Het einde van de liberale wereldorde? 6 - 2018 (72) - Item 4 from 5
Liberaal Europa versterkte autoritair China en Rusland
Analyse Europese Zaken

Liberaal Europa versterkte autoritair China en Rusland

10 Dec 2018 - 09:34
Photo : De Jinmao Tower (letterlijk: Gouden voorspoed gebouw) in Shanghai, één van de hoogste gebouwen in de wereld. © Christine und David Schmitt / Flickr

De partnerschappen met China en Rusland kunnen vanuit het Europese standpunt alleen maar worden beschouwd als een mislukking, meent politicoloog Jonathan Holslag. 'Het opportunistische pact tussen Europese liberalen en autoritaire landen als China en Rusland, heeft een aantal Europese kernwaarden te grabbel gegooid, de macht van Europa ondermijnd en de Europese burger een rad voor de ogen gedraaid.' 

In de internationale politiek is er bijna onafgebroken een stroom van denkers geweest voor wie vrijheid als een synoniem voor vrede gold. De Griekse schrijver Xenophon, de Romeinse schrijver en politicus Herodianus en de Italiaanse doge Tommaso Mocenigo zijn slechts enkele voorbeelden van prominente stemmen die ongeremde handel zagen bijdragen tot samenwerking en vrede. Op dezelfde wijze waren er de pleitbezorgers van politieke vrijheid, zoals Immanuel Kant en Alexis de Tocqueville, die meenden dat republieken en democratieën onderling meer geneigd zijn tot vreedzame betrekkingen.

Die liberale veronderstellingen kristalliseerden zich de laatste decennia tot een aantal theoretische aannames, met het zogenoemde interdependentieliberalisme dat handel veronderstelde bij te dragen tot samenwerking, het liberale functionalisme dat gezamenlijke internationale belangen de soevereiniteit van de staat zag aantasten, het institutionele liberalisme dat in een wereld van toenemende handel en investeringen multilaterale instellingen de bewegingsvrijheid van staten zag inperken, de democratische liberalen die samenwerking door de opmars van de democratie waarschijnlijker achtten. Voor menig kenner blijft het een uitdaging om de verschillende nuances in die liberale theorie van de internationale betrekkingen te herkennen.

Een standbeeld van Immanuel Kant in Kaliningrad, Rusland. © Valdis Pilskalns / Wikicommons
Een standbeeld van Immanuel Kant in Kaliningrad, Rusland. © Valdis Pilskalns / Wikicommons

Aan de basis van al deze stromingen ligt de Verlichte veronderstelling dat als men mensen vrijheid geeft, zij rationele keuzes kunnen maken in functie van hun eigen geluk, dat zij daardoor de meest doeltreffende weg naar dat geluk zullen zoeken, dat dit leidt tot positieve concurrentie en groei, én, ten slotte, dat zij ook zullen erkennen dat hun individuele ambities enkel gerealiseerd kunnen worden als ook hun buren erop vooruitgaan. Of zoals Adam Smith het stelde: "Hoe egoïstisch men ook is, er zijn hoe dan ook enkele principes in zijn geaardheid, die hem afhankelijk maken van de voorspoed van anderen en hun geluk noodzakelijk maken voor hemzelf."1

Constructief engagement
Na de val van de Sovjet-Unie vierde dat liberalisme hoogtijdagen. De communistische Nemesis van de vrijheid was verslagen, het zelfvertrouwen van de democratieën in de Euro-Atlantische wereld blaakte en de groeiende Westerse multinationals leken bijna de verpersoonlijking van het liberale optimisme. Het is vanuit dat optimisme dat het Westen in de jaren negentig relaties aanknoopte met andere landen. Rusland was in de touwen geslagen en worstelde met een economische crisis. China was amper bekomen van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede en smeekte om investeringen.

Ruim vijfentwintig jaar na het Verdrag van Maastricht en vijftien jaar na de Veiligheidsstrategie lijkt er van dat liberale en constructieve engagement weinig terecht te zijn gekomen

Het Westen moest die landen helpen zich te hervormen. Vooral de Europese Unie uitte zich op dat vlak ambitieus. Het Verdrag van Maastricht van 1992 stelde dat democratie, de rechtstaat en mensenrechten prioriteiten moesten zijn voor het Europese buitenlandbeleid.  2 "Het is cruciaal China bij te staan om volledig deel te nemen aan het op regels gebaseerde systeem van de Wereldhandelsorganisatie," stelde de Europese Commissie in 1995, "En daarbij kijken we ernaar uit om China meer verantwoordelijkheden te zien opnemen al naar gelang China zich openstelt voor vrije uitwisseling van ideeën en samenwerking."3 Met Rusland doelde de Commissie op een "hecht en wederzijds verrijkend partnerschap" met als ambitie "het respect voor mensenrechten" te promoten.4

Die teneur ging verder in crescendo. In de Europese Veiligheidsstrategie van 2003 werd gesteld: "Het verspreiden van goed bestuur, het steunen van sociale en politieke hervormingen, het afrekenen met corruptie en machtsmisbruik, het vestigen van de rechtstaat en het promoten van mensenrechten zijn de beste middelen om de internationale orde te verstevigen.5 Constructief engagement heette dit. Ruim vijfentwintig jaar na het Verdrag van Maastricht en vijftien jaar na de Veiligheidsstrategie lijkt er van dat liberale en constructieve engagement weinig terecht te zijn gekomen. Zowel China als Rusland zitten compleet verzand in autoritarisme en staatskapitalisme. De economische betrekkingen met de twee hebben bovendien allerminst een rem gezet op hun militaire machtsopbouw. China en Rusland zijn revisionistische mogendheden: zij hebben als doel de machtsverdeling in de wereld te wijzigen en daarbovenop ook een alternatief voor de huidige dominante regels en normen naar voren te schuiven.

Zakendoen
Europa heeft weliswaar veel met deze landen samengewerkt, maar echt "constructief" in de richting van liberalisering is die samenwerking niet geweest. Er zijn een aantal verklaringen voor het falen van Europa's constructieve engagement, van het primaat van liberalisme in het buitenlandse beleid. Om te beginnen heeft men het aan beide zijden nooit echt serieus genomen met het zogenoemde constructief engagement. Voor de Chinese Communistische Partij was het, de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 ten spijt, zonneklaar dat het nooit zou afzien van haar dominante positie in de samenleving, dat de staat de economie moest blijven controleren en dat globalisering zich moest aanpassen aan de nationale belangen in plaats van omgekeerd. Er werd hervormd, zeer zeker, maar selectief en zonder de alleenheerschappij van de Partij te ondergraven.

President Poetin en president Trump tijdens de G20 in Hamburg, 2017. ©  Wikicommons
President Poetin en president Trump tijdens de G20 in Hamburg, 2017. ©  Wikicommons

Voor Vladimir Poetin, die in 2000 aan de macht kwam, was het falen van de Sovjet-Unie de grootste tragedie in de geschiedenis. De schuchtere stappen tot democratisering in de jaren negentig hadden het land voor hem quasi tot een implosie gebracht. De staat moest dus opnieuw de teugels in handen nemen, strategische delen van de economie controleren en dissidente stemmen de mond snoeren.

Ook voor kleine landen als Nederland en België stonden ethische scrupules zakelijke samenwerking met autoritaire landen niet in de weg

Ook in Europa was niet iedereen overtuigd van het belang van constructief engagement en het verspreiden van Westerse, liberale waarden. De Duitse bondskanselier Helmut Kohl drukte dat als volgt uit: "Ieder land moet voor zichzelf maar uitmaken hoe het met China zakendoet."6 Ook voor kleine landen als Nederland en België stonden ethische scrupules zakelijke samenwerking met autoritaire landen niet in de weg, hoewel de liberalen in beide landen meer dan driekwart van de tijd na de val van de Sovjet-Unie meeregeerden. En terwijl de lidstaten over elkaar heen buitelden om zaken te doen, restte de Europese instellingen de moeilijke taak om toch enigszins te beklemtonen dat liberale waarden belangrijk bleven.

Verzwakking
Vaak wordt een dergelijke houding voorgesteld als koopmansgedrag, tegenover het proselitisme van de dominee, als een botsing tussen nationale belangen van de lidstaten tegenover het normatieve beleid van de Europese instellingen. Maar dan waren de meeste lidstaten toch vooral bijzonder kortzichtig en weinig succesvol in het behartigen van hun zakelijke belangen. Hoewel de betrekkingen met Rusland en China voor een aantal individuele bedrijven inderdaad bijzonder winstgevend waren, zijn de betrekkingen vanuit het perspectief van de nationale belangen uitgedraaid op een mislukking. De zakelijke kortzichtigheid van de lidstaten heeft ervoor gezorgd dat zij politiek verzwakten en Europa daardoor nog minder druk kon uitoefenen in het bevorderen van de liberale agenda.

Dat was vooral het geval voor de relaties met China. Hoewel de verwachtingen van de lidstaten zeer groot waren, hebben zij op hun lopende rekening één voor één miljarden aan China verloren. Lidstaten konden weliswaar goederen en diensten uitvoeren naar het groeiende land, maar voerden in verhouding veel meer in. Om toegang te krijgen tot de Chinese markt werden bedrijven gedwongen in China te investeren, hun winsten die ze er boekten te herinvesteren en hun knowhow met Chinese bedrijven te delen. Het resultaat was dat een aantal grote firma's hun omzet zagen groeien, maar in verhouding weinig winst doorstortten naar het Europese thuisland. Tegelijkertijd werden ondernemingen ook in Europa door het Chinese staatskapitalisme op een weinig marktconforme wijze beconcurreerd, zoals ook de Europese Commissie in 2017 erkende.

Bankgebouwen in Hong Kong - Kwok Ho Eddie Wong - Flickr
Bankgebouwen in Hong Kong. © Kwok Ho Eddie Wong / Flickr

Het enorme overschot dat China aan buitenlandse deviezen opbouwde, werd door de centrale bank "gesteriliseerd". Ze werden uit het private circuit gehaald, omgezet in door de staat gecontroleerde buitenlandse deviezenreserves en ook door de staat gebruikt voor strategische investeringen, kredieten en leningen in het buitenland. Nét door die geldreserves en investeringen kon de Chinese overheid haar eigen aanzien in het buitenland vergroten en een stuk de Europese invloed ondermijnen. Niet alleen zakelijk leed Europa verliezen; Europa gaf China de financiële middelen in handen om aan politieke invloed te winnen.

Liberaal Europa heeft zichzelf door dit engagement de poten onder de stoel weggezaagd

Ook Rusland verrijkte zich aan Europa. Sinds 2000 bedraagt het gemiddelde jaarlijkse handelsoverschot van Rusland met Europa 40 miljard euro. Door de controle over energiebedrijven hield de Russische staat ook belangrijke hefbomen in handen om de binnenlandse economie te sturen. Met dat overschot bouwde Rusland aanzienlijke geldreserves op die het voor een deel toelieten de financiële sancties na de interventie in Oekraïne op te vangen én de Russische invloed te handhaven in landen als Wit-Rusland, Moldavië en Armenië.

Mislukking
Hoe men het ook bekijkt, de partnerschappen met de twee autoritaire landen China en Rusland kunnen vanuit het Europese standpunt alleen maar worden beschouwd als een falen. Van aanpassing in de richting van liberale waarden is er nauwelijks sprake en de tekorten die de economische relaties met zich hebben meegebracht, heeft de positie van Europa verzwakt, autoritaire regimes de financiële middelen gegeven om hun machtsmonopolie te behouden en daardoor de invloed van deze regimes in het buitenland vergroot. Liberaal Europa heeft zichzelf door dit engagement de poten onder de stoel weggezaagd.

In deze kritiek kan men zelfs nog een stap verder gaan, door de laatste pijler van de verdediging van dit kortzichtige engagement ten aanzien van Moskou en Peking onderuit te halen: namelijk dat de samenwerking goed was voor Europa omdat we de goedkope producten uit China nodig hadden om de koopkracht overeind te houden, de inflatie te beteugelen en dus onrechtstreeks ook om de sociale stabiliteit te helpen bewaren, en dat het gas uit Rusland eveneens een goedkope manier was om te voorzien in onze energiebehoeften.

Laten we om die laatste kritiek te formuleren teruggrijpen naar de belangrijkste premisse van het liberalisme, namelijk dat vrije burgers rationele keuzes maken in functie van hun eigen geluk. Het maken van een vrije keuze, impliceert echter dat drie factoren vervuld zijn: geen al te dominante actoren, zoals politieke of economische monopolisten die de behoeftes en keuzes beïnvloeden, transparante informatie én voldoende intellectuele emancipatie om vanuit deugdzame overwegingen keuzes te maken.

Voorwaarden
Geen enkele van die voorwaarden is in Europa waargemaakt. Beschouw bijvoorbeeld eens de laatste voorwaarde. Als het liberalisme mensen de vrijheid geeft om te kiezen, dan moet onderwijs leren de juiste keuzes te maken, middels het aanleren van bijvoorbeeld kritische reflectie, ethiek en filosofie. Kant, Rousseau, Montesquieu: allen benadrukten zij dat belang van civiel onderwijs. Nét terwijl het autoritarisme rondom Europa standvastiger werd, zijn die vaardigheden in het Europese curriculum naar de zijlijn verdrongen. Dat maakt het voor burgers en jongeren in het bijzonder erg lastig om rationeel te beoordelen hoe hun gedrag, hun aankopen of andere keuzes hun positie beïnvloedt.

Wie is er zich bewust van het feit dat bedrijven als Huawei, Lenovo of Alibaba geacht worden om het autoritarisme van de Communistische Partij van China in stand te houden?

Daarbovenop staan de steeds complexere productieketens transparantie en dus opnieuw rationele keuzes in de weg. Wie is er zich bewust van het feit dat bedrijven als Huawei, Lenovo of Alibaba geacht worden om het autoritarisme van de Communistische Partij van China in stand te houden? Je pakt in de winkel steevast iets uit een rek zonder het achterliggende verhaal te kennen maar maakt zo wel een keuze die op zeer kleine schaal het machtsevenwicht tussen de democratie en de vrije markt enerzijds en het staatskapitalisme en het autoritarisme beïnvloedt. Nog minder transparant zijn de gevolgen op lange termijn. Nu lijkt een aankoop uit China via Alibaba goedkoop en aantrekkelijk, maar door de valse concurrentie middels de interventie van staatsbanken, de machtspositie van het bedrijf in de Chinese economie en de samenwerking met staatsbedrijven worden steeds meer lokale Europese bedrijven geschaad en dat zal de koopkracht van diezelfde Europese consument op lange termijn aantasten. Al helemaal onduidelijk is hoe dergelijke ogenschijnlijk commerciële transacties worden beïnvloed door ingrepen van overheden op de kapitaalrekening, met Chinese staatsbanken die hier overheidsobligaties kopen, hun uitvoer daardoor stimuleren en veel Europeanen uiteindelijk op de pof laten consumeren.

Soldaten in de Verboden Stad in Beijing. © Steve Webel / Flickr
Soldaten in de Verboden Stad in Beijing. © Steve Webel / Flickr

Niets is wat het lijkt en zolang er een mistgordijn tussen de consument en het achterliggende productieproces hangt, is er geen sprake van een vrije markt. Steeds meer worden onze keuzes ook beïnvloed door economische poortwachters: grote winkelketens die eigenlijk voor ons al de keuze beperken door bijna exclusief te gaan "sourcen" uit landen als China. Het wordt al helemaal problematisch als de instrumenten van het autoritarisme als het ware een huis-tuin-en-keuken-merk worden, doordat zij dankzij de enorme financiële middelen een plaats verwerven als sponsor van topclubs in het voetbal, van academische projecten en van cultuur. Het autoritarisme maakt zichzelf op een steeds gesofisticeerdere wijze democratie-fähig.  

Vooruitgangsoptimisme
Het liberalisme heeft vooral verraad tegen zichzelf gepleegd. Het opportunistische pact tussen Europese liberalen, die de voorbije decennia bijna steeds meeregeerden, en autoritaire landen als China en Rusland, heeft een aantal Europese kernwaarden te grabbel gegooid, de macht van Europa ondermijnd en de Europese burger een rad voor de ogen gedraaid. De prijs die hij op korte termijn voor het ogenschijnlijke goedkoop betaalt, is op lange termijn zijn vrijheid – en macht. China en Rusland laten er geen misverstand over hun revisionistische aspiraties bestaan: het Westerse liberalisme kan tegenstand verwachten. Vladimir Poetin heeft herhaaldelijk kritiek geuit op de Westerse samenleving en sinds kort zijn ook Chinese leiders meer uitgesproken in hun kritiek. Het Chinese staatskapitalisme en autoritarisme "biedt een nieuwe optie voor andere landen", stelde Xi Jinping in 2017.7

En nét door onze markt vast te ketenen aan autoritaire staten die van financieel dirigisme, vervuilende grondstoffen en lage sociale normen een voordeel maken, ontneemt het die markt de motivatie om te zoeken naar betere alternatieven. In plaats van de oude industrie hier te vervangen door een beter en duurzamere industrie, door nieuwe bedrijven die door de voorspoed die zij creëren mee het vertrouwen in het belang van vrijheid en de democratie schragen, hebben we die oude industrie vooral verplaatst naar landen die hun groei vooral aanwenden om hun autoritaire bestel in stand te houden.

  • 1. Smith, Adam, Ryan Patrick Hanley, ed., 2009. The Theory of Moral Sentiments. London: Penguin, p. 13.
  • 2. Treaty on European Union, C 191/1, Maastricht, 7 February 1992, article J.1.
  • 3. European Commission, 1995. A Long-Term Policy for China-Europe Relations. Brussels: European Commission, p. 5.
  • 4. European Commission, 1995. The European Union and Russia: the future relationship. Brussels: European Commission, p. 2.
  • 5. European Council (2003), A Secure Europe in a Better World: European Security Strategy, European Council, 12 December 2003, p. 15.
  • 6. In Kohl's China Visit, Business Comes First. Chicago Tribune, 17 November 1993.
  • 7. Xi Jinping at  the 19th CPC National Congress, October 2017.
Auteurs
Jonathan Holslag
Docent Internationale Politiek aan de Vrije Universiteit Brussel