De Baltische landen versus Rusland en China
Analyse Europese Zaken

De Baltische landen versus Rusland en China

21 Jul 2021 - 12:27
Photo: Italiaanse en Estslandse straaljagers boven de Baltische landen tijdens een NAVO-oefening in juni 2021. © NATO
Terug naar archief
Author(s):

Dertig jaar na het ontsnappen uit de Sovjet-Unie zijn Estland, Letland en Litouwen uitgegroeid tot ‘frontlijnstaten’ in een hernieuwde koude confrontatie tussen het Westen en Rusland. Ondertussen hebben de Baltische landen ook kennis mogen maken met de assertiviteit van China. Welke grootmacht vormt de grootste uitdaging?

De relatie tussen de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) en Rusland is ronduit gespannen. Met de annexatie van de Krim en de destabilisering van Oost-Oekraïne in 2014 is de Russische president Vladimir Poetin ontegenzeggelijk een autoritaire weg ingeslagen, wat de Baltische perceptie van de grote oosterbuur en vroegere kolonisator aanzienlijk heeft verslechterd.1

Het is inmiddels bijna niet meer voor te stellen, maar in de periode 1990-1991 – toen de Baltische landen hun onafhankelijkheid bevochten – was de wederzijdse verstandhouding vrij goed. De toenmalige Russische president Boris Jeltsin steunde de Pribaltika door dik en dun.

Jeltsin erkende zelfs als een van de eersten de onafhankelijkheid van Estland, Letland en Litouwen. Vanzelfsprekend waren de nationale bewegingen aldaar toen nauwelijks bezig met de toekomst van hun veiligheidsbeleid, laat staan dat iemand op dat moment al aandrong op een NAVO-lidmaatschap.2

Afwikkeling van de ‘boedelscheiding’
Dat zou al snel veranderen. De afwikkeling van de ‘boedelscheiding’ (na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie) heeft de betrekkingen in de loop van de jaren negentig ronduit verziekt. Zo op het eerste gezicht betrof dit drie puur praktische, technische geschilpunten: 1) de terugtrekking van het voormalige Rode Leger van Estse, Letse en Litouwse bodem, 2) het definiëren van het verloop van de grenzen met Rusland, en 3) de positie van de Russischtalige ingezetenen van (met name) Estland en Letland.

Bult-Baltische landen Estland, Letland en Litouwen. Blomsterhagens via Wikimediacommons
De Baltische landen Estland, Letland en Litouwen. © Blomsterhagens via Wikimediacommons

De eerste kwestie, de terugtrekking van het voormalige Rode Leger, werd – mede door Amerikaanse druk – in 1993 en 1994 afgewikkeld. De grensproblemen bestaan echter in het geval van Estland nog steeds, aangezien Rusland weigert het in februari 2014 getekende grensverdrag (dat zelfs een tweede, ‘doorgestarte’ versie is) te ratificeren.3

Het derde twistpunt – over de positie van de Russischtalige ingezeten van (vooral) Estland en Letland – heeft zich langzamerhand ontwikkeld tot een soort rituele dans. Moskou beticht Estland en Letland regelmatig van ‘discriminatie’ van de Russischtalige ingezetenen. Een deel (met name ouderen) van deze voormalige Sovjetburgers is stateloos ‘achtergebleven’, en wordt geacht een naturalisatieprocedure te doorlopen.

Estland en Letland wijzen op hun beurt echter op het liberale gehalte van hun wetgeving; niemand wordt immers op voorhand uitgesloten van naturalisatie, en statelozen en houders van een Russisch paspoort genieten gelijke sociale rechten. In Litouwen is dit aantal beperkt, en hebben Russischtaligen redelijk eenvoudig een paspoort kunnen bemachtigen.

Gaandeweg heeft dit twistpunt zich echter, samen met de tweede kwestie (het definiëren van het verloop van de grenzen met Rusland), verstrengeld met oud, historisch zeer. Rusland draagt nadrukkelijk de Sovjetthese uit dat Estland, Letland en Litouwen in de zomer van 1940 geheel vrijwillig tot de Sovjet-Unie zijn toegetreden – en dus niet zijn bezet. Volgens deze zienswijze zijn alle voor die tijd gesloten verdragen komen te vervallen; van een terugkeer naar de vooroorlogse grenzen kan dan ook geen sprake zijn.

Letland en Estland hebben zich in allerlei juridische bochten gewrongen om een nieuw grensverdrag te sluiten, maar zonder succes. De verwijzing in de Estse Grondwet4 naar de in het Verdrag van Tartu van 1920 vastgelegde grens blijft voor Rusland een steen des aanstoots.

Moskou beweert tevens dat de Russischtalige migranten die na de Tweede Wereldoorlog naar vooral Estland en Letland zijn gegaan om daar in de industrie en mijnbouw te werken, daartoe alle recht hadden. Zij verhuisden immers naar een andere republiek binnen de Sovjet-Unie – en dus niet naar een bezet buurland.

Daarom hadden zij, meent Rusland, begin jaren negentig gewoon allemaal automatisch een Estse of Letse pas moeten krijgen. Voor de Esten en Letten, die hun taal en cultuur door deze migratie in het gedrang zagen komen, zou dat echter neerkomen op een erkenning van de Sovjetheerschappij met terugwerkende kracht.

Bult-Tallinn, 2012. Khora  via Wikimediacommons
Tallinn, 2012. © Khora  via Wikimediacommons

In combinatie met andere spanningen, bijvoorbeeld over de doorgang naar de Russische exclave Kaliningrad via Litouws grondgebied en economische strafmaatregelen door Rusland, spoorde dit de drie Baltische republieken aan om spoedig tot de NAVO toe te treden. Zeker toen in Rusland termen als blizjneje zaroebezjie (‘het nabije buitenland’) begonnen te circuleren, Rusland twee oorlogen in Tsjetsjenië startte en Jeltsin eind 1999 werd opgevolgd door de van meet af aan gewantrouwde ex-KGB’er Vladimir Poetin.

Het gevoel begon om zich heen te grijpen dat de Baltische staten in een strategisch vagevuur tussen Rusland en het Westen terecht konden komen. Vooral de Estse president Lennart Meri waarschuwde voor de risico’s van deze halli tsooni (‘grijze zone’), waar met name Rusland vrij spel kon krijgen.

De Wende van 2014
Dat lot is het trio bespaard gebleven. Na de aanslagen van 11 september 2001 zette de regering van de Amerikaanse president George W. Bush de uitbreiding van de NAVO met onder meer Estland, Letland en Litouwen door. Moskou kon niet anders dan deze uitbreiding mokkend aanvaarden, in de hoop dat de NAVO een verwaterde, politiek getinte organisatie zou worden dat Rusland uiteindelijk een partnerschap op basis van gelijkwaardigheid zou aanbieden.

Intussen zijn de Baltische staten uitgegroeid tot de facto ‘frontlijnstaten’ in een hernieuwde koude confrontatie tussen het Westen en Rusland

Die verwachting is niet uitgekomen. Na de – volgens Moskou – pro-westerse revoltes in Georgië (2003) en Oekraïne (2004) is Rusland gaandeweg in de oude reflex van rivaliteit met de NAVO geschoten. Rusland wil voorkomen dat de alliantie steeds verder oprukt in zijn ‘rechtmatige, historische invloedssfeer’ en daarmee zijn strategische slagkracht verder ondermijnt. “Dit markeerde het einde van een cruciale fase. Het window of opportunity, dat nog maar kort open stond en waar Litouwen, Letland en Estland net doorheen hadden kunnen klimmen, werd nu weer gesloten”, zo vatte een Litouwse politicoloog het later samen.5

Intussen zijn de Baltische staten uitgegroeid tot de facto ‘frontlijnstaten’ in een hernieuwde koude confrontatie tussen het Westen en Rusland. De Wende van 2014, toen Rusland de Krim annexeerde om verdere toenadering tussen de NAVO en Oekraïne te verijdelen, leidde slechts tot het stationeren van NAVO-militairen aan zijn noordwestelijke grenzen.

Estland, Letland en Litouwen kregen tijdens de NAVO-toppen in Wales (september 2014) en Warschau (juli 2016) respectievelijk de stationering van een Very High Readiness Joint Task Force en multinationale bataljons in het vooruitzicht gesteld. En dan zouden zich ook nog duizenden militairen richting de Baltische republieken begeven in het kader van een eindeloze reeks militaire oefeningen.

Bult-Litouwse militairen tijdens een NAVO-oefening in 2015. NATO
Litouwse militairen tijdens een NAVO-oefening in 2015. © NATO

Rusland beschouwt die militaire presentie als een overduidelijke schending van de ‘NATO-Russia Founding Act’ van mei 1997, maar dat deert de Esten, Letten en Litouwers in zijn geheel niet. De akte vermeldt inderdaad dat de NAVO “haar collectieve verdediging en andere missies [meer] zal uitvoeren door zich te verzekeren van de noodzakelijke interoperationaliteit, integratie en versterkingscapaciteit dan door het aanvullend permanent legeren van gevechtseenheden van substantiële grootte”.6 Maar, zo klinkt het in Tallinn, Riga en Vilnius, de tijden zijn veranderd – zeker na de Wende van 2014.

De Balten refereren tevens naar een andere paragraaf uit de oprichtingsakte om hun gelijk aan te tonen: “Een versterking mag plaatsvinden, in het geval van verdediging tegen [een] dreiging van agressie.”6 Oftewel: Rusland heeft alle westerse militaire bedrijvigheid in zijn omgeving lou ter over zichzelf afgeroepen.

Permanente NAVO-aanwezigheid
Estland, Letland en Litouwen willen nog verder gaan. Ten eerste dringen zij aan op permanente stationering van NAVO-troepen op hun grondgebied. Tot nu toe zijn deze troepen op roulerende basis aanwezig, op instigatie van NAVO-landen die Rusland niet (verder) willen provoceren.

De discussie hierover binnen het bondgenootschap zal weer oplaaien indien Rusland en Wit-Rusland besluiten een militair verbond te vormen. Dit is de prijs die de Wit-Russische president Aleksandr Loekasjenko zal moeten betalen voor het overeind houden van zijn regime.

Suwalki
De Suwalki-grensstrook tussen Litouwen en Polen. © Geopolitical Intelligence Services

De aanwezigheid van Russische militairen in de nabijheid van de smalle Suwalki-grensstrook tussen Litouwen en Polen zal de zogenoemde Anti-Access/Area Denial-problematiek (‘A2/AD’) immers in een nieuw daglicht plaatsen. De Baltische landen (en NAVO-strategen) zijn al langer bevreesd dat de Russische strijdkrachten, vanuit het zwaar gemilitariseerde Kaliningrad en vanuit West-Rusland, via Wit-Rusland, die vitale passage kunnen afsluiten.

Indien Rusland, na het aangaan van een militaire unie, een veelheid aan troepen naar Wit-Rusland dirigeert, zal het versperren van de Suwalki-strook nog eenvoudiger zijn.7

Ten tweede maken Estland, Letland en Litouwen zich onverstoorbaar sterk voor het definitief uitwissen van de eerdergenoemde halli tsooni in Oost-Europa, door Oekraïne, Georgië en zelfs Moldavië de NAVO binnen te loodsen. De president van Litouwen, Gitanas Nausėda, sprak tijdens een bezoek aan Georgië in juni 2021 – kort voor de NAVO-top in Brussel – nogmaals zijn steun uit voor “de integratie in de Euro-Atlantische structuren” van dat land.8

In de aanloop naar een recente Oekraïne-conferentie in Vilnius beloofde Nausėda daarnaast dat Litouwen de Oekraïense NAVO- (en EU-)ambities zal blijven ondersteunen.9 Deze steun blijft niet beperkt tot woorden: Litouwen, Polen en Oekraïne hebben in 2016 een gezamenlijk legerkorps opgezet (de LITPOLUKRBRIG) en de zogeheten ‘Lublin-driehoek’ (actief sinds juli 2020) vormt een belangrijk forum voor politieke, economische en culturele samenwerking tussen deze drie landen.

Bult - President Nausėda van Litouwen en NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg tijdens een NAVO-top in 2019. NATO
President Nausėda van Litouwen en NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg tijdens een NAVO-top in 2019. © NATO

De Estse (conservatieve) intellectueel Andres Herkel noemt het zorgwekkend dat Rusland na de ondergang van de Sovjet-Unie het pijnlijke zwarte gat probeert te vullen met allerhande pan-Slavische, Euraziatische denkbeelden: “De Russische Idee is gevaarlijker dan ooit, omdat de verleiding bestaat haar ten uitvoer te brengen. Vergeleken met vroeger, is zij minder metafysisch van aard en meer een [integrale] component geworden van een agressieve geopolitiek.”10

Dit nog steeds onverwerkte verleden, dat onder president Poetin wordt vermengd met de verheerlijking van de Sovjet-Unie, vormt voor de Baltische staten een steeds grotere en acutere dreiging.

Kennismaking met China
Het is echter de vraag of dit rigide doch comfortabele beeld van Rusland als ultieme, revanchistische dreiging nog wel volledige strookt met de realiteit. De Baltische staten hebben namelijk kennis mogen maken met de assertiviteit van een andere grootmacht: China.

De Volksrepubliek China probeerde de laatste jaren zijn economische macht ook richting Noordoost-Europa uit te breiden, bijvoorbeeld naar de geplande tunnel tussen Tallinn en Helsinki, naar de Rail Baltica (de snelle spoorwegverbinding in wording tussen Tallinn en Kaunas/Vilnius), en naar de haven van Klaipeda (Litouwen).

Bult- Containerschip arriveert in de haven van Klaipeda in Litouwen in 2018. MakVik - Flickr
Containerschip arriveert in de haven van Klaipeda in Litouwen in 2018. © MakVik / Flickr

Inlichtingendiensten (en onderzoeksjournalisten) waarschuwden eerder al voor Chinese beïnvloeding van ondernemers, wetenschappers, studenten en ambtenaren. Zo werd in september 2020 een gerenommeerde Estse maritiem onderzoeker, die in het verleden zowel voor het Estse ministerie van Defensie als voor de NAVO werkte, gearresteerd op verdenking van spionage voor China.11 Chinese fregatten vertoonden zich in juli 2017 voor het eerst in de Oostzee, voor deelname aan een oefening met Rusland.

De tijd van het wegwuiven van de uitdaging van het ‘Rijk van het Midden’ als een probleem voor streken ver weg is zo onderhand wel voorbij. Zoals een Estse defensie-expert somberde: “China is een communistische dictatuur, met alles wat daarbij hoort, hersenspoeling, censuur en concentratiekampen. In Estland hebben we het leninisme, dat met bajonetten naar ons is gebracht, dertig jaar geleden weten af te werpen. […] Degenen onder ons die zich de Sovjet-Unie nog kunnen herinneren, zouden zich geen illusies over China moeten maken.”12

China zal zich minder snel laten verleiden tot geopolitieke avonturen dan Rusland

Dat doet de NAVO ook niet langer. De Baltische republieken kunnen niet langer voorbijgaan aan het feit dat de NAVO China tijdens de recente top in Brussel hoog op de lijst van acute dreigingen heeft gezet en de Verenigde Staten het land onderhand als voornaamste rivaal zien. Litouwen heeft inmiddels een ‘voorzet’ gegeven door in mei 2021 uit het zogeheten ‘17+1-Forum’ van Midden- en Oost-Europese landen en China te stappen (en de banden met Taiwan aan te halen).13

“De ‘Rode buren’ zijn in een opzicht verschillend: het ontbreekt Rusland aan de rationaliteit van China”, schreef een Litouws opinieblad in 2017 in een analyse. Beijing heeft, net als Moskou, een diepgewortelde afkeer van wat het ziet als de ‘Westerse wereldorde’, maar China zal zich minder snel laten verleiden tot geopolitieke avonturen dan Rusland.14 Dat laat onverlet dat de twee grootmachten de banden nadien enkel verder hebben aangehaald. Litouwse media meldden in september 2020 dat de Chinese president Xi Jinping zich achter Poetins these had geschaard dat de Sovjet-Unie als “bevrijder van het fascisme” moet worden gezien.15

Niettemin zal het Estland, Letland en Litouwen zwaar vallen hun genoegzaam gecultiveerde wereldbeeld – met de fixatie op Rusland – te nuanceren. Dat bleek eind juni andermaal toen Baltische politici en commentatoren zeer geërgerd reageerden op de suggestie van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron om een EU-Rusland-top te beleggen (“Wat is er sinds 2014 veranderd?”, vroeg de Estse premier Kallas zich af, terwijl de Estse oud-president Ilves twitterde dat “Merkel en Macron ofwel onwetend zijn ofwel niets hebben geleerd van tachtig jaar geschiedenis”).16

China is onherroepelijk het nationaal bewustzijn van Estland, Letland en Litouwen binnengedrongen, maar de omgang met deze toenemende machtsfactor wordt vooralsnog gekenmerkt door onwennigheid (wat ook te maken heeft met een gebrek aan expertise). Men probeert bovenal in te schatten of de nieuwe dreiging vanuit China de machtspositie van Rusland zal verstevigen.17 Daaruit blijkt nog maar eens dat de Baltische landen hun Rusland-neurose niet te boven zijn gekomen, en maar moeizaam hun weg kunnen vinden in de nieuwe geopolitieke realiteit.

  • 1. Jeroen Bult, ‘Im Osten nichts neues. Estland, Letland en Litouwen en de Krim-crisis’, in: Internationale Spectator, nr. 5 (jg. 68), mei 2014, pp. 6-12.
  • 2. ‘Eestile neutraliteedipoliitika?’, in: Edasi, 17 oktober 1990, p. 2.
  • 3. Litouwen sloot in oktober 1997 een grensverdrag met Rusland (door Rusland geratificeerd in mei 2003), Letland in maart 2007 (door Rusland geratificeerd in september van dat jaar). Afgelopen april maakte de Russische ambassade in Tallinn in berichten op sociale media opnieuw duidelijk dat Estland ‘onvoorwaardelijk afstand moet doen van alle territoriale claims […].’
  • 4. In Artikel 122.
  • 5. Linas Kojala, Baltieji rūmai ir Lietuva: Bushas, Obama, Trumpas…?, Vilnius: Tyto alba, 2020, p. 141.
  • 6. a. b. North Atlantic Treaty Organization, ‘Founding Act on Mutual Relations, Cooperation and Security between NATO and the Russian Federation Signed in Paris, France’, 27 mei 1997.
  • 7. Zie: Mikkel Vedby Rasmussen, ‘Deterring Russia. An A2/AD Strategy in the Baltic Sea’, in: Ann-Sofie Dahl (Ed.), Strategic Challenges in the Baltic Sea Region. Russia, Deterrence, and Reassurance, Washington DC: Georgetown University Press, 2018, pp. 73-82.
  • 8. Lietuvos Respublikos prezidentas, ‘Prezidentas: “Lietuva nuosekliai palaiko Sakartvelą euroatlantinės integracijos kelyje”’, 11 juni 2021 (www.lrp.lt). ‘Sakartvelo’ (een Georgisch woord) is de nieuwe Litouwse benaming van Georgië; het bestaande ‘Gruzija’ vond men ‘te Russisch’ klinken.
  • 9. Lietuvos Respublikos prezidentas, ‘Reformų konferenciją Vilniuje atidarys Ukrainos ir Lietuvos prezidentai’, 1 juli 2021.
  • 10. ‘Vene idee’, in: Andres Herkel, Vene mõistatus, Tartu: Ilmamaa, 2007, p. 33.
  • 11. ‘Trooja panda. Hiina pehme jõu raske käsi’, in: Postimees, 4 september 2019, pp. 6-8; Kaitsepolitseiamet, Kaitsepolitsei Aastaraamat 2020-2021, Tallinn: Kaitsepolitsei, 2021, p. 22. De onderzoeker in kwestie zou tot drie jaar gevangenisstraf worden veroordeeld.
  • 12. Sven Sakkov, ‘Venemaa ei ole muutunud, Hiina aga küll’, in: Eesti Ekspress, nr. 21 (1589), 20 mei 2020, p. 38.
  • 13. Estland en Letland, die, net als Litouwen, in februari 2021 besloten de (digitale) ‘17+1’-top niet op het hoogste politieke niveau bij te wonen, hebben nog niet laten weten, of ze in de voetstappen van hun zuiderbuur zullen treden.
  • 14. ‘Ką kinai veikia Baltijos jūroje?’, in: IQ, Nr. 9 (90), september 2017, pp. 41-42.
  • 15. Žinios, LRT, 4 september 2020.
  • 16. Rusland nam korte tijd later ook nog eens de Estse consul in Sint-Petersburg in hechtenis en zette deze uit.
  • 17. Vahur Made, Eesti välispoliitika 100 aastat (Esimesest välisdelegatsioonist Euroopa Liidu eesistumiseni), EV100 raamatusari, Tallinn: Post Factum, 2019, p. 160.

Auteurs

Jeroen Bult
Historicus en publicist, gespecialiseerd in Estland, Letland en Litouwen