Welvaart na Covid-19: lessen uit niet-westerse benaderingen
Analyse Duurzaamheid & Economie

Welvaart na Covid-19: lessen uit niet-westerse benaderingen

03 Feb 2021 - 09:22
Photo: De Algemene Vergadering van de VN staat op 20 september 2020 stil bij het eerste jubileum van de Sustainable Development Goals. © UN Photo
Terug naar archief

Hoe meet je welvaart? In toenemende mate is er verzet tegen het eenzijdig meten van welvaart in termen van bruto nationaal product (bnp). Voorloper van het breder trekken van de discussie was Bhutan met ‘bruto nationaal geluk’. Minder bekend zijn Zuid-Afrika’s Ubuntu-beleid en het streven naar harmonie met de natuur door landen als Ecuador en Bolivia. De COVID-19-crisis heeft de urgentie van deze problematiek alleen maar verhoogd, aangezien de verspreiding van pandemieën mede afhankelijk is van onze omgang met de natuur.

Sinds twee jaar heeft Nederland de Monitor Brede Welvaart & SDG's (de Sustainable Development Goals; Duurzame Ontwikkelingsdoelen) die zowel de economische als de ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van welvaart weergeeft.1 Deze monitor komt elk jaar in mei uit, samen met de rapportage over Nederlands internationale verplichting aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die in 2030 gehaald moeten worden.

Brede welvaart is een beweging die is opgekomen als verzet tegen het eenzijdig meten van welvaart in termen van bruto nationaal product (bnp) – een puur financiële maatstaf voor de toegevoegde waarde van geproduceerde producten en diensten, of deze nu schadelijk zijn voor welzijn of niet.

Monitor Brede Welvaart
De Monitor Brede Welvaart werd gelanceerd in 2018 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en gaat uit van de brede welvaart hier en nu (in Nederland), later (beslag op toekomstige generaties) en elders (beslag op hulpbronnen in andere landen). In de monitor wordt daarnaast aandacht besteed aan de brede welvaart in het licht van de Nederlandse prestaties op het gebied van de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN). Het vakblad Economische Statistische Berichten wijdde er een aparte uitgave aan.
2

The Economist bestempelde de Duurzame Ontwikkelingsdoelen als “worse than useless”

Er is veel kritiek op de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Zo zouden het onhaalbare en idealistische doelstellingen zijn, zoals de doelen van geen armoede meer in 2030 en harmonie met de natuur. Ook zouden de doelen veel criteria bevatten die niet goed meetbaar zijn, waardoor staten moeilijk verantwoordelijk gehouden kunnen worden, net zoals dat bij de millenniumdoelstellingen het geval was.

VanNorren-Aandacht voor de Sustainable Development Goals tijdens de UN Ocean Conference in 2017. UN Photo
Aandacht voor de Sustainable Development Goals tijdens de UN Ocean Conference in 2017. © UN Photo

“Only the U.N. could have come up with a document so worthless”, stelt econoom William Easterly.3 En The Economist bestempelde de Duurzame Ontwikkelingsdoelen als “worse than useless” alsmede een “betrayal of the world’s poorest people”.4 Ook de Gates Foundation liep ertegen te hoop, en sprak voorkeur uit voor de eenvoud van de Millennium Development Goals (MDG's), die het traditionele ontwikkelingsdenken vertegenwoordigden met een nadruk op gezondheid en onderwijs.5

Meer gebalanceerde kritiek komt van economisch antropoloog Jason Hickel: “The UN’s new Sustainable Development Goals aim to save the world without transforming it.” Hij maakt duidelijk dat de Duurzame Ontwikkelingsdoelen een transformerende agenda beogen in de richting van meer gelijkheid en duurzaamheid, maar de nadruk leggen op inclusieve duurzame economische groei als middel.6

Het Nederlandse parlement moet opeens debatteren over hoe het staat met de brede welvaart, inclusief de natuur, in Nederland

Easterly en de conventionele economen van The Economist gaan voorbij aan het inclusieve karakter dat leidde tot het opstellen van de SDG’s: alle VN-staten en ook burgers en bedrijven mochten erover meepraten. Dat leidt onvermijdelijk tot ‘rare’ begrippen als harmonie met de natuur; het Westen heeft zich immers tot nu toe weinig verdiept in wat welzijn betekent voor andere volken.

Ook ziet Easterly als ontwikkelingsdeskundige over het hoofd dat er voor het eerst doelen zijn afgesproken voor alle landen ter wereld; niet alleen voor ontwikkelingslanden. Het Westen heeft niet meer het primaat als het gaat om ‘ontwikkeling’ en wat dat precies inhoudt. Het Nederlandse parlement moet opeens debatteren over hoe het staat met de brede welvaart, inclusief de natuur, in Nederland.

Voorts veegt Easterly van tafel dat deze doelen voor het eerst duurzaamheid centraal stellen, en niet (economische en sociale) welvaart. Tot slot hangt hij het adagium ‘meten is weten’ aan. Maar ook de manier van ‘weten’ of kennisvergaring is per cultuur verschillend.

VanNorren-SDG Media Zone van de VN tijdens de Algemene Vergadering in 2017. UN Photo
SDG Media Zone van de VN tijdens de Algemene Vergadering in 2017. © UN Photo

Er wordt dan ook steeds meer gesproken over ‘epistemische onrechtvaardigheid’, het niet gunnen van een plaats aan de zijnsleer (ontologie) en kennisleer (epistemologie) van volken uit het mondiale Zuiden – wat ook tot uiting komt in de onenigheid over Black Lives Matter.7 Uit de kritiek spreekt dus ook een zekere luiheid om welzijn uit andere tradities dan de westerse te willen begrijpen.8

De vraag is echter hoe je zonder dat begrip überhaupt tot welzijn komt in landen die wij als ‘ontwikkelingslanden’ bestempelen. En of je zonder dat begrip als westers land zelf tot het inzicht kan komen hoe bredere welvaart vorm te geven die de natuur en het sociaal evenwicht respecteert – iets waar we tot nu toe, ondanks onze rijkdom en ‘ontwikkelde’ status, niet toe in staat zijn gebleken.

De koning van Bhutan antwoordde dat hij niet zozeer geïnteresseerd was in het bruto nationaal product maar meer in het bruto nationaal geluk van zijn volk

Bruto nationaal geluk
De commissie Brede Welvaart ontstond op instigatie van GroenLinks, die onder andere inspiratie haalde uit Bhutans bruto nationaal geluk. Dit paradigma vloeide voort uit een opmerking van de koning van Bhutan tegen een journalist in 1972, die hem vroeg wat het bnp van zijn kleine geïsoleerde land was, een land dat als laatste ter wereld televisie kreeg.

De koning antwoordde dat hij niet zozeer geïnteresseerd was in het bruto nationaal product maar meer in het bruto nationaal geluk van zijn volk. Bhutan is een boeddhistisch land en de opmerking moet dan ook in dat licht gezien worden. Het ging de koning niet zozeer om de het westerse hedonistische begrip van geluk, maar om de innerlijke balans en harmonie die het boeddhisme nastreeft – in welke omstandigheid dan ook.

Dit verklaart ook waarom statistieken van het ‘World Happiness Report’ Bhutan in de laagste regionen inschalen, wat volgens sommigen zou betekenen dat het land niet geslaagd is in het behalen van zijn doelstellingen. Het meten van welvaart en geluk kan echter op vele wijzen geschieden.

VanNorren-Een man haalt een plastic fles uit de rivier in Bhutan, 2009. UN Photo
Een man haalt een plastic fles uit de rivier in Bhutan, 2009. © UN Photo

Bhutan ontwikkelde een eigen metriek in samenwerking met de Universiteit van Oxford.9 Het beleid werd gebaseerd op het boeddhistische principe van het ‘middenpad’ bewandelen tussen het behouden van de eigen cultuur, sociaaleconomische welvaart, respect voor de natuur en goed bestuur.

De metingen laten zien dat naarmate de (westerse) welvaart in het land toeneemt, bepaalde traditionele waarden zoals gemeenschapszin afnemen

Dit werd onderverdeeld in negen domeinen met ieder een set criteria, waaronder: de balans tussen werk en rust, gemeenschapszin, de mate waarin mensen tijd of geld doneren, psychologisch welzijn (zoals positieve en negatieve emoties), en cultuur (zoals de mate waarin cultureel geparticipeerd wordt).

De metingen van The Centre for Bhutan & GNH Studies laten zien dat naarmate de (westerse) welvaart in het land toeneemt, bepaalde traditionele waarden zoals gemeenschapszin afnemen. Opvallend is de nadruk die Bhutan legt op cultuur als eerste pijler van ontwikkeling en identiteit; een domein dat in Nederland vaak als posterioriteit wordt gezien.

Cultuur omvat onder meer spiritualiteit. Het meetbaar maken van de boeddhistische filosofie in Bhutan was niet oncontroversieel, maar maakte het wel eenvoudiger voor de Bhutanezen om te participeren in het opstellen van de SDG’s. In eerste instantie speelden zij daar een prominente rol in en streefden naar het doel ‘happiness’. Dit doel heeft de Duurzame Ontwikkelingsdoelen uiteindelijk niet gehaald.

De metriek van bruto nationaal geluk (gross national happiness). Herdruk met toestemming: Karma Ura et al., A Short guide to Gross National Happiness Index, Thimphu, Bhutan: The Center of Bhutan Studies, 2012, p. 13.
Figuur 1: De metriek van bruto nationaal geluk (gross national happiness). Herdruk met toestemming: Karma Ura et al., A Short guide to Gross National Happiness Index, Thimphu, Bhutan: The Center of Bhutan Studies, 2012, p. 13.

Harmonie met de natuur
Een andere op het eerste gezicht merkwaardige frase in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen is ‘harmonie met de natuur’.
10 Dit komt voort uit de tradities van inheemse volken, met name in Latijns-Amerika. Niet ontwikkeling of welvaart is het doel, maar het leven in harmonie met de aarde, kosmos en natuur.

De preambule van de SDG’s verwijst ernaar dat hier in sommige regio’s van de wereld veel waarde aan wordt gehecht.11 Westerse ontwikkelingsdenkers hebben hier weinig tot geen aandacht aan besteed, totdat na de val van de Muur een beweging op gang kwam die een alternatief wilde bieden aan het communisme en kapitalisme – een derde weg. Die derde weg noemden ze ‘Buen Vivir’ (Ecuador) of ‘Vivir Bien’ (Bolivia), vertaald als ‘goed leven’.12

VanNorren-Ecuador, 2018. Matthias - Flickr
Ecuador, 2018. © Matthias Serflling / Flickr

Zij combineerden de inheemse wijsheid met andere progressieve intellectuele tradities, zoals ‘Human Development’. Dit laatste is gangbaar in het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) en gebaseerd op de capaciteitenbenadering van de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen. Hierin staan vragen centraal als: hoe leef ik het leven dat voor mij waardevol is en welke menselijke capaciteiten – in termen van zijn en doen – heb ik nodig om mijn mensenrechten en fundamentele vrijheden te actualiseren?

Het inheemse begrip ‘Sumak Kawsay’ – waar Buen Vivir van is afgeleid – is gebaseerd op de wijsheid die vervat is in het Andische kruis te zien in figuur 2. De basis bestaat uit vier principes: integraliteit (holisme), verbondenheid (alles staat met elkaar in verbinding), reciprociteit (wederkerigheid tussen alles) en (masculiene-feminiene) complementariteit.

In het kruis staan ook de drie van wijzen van weten: via het voelen, het doen en het denken. Deze staan in relatie met de drie ‘werelden’: het innerlijke en intuïtieve (toekomstgericht), het heden, en het abstracte bestaan (verleden).
 

Het Andische kruis – welzijnsfilosofie van de indianen. © Dorine van Norren
Figuur 2: Het Andische kruis – welzijnsfilosofie van de indianen. © Dorine van Norren

Van belang is om te begrijpen dat alles draait om de gemeenschap van het leven; de mens is daar onderdeel van en onderschikt aan. Dit wordt ook wel een biocentrische levensvisie genoemd. Deze visie staat haaks op het westerse antropocentrische denkbeeld, waarbij de mens als middelpunt van bestaan wordt gezien.

De overheden van Ecuador en Bolivia hebben Buen Vivir in 2008 doorgevoerd in de grondwet en in al het beleid. Hierdoor zijn er ook rechten aan de natuur toegekend, waarbij een ieder namens de natuur een rechtszaak kan aanspannen zonder dat persoonlijk belang hoeft te worden aangetoond.13

In de uitvoering zijn echter niet altijd de biocentrische principes gevolgd. Zo nam het aandeel van de extractieve industrie (mijnbouw en olie) toe tijdens de regeringen van president Rafael Correa in Ecuador, en werd hieruit voornamelijk sociale herverdeling betaald ten koste van de natuur.14 De regering maakte daarentegen ook een start met het meetbaar maken van Buen Vivir, en leerde hierbij van Bhutan.15

Het Afrikaanse Ubuntu-beleid
Een derde filosofie of welzijnsleer waaraan de SDG’s nauwelijks refereren is de Afrikaanse Ubuntu-gedachte. Die gedachte gaat uit van: ik ben omdat wij zijn. Ik ben een persoon door andere personen.
16

De Afrikaanse invloed komt in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen wel indirect tot uiting in begrippen als gelijkheid (SDG10) en inclusiviteit (“peaceful, inclusive societies”, SDG16). Ubuntu is inherent een inclusieve kosmologie, omdat het bestaan volgens deze zijnsleer geen zin heeft zonder de ander; er is geen bestaansrecht zonder de ander. Dit betekent dat voor Afrikanen in traditionele zin alles gericht is op de sociale harmonie van de gemeenschap en het onderling delen van de welvaart.

Het betekent ook dat gerechtigheid gericht is op herstel van de harmonie en niet op straffen (restoratieve versus punitieve gerechtigheid). Dit is waarom na de afschaffing van de apartheid een uniek proces in gang werd gezet met de oprichting van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu. Het belang van natieopbouw en herstel van de verhoudingen werd voorop gesteld, net zoals dat later in Rwanda na de genocide gebeurde; niet het belang van vervolging van (oorlogs)misdadigers.

Desmond Tutu, leider van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. © Flickr / Bokmässan.
Desmond Tutu, leider van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. © Flickr / Bokmässan.

Zuid-Afrika heeft daarnaast een ‘Batho Pele’-beleid (‘Mensen Eerst’) opgezet voor goed en transparant overheidsbestuur (batho is in het Sotho het woord voor het begrip Ubuntu in het Zulu en Xhosa).17 Ook haar diplomatie noemt Zuid-Afrika ‘Ubuntu diplomacy’.18

Tot slot heeft Zuid-Afrika als eerste land de toekomstige generaties opgenomen in de grondwet. In de Ubuntu-filosofie maken de voorgaande en de toekomstige generaties deel uit van de gemeenschap (en zijn zij verbonden met de aarde), en moeten zij gerespecteerd worden. Dit betekent dat ook de aarde gerespecteerd moet worden.19 Respect voor de aarde en de mens zijn dus onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Als wij naar een duurzamere, klimaatneutrale samenleving in alle werelddelen streven, is aanhaken bij lokale tradities de meest effectieve weg

Eveneens is er jurisprudentie ontstaan op basis van het Ubuntu-principe, bijvoorbeeld op het gebied van huisuitzettingen, waarbij het basisrecht op een woning boven het belang van privaat eigendom is  gesteld. De Ubuntu-filosofie kent ook economische dimensies, gebaseerd op het principe van wederzijdse hulp, maar is niet vormgegeven in een metriek van brede welvaart.

De toekomst van breder welzijn
Concluderend kan gesteld worden dat het laatste woord over breder welzijn nog niet gesproken is. Deze discussie is gebaat bij interculturele dialoog en respect voor diversiteit. De SDG’s mogen dan in de ogen van critici een allegaartje lijken van onhaalbare ontwikkelingsdoelen, het is de uitkomst van de eerste wereldwijde dialoog over dit begrip.

Hierbij moeten wij ons rekenschap geven dat het Westen steeds meer voorbijgestreefd wordt in welvaart door ‘niet-westerse’ landen. Alleen daarom al hebben wij baat bij deze discussie; als wij naar een duurzamere, klimaatneutrale samenleving in alle werelddelen streven, is aanhaken bij lokale tradities de meest effectieve weg. In tijden van COVID-19 wordt het belang van een natuurvriendelijke samenleving waarin pandemieën niet gedijen steeds urgenter; zoönotische virussen (overgedragen van dier op mens) komen vaker voor in biologisch verarmde omgevingen.

Een transitie naar een nieuwe duurzame wereldorde heeft gevolgen voor keuzes betreffende globalisering of lokalisering, belastingen, internationale handel en financiële stromen, democratie, geopolitieke rivaliteit en de wijze waarop we al dan niet gezamenlijk problemen (‘commons’) oplossen (zoals toegang tot vaccins).20 Het antropocentrische, individualistische wereldbeeld van de westerling kan daarbij genuanceerd worden door een meer biocentrische, op de gemeenschap georiënteerde of innerlijke balans gerichte levensvisies.21

Meer weten? Het proefschrift van Dr. Dorine van Norren is online beschikbaar.22

Auteurs

Dorine van Norren
Associate researcher bij Universiteit Leiden