Bestaat er een illiberale wereldorde?
Boeken & Films Geopolitiek & Wereldorde

Bestaat er een illiberale wereldorde?

13 Mar 2019 - 08:45
Photo: Boekcover De autoritaire verleiding
Terug naar archief

In De Autoritaire Verleiding verkent Casper Thomas de opkomst van de illiberale democratie in Turkije, Hongarije, India en Rusland – evenals de dreiging hiervan in de Verenigde Staten. Het boek bevat een sterke duiding van de huidige tijdsgeest, maar de ondertitel van het boek – de opmars van een illiberale wereldorde –belooft echter meer dan het waarmaakt.

Op de vooravond van de verkiezingen in Bosnië-Herzegovina in 1996 overpeinsde de Amerikaanse diplomaat Richard Holbrooke het fundamentele probleem van de jonge democratie: “[s]tel dat de verkiezingen vrij en eerlijk verlopen [maar de verkozenen] zijn racisten, fascisten en separatisten die zich publiekelijk tegen [vrede en herintegratie] keren. Dat is een dilemma.”1

Precies dat dilemma bracht Fareed Zakaria er in 1997 toe om een artikel te schrijven waarin hij het verschil tussen democratisch verkozen regimes en liberale democratieën belichtte. Kort samengevat: iedere liberale democratie komt voort uit verkiezingen, maar niet alle verkiezingen leveren liberale democratieën op. In zijn artikel bestempelde Zakaria de illiberale democratie als “growth industry”, en constateerde hij aan de hand van cijfers van Freedom House, een Amerikaanse denktank, dat de helft van de democratiserende staten in de wereld illiberale democratieën waren.2

De democratiseringsgolf van de jaren ’90 zou ook prima autoritaire regimes en sterke leiders voort kunnen brengen

Hiermee plaatste hij een aantal belangrijke kanttekeningen bij de stelling van Francis Fukuyama dat het einde van de Koude Oorlog ook de overwinning van politiek en economisch liberalisme zou betekenen. De democratiseringsgolf van de jaren ’90 zou immers ook prima autoritaire regimes en sterke leiders voort kunnen brengen. In dat hoopvolle tijdperk leek het vooruitgangsdenken het echter te gaan winnen van de scepsis. De meeste voormalige Sovjetstaten in Oost-Europa democratiseerden en werden welkom geheten in de Europese Unie, de Balkan stabiliseerde en Turkije hervormde zijn democratie en keek uit naar EU-lidmaatschap.

Hoe anders is het uitzicht in 2019. Freedom House concludeerde begin dit jaar dat vrijheid en democratie nu al voor het dertiende jaar op rij wereldwijd onder druk staan. Nog slechts de helft van alle landen ter wereld is volgens de denktank vrij te noemen, en een derde gedeeltelijk vrij.3 Volgens de nog strengere meting van de Economist Intelligence Unit, een zusterbedrijf van de invloedrijke Economist, leeft nog maar 4,5 % van de totale wereldbevolking in een “volledige democratie”. Een verdere 43,2 % bevindt zich in “gebrekkige democratieën”.4  De democratiseringsgolf lijkt te zijn gestrand op onvrije kusten.

Wereldleiders tijdens een NAVO-top in juli 2018 met onder andere de presidenten Trump en Orbán (R) - Flickr-The White House
Wereldleiders tijdens een NAVO-top in juli 2018 met onder andere de presidenten Trump en Orbán (R). ©  Flickr / The White House

Het terugrollen van de liberaal-democratische golf was een geleidelijk proces, maar er zijn duidelijke kantelpunten aan te wijzen. In Europa wordt het kantelpunt  doorgaans gedateerd op 26 juli 2014, toen de Hongaarse president Viktor Orbán in een berucht geworden toespraak aangaf een illiberale staat op te willen bouwen. In de VS heeft de verkiezing van Donald Trump op 9 november 2016 voor velen eenzelfde connotatie, namelijk als het moment vanaf wanneer de openlijke flirt met de onvrijheid niet langer alleen op de flanken werd bedreven. Hoewel het begrip illiberale democratie al ruim twee decennia rondzingt, heeft het recent een vlucht genomen. Inmiddels zijn er boekenplanken vol geschreven over de teloorgang van de liberale democratie en de opkomst van haar onvrije vervanger. Het is een analytisch krachtenspel wat somber stemt, aangezien slechts weinigen licht zien aan het einde van de tunnel.

De Autoritaire Verleiding van Casper Thomas past goed binnen deze zwartgallige stroming. In dit boek verkent Thomas de opkomst van illiberale democratieën in Turkije, Hongarije, India en Rusland – evenals de dreiging hiervan in de Verenigde Staten. Deze politieke stroming, door Thomas geduid als “een lastig te vatten postmodern amalgaam van oude en nieuwe politieke rituelen” vormt “een verschijnsel op zich.”5 Hoewel deze typering historische diepgang mist, is hij op zijn eigen manier inzichtelijk. Het fenomeen illiberale democratie laat zich immers lastig vastpinnen, maar is wel te herkennen wanneer zij zich voordoet. Zo beroepen illiberale democraten zich doorgaans op een glorieus verleden, falsificeren zij verifieerbare feiten, streven zij naar grootsheid en omhelzen zij globalisering, terwijl zij tegelijkertijd het lokale en eigene hoger waarderen. De democratie wordt gereduceerd tot de meerderheidsstem zonder institutionele waarborgen om de rechten van minderheden te beschermen. Volgens Thomas verwordt de democratie in landen als Hongarije, Turkije, Rusland en India zo tot “een laagje vernis” over een vorm van autoritair bestuur die “niet is terug te voeren op een vorm van politiek die eerder heeft bestaan.”

Om de illiberale democratie te doorgronden, reist Thomas langs de rafelranden van de illiberale omwenteling. In zijn boek worden verslaggeving, interviews en literatuurstudie op intelligente en leeswaardige wijze samengevlochten tot een sterke duiding van de huidige tijdsgeest. De ondertitel van het boek – de opmars van een illiberale wereldorde –belooft echter meer dan het waarmaakt. De interviews die Thomas afneemt met politici, intellectuelen en actievoerders tonen met name gelijkenissen, maar geen systematiek. Wie de opkomst van een nieuwe wereldorde aankondigt zou deze boude stelling best van duiding mogen voorzien. Helaas brengt Thomas het niet verder dan de constatering dat zich tussen 2012, toen Medvedev werd opgevolgd door Poetin als president van Rusland, en 2016, toen Erdogan de noodtoestand afkondigde en Trump verkozen werd, “zich een antiliberale wereldorde [vestigde]”.6 Hoewel Thomas erkent dat er geen internationaal verband is waarin illiberale democratieën samenwerken, beargumenteert hij dat de “bewonderende woorden over en weer tussen leiders”, voorzichtige pogingen tot samenwerking en ideeën over sterke leiders die dankzij internet “frictieloos de grens kunnen oversteken” het gebruik van de term wereldorde rechtvaardigen.7

De belofte van een schoon schip overtuigde de meeste Hongaren in het stemhokje

Diplomatieke complimenten en memes zijn echter niet genoeg voor een wereldorde. Daarvoor zijn toch op zijn minst sturende machtscentra, ordenende principes en instituties vereist. Thomas vergaloppeert zich dan ook met de dunnetjes onderbouwde stelling van een nieuwe wereldorde, die in het boek maar zijdelings aan de orde komt. Waardevoller is zijn verslaggeving over de opkomst van illiberale democratieën. Een belangrijkste gedeelde factor daarin blijkt onvrede te zijn. In haast alle landen waar het electoraat illiberale leiders verkoos boven liberale democraten deden zij dit na een periode van economische achteruitgang. Zo beschrijft Thomas dat in Hongarije de socialistische regering kwistig met geld strooide, totdat de bankencrisis van 2008 het land hard raakte. Bijna een derde van de hypotheken, evenals een flink deel van de bedrijfsschuld en de staatsschuld, vielen in buitenlandse handen en stonden genoteerd in buitenlandse valuta. De pijnlijke bezuinigingen, overweldigende werkloosheid en afhankelijkheid van internationale crediteuren die volgden, leverden de Fidesz-partij van Viktor Orbán een klinkende overwinning op. De belofte van een schoon schip overtuigde de meeste Hongaren in het stemhokje.

Orbán slaagde er vervolgens ook daadwerkelijk in om economisch orde op zaken te stellen, wat zijn antiliberale missie aanzienlijk vereenvoudigde. In de jaren daarna breidde Orbán zijn machtsbasis verder uit, en ontmantelde hij tegelijkertijd de constitutionele en electorale instituties die zijn macht zouden kunnen beteugelen. Het is tekenend voor het boek dat Thomas slechts één paragraaf wijdt aan de economische hervormingen, en het grootste deel van een hoofdstuk aan de ontmanteling van de liberale staat. Dit is een gemiste kans, aangezien juist het ontsnappen aan de economische chaos zo’n grote rol speelt in het autoritaire verleidingsproces.

Demonstratie bij het Witte Huis in 2017. © Ted Eytan / Flickr
Demonstratie bij het Witte Huis in 2017. © Ted Eytan / Flickr

De gedegen verslaggeving wordt ook tentoongesteld in de hoofdstukken over Rusland, Turkije en India, waar Thomas op kundige wijze demonstreert dat oude en opkomende democratieën ook alternatieve paden kunnen kiezen. Helaas eindigt hij zijn reeks exposés in de Verenigde Staten, waar hij correspondent is voor De Groene Amsterdammer. In dit hoofdstuk vervalt Thomas in dezelfde simpele reflex waar vrijwel alle links georiënteerde Amerikaanse academici en commentatoren sinds de verkiezingen van 2016 ook in zijn blijven hangen. De verkiezing en het presidentschap van Trump zijn voor hen een permanente oefening in het uiten van ongemakkelijkheid en walging.

Hoe begrijpelijk dit ook is, het betekent nog niet dat de VS daarmee actief afglijden naar de rang van een illiberale staat. De diepgaande problemen van de Amerikaanse democratie – ongelijkheid, het electoral collegegerrymandering – laat Thomas wel de revue passeren, maar vooral als achtergrond voor de overwinning van Trump.

De hoofdmoot van het hoofdstuk over de VS is een gedetailleerde bespreking van de verschillende schandalen, financiële belangenverstrengelingen en mogelijke wetsovertredingen van Trump. Op zich is dat prima journalistiek, maar als analyse van het verval van de Amerikaanse democratie schiet het behoorlijk tekort. De harde verdeeldheid, wetgevende en politieke stilstand en geïnstitutionaliseerde ongelijkheden gaan ver terug. Een betoog waarin gesteld wordt dat de Amerikaanse democratie bedreigd wordt door de onvrijheid zou steekhoudender en diepgravender moeten zijn dan een opsomming van recente krantenkoppen.

Sinds de verkiezing van Trump is het lastig om boven het maaiveld van pessimistische analyses over de wereldwijde staat van de democratie uit te steken. Thomas biedt een sterk inkijkje in deze wereld, en weet in zijn boek de huidige tijdsgeest goed te vangen. Hij laat de lezer meedrijven op de terugrollende democratiseringsgolf. Dit levert een goed leesbaar en inzichtelijk boek op. Wie echter dieper wil duiken, zal dat elders moeten doen.

De autoritaire verleidingCasper Thomas
‘De autoritaire verleiding  - Over de opmars van de antiliberale wereldorde’ 

Uitgeverij Atlas Contact - ISBN9789045037363
Pagina's 304 - €21,99

 

Auteurs

Arne Muis
Historicus