Voor China telt alleen de eindoverwinning
Opinie Geopolitiek & Wereldorde

Voor China telt alleen de eindoverwinning

28 Oct 2020 - 14:36
Photo: Pixabay
Terug naar archief

In een repliek op een bijdrage van Friso Stevens beargumenteert Henk Schulte Nordholt dat het Westen afhankelijk dreigt te worden van een vijandige mogendheid, gezien China’s ambitie om de industriële en technologische supermacht van de wereld te worden. Ondertussen lapt Peking de internationale rechtsorde aan haar laars. De win-win gedachte is uiteindelijk naïef. "Voor Chinese machthebbers, met name het huidige regime, telt alleen de eindoverwinning."

In zijn bijdrage ‘Een realistisch China-beleid zonder nieuwe Koude oorlog’1 neemt Friso Stevens stelling tegen het Volkskrant-artikel waarin Alex Krijger en ik oproepen tot een gezamenlijk democratisch front om de dreiging van China voor de liberale wereldorde te weerstaan.2

Dat is in een vrij land als Nederland natuurlijk zijn goed recht, maar het verwijt dat wij ons schuldig zouden maken aan ‘retoriek’ voelt licht ongemakkelijk aan. Niet alleen vanwege de betekenis van dat woord – holle frases met weinig inhoud – maar omdat zijn denktrant die van Wang Yi, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, weerspiegelt: wie China bekritiseert of oproept tot waakzaamheid maakt zich schuldig aan ‘Koude Oorlog denken’.

Minister Blok in gesprek met zijn ambtsgenoot Wang Yi in Peking, 2019. Ministerie van Buitenlandse Zaken
Minister Blok in gesprek met zijn ambtsgenoot Wang Yi in Peking, 2019. © Ministerie van Buitenlandse Zaken

Ons ongemak nam nog verder toe bij het lezen van deze zin: “Het is belangrijk om te beseffen dat retoriek en de interpretatie daarvan in Beijing ertoe doet in het wel of niet tot stand brengen van een Sino-Europese ‘strategische uitdaging’.” Met andere woorden: we moeten onze woorden wegen om niet op Chinese tenen te trappen, want dan gooien we onze eigen glazen in.

Een ander verwijt aan ons adres is dat we het narratief van de Amerikaanse haviken hebben overgenomen. Tot zelfstandig nadenken zijn we dus niet in staat, maar los daarvan vindt Stevens de ideeën van die haviken blijkbaar verwerpelijk. A fortiori verwerpt hij daarmee zowel het Chinabeleid van de Republikeinen als van de Democraten, want dat China een existentiële bedreiging vormt voor Amerika is ongeveer het enige waar dat verscheurde land het over eens is.

In de 21ste eeuw zijn er veel effectievere middelen van machtsprojectie dan het afvuren van kanonnen

China is goed, Amerika is fout – daar lijkt het onderbuikgevoel van Stevens op neer te komen. Voor een dergelijke eenzijdigheid moeten we waken.

China als bedreiging?
Dan de inhoud. Stevens voert enkele argumenten aan die moeten aantonen dat China niet vijandig tegenover Europa staat. Ten eerste omdat het land geen militaire bedreiging vormt voor de Europese Unie (EU).

Dat moge waar zijn, maar in de 21ste eeuw zijn er veel effectievere middelen van machtsprojectie dan het afvuren van kanonnen. Peking is vastbesloten om de industriële en technologische supermacht van de wereld te worden – een ambitie duidelijk verwoord in beleidsstukken als Made in China 2025 en China Standards 2035.

Stevens-ChinaShipping-Pixabay
Containers van China Shipping. © Pixabay

Als dat zou lukken heeft China niet alleen een fantastisch businessmodel in handen (de afnemer van bijvoorbeeld een 5G-netwerk kan voor vervolginvesteringen alleen terecht bij Huawei-technologie en de door dat bedrijf voorgeschreven apparatenbouwers), maar het Westen wordt dan tevens afhankelijk van een vijandige mogendheid.

Vlak na zijn aantreden in 2012 stelde president Xi Jinping bijvoorbeeld dat “het kapitalisme onvermijdelijk op zijn einde loopt, en het socialisme onvermijdelijk aan het winnen is”

Stevens beweert dat er geen sprake is van een mondiale ideologische strijd tussen China en het Westen, en daarin heeft hij gelijk in de zin dat de Chinese Communistische Partij (CCP) een postideologisch regime is. Klassenstrijd en gelijkheid – de idealen van het communisme en socialisme – spelen geen enkele rol meer in het huidige China. Dat wil echter niet zeggen dat de CCP de retoriek van het communisme heeft losgelaten, noch het daarmee gepaard gaande vijandbeeld van het Westen.

Voor de internationale bühne spreekt Peking over de zegeningen van het multilateralisme en “een gedeelde toekomst voor de mensheid”, maar in de gesloten studiebijeenkomsten van de CCP wordt hele andere taal gebezigd. Vlak na zijn aantreden in 2012 stelde president Xi Jinping bijvoorbeeld dat “het kapitalisme onvermijdelijk op zijn einde loopt, en het socialisme onvermijdelijk aan het winnen is”.

De internationale rechtsorde
China zou ook geen bedreiging vormen voor Europa omdat het “doorgaans gericht is op territorium dat het ziet als Chinees – oftewel Hong Kong, Taiwan, het Tibetaans Plateau en de Oost- en Zuid-Chinese Zee”. Hierin schuilt echter wel degelijk een bedreiging voor Europa, omdat Peking in de uitvoering van dit streven de internationale rechtsorde aan zijn laars lapt.

Om te beginnen met de geclaimde zeegebieden. Volgens het – ook door Peking geratificeerde – Zeerechtverdrag heeft een kuststaat in de territoriale wateren van 12 mijl onbeperkte soevereine rechten, maar daarbuiten (tot 200 mijl) enkel het recht van economische exploitatie. Indien maritieme claims overlappen, moet er met andere kuststaten onderhandeld worden over afbakening.

Eenmaal ‘verjongd’ zal China niet genoegen nemen met soevereiniteit over het huidige grondgebied

Ondanks de verdragsverplichting beschouwt Peking vrijwel de gehele Zuid-Chinese Zee als Chinees territorium, en heeft het land bovendien de daarin liggende eilandjes omgebouwd tot militaire bunkers. Het ondubbelzinnige arrest van het Internationale Hof van Arbitrage van 2016 dat deze praktijken veroordeelt, heeft Peking afgedaan als een “vodje papier”.

In de Oost-Chinese Zee schenden Chinese schepen op vrijwel dagelijkse basis de Japanse territoriale wateren. In Hong Kong heeft Peking een ‘Nationale Veiligheidswet’ uitgeroepen, die in flagrante strijd is met het met Engeland aangegane verdrag om de status van dat gebied voor vijftig jaar niet te veranderen.

De Taiwanese stad Tapei.
Tapei, Taiwan. © Pixabay

En dan is er nog Taiwan. President Xi Jinping is vastbesloten om tijdens zijn (ongelimiteerde) ambtstermijn het eiland met het moederland te herenigen – desnoods met geweld. Onlangs vlogen er nog 18 Chinese straaljagers het Taiwanese luchtruim binnen voor het houden van ‘militaire oefeningen’. Volgens Stevens moeten we deze acties zien als “reactief of defensief”.

Een fantasievolle uitleg die niet alleen haaks staat op de feiten, maar bovendien negeert wat het leiderschap van Xi Jinping ten diepste drijft: De Grote Verjonging van de Chinese Natie – ofwel het herstel van de positie die China in Oost-Azië innam voor de desastreuze Eeuw van Vernedering (1840 – 1949), toen Europese en Japanse imperialisten het oude rijk degradeerden tot een half-kolonie.

Eenmaal ‘verjongd’ zal China niet genoegen nemen met soevereiniteit over het huidige grondgebied. Voormalige tribuutstaten als Mongolië, Vietnam en Thailand zullen zich net als vroeger moeten schikken in wat Chinese volkenrechtdeskundigen een ‘Oostfaalse Orde’ zijn gaan noemen.

Na twee desastreuze wereldoorlogen is een bouwwerk van internationale afspraken en instituties neergezet om het recht van de sterkste enigszins in te tomen

De omringende landen blijven op papier onafhankelijk, maar dienen in de praktijk hun belangen ondergeschikt te maken aan die van China. Dit ‘tribuutstelsel 2.0’ vormt niet alleen een radicale breuk met het VN-systeem van gelijkheid van soevereine staten; het zal door de machtigere staten in de regio – denk aan Japan en Korea – nooit worden geaccepteerd.

Stevens ziet deze ontwikkeling niet als een probleem. Integendeel, we moeten ‘realistisch’ onder ogen zien dat in de 21ste eeuw China de dominante macht in Oost-Azië wordt. Hij accepteert met andere woorden een terugkeer naar de 19e eeuw, toen men meende dat een machtsevenwicht tussen de grote mogendheden een duurzame vrede zou waarborgen.

De Eerste Wereldoorlog heeft geleerd hoe misplaatst dit denken was. En achterhaald, want na twee desastreuze wereldoorlogen is een bouwwerk van internationale afspraken en instituties neergezet om het recht van de sterkste enigszins in te tomen. Niet alleen naar buiten toe, maar ook binnenlands. De terechte aandacht voor het lot van de Oeigoeren en Tibetanen zou in de 19e eeuw onbestaanbaar zijn geweest.

Draagkracht
Met het derde argument van Stevens – dat het Chinese volk niet geïnteresseerd is in ideologie en in relatieve vrijheid zijn leven kan leiden – ga ik grotendeels mee. Maar dat is iets anders dan dat het communistische regime positief geaccepteerd zou worden.

Stevens-Beijing, 2008. Keso S - Flickr2
Beijing, 2008. © Keso S / Flickr

Niet voor niets voert China al jaren op rij de ranglijst aan van de landen met de minste persvrijheid en het minst vrije internet. Blijkbaar is het regime niet gerust op haar draagkracht onder het volk. Vandaar ook dat de pogingen in de 20ste eeuw om het land op een liberalere koers te zetten – van de algemene verkiezingen in 1912 tot de massademonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 – door de censuur van de CCP worden verzwegen of verdraaid.

Het is weinig waarschijnlijk dat China één op één de westerse parlementaire democratie gaat overnemen – daarvoor is de cultuur te uitzonderlijk en de geschiedenis te lang. Maar het is aanmatigend om a contrario aan te nemen dat de Chinese mens niet zou verlangen naar vrijheid of een aansprakelijke regering.

Als een Chinese partij oproept tot ‘redelijkheid’ wordt bedoeld dat de ander zich moet confirmeren aan het Chinese standpunt

Die houding komt neer op een 21ste-eeuwse variant van het 19e-eeuwse Oriëntalisme, dat de geschiedenis van ‘het Oosten’ zag als onveranderlijke cirkels van despotisme. Taiwan, een Chinese samenleving, heeft bijvoorbeeld een bloeiende democratie. Diep door het Chinese confucianisme beïnvloede landen als Korea en Japan eveneens.

Redelijkheid en onpartijdigheid
Als conclusie pleit Stevens voor een Europees Chinabeleid dat ‘redelijk en onpartijdig is’. Dat klinkt mooi, maar als een Chinese partij (zo weet ik uit ervaring) oproept tot ‘redelijkheid’ wordt bedoeld dat de ander zich moet confirmeren aan het Chinese standpunt.

Wij Nederlanders geloven als kinderen van het Rijnlandse model in gelijkheid, in het elkaar vinden in het midden en in win-win. Voor Chinese machthebbers, met name het huidige regime, telt alleen de eindoverwinning.

Concessies zijn altijd tactisch en tijdelijk. De al in 1926 door Mao Zedong ontwikkelde ‘Verenigd Front Strategie’ – waarbij met de mindere vijand een bondgenootschap wordt aangegaan om de sterkere vijand te overwinnen – is nog steeds springlevend.

De mondkapjesdiplomatie en disinformatiecampagne in het voorjaar van 2020 hebben in veel Europese landen kwaad bloed gezet

En wat betreft ‘onpartijdigheid’: het partij kiezen voor kernwaarden als vrijheid van meningsuiting, respect voor het individu en een gelijk economisch speelveld brengt de EU onvermijdelijk in aanvaring met het China van Xi Jinping. Begin 2019 benoemde de EU China tot een “partner, concurrent en systeemrivaal”, eind 2020 lijkt de nadruk vooral te liggen op rivaliteit.

Stevens-Minister-president Rutte ontvangt de president van China Xi Jinping op het Catshuis in 2014. Minister-president Rutte - Flickr
Minister-president Rutte ontvangt de president van China Xi Jinping op het Catshuis in 2014. © Minister-president Rutte / Flickr

Dat komt niet, zoals Stevens zegt, door “eenzijdige berichtgeving in de media” (een argument dat je ook vaak in China hoort), maar door Pekings eigen daden. De mondkapjesdiplomatie en disinformatiecampagne in het voorjaar van 2020 hebben in veel Europese landen kwaad bloed gezet.

Ook de hoop op een constructieve samenwerking op het gebied van klimaat is aan het vervagen. In de eerste helft van 2020 heeft Peking goedkeuring gegeven om 40 procent meer kolencentrales te bouwen dan in 2018 en 2019 bij elkaar.

Peking kan westerse bedrijven geen gelijke behandeling op de Chinese markt geven zonder zijn doelstellingen van industriële en technologische suprematie op te geven

Wat de samenwerking tussen Peking en Brussel nog enigszins op een betere koers kan zetten, is een handelsverdrag. De EU wil dat voor 1 januari 2021 tekenen, maar de kans dat dat lukt is klein.

Peking kan westerse bedrijven geen gelijke behandeling op de Chinese markt geven zonder zijn doelstellingen van industriële en technologische suprematie op te geven. De Duitse bondskanselier Angela Merkel zei daarom op 2 oktober in Brussel dat zonder gelijke behandeling de EU vanaf 2021 belemmeringen zal opwerpen voor Chinese bedrijven op de Europese markt.

Het nieuwe normaal is aangebroken: een zakelijke en quid-pro-quo relatie, die gebaseerd is op bescherming van onze kernwaarden en technologische autonomie. Gezien China’s snel groeiende macht dient dit beleid door zoveel mogelijk gelijkgestemde landen te worden gedragen – binnen en buiten de EU. Vandaar ons voorstel om het Duitse voorbeeld te volgen.

Of de EU met deze nieuwe koers succes gaat boeken valt nog te bezien. Cruciaal is of de Amerikanen dezelfde keus maken om middels allianties de liberale wereldorde te beschermen. Het maakt de presidentsverkiezingen van 3 november zo mogelijk nog belangrijker.

Auteurs

Henk Schulte Nordholt
Sinoloog en schrijver