Vijf uitdagingen in Soedan na 30 jaar dictatuur
Opinie Conflict en Fragiele Staten

Vijf uitdagingen in Soedan na 30 jaar dictatuur

08 May 2019 - 11:58
Photo: Protesten in Soedan. Bron: Hind Mekki / Flickr
Terug naar archief

Na 30 jaar dictatuur laat de recent afgezette Soedanese president Omar el-Bashir een erfenis achter van jarenlange burgeroorlogen en miljoenen Soedanese ontheemden en vluchtelingen. Daarnaast kampt Soedan met een lege schatkist, een geheel ingestorte economie, wijdverspreide corruptie, en een verdeelde bevolking waarvan de helft onder de armoedegrens leeft. Het land is zeer rijk aan grondstoffen, overleefde de laatste jaren op leningen en giften en is daardoor een speelbal geworden van regionale en internationale belangen. Kamal Al Sadiq, hoofdredacteur van het Soedanese radiostation Radio Dabanga zet vijf meest urgente uitdagingen op een rij.

De dictator is afgezet maar de zogeheten ‘deep state’, de pijlers van zijn heerschappij zijn er nog steeds. Op 30 juni 1989 greep el-Bashir samen met een groep islamisten de macht. Met een militaire staatsgreep wierp hij de democratie in Soedan omver en gijzelde het hele land, inclusief de reguliere strijdkrachten, de overheidsdiensten, het onderwijs en de economie in naam van religie.

Soedanese president Omar el-Bashir
De Soedanese president Omar el-Bashir in 2011. © Al Jazeera English / Flickr 

De nieuwe machthebbers lieten het hier niet bij, maar vervingen, door middel van een beleid dat ze ‘empowerment’ noemden, het gehele ambtenarenapparaat. De religieuze- en rassendiscriminatie van grote bevolkingsgroepen in het zuiden leidde begin 2011 tot de afscheiding van de onafhankelijke staat Zuid-Sudan. 

De Soedanese landbouw werd een exportmiddel. Grote lappen vruchtbare grond werden verkocht aan buitenlandse investeerders, met name uit de Golfstaten, Turkije en China. De onwettige toe-eigening van ’s lands rijkdommen vormde de grootste georganiseerde plundering in de geschiedenis van Soedan en leidde tot burgeroorlogen in Darfur in 2003, en de Nubabergen en de Blauwe Nijlregio in 2011.

De ledematen van het oude regime
Omar el-Bashir en de andere kopstukken van het zogeheten Islamitische regime, zoals Abdelrahim Hussein en Ahmed Haroun, alsook Janjaweed leider Ali Kushayb worden gezocht door het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Toen zich in december 2018 nieuwe prijsstijgingen aandienden terwijl brandstof- en broodtekorten voortduurden, was de maat vol voor de Soedanezen. Ze begonnen een vreedzame opstand die vier maanden later, op 11 april, tot de val van el-Bashir en de oprichting van een Militaire Overgangsraad leidde. De ontwikkelingen kunnen worden gezien als een gedeeltelijke overwinning op de Islamitisch machthebbers. Het hoofd is afgezet, maar de ledematen en het hart van het oude regime zijn er nog steeds en zullen met veel geduld en inzet verwijderd moeten worden. Daarom houden  grote groepen demonstranten sinds 6 april protest sit-ins voor het hoofdkantoor van het Soedanese leger in Khartoem en een aantal garnizoenen in het land. Hun leuzen: “Het [regime] is nog niet gevallen” en “We willen een burgerregering, geen militaire raad”.

De nieuwe realiteit in Soedan wordt nu gekenmerkt door onderhandelingen tussen de militaire raad en de leiders van de opstand, die op 1 januari de Verklaring voor Vrijheid en Verandering tekenden. Deze vertegenwoordigers van de demonstranten, een groot deel van het volk, hebben een burgerregering voor ogen, die het land tijdens “een overgangsperiode” van enkele jaren weer op de rails zou moeten krijgen. De ontwikkelingen worden door de oude garde echter gevreesd, en door regionale en internationale machten met argusogen bekeken.

 

Soedanese demonstranten in april, 2019
Soedanese demonstranten in april, 2019. © Hind Mekki / Flickr

Vijf uitdagingen voor Soedan

Politieke islam
De binnen- en buitenlandse uitdagingen voor een nieuw, democratisch bestuurd Soedan bestaan ten eerste uit de aanhangers van de politieke islam. Zij hebben de geldmiddelen en de economie de facto nog steeds in handen via het leger, zwaarbewapende milities, de ambtenarij, geallieerde vakbonden en zeker ook via de media. De vele satellietzenders, radiostations, en lokale kranten zijn slechts in naam onafhankelijk. Deze machtsfactoren zouden het de revolutionairen moeilijk kunnen maken, met een contrarevolutie of door het winnen van verkiezingen na de overgangsperiode.

Gewapend verzet
Ten tweede is daar het gewapend verzet, een ingewikkeld krachtenveld van in hoofdzaak vier bewegingen.  De Sudan People’s Liberation Movement-North (SPLM-N), bevecht het oude regime onder leiding van Abdelaziz el-Hilu in de Nubabergen en de Blauwe Nijlregio. In de regio Darfur  doet de Sudan Liberation Movement (SLM) geleid door Abdelwahid el-Nur hetzelfde.  Deze twee groepen hebben nooit met de regering onderhandeld over vrede. Twee andere rebellengroepen dede dat wel. Het zijn de SLM-factie van Minni Minawi en de SPLM-N vleugel onder leiding van Malik Agar. Die laatste twee bewegingen onderschrijven ook de Verklaring van Vrijheid en Verandering en hebben aangekondigd te wachten op de vorming van een overgangsregering waarmee ze verdere vredesonderhandelingen kunnen voeren. De SLM van el-Nur en SPLM-N van el-Hilu eisen een seculiere staat. De groep van el-Hilu legt de wapens pas neer als de zuidelijke regio’s  een verregaande vorm van zelfbestuur hebben gekregen. Alle voorwaarden voor nieuwe  conflicten zijn dus aanwezig.

Gemarginaliseerde bevolkingsgroepen
De zogeheten gemarginaliseerde bevolkingsgroepen vormen een derde uitdaging. Deze groepen bestaan uit miljoenen ontheemden die economisch achtergestelde gebieden in de periferie, veelal ook oorlogsgebieden, zijn ontvlucht, en hun heil hebben gezocht in de hoofdstad Khartoem en omgeving. Zij hebben grieven die niet overlappen met het gros van de demonstranten, en zouden een nieuwe en sterke tegenkracht kunnen vormen als de overgangsregering niet aan hun eisen voldoen.

Erfenis oorlog Darfur
De kwalijke rol die de leiders van de Militaire Overgangsraad, met name generaals president Abdelfattah El Burhan en vice-president Mohamed Hamdan Dagalo (bijgenaamd Hemedti), in de oorlog in Darfur hebben gespeeld, vormt een vierde uitdaging. Tegelijkertijd hebben beide militaire leiders ook goodwill gekweekt door op de eisen van de demonstranten in te gaan en Omar el-Bashir af te zetten. Ze zijn daardoor belangrijke en beslissende factoren in het transformatieproces en dat heeft hun imago verbeterd. Maar een gebrek aan flexibiliteit van de strijdmachten van de oude garde, inclusief de Rapid Support Forces, Soedan’s grootste overheidsmilitie aangevoerd door ‘Hemedti’, kunnen wel degelijk een risico blijven tijdens de komende overgangsperiode.

Internationale invloeden
De vijfde uitdaging ligt op regionaal en op internationaal niveau. De houding van Egypte en de Golfstaten (Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten) ten opzichte van de nieuwe machthebbers enerzijds, en van Qatar en Turkije anderzijds zijn zeker van invloed op de toekomst van Soedan. Internationaal hangt er veel af van verdere reacties van zowel de Verenigde Staten en de Europese Unie als Rusland en China, landen die elk van belang zijn bij de machtswisseling in Soedan. Als zij de eisen van de bevolking ondersteunen, kunnen de Soedanezen een volledige overwinning realiseren in plaats van de nu gedeeltelijke victorie.

De twee belangrijkste partijen nu, de militaire junta en de ondertekenaars van de Verklaring van Vrijheid en Verandering, zullen goede wil moeten tonen en flexibel moeten zijn om compromissen te sluiten en ruimte te maken voor een nieuwe generatie die het land in de nabije toekomst op democratische wijze kan besturen.

Auteurs

Kamal Al Sadiq
Hoofdredacteur van Radio Dabanga