NL in de VN-Veiligheidsraad: zijn de mogelijkheden benut?
Nederland heeft zich kandidaat gesteld voor een nieuw lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad, in de periode 2033-2034. In 2018 liepen Nederlandse diplomaten zich de benen uit het lijf om actief vorm te geven aan het tijdelijke lidmaatschap. Zat Nederland er tijdens de zittingsperiode vorig jaar voor spek en bonen bij of heeft ons land sporen nagelaten?
In 2018 schoof Nederland voor de zesde keer sinds 1945 aan de hoefijzervormige tafel aan van de Veiligheidsraad. Eerder was dat het geval in 1946, 1951-’52, 1965-’66, 1983-’84 en 1999-2000. Dit keer was het maar voor één jaar. Italië en Nederland streden in 2016 fel om de overgebleven zetel maar gooiden het na vijf onbesliste stemrondes op een akkoord: Italië in 2017 en Nederland in 2018. In het licht van de duidelijke tekst van artikel 23 VN-Handvest (“De niet-permanente leden van de Veiligheidsraad worden gekozen voor een termijn van twee jaar”), maar vooral vanwege de effectiviteit is dit een constructie die geen navolging van andere landen verdient.
De tien niet-permanente leden (elk jaar treden er vijf nieuwe aan) bevinden zich sowieso al in een enorme achterstandspositie ten opzichte van de vijf permanente leden, die bovendien vetorecht hebben. Halvering van de zittingstermijn vergroot die achterstand alleen maar, hoe goed bedoeld en mooi klinkend de Italiaans-Nederlandse samenwerking gedurende deze termijn ook was.
Niches voor niet-permanente leden
Een gekozen lid hoeft er niet voor spek en bonen bij te zitten, mits goed voorbereid en door bekwame diplomaten vertegenwoordigd.
De praktijk leert dat de harde werkelijkheid van crisissituaties vrijblijvende algemene debatten al snel opzij drukt
En Australië en Luxemburg leidden in 2014 behendig een compromisresolutie door de Raad heen over humanitaire hulpverlening aan Syriërs in nood.
De voorgenomen inzet
Zoals blijkt uit een Kamerbrief van 27 oktober 2017 van de ministers Zijlstra (Buitenlandse Zaken) en Kaag (Ontwikkelingssamenwerking) wilde de Nederlandse regering aanvankelijk vooral op vijf thema’s inzetten: veiligheid voor burgers wereldwijd door als Raad niet alleen over, maar mét betrokkenen partijen te spreken; conflictpreventie door ruimere aandacht voor achterliggende problemen zoals onderontwikkeling, klimaatverandering en gebrekkige wederopbouw na conflicten; bestrijding van internationaal terrorisme met een versterkte rol voor het internationale recht; politieke participatie van vrouwen in conflictgebieden; en versterkte Europese samenwerking (‘Europees waar opportuun en mogelijk’).
De ervaring leert dat het goed is een kort lijstje van dergelijke thematische speerpunten goed voor te bereiden, zeker voor de maand waarin Nederland het maandelijks roulerende voorzitterschap van de Raad mocht vervullen: maart 2018. Maar de praktijk leert ook dat de harde werkelijkheid van crisissituaties dergelijke wat vrijblijvende algemene debatten al snel opzij drukt. In de afgelopen jaren werd vrijwel steeds 70% van de agenda en debatten van de Raad beheerst door landensituaties en het jaar 2018 was daarop zeker geen uitzondering. De erbarmelijke situaties in Jemen, Syrië, Myanmar, Congo, Zuid-Soedan en Noord-Korea voerden vorig jaar de boventoon en niet de genoemde thematische onderwerpen.
Werkenderwijs koos Nederland ervoor zijn lijstje te beperken en de inzet te richten op drie thema’s: gemeenschappelijke actie om het functioneren van VN-vredesoperaties te verbeteren; conflictpreventie, met aandacht voor grondoorzaken van conflicten waaronder klimaat- en water-gerelateerde risico’s; en versterking van de rechtsstaat, inclusief vervolging en berechting van plegers van internationale misdrijven.
Een bijzonder kenmerk van het Nederlands lidmaatschap in 2018 in vergelijking met voorgaande jaren is de gemeenschappelijke inzet van alle vier de landen van het Koninkrijk geweest. De drie Caribische landen zijn niet alleen intensief bij de campagne voor het lidmaatschap betrokken om aldus ook de stemmen van vele kleine eilandstaten te verkrijgen, maar hun premiers en ministers hebben ook diverse keren het Koninkrijk in Veiligheidsraadsdebatten vertegenwoordigd, onder meer premier Rhuggenaath van Curaçao tijdens het debat in de Veiligheidsraad in juli 2018 over klimaatverandering en veiligheid.
Samenstelling Raad in 2018
In 2018 zaten maar liefst vijf EU-lidstaten in de Veiligheidsraad: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Zweden, Polen en Nederland. In overeenstemming met de Eerste Kamermotie De Graaf (D66) moest Nederland streven naar sterke EU-samenwerking, maar gemakkelijk was dat lang niet altijd.
Naast deze vijf EU-staten en de drie andere permanente leden China, Rusland en de VS, maakten Bolivia, Peru, Ethiopië, Equatoriaal-Guinee, Ivoorkust, Kazachstan (een nieuwkomer) en Koeweit in 2018 deel uit van de Raad: dat was bepaald niet een sterke groep staten.
De sfeer tussen de Permanente Vijf was vaak om te snijden
Toch is hun stem uiteindelijk altijd doorslaggevend om de benodigde negen vóórstemmen voor rechtsgeldige besluitvorming in de Raad te bereiken. Daarmee zitten zij niet slechts op het vinkentouw maar hebben zij hoe dan ook een interessante positie, zeker nu de Permanente Vijf het onderling zelden eens zijn. De gespannen verhoudingen tussen met name Rusland en de VS uitten zich in 2018 bij vrijwel alle belangrijke onderwerpen binnen de Raad, waarvan de kwesties Syrië, Myanmar (Rohingya), Zuid-Soedan, Iran en Venezuela er nog maar enkele zijn. De sfeer tussen de Permanente Vijf was vaak om te snijden, al is dat nog niet te vergelijken met die ten tijde van de Koude Oorlog. Meer dan toen, houden de Vijf zich in deze tijd echter ook aan elkaar vast om hun permanente zetel en hun vetorecht te behouden.
Voorzitterschappen
Uit de maandelijkse verslagen aan de Kamer valt af te lezen hoe Nederland zich in 2018 de benen uit het lijf heeft gelopen om actief vorm te geven aan zijn lidmaatschap.
Op internationale Vrouwendag heeft minister Kaag een indrukwekkende Raadszitting met voornamelijk vrouwelijke vertegenwoordigers voorgezeten
Gelukkig konden de in de VN gepokt en gemazelde minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking en de eveneens ervaren premier Rutte dit ongemak zo goed en zo kwaad mogelijk opvangen. Op internationale Vrouwendag, 8 maart 2018, heeft minister Kaag een indrukwekkende Raadszitting met voornamelijk vrouwelijke vertegenwoordigers voorgezeten en de inbreng van vrouwen in het vredesproces in Afghanistan benadrukt, als vervolg op de eerdere thematische Resolutie 1325 (2000) daarover.
Een mooi succes in maart onder voorzitterschap van Kaag was ook het debat over Conflict en Honger, dat later op initiatief van Nederland, Ivoorkust, Koeweit en Zweden resulteerde in de unaniem aangenomen Resolutie 2417. Deze wil het uithongeren van bevolkingsgroepen als instrument van oorlogsvoering uitbannen.
Fijntjes roept de Raad in paragraaf 9 in herinnering dat hij bevoegd is sanctiemaatregelen te nemen tegen individuen of groeperingen die humanitaire hulpverlening blokkeren. In 2018 is deze resolutie meteen al ingeroepen bij het luiden van de noodklok over de situaties in Jemen en Zuid-Soedan.
Ook hebben de Nederlandse voorzitterschappen van het Sanctiecomité Noord-Korea en het controleorgaan op naleving van de ‘nuclear deal’ met Iran en het penvoerderschap over Afghanistan interessante kansen aan ons land geboden om zichtbaar te zijn en zich bijzonder in te zetten.
Veiligheid in concrete landensituaties|
In veel opzichten is 2018 een donker jaar geweest. De conflicten in Myanmar, Syrië en Jemen woedden onverminderd voort, terwijl nieuwe de kop opstaken in onder meer Burundi, Kameroen en Venezuela. De meest inhoudelijke landenresolutie in 2018 was die over Jemen, waarbij het Stockholm-akkoord over een wapenstilstand voor en humanitaire toegang tot de stad Hodeida werd bekrachtigd.
Ongelukkigerwijze duurde de patstelling tussen de grote mogendheden (met name de VS en Rusland) over Syrië in 2018 voort, waarbij slechts een enkele resolutie over humanitaire hulp over de grenzen heen aan een Russisch veto wist te ontsnappen.
Het lidmaatschap van de Veiligheidsraad blijft een prominente positie die in de internationale politiek kansen biedt
Nederlandse voorstellen voor doorverwijzing van de situaties in Myanmar en Syrië naar het Internationaal Strafhof of erkenning van de genocide tegen de Yezedi in Irak en Syrië leden schipbreuk. Wel lukte het Nederland in juni om de VN-sanctielijst voor Libië aan te vullen met maatregelen tegen zes met naam en toenaam genoemde leiders van criminele netwerken, die zich schuldig maken aan mensenhandel en –smokkel. Daarmee geldt het businessmodel van mensensmokkelaars nu als een schending van mensenrechten en een bedreiging van de vrede en veiligheid. Een oproep van minister Blok op 29 mei tot medewerking van alle staten aan doeltreffender waarheidsvinding en gerechtigheid als antwoord op het neerhalen van MH17 resulteerde later in een Voorzittersverklaring, die de in juli 2014 aangenomen MH17 Resolutie 2166 klip en klaar herbevestigde.
Meer robuuste vredesoperaties
Een aanhoudend punt van aandacht van Nederland is verbetering van het functioneren van VN-vredesoperaties geweest. Premier Rutte leidde hierover op 28 maart het debat, maar toen waren de geesten nog niet rijp voor een resolutie daarover. In nauwe samenspraak met Secretaris-Generaal Guterres werd aansluiting gezocht bij zijn Actieplan voor vredesoperaties en onderstreept dat deze moeten beschikken over voldoende financiële middelen en adequaat materieel om hun werk te kunnen doen evenals over een duidelijk mandaat.
Op voorspraak van Nederland werd de rechtstaat-component in vredesmissies sterker toegevoegd en de geïntegreerde benadering van veiligheid, gerechtigheid en mensenrechten benadrukt, eerst in een uitvoerige voorzittersverklaring van mei 2018 en later in resoluties, waaronder die is aangenomen onder voorzitterschap van president Trump op 21 september 2018.
De resolutie gaat onder meer in op betere training van politiemensen en vredessoldaten, de noodzaak van onafhankelijke rechters en de opbouw van veilige gevangenissen. De versterkte rechtstatelijke rol was inmiddels al toegepast in de mandaatverlengingen voor de VN-missie in Afghanistan en de VN-missie in Mali, waaraan Nederland tot mei 2019 nog een militaire bijdrage levert.
Hervorming Veiligheidsraad
Gezien de bittere verhoudingen tussen de grote mogendheden, zit de discussie over de broodnodige hervorming van de Veiligheidsraad geheel in het slop. In de aanloop naar de zestigste verjaardag van de VN in 2005, gloorde er bijna een compromis over toelating van nieuwe permanente leden, onder wie Duitsland, Japan, India, Brazilië en een groot Afrikaans land en dan bij voorkeur zonder vetorecht. Ter wille van de representativiteit wilde men daar ook nog vijf of zes extra niet-permanente leden aan toevoegen. Daardoor zou een Raad van 25 of 26 leden ontstaan. Die discussie is echter weer muurvast komen te zitten. Met de crisissituaties in Libië, Oekraïne, Syrië, Jemen en de dreiging van internationaal terrorisme leek in 2018 vrijwel geen land nog aandacht te hebben voor hervormingsdiscussies. De Nederlandse ambities op dit terrein moesten zich beperken tot het streven naar meer transparantie en het betrekken van veel maatschappelijke organisaties bij het werk van de VN en intensieve mediacontacten, ook via interactieve communicatie.
Was het sop de kool waard?
Het lidmaatschap van de Veiligheidsraad blijft een prominente positie die in de internationale politiek kansen biedt. Ook in het moeilijke jaar 2018 waarin de internationale verhoudingen op vele plaatsen op slot zaten en met een lidmaatschap van slechts een jaar is dat gebleken. De marges zijn dan nog extra smal, maar er bleken wel degelijk mogelijkheden deze te benutten. Dat is te danken aan zowel de professionele inzet van de diplomaten in New York en Den Haag als van individuele ministers en de premier. De tijd van grote ideeën en baanbrekende initiatieven van Nederland lijkt voorbij en het jaar 2018 bood daartoe ook zeker geen gunstig internationaal politiek klimaat.
De diverse resultaten zoals de resolutie over Conflict en Honger en de voorzittersverklaring over versterkte, en meer effectieve vredesoperaties evenals het dozijn succesjes om rechtstatelijke componenten in resoluties, mandaten en verklaringen opgenomen te krijgen, bewijzen dat Nederland in 2018 niet voor spek en bonen in de Veiligheidsraad heeft gezeten. Inmiddels heeft ons land zich al voor een nieuwe termijn gekandideerd, de periode 2033-2034. Hopelijk zal het dan voor de gebruikelijke tweejarige termijn zijn, al dan niet in een hervormde Veiligheidsraad van de dan bijna 90-jarige Verenigde Naties.
0 Comments
Add new comment