Boeken & Films Europese Zaken

Wederzijds onbegrip als splijtzwam in de Europese Unie

10 Jan 2018 - 14:26
Photo: Op 4 augustus 1789 vernietigt de Assemblée Nationale het feodale regime. Bron: Wikicommons
Terug naar archief

De verschillen tussen het Noorden en het Zuiden van Europa worden maar al te vaak versimpeld tot verschillen tussen zorgelijke protestanten uit het kille Noorden en zorgeloze katholieken uit het zwoele Zuiden. In Onbegrepen Europa gaat financieel-economisch journalist Bert Bakker op zoek naar de diepere achtergrond.

 

Bert Bakker Onbegrepen Europa – Nieuw licht op een eeuwenoude tweedelingIdeeën over het waarom van de verschillen tussen Noord en Zuid binnen Europa overstijgen volgens Bakker zelden het niveau van het gebabbel bij de koffieautomaat en dat komt omdat het tot een van de taboeonderwerpen binnen de Europese Unie behoort. Ook de wetenschap heeft recent weinig aandacht aan het waarom van die breuklijn geschonken. De theorieën die Bakker in sneltreinvaart de revue laat passeren, zijn volgens hem vanwege een eenzijdige benadering slechts gedeeltelijk toereikend als verklaring.

Bakker gaat zelf uit van de hypothese dat Europa in wezen helemaal niet verdeeld is in Noord en Zuid of West en Oost, maar “in regio’s die nu, maar meestal al sinds eeuwen, geregeerd worden door een brede mondige middenklasse, en andere waar (neo)feodale verhoudingen de boventoon voer(d)en en waar een smalle elite aan de touwtjes trekt”.

Middenklasse-regio’s vs (neo)feodale regio’s
De auteur beschrijft ‘Noord-Europese’ middenklasse-regio’s als regio’s waar een divers veld van grote en kleine ondernemingen actief is in handel, industrie en dienstverlening. Initiatieven komen hoofdzakelijk ‘van onderop’ uit een brede, goed opgeleide, ondernemende en creatieve middenklasse, waarbij egalitaire verhoudingen en meritocratie de norm zijn. Daartegenover staan economisch minder dynamische (neo)feodale regio’s, drijvend op bulkproducten uit de landbouw of mijnbouw, waar het eigendom van bedrijven in handen is van een smalle elite. Door de economische machtsverhoudingen zijn relaties minder egalitair en zijn cliëntelisme en nepotisme aan de orde van de dag.

Voor een verklaring van deze tweedeling tussen middenklasse-regio’s en (neo)feodale regio’s moet volgens Bakker de blik worden gericht op de geschiedenis. Wat volgt is een vlot geschreven, maar bij tijd en wijle wel wat rammelend betoog. Onder het mom van “het Europa waar feodaliteit nooit beklijfde” wordt van de limes van het Romeinse Rijk – als noordgrens van een gebied waar feodaliteit voet aan de grond kreeg – via een lofzang op de (economische) activiteiten van de Friezen, de Vikingen en de Hanzesteden een historische lijn getrokken die ophoudt bij de Reformatie in de zestiende eeuw. En daar wordt terecht bij gesteld dat Noord-Italië zich – afwijkend van het eerdere betoog – in de Renaissance ook al had ontworsteld aan de feodaliteit.

De vier daaropvolgende eeuwen worden min of meer overgeslagen. Zo komt Bakker bij het door hem geconstateerde feit, dat Zuid-Duitsland heden ten dage het Noord-Duitsland van de Hanzesteden voorbij is gestreefd, niet verder dan de constatering dat middenklasse-samenlevingen “blijken te kunnen feodaliseren… en ontfeodaliseren”. Daarmee worden en passant ook de teloorgang van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden na de Gouden Eeuw, de jansaliegeest van de ‘Pruikentijd’ 1  en het opnieuw opbloeien van Nederland als middenklasse-regio vanaf eind negentiende eeuw verklaard.

Het inmiddels in historische onderzoeken weerlegde beeld van de jansaliegeest is een treffend voorbeeld van het feit dat Onbegrepen Europa niet altijd uitgaat van de laatste stand van de geschiedwetenschap. De verklaring van het ‘speciale geval’ Frankrijk als “neofeodaal in een middenklasse-jas” lijkt zelfs vooral gebaseerd op anekdotiek. En door eenzijdig de nadruk te leggen op verschillen tussen middenklasse-samenlevingen en (neo)feodale samenlevingen raken andere scheidslijnen die van oudsher door Europa lopen, onderbelicht.

 De EU is als een fris behang uitgerold over Europa, zonder acht te slaan op de scheuren en vochtplekken die eronder zitten

Bakker concludeert terecht dat Europa door zijn geschiedenis is verdeeld in uiteenlopende regio’s met een verschillende mentaliteit. En zijn conclusie dat ‘Noord-Europa’ niet bestaat, is een verfrissende. Maar het is vervolgens te gemakkelijk om de regio’s binnen de EU alleen onder te verdelen in middenklasse dan wel (neo)feodaal. De economische en – vooral – cultuurverschillen binnen Europa zijn breder; ze zijn ontstaan doordat er vanwege de tumultueuze geschiedenis van het continent meerdere scheidslijnen door en over elkaar lopen. Denk bijvoorbeeld aan de wassende en afnemende invloedssferen van het Russische en het Ottomaanse Rijk of de verschuiving van transcontinentale naar transatlantische handel. En ja, ook de omgang met religie en feodaliteit passen binnen dit bredere bestek.

Mentaliteitsverschillen binnen de EU niet uit het oog verliezen
Dat neemt overigens niet weg dat de slotconclusie van Bakker wel overeind blijft staan. Volgens hem hebben Europese bestuurders – en ook bestuurders van multinationale ondernemingen als Air France-KLM – het probleem van uiteenlopende mentaliteiten tussen verschillende Europese regio’s genegeerd. De EU is als een fris behang uitgerold over Europa, zonder acht te slaan op de scheuren en vochtplekken die eronder zitten. Dat is één van de oorzaken waardoor de legitimiteit van ‘Brussel’ een serieus probleem is geworden, een probleem waar populistisch-nativistische partijen en politici als de Italiaanse MoVimento 5 Stelle en de Hongaarse premier Viktor Orbán handig op inspelen.

Bij de strategische heroriëntatie die nu – in het kielzog van Vote Leave in het Verenigd Koninkrijk en En Marche! in Frankrijk – in de EU met de Leaders Agenda op het hoogste niveau plaatsvindt, is het dan ook van belang de mentaliteitsverschillen binnen de Unie niet uit het oog te verliezen. Bakker verwoordde het zelf in een ingezonden artikel in de Volkskrant (10 november 2017) over de Catalaanse crisis simpel doch treffend: “Regio’s met zeer uiteenlopende culturen en mentaliteiten duurzaam laten samenleven onder de paraplu van één ‘rijk’, kan, maar alleen als het ene model niet probeert het andere weg te drukken. Wie ze toch in dezelfde mal willen persen, maakt de problemen niet kleiner, maar groter.”

Bert Bakker
Onbegrepen Europa – Nieuw licht op een eeuwenoude tweedeling.
Amsterdam: Atlas Contact, 2017; 272 pp.; € 21,99; ISBN: 978-90-450-2856-9

  • 1. Aan de bloei van de Gouden Eeuw kwam een einde omdat de Nederlander in de Pruikentijd was ingedut en zo zijn ware volksaard had verloochend. Althans, dat dacht de 19de-eeuwse publicist Potgieter, en velen met hem. In 1842 probeerde hij zijn tijdgenoten wakker te schudden met het schrikbeeld van de ‘patroon aller slaapmutsen’: Jan Salie. Pas als de jansaliegeest was verdreven, zou Nederland weer zichzelf worden en zijn waardige positie tussen de wereldmachten hervinden

Auteurs

Ivo van de Wijdeven
Historicus en politiek analist bij het Ministerie van Algemene Zaken