De rol van Poetin als ‘Grote Man’ in de geschiedenis
Series Geopolitics & Global Order

De rol van Poetin als ‘Grote Man’ in de geschiedenis

05 Apr 2022 - 16:41
Photo: De Russische president Vladimir Poetin op 17 maart tijdens een toespraak in het Luzhniki stadion in Moskou. © Kremlin.ru via Wikimediacommons
Back to archive
Author(s):

Zou de Russische inval in Oekraïne ook onder een andere president dan Vladimir Poetin hebben plaatsgevonden? In 1974 schreef historicus H.W. von der Dunk een opmerkelijk essay in de Internationale Spectator over de rol van de persoonlijkheid in de geschiedenis. Het magazine viert dit jaar het 75-jarig jubileum door spraakmakende publicaties uit het archief met de kennis van nu te analyseren. Clingendael senior research fellow René Cuperus ziet dat met ‘Poetins oorlog’ de zogenaamde rol van 'Grote Mannen' in de geschiedenis weer uiterst actueel is.

Graag draag ik bij aan de jubileumserie van de Clingendael Spectator. Dit magazine – of het nu digitaal of ouderwets op papier bestaat – blijft toch een van de belangrijkste vensters van Nederland op de omringende en wijde wereld. Voor een klein land dat zich bij onveiligheid soms achter de dijken wil terugtrekken – in afzijdigheid, neutraliteit of onwetendheid – biedt de Spectator het juiste tegenwicht. Wie de moeite neemt om de geschiedenis van het blad nog eens te bekijken (zie het fraaie artikel ’75 jaar Spectator: het herlezen waard (deel 1: 1947-1987)’ van Gerard J. Telkamp1 ), ziet op de schouders van welke voorgangers we staan.2

scan archief
Lees hier het artikel Over de rol van de persoonlijkheid in de geschiedenis van H.W. von der Dunk uit 1974.

Dit artikel rust op een bijdrage van de historicus H.W. von der Dunk, één van die bewonderde voorgangers. Von der Dunk was een ouderwetse geleerde, in alle goede betekenissen van dat woord. Op de herdenkingsbijeenkomst in Bilthoven die ter zijner nagedachtenis in 2018 werd gehouden – waar ik ook aanwezig was – vertelden familieleden roerende verhalen en anekdotes.

Wat me ook nog bijstaat is het verhaal van een collega-historicus uit Utrecht. Die zei tijdens de samenkomst – onder ingehouden gelach uit de zaal – dat erudiete, eigenzinnige geleerden als Von der Dunk zo uniek zijn omdat deze in de hedendaagse universitaire cultuur niet meer voorkomen. De wat rommelig georganiseerde, vrijzinnig denkende en briljant retorisch-onderwijzende hoogleraren waren volgens de spreker immers vervangen door hoogleraren-entrepreneurs. Die weten hoe ze geld kunnen binnenhalen, hoe ze beurzen en aanvragen gehonoreerd kunnen krijgen en promoties kunnen managen. Het meest verontrustende was dat de zaal dat eigenlijk heel normaal leek te vinden, en wat ongemakkelijk moest lachen om het verdwijnen van de geleerden uit onze universiteit.

Voor mij is dit een teken van beschavingsregressie. Het is zeer ernstig dat de universiteit als vrijplaats voor groot denken en debatteren aan het verdwijnen is. In plaats daarvan is er nu de benauwenis van onder andere diversiteitsmonitors, woke cancelcultuur en safe spaces. Eigenzinnige individuen kunnen worden uitgerookt in zo’n conformistische groepscultuur.

Wat een drama voor de nieuwsgierige student. Want, zoals op middelbare scholen die ene wat afwijkende leraar – morsig maar creatief – een levenslange indruk bij leerlingen achterlaat, zo geldt dat ook voor die ene gedreven, erudiete geleerde die colleges geeft – uit zijn hoofd – waar de spetters van afvliegen.

Cuperus - H.W. von der Dunk tijdens een lezing in 2008. Sebastiaan ter Burg via Wikimediacommons
H.W. von der Dunk tijdens een lezing in 2008. © Sebastiaan ter Burg via Wikimediacommons

Zo’n type historicus was H.W. von der Dunk; soms wat te woordovertollig, maar altijd bevlogen en op zoek naar de grote thema’s en vragen. Een goede keuze daarom van de redactie van de Clingendael Spectator om ook van hem een oude bijdrage te selecteren voor de jubileumserie, en wel het in 1974 gepubliceerde artikel ‘Over de rol van de persoonlijkheid in de geschiedenis (of de neus van Cleopatra)’.

'Grote Mannen'-geschiedenis
De titel van Von der Dunks essay verwijst naar de zogenaamde ‘Great Man Theory’ in de geschiedwetenschap. Die theorie stelt dat het verloop van de menselijke geschiedenis volledig wordt bepaald door een selecte groep uitzonderlijk charismatische, doortastende en intelligente individuen – denk bijvoorbeeld aan Napoleon Bonaparte, Adolf Hitler en Cleopatra.

Deze theorie wordt betwist, omdat deze veel te veel waarde zou toekennen aan individuele beslissingen boven structurele patronen en oorzaken van historische gebeurtenissen. Daarnaast zou de theorie miskennen dat ook grote leiders een product zijn van de geldende sociaaleconomische omstandigheden.

Het vraagstuk over de rol van ‘Grote Mannen’ in de geschiedenis is op dit moment van schrijven uiterst actueel

Maar dit vraagstuk over de rol van ‘Grote Mannen’ in de geschiedenis – zoals dat vroeger heel traditioneel in de geschiedschrijving heette (toen over ‘Grote Vrouwen’, feminisme en genderstudies nog niet gesproken werd) – is op dit moment van schrijven uiterst actueel. Wat betreft de Russische invasie in Oekraïne spreken velen immers letterlijk van ‘Poetins oorlog’.

In de kranten verschijnen daarnaast tal van stukken onder de titel: ‘Wat gaat er in het hoofd van Poetin om?’ of ‘Welke groep van intimi beslissen samen met Poetin over het lot van de wereld?’ De vergelijking met Hitler wordt zelfs gemaakt. Zo opende De Volkskrant een uitgave met de term “Poetler”.3

Cuperus - Benito Mussolini bezoekt Adolf Hitler in Berlijn in 1937. Wikimediacommons
Benito Mussolini bezoekt Adolf Hitler in Berlijn in 1937. © Wikimediacommons

Kortom: de kwestie over de invloed van de 'Grote Man' op de geschiedenis is weer helemaal terug van weggeweest, en actueler en urgenter dan ooit. Zo wordt ook de vraag of Poetin op de rode knop van een kernoorlog zou (kunnen) drukken geregeld gesteld, sinds hij in een toespraak een toespeling maakte op dreigen met kernwapens.

Daarbij komt dat in een autoritair, nagenoeg dictatoriaal geleid land als de Russische Federatie – waarbij, ook onder Kremlinexperts, weinig zicht is op de besluitvormingsprocessen – de vraag naar de macht van de dictatoriale leider eerder te stellen valt dan in meer democratisch georganiseerde samenlevingen met meer checks and balances.

De hele beeldregie in zulke autoritaire landen is zelfs opgehangen aan de rol van die ene persoonlijkheid in de geschiedenis. Dit was bijvoorbeeld recentelijk te zien aan de geregisseerde televisiebeelden van de grote zaal in het Kremlin met Poetin als monarch op een troon met zijn veiligheidsraad tegenover hem. Of aan de beelden van Poetin zittend in diezelfde zaal met de oligarchen tegenover hem, of aan de lange tafels met de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Olaf Scholz.

Zou de Russische inval in Oekraïne ook onder een andere president dan Poetin hebben plaatsgevonden?

Die beelden drukken uit dat er maar één iemand is die de besluiten neemt, één iemand die over oorlog en vrede beslist, en dat is Poetin zelf en niemand anders. Daarbovenop zijn er ook nog de verhalen over de coronaparanoia van de Russische president; deze zou hem meer dan ooit in een langjarig isolement hebben gedreven, omringd door een uiterst kleine kliek van jaknikkers.

Poetin is dus precies het voorbeeld dat we voor ogen moeten houden wanneer het gaat om deze historische vraag: zijn het omstandigheden, structuren of specifieke gebeurtenissen die de geschiedenis een bepaalde kant opstuwen, of zijn het uiteindelijk individuele keuzes en temperamenten die het verschil maken in de geschiedenis? Oftewel: zou de Russische inval in Oekraïne ook onder een andere president dan Poetin hebben plaatsgevonden?

In de geschiedwetenschap hebben we het dan over zogeheten counterfactual what if-vragen: zou er zonder Hitler geen Tweede Wereldoorlog en Holocaust zijn geweest? Zou Nazi-Duitsland zonder de Britse premier Winston Churchill niet zijn verslagen? Zou de wereldgeschiedenis zonder Cleopatra en haar prachtige neus een andere loop hebben genomen?

Cuperus - Cleopatra en Caesar, geschilderd door Jean-Léon Gérôme in 1866. Wikimediacommons
Cleopatra en Caesar, geschilderd door Jean-Léon Gérôme in 1866. © Wikimediacommons

Dat is de kwestie waarmee Von der Dunk zich in zijn Spectator-artikel bezighoudt. Zelf stelt hij die vraag als volgt: “Moet de geschiedschrijver van het fascisme zich uitvoerig of slechts marginaal of helemaal niet verdiepen in de individuen van Hitler, Mussolini, Himmler, Mussert? Moet de historicus van de Koude Oorlog veel of weinig aandacht besteden aan de personen van Stalin, Churchill, Roosevelt, Truman, Molotov, Dulles?”

Von der Dunk tegen het antipersonalisme
Precies over deze thematiek van de rol van de grote historische persoonlijkheid in de geschiedenis publiceerde Von der Dunk zijn beschouwing in 1974. Dat artikel was een (naar het zich laat aanzien) letterlijke weergave van een voordracht gehouden bij de opening van de tiende Leergang Buitenlandse Betrekkingen van het Nederlands Genootschap van Internationale Zaken (NGIZ) op 20 september 1974. Men zou daarom een tekst verwachten met het karakter van een gesproken tekst, maar wie Von der Dunk ooit heeft horen praten of colleges heeft zien geven weet dat deze man – met een enorm retorisch talent – sprak zoals hij schreef, en schreef zoals hij sprak.

Von der Dunks beschouwing is voor een groot deel een tijdgebonden stuk. Zijn artikel is een gepassioneerde verdediging van de klassieke politiek-staatkundige geschiedenis tegenover de nieuwe denkbeelden uit de jaren '70: tegen de opkomst van het (Franse) structuralisme en marxisme in de geschiedschrijving. Von der Dunk noemt dat “het antipersonalisme”. In deze nieuwe geschiedopvatting werden handelende individuen vervangen door voedselprijzen, anonieme massa’s en sociaaleconomische onderbouw.

Mikpunt van Von der Dunk was de destijds zeer populaire Franse Annalesschool (École des Annales). Deze school onderscheidde de zogeheten oppervlakkige geschiedenis van gebeurtenissen (histoire événementielle) van een dieptegeschiedenis van structuren. Volgens dit gedachtegoed zijn het niet evenementen en handelende politici die de geschiedenis bepalen, maar dieperliggende structuren, met name sociaaleconomische verhoudingen. Of zoals Von der Dunk in zijn artikel stelt: structuralisten wensen niet “Cromwell, Napoleon of Bismarck te bestuderen, maar de graanprijzen, de geboorteoverschotten, de migraties en de verkaveling van bouwgrond.”

Cuperus - Napoleon kroont zichzelf tot keizer in aanwezigheid van paus Pius VII, geschilderd door Jacques-Louis David. Wikimediacommons
Napoleon kroont zichzelf tot keizer in aanwezigheid van paus Pius VII, geschilderd door Jacques-Louis David. © Wikimediacommons

Hoewel Von der Dunk niet zo ver gaat de bestudering van dit soort historische data onzinnig te vinden, stelt hij wel vast dat er niet alleen wetenschappelijke argumenten voor deze nieuwe geschiedschrijving zijn, maar dat er ook duidelijke politieke drijfveren achter schuilgaan. Von der Dunk neemt, wat ik noem, een radicale politisering van de geschiedschrijving waar. En dat is waartegen hij zich kant.4

Von der Dunk verwijt de linksradicale historici uit de jaren 1970 dat zij om politieke redenen in de geschiedenis geïnteresseerd zijn, om zo inzicht te krijgen in de processen die zij nodig hebben om gewenste vernieuwingen en veranderingen na te streven. Von der Dunk verzet zich tegen zulke politisering en vermaatschappelijking van de geschiedschrijving.5

Mensen maken de toekomst
Precies om die reden verdedigt Von der Dunk het gedachtegoed van de politiek-staatkundige en diplomatieke geschiedenis. Hij keert zich fel tegen het beeld alsof dat slechts ‘oppervlaktegeschiedenis’ zou zijn.

Als voorbeeld analyseert Von der Dunk de rol van een aantal historische personen in de geschiedenis. Zo vraagt hij zich af of de plotselinge dood van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt van beslissende invloed is geweest op het ontstaan van de Koude Oorlog. Zou de snelle verwijdering tussen Amerika en de Sovjet-Unie dan niet of later hebben plaatsgevonden? Hoe groot is de vrijheidsmarge van leiders?

Cuperus - President van de Verenigde Staten Franklin Delano Roosevelt en premier Winston Churchill tijdens een bezoek aan de HMS Prince of Wales op 10 augustus 1941. Wikimediacommons
President van de Verenigde Staten Franklin Delano Roosevelt en premier Winston Churchill tijdens een bezoek aan de HMS Prince of Wales op 10 augustus 1941. © Wikimediacommons

Hij noemt ook Charles de Gaulle, die hij omschrijft als “die ene weerbarstige jongen in de klas, waardoor de hele klas anders reageert”. In een prachtige zin over De Gaulle stelt Von der Dunk: “De enige man die luid aankondigde dat hij Frankrijk groter wilde maken, bleek de enige te zijn die het zonder ongelukken kleiner kon maken [de aftocht in Algerije, RC]. De Gaulle is dus een voorbeeld van wat een enkeling vermag en wat hij niet vermag”. Volgens Von der Dunk hangt daarbij vooral het ‘hoe’ van gebeurtenissen sterk af van grote historische persoonlijkheden.

De toekomst wordt volgens Von der Dunk uiteindelijk gemaakt door mensen, niet door structuren

“Wij moeten vandaag de historische, sociale en culturele bepaaldheid van de handelende enkeling ook in de politieke geschiedenis laten zien”, concludeert Von der Dunk. Maar dat betekent niet meegaan met de nietsontziende maatschappijkritiek van het antipersonalisme, waarbij alle individuele handelingen en verantwoordelijkheden uit de geschiedenis worden gecanceld. Dat is een vlucht uit de realiteit. De toekomst wordt volgens Von der Dunk uiteindelijk gemaakt door mensen, niet door structuren.

Poetin als hedendaags voorbeeld van 'Grote Mannen'-geschiedenis?
Dat brengt ons, tot slot, weer terug bij Poetin. De huidige Russische president die besloot een oorlog te ontketenen tegen Oekraïne. Wat nu te zeggen over Poetin als hedendaags voorbeeld van 'Grote Mannen'-geschiedenis? Hoeveel invloed moet worden toegekend aan het handelen en denken van de autocraat zelf, en hoeveel aan onderliggende structurele factoren?

Duidelijk is dat als verklaring voor de huidige toestand de implosie van de Sovjet-Unie een rol speelt, de vernederende ineenstorting van een supermacht. De voormalige Amerikaanse president Barack Obama verergerde de vernedering van Rusland door dat land louter nog als “regionale macht” te beschouwen, en zijn aandacht te verleggen naar China.6

Revanchisme, het gevoel omsingeld te zijn door Amerika en de NAVO, de verwestersing van de Russische jeugd, de autocratische manier van denken in invloedssferen: het zijn allemaal factoren die meegespeeld zullen hebben bij de Russische beslissing om Oekraïne binnen te vallen. Maar hoe belangrijk is de persoon Poetin precies geweest in de besluitvorming?

We zitten er nu met onze neus bovenop, en zelfs dan valt moeilijk te zien hoe het causaliteitscomplex van de Oekraïne-oorlog eruitziet. Wellicht maakt enige afstand in de tijd dat voor toekomstige historici duidelijker, maar het kan ook zijn dat de oorzaken van deze oorlog dan nog verder in nevelen gehuld zullen zijn.

 

Spectator 75

 

  • 1Gerard J. Telkamp, ‘75 jaar Spectator: het herlezen waard (deel 1: 1947-1987)’, Clingendael Spectator, 18 januari 2022.
  • 2Zo was de door ons allen geliefde J.L. Heldring langjarig hoofdredacteur, van 1972 tot 1985 – iets wat niet iedereen weet.
  • 3Mobilisatie, luchtalarm, vluchtelingen: Lviv staat in oorlogsstand. ´Geen excuus niet bij het leger te gaan´’, de Volkskrant, 28 februari 2022.
  • 4Von der Dunk noemt twee wortels van de antipersonalistische aanval op de politiek-staatkundige geschiedenis: een emotionele en een rationele. Structuralisten en marxisten vinden het niet alleen historisch onjuist om te focussen op vooraanstaande historische figuren, maar vinden het ook onbillijk en sociaal onrechtvaardig. Het antipersonalisme is volgens Von der Dunk zowel deterministisch als activistisch-revolutionair. Het wil een emancipatiegeschiedenis zijn die ook de anonieme mensen uit de geschiedenis recht wil doen. “Niet leiders en elites, maar massa’s en underdogs verdienen onze belichting.” Von der Dunk smalend hierover: “Pietje, de postbezorger uit wijk IV heeft evenveel recht op onze aandacht.”
  • 5Ruiterlijk stelt Von der Dunk “dat het onvermijdelijk en natuurlijk is dat wij de aandacht meer en meer richten op de economische, sociale, structurele vraagstukken in de geschiedenis”, om zich daarna met een typische Von der Dunk-stijlbloem tegen modieusheid te keren. “Het is met de mode, ook met de wetenschappelijke mode, als met een boot die scheef gaat liggen, zodra alle passagiers naar één kant samendrommen. En wel dreigt er een eenzijdigheid en perspectivische vertekening zowel naar het verleden toe als naar het heden.”
  • 6Julian Borger, ‘Barack Obama: Russia is a regional power showing weakness over Ukraine’, The Guardian, 25 maart 2014.

Authors

René Cuperus
Senior Associate Fellow at the Clingendael China Centre