van het jihadisme in Libië. Zij spelen een sleutelrol tussen IS en jihadistische groeperingen in Noord-Afrika en de Sahara.

IS werkte sinds 2014 aan een opmars in Libië en probeerde de radicale en ontevreden elementen uit Operatie Dawn los te weken en in te lijven.[iv] De terreurorganisatie plantte als eerste haar vlag in de oostelijke stad Derna, maar ontmoette daar veel tegenstand van lokale jihadistische groepen. In 2015 bewoog IS zich richting centraal-Libië, vooral naar de steden Sirte en Harawa. IS hanteerde aldaar een verdeel-en-heers- strategie om de Dawn-coalitie te verzwakken en lokale strijders aan zich te binden. Vooralsnog stuitte het daarbij op veel weerstand van in het bijzonder de Misrata-brigades, maar het leek erop dat IS handig wist in te spelen op Libië’s gefragmenteerde context en wisselvallige loyaliteiten.

Sirte: ‘hoofdstad van IS in Libië’
In augustus 2015 controleerde IS de gehele stad Sirte, inclusief de (lucht)haven. Het werd daarmee het grootste gebied van IS buiten Irak en Syrië; het betrof een kuststrook van zo’n 300 km. Nu IS in Irak en Syrië in het defensief is gedwongen, zou zij Libië als nieuwe machtsbasis kunnen kiezen.

Anders dan in Syrië of Irak, vindt IS echter weinig aansluiting bij de lokale stammen. De terreurorganisatie heeft gevangen strijders, politieke tegenstanders en mensen die beticht zijn van spioneren, tovenarij en het beledigen van God, onthoofd of voor een vuurpeloton gezet. Door dit gruwelbewind moest IS in Sirte zelfs een lokale opstand neerslaan.

Vanwege de interne strijd tussen de twee Libische regeringen werd lange tijd niet effectief opgetreden tegen IS. Dit veranderde echter in mei jl., toen IS een opmars wilde beginnen richting Misrata. Troepen die voor een groot deel trouw zijn aan de eenheidsregering in Tripoli openden in juni een offensief om Sirte op IS te heroveren. IS werd nu vanuit twee kanten aangevallen: vanuit het westen door honderden milities uit Misrata, waarvan sommige de legitimiteit van de eenheidsregering aanvaard hadden; vanuit het oosten naderden federalisten. Uiteindelijk trokken militieleden op 9 juni Sirte binnen en wisten ze IS-strijders terug te dringen tot het centrum van de stad.

De troepen werden gesteund door de Verenigde Staten. Militairen van de Amerikaanse krijgsmacht zijn namelijk in Libië (gestationeerd) om het leger van de Libische eenheidsregering te ondersteunen in de strijd tegen IS.[v] De Amerikanen vechten echter niet mee op de grond. Dit alles op verzoek van de GNA.

Sirte is de feitelijke hoofdstad van IS in Libië. De Amerikanen wilden met hun hulp voorkomen dat Sirte een uitvalsbasis werd van waaruit IS aanvallen op het Westen kan voorbereiden en uitvoeren. Na de stad vrij gemaakt te hebben van jihadisten, namen de troepen begin augustus het hoofdkwartier van IS in Sirte in.

Het probleem is dat het Westen in de strijd tegen IS dezelfde milities steunt die verantwoordelijk zijn voor de chaos. Er is zelfs sprake van een zekere concurrentie onder de milities om tegen IS te mogen vechten. Elke groep hoopte in ruil voor het vechten tegen IS – of te doen alsof – wapens, politieke steun en erkenning te krijgen.

In het oosten van het land is IS echter nog aanwezig in Derna en Benghazi. Daar voert generaal Haftar, die trouw is aan de regering in het oosten, strijd tegen IS en andere extremisten. In Derna is IS uit de stad verjaagd. Hoewel de nederlaag in Sirte een gevoelige slag is voor de terreurgroep, is het de vraag of ze helemaal verslagen is.

Migratie

Een ander probleem zijn de migratie- en vluchtelingenstromen via Libië naar Europa. Het indammen van deze stromen is een belangrijke prioriteit van de EU. In 2015 groeide de omvang van dit probleem namelijk enorm en kregen alle Europese landen ermee te maken.

De voornaamste oorzaak van de toenemende vluchtelingen-/migrantenstroom zijn de conflicten aan de randen van Europa, waar velen voor op de vlucht zijn geslagen. De vluchtelingen en migranten ontvluchten de instabiliteit in hun eigen landen en zoeken veiligheid en een economisch beter leven. Velen maken de oversteek naar Europa via Libië. Zij krijgen in dit land vaak te maken met de afschuwelijke realiteit van seksueel misbruik, moord, afpersing, marteling en religieuze vervolging. De hulpeloze vluchtelingen en migranten worden steeds vaker in de armen gedreven van smokkelaars, mensenhandelaren, criminele bendes en gewapende groeperingen. Milities in Libië maken zich eveneens schuldig aan mensensmokkel. 

Frontex-reddingsactie op de Middellandse Zee. Bron: Frontex

 

Nu de Balkanroute dankzij afspraken tussen de EU en Turkije vrijwel dicht is, is de Libië-route weer in belang toegenomen. Dat blijkt reeds uit de ruim 150.000 personen die in 2015 vanuit Libië naar Europa vertrokken.[vi] Deze route staat bekend als de centraal Middellandse-Zeeroute. De talrijke migranten en vluchtelingen die recentelijk zijn verdronken, laat echter zien dat het oversteken van de Middellandse Zee zeer gevaarlijk is.

Grensbewaking
Van de internationale organisaties is de Europese Unie het meest actief. Belangrijk zijn vooral de activiteiten van het Europees Agentschap voor het beheer van de Operationele Samenwerking aan de Buitengrenzen van de Lidstaten van de Europese Unie (Frontex).[vii] Het agentschap heeft onder meer als taken ondersteuning bij het bewaken van Schengen-buitengrenzen, ondersteuning van terugkeeroperaties en de operatie-Triton naar aanleiding van de verdrinkingsdood van vele vluchtelingen en migranten.

In 2015 zijn ruim 150.000 vluchtelingen/migranten vanuit Libië naar Europa vertrokken

De EU heeft vérgaande plannen voor het tegenhouden van de vluchtelingen- en migrantenstromen. Zo hebben de 28 lidstaten voorbereidingen getroffen voor de oprichting en invoering van een Europese grenswacht. Voor deze nieuwe grenswacht zal Frontex worden uitgebreid. Dit agentschap wordt dan samen met de lidstaten verantwoordelijk voor de grensbewaking. Hiermee worden de lidstaten verplicht onder meer grenswachten en schepen te leveren. De lidstaten hopen dat de grenswacht op korte termijn al operationeel zal zijn.

Niet onvermeld mag blijven de maritieme EU-operatie Sophia, die zich richt op het ontwrichten van de mensensmokkelwerken in het centrale deel van de Middellandse Zee. Sinds kort is het mandaat van deze operatie uitgebreid met training van de kustwacht en marine van Libië en het handhaven van het VN-wapenembargo.

Recente ontwikkelingen

Hoe nu verder met de aanpak van de chaos in Libië? De nieuwe Libische regering van nationale eenheid (GNA) zou een nieuwe kans bieden om de transitie goed te laten verlopen. . Maar deze door de VN erkende regering heeft onlangs ook het vertrouwen van het parlement verloren. Een meerderheid van de leden van de volksvertegenwoordiging stemde op 22 augustus jl. voor een motie van wantrouwen. Het is onduidelijk of die motie de regering tot onmiddellijk aftreden dwingt. In feite is de eenheidsregering illegaal, want ze is niet wettelijk goedgekeurd door het parlement ingevolge de LPA. De regering heeft dus geen legale status. Dit wordt in het Westen niet onderkend. Het doet het statuur van de GNA hoe dan ook geen goed; zij stelt immers juist alles in het werk om haar gezag te vestigen en de vele Libische strijd- en belangengroepen achter zich te verenigen. De VN hopen nog steeds dat de GNA erin zal slagen de tweespalt in Libië op te lossen.

De Verenigde Staten continueren inmiddels de steun aan de troepen van de door de VN erkende Libische regering door voortgaande luchtbombardementen op door IS gedomineerde gebieden. Amerikaanse mariniers voeren deze luchtaanvallen uit vanaf het amfibische aanvalsschip Wasp voor de kust van Libië, met Harrier-gevechtsvliegtuigen en Super Cobra-aanvalshelikopters.[viii] De vraag is echter of een ideologie als die van IS met bombardementen kan worden verslagen.

Generaal Khalifa Haftar en zijn troepen steunen de tegenregering die zich in Oost-Libië als rivaal van de islamitische regering in Tripoli heeft opgeworpen. Haftar, die zijn strijdkracht het Libische Nationale Leger noemt, vecht ook tegen de zogeheten Shuraraad van Revolutionairen van Benghazi, waarin een aantal islamistische strijdgroepen zich hebben verenigd. Dit front bevindt zich vooral in en rond de Oost-Libische stad Benghazi. Hoewel er tussen de leden van het parlement onenigheid bestaat over de rol van Haftar, is hij wel hun sterkste bondgenoot.

Tot slot

De huidige wetteloosheid in Libië en de strategische ligging van het land raken ook Europese belangen. De vraag rijst echter of een nieuwe westerse interventie niet zal leiden tot een herhaling van Irak en tot nog grotere chaos?[ix] De veiligheidsproblemen worden immers vooral veroorzaakt door interne factoren, zoals de economische crisis, onenigheid tussen rivaliserende krachten in het oosten en westen van het land, een afnemend draagvlak voor de nationale eenheidsregering en door de bemoeienis van regionale machten. Het is niettemin merkwaardig dat een Libische regering die in het leven is geroepen, ondersteund en bevorderd door het Westen niet in staat is de basisbeginselen van bestuur uit te voeren.

Gezien de chaotische situatie in Libië lijken de laatste dagen van de eenheidsregering dan ook geteld.[x] Dit te meer, daar de machtige oostelijke generaal Khalifa Haftar begin september belangrijke havens heeft veroverd en daarmee de eenheidsregering van haar olierijkdom heeft beroofd.[xi]



[i] Zie: Kees Homan, ‘Waar ligt de leiding in Libië: in Tobruk of Tripoli, bij Dignity of Dawn?’, Internationale Spectator, november 2014, pp. 9-13; en Floor El Kamouni-Janssen, ‘Libië’s chaos: vervlochten crises en conflicterende belangen’, Internationale Spectator, 2015.

[ii] Gert van Langendonck, ‘Libië is nu een land van drie regeringen’, NRC-Handelsblad, 21 januari 2016.

[iii] ‘Support for Libyan unity government “crumbling”’, World News, 12 augustus 2016.

[iv] Frederic Wehrey, The Grinding Fight to Root Out ISIS in a Battered Libya, Carnegie Endowment for International Peace, 10 augustus 2016.

[v] Anna van Es, ‘VS vechten openlijk mee in oorlog tegen IS in Libie’, de Volkskrant, 2 augustus 2016.

[vi] Zie voor een algemeen regio-overzicht, ‘Veiligheid en Stabiliteit in Noordelijk Afrika’, Advies No. 101, Adviesraad Internationale Vraagstukken, pp. 22-27.

[vii] Zie website van frontex.europa.eu

[viii] Jeff Schogol, ‘The U.S. Marines have a long history in Libya. Now they’re killing ISIS there’, Military Times, 25 augustus 2016.

[ix] Daniel R. DePetris, ‘10 Questions to Ask Before intervening in Libya’, The National Interest, 18 februari 2016.

[x] Emadeddin Zahri Muntasser, ‘The Coming Fall of Libya’s GNA, And What to Do About it’, Snapshot Foreign Affairs, 6 september 2016.

[xi] Chris Stephen, ‘How Libya is slowly becoming “Somalia on the Med”’, The Guardian,14 september 2016.

 

 

Auteurs

Kees Homan
Generaal-Majoor der Mariniers, b.d.