Artikelen Europese Zaken

De euro: slikken, stikken of flexibiliseren?

20 Sep 2017 - 13:13
Photo: Michael Schneinost / Flickr
Terug naar archief

Na inmiddels bijna acht jaar ‘voortmodderen’ met de euro is de toon nu door de Europese politieke leiders gezet om het Euro Pact te gaan hervormen. Euro-researcher André ten Dam zet de huidige politieke ontwikkelingen uiteen, legt uit waar de ‘euro-schoen’ precies wringt en bespreekt drie toekomstscenario’s.

Met de verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk en de hartelijke verwelkoming daarvan door de Duitse Bondskanselier Angela Merkel, alsmede met een zogenoemd ‘reflection-paper’ van de Europese Commissie van mei jl. staat de toekomst van het Euro Pact weer volop op de Europese politieke agenda. ‘Hervorming van de euro’ is het onderwerp van het paper van de Commissie alsmede het Europese thema van Macron.

Met ‘hervorming van de euro’ bedoelen zowel Macron als de Commissie, kort gezegd, dat er een Europees parlement dient te komen voor de euro, een Europees ministerie van Financiën met een heuse minister en een gezamenlijke begroting voor het Euro Pact en een gezamenlijke financiering van de staatsfinanciën van de eurolanden. Verder dient daarbij de bankenunie gecompleteerd te worden met een Europees depositogarantiestelsel. In Nederland kwam de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een recent advies aan de regering met vergelijkbare aanbevelingen.

Met deze maatregelen zou er derhalve op grote schaal nationale soevereiniteit en belastinggeld overgedragen worden naar supranationaal niveau, en zou het bij elkaar gebrachte belastinggeld, via permanente EU-instituties, worden herverdeeld tussen de sterkere en de zwakkere eurolanden.

Volgens Macron, de Commissie en de AIV is het doel van deze operatie het stabiel en toekomstbestendig maken van het disfunctionerende europroject. Het ‘eurohuis’ moet afgebouwd en daarmee crisisbestendig worden, en er is geen tijd te verliezen. Na jarenlange weigering lijkt Angela Merkel nu positief te reageren – de ervaring leert dat dan ook Mark Rutte zal volgen.

De vraag is nu of dit allemaal verstandig is voor Nederland en de overige eurolanden, maar zeker ook of er geen alternatieven zijn.

Kernprobleem euro: one-size-fits-none
Bij de invoering in 1999 beloofden de Europese politieke elites ons allen dat de euro voor een aanzienlijke stijging van de welvaart zou gaan zorgen, met in 2010 min-of-meer volledige werkgelegenheid in ieder euroland. Zoals we hebben kunnen zien, is het in de praktijk nogal anders gelopen. Het euro-avontuur is op een ongekend drama uitgelopen.

Het kernprobleem van de euro is dat de ‘one-size-fits-all’ structuur ongeschikt is voor de onderling zo economisch van elkaar verschillende eurolanden. De economieën van de eurolanden verschillen onderling sterk in kracht, ontwikkeling, karakter en cycli. Daarom hebben deze onderling aanpasbare wisselkoersen een nationaal rentebeleid nodig. Alleen zo kunnen de individuele economieën optimaal functioneren en de werkloosheid overal laaghouden. Zo luidt de economische theorie, en de praktijk van de euro(zone) heeft deze theorie op hardvochtige wijze bevestigd.

Het euro-avontuur is op een ongekend drama uitgelopen

En juist omdat we bij de invoering van de euro bovenstaande noodzakelijke monetaire instrumenten overboord hebben gegooid is de boel, in de gegeven omstandigheden, volledig in het honderd gelopen en wordt er sindsdien een ongekende economische, sociale, financiële, humanitaire en ook politieke ravage aangericht.

Gevolgen: ravage en (zelf)destructie
In de economisch zwakkere landen (geheel Zuid-Europa, Frankrijk incluis) voor wie de euro in de onderlinge verhoudingen al jaren véél te duur is, zijn de economieën ingestort of op zijn best ernstig gestagneerd en is de werkloosheid naar recordhoogte opgelopen. In zo’n proces lopen de belastingopbrengsten terug, terwijl het beroep op werkloosheiduitkeringen juist toeneemt. In een neergaande spiraal, resulteert dit in slechte overheidsfinanciën, hogere belastingen en toenemende armoede. Juist door de- voor deze landen - véél te dure euro en de onmogelijkheid de wisselkoers ten opzichte van de sterkere eurolanden aan te passen, wordt aldaar het noodzakelijke krachtige herstel op eigen kracht geblokkeerd.

Griekse man in een winkel
In de economisch zwakkere landen zijn de economieën ingestort of op zijn best ernstig gestagneerd en is de werkloosheid naar recordhoogte opgelopen. Bron: Spyros Papaspyropoulos / Flickr

Omdat de economieën van die landen internationaal niet-concurrerend zijn, zijn nationale en internationale investeerders naar economisch sterkere landen gevlucht alwaar het investeringsrisico laag is en wel rendement behaald kan worden. En om de cirkel dan rond te maken, wordt als gevolg daarvan de economische kloof met sterkere landen nog groter.

In het hierboven geschetste slagveld is, tot overmaat van ramp, de bankensector in de zwakkere landen ernstig verzwakt. De in de EU uitstaande zogenoemde ‘slechte’ leningen (bankleningen waarop geen rente en aflossing meer wordt betaald), zijn praktisch geheel geconcentreerd in de Zuidelijke landen. En sinds 2010 zijn politiek-democratische processen door de ECB, onder dreiging van het dichtdraaien van de geldkraan, diverse malen hardvochtig de kop ingedrukt. In Italië en meermaals in Griekenland hebben de facto staatsgrepen plaatsgevonden.

In Italië en meermaals in Griekenland hebben de facto staatsgrepen plaatsgevonden

Maar ook de traditioneel sterkere landen zoals Duitsland, Nederland en Oostenrijk zijn de dupe van de euro. Als gevolg van de voor hen juist véél te goedkope eurowisselkoers, is de consumentenkoopkracht en daarmee de binnenland-gerelateerde economie aldaar ernstig aangetast.

Bovendien heeft het ultra-lage rentebeleid van de ECB, bedoeld om de zwakkere landen niet helemaal kopje onder te laten gaan, het financiële stelsel in de sterkere landen ontwricht. Daardoor ontstaan, gelijk als in de aanloop naar de internationale financiële crisis, gevaarlijke financiële bubbels (bijvoorbeeld in aandelen en vastgoed). Dat ECB-beleid heeft ook desastreus uitgewerkt voor de Nederlandse pensioen- en verzekeringssector.

De sterkere landen draaien verder door middel van betalingen en risico’s, voor een aanzienlijk deel op voor het via de noodfondsen aan diverse zwakkere eurolanden verstrekte gelden voor overheidsfinanciering en bankenredding. Dit tast vervolgens de economie en welvaart in de sterkere landen verder aan. Datzelfde geldt voor het extreme en zeer risicovolle ECB-opkoopbeleid.

Het sinds 2010 gevoerde crisisbeleid om de euro te ‘redden’ kan derhalve vooral worden gekarakteriseerd als symptoombestrijding. De kernoorzaak van de problematiek, de (zelf)destructieve ‘one-size-fits-all/none’ structuur van de euro, wordt immers niet geadresseerd. Hervormingen in de zwakkere landen, zelfs indien deze overal adequaat doorgevoerd zouden zijn, kunnen de economische kloof met de sterkere landen niet overbruggen. Daarvoor zijn de verschillen nu eenmaal véél te groot.

Hierbij is het bijzonder zorgelijk dat, ondanks de aanhoudende crisis-mode van de ECB, de economieën in de Zuidelijke landen zelfs in de huidige tijd van internationale economische hoogtij achterblijven en de werkloosheid aldaar structureel hoog blijft. Bij de onvermijdelijke economische neergang heeft de ECB voor de zwakkere eurolanden geen stimuleringsmaatregelen meer voorhanden.

Terzijde, dat de ‘one-size-fits-all/none’ structuur van de euro een recept voor de grootst mogelijke ellende is, is ook geen ‘wijsheid achteraf’. Immers, al vanaf de aanloop naar het Verdrag van Maastricht hebben deskundigen wereldwijd de Europese politieke beleidmakers daarvoor gewaarschuwd. En na de vanaf 2010 aangerichte ravage, is er in de wereld ook geen weldenkend econoom meer te vinden die de roekeloze invoering en continuering van de euro een goed idee vindt.

Tot overmaat van ramp zorgt de euro nu ook nog eens voor internationale politieke spanningen tussen economische grootmacht Duitsland en de Verenigde Staten

Verder zijn, ondanks de nu prille vrijage tussen Macron en Merkel, de politieke verhoudingen tussen met name de Noordelijke sterkere landen en de Zuidelijke zwakkere onder druk komen te staan, en zijn ook de binnenlandse politieke verhoudingen in ieder euroland gepolariseerd.

Tot overmaat van ramp zorgt de euro nu ook nog eens voor internationale politieke spanningen tussen economische grootmacht Duitsland en de Verenigde Staten. Zo heeft de Amerikaanse president Donald Trump eerder dit jaar, volkomen terecht, de oneerlijke internationale concurrentie van de Duitse productie en de volledig uit het lood geslagen Duits-Amerikaanse handelsbalans als gevolg van de voor Duitsland véél te goedkope euro bij Angela Merkel aangekaart. Ondanks de recente stijging, is de eurowisselkoers voor Duitsland ten opzichte van de US-dollar nog steeds en maar liefst ruim 35 procent te goedkoop. Voor Nederland is de euro ten opzichte van de US-dollar nog ongeveer 20 procent te goedkoop, met vergelijkbare gevolgen.

Slikken: verdeling van (toenemende) armoede
De door Macron, de Commissie en de AIV nu voorgestelde maatregelen tot ‘hervorming’ van de euro zijn meer van hetzelfde van het sinds 2010 gevoerde beleid, en kunnen dus gekarakteriseerd worden als symptoombestrijding.

Implementatie van deze maatregelen zal er feitelijk toe leiden dat economisch herstel en duurzame groei in de zwakkere landen geblokkeerd blijft en de welvaart in de sterkere afgeknepen. Daarbij zullen de transfergelden van de sterkere naar de zwakkere eurolanden structureel van aard worden, maar ook zullen deze transferbetalingen veel gemakkelijker (via nieuwe instituties) en geruislozer (zonder iedere keer weer tumultueus politiek euro-overleg) stromen.

Omdat het kernprobleem van de euro, in casu het rigide en destructieve ‘one-size-fits-all’ construct van het Euro Pact, daarmee nog steeds niet wordt geadresseerd, blijft het europroject dan ook voor Nederland en alle andere eurolanden een steeds duurdere en tot verdere (zelf)destructie leidende hobby.

Anders gezegd, met de voorgestelde maatregelen wordt de welvaart van de burgers in alle eurolanden niet verhoogd, maar wordt uitsluitend de steeds verder toenemende armoede in alle eurolanden herverdeeld. Bovendien zal het handelsconflict tussen Duitsland en de Verenigde Staten escaleren. Zeer wel mogelijk zal ook Nederland daarin worden meegesleept.

Al-met-al getuigen de voorstellen van Macron, de Commissie en de AIV van een politiek gedreven ‘tunnelvisie’, en is implementatie daarvan, eufemistisch gezegd, dus geen goed idee.

Dan is het, rationeel gezien, een veel beter idee de euro te ontmantelen en terug te gaan naar een wisselkoersstelsel op basis van nationale munten.

Stikken: ontmantelen van de euro
Een teruggang naar nationale munten betekent wel dat we dan ook afscheid moeten nemen van de voordelen van de euro, en die zijn er wel degelijk. Hierbij valt te denken aan de gemakken van prijstransparantie en één-en-hetzelfde betaalmiddel binnen de gehele eurozone, alsook de inbedding van het economisch machtige Duitsland in het grotere Europese geheel. Verder valt te noemen de afwezigheid van valutaspeculatie binnen de eurozone – denk aan het akkefietje in de jaren 90 van George Soros met het Britse pond. Het was bovendien de bedoeling dat de euro zou moeten uitgroeien tot een dominante internationale handels- en reservevaluta, naast de US-dollar. Al die voordelen en overwegingen verliezen we dan.

Griekse man met een telefoon
'Het kernprobleem van de euro is dat de ‘one-size-fits-all’ structuur ongeschikt is voor de onderling zo economisch van elkaar verschillende eurolanden.' Bron: Elmar Jansen / Flickr

Het zij dan maar zo, al die (potentiële) voordelen van de eenheidseuro zijn immers meer dan ruimschoots overvleugeld door de nadelen daarvan, en ‘Europa’ houdt echt niet op met bestaan bij de ontmanteling van de euro. Als we dan de overgang naar nationale munten adequaat regelen, zullen economie, werkgelegenheid en welvaart in alle eurolanden alsook de Europese interne markt al snel daarna de noodzakelijke flinke en duurzame impuls krijgen.

Het opsplitsen van de euro in een Noord- en een Zuid-Europese munt zou overigens ook een stuk beter zijn dan de huidige situatie. Maar omdat economisch beleid op nationaal vlak wordt bepaald en er ook economische verschillen bestaan tussen de sterkere landen onderling en de zwakkere landen onderling, valt volledige ontmanteling van de euro met een teruggang naar nationale munten te prefereren. Bovendien zou een Noord/Zuid-splitsing ook een splitsing van de ‘Duits/Franse As’ betekenen hetgeen als een groot risico wordt gezien voor zowel het uiteenvallen van de Europese samenwerking in de Europese Unie als de geopolitieke Europese eenheid.

Ondanks de ratio, het gezond verstand dus, ligt het opgeven van de euro, zelfs alleen al die gedachte, echter zeer gevoelig bij de Europese politieke elites. Daarmee zouden ook zij moeten toegeven dat de invoering van de euro in 1999 en het sinds 2010 daarmee voortmodderen overduidelijk foute beslissingen zijn geweest.

Is er dan wellicht geen andere en nog betere oplossing?

Flexibiliseren: ‘The Matheo Solution’
Als we de euro willen hervormen en crisisbestendig maken, zoals Macron, de Commissie en de AIV, dan ligt het natuurlijk nogal voor de hand dat we niet de symptomen van de disfunctionerende en (zelf)destructieve gemeenschapsmunt bestrijden maar juist de oorzaak van het probleem aanpakken. Of anders gezegd, de destructieve ‘one-size-fits-all/none’ structuur van het Euro Pact moet worden ‘geflexibiliseerd’, in de zin dat er daarin een systeem van aanpasbare onderlinge wisselkoersen en rentedifferentiatie wordt aangebracht. De manier om dat te doen is, economisch gezien, innovatief maar zeer eenvoudig en direct (zónder Verdragswijziging) implementeerbaar.

‘The Matheo Solution (TMS)’1 biedt een flexibele structuur voor de euro die is gebaseerd op twee verschillende functies die geld heeft: betaalmiddel én rekeneenheid. Hierbij moeten we ons realiseren dat de rekeneenheid-functie van geld juist de functie is op basis waarvan wisselkoersen functioneren en rentes wordt bepaald. We hebben het hier over middelbare school economie.

Met een beetje creativiteit kunnen we dan bedenken dat de euro gewoon kan blijven voortbestaan als het enige wettige betaalmiddel in de gehele Eurozone, zowel chartaal als giraal. Maar voor het bewerkstelligen van de noodzakelijke landen-specifieke wisselkoersen introduceren we zogenoemde 'nationale rekeneenheden' – we kunnen die bijvoorbeeld noemen de gulden-rekeneenheid voor Nederland, de drachme-rekeneenheid voor Griekenland, de D-mark-rekeneenheid voor Duitsland, de franc-rekeneenheid voor Frankrijk etc. Grensoverschrijdende handelstransacties blijven gewoon genomineerd in euro maar de binnenlandse prijzen en lonen in deze nieuwe nationale rekeneenheden.

Op basis van al deze nationale rekeneenheden creëren we dan het noodzakelijke Europese wisselkoersstelsel, (met de rekeneenheid van de euro als monetair anker en gemanaged door de ECB) waarmee nationale ‘wisselkoersen’ onderling aangepast kunnen worden en daarmee de tussen de eurolanden zo scheef getrokken economische verhoudingen (prijsniveaus) in één klap kunnen  worden rechtgetrokken. De nationale rekeneenheden bieden verder de basis voor het eveneens noodzakelijke gedifferentieerde landen-specifieke rentebeleid.

Met een beetje creativiteit kunnen we dan bedenken dat de euro gewoon kan blijven voortbestaan als het enige wettige betaalmiddel in de gehele Eurozone

In de praktijk zal het TMS-systeem dus heel eenvoudig functioneren. Er zal immers overal worden betaald met dezelfde euro, zowel binnenlands als grensoverschrijdend binnen de eurozone – daar verandert dus niets aan. Bij grensoverschrijdend handelstransacties binnen de eurozone blijft er ook gewoon gerekend worden in (de rekeenheid van de) euro – dus ook daar verandert niets aan. Uitsluitend wat betreft de berekening van de nationaal-binnenlandse prijzen en lonen zal er gerekend gaan worden in de desbetreffende nationale rekeneenheden die ieder in een bepaalde (vaste maar aanpasbare) waardeverhouding staan t.o.v. de (rekeneenheid van) de euro. En juist omdat in het TMS-systeem de euro de enige valuta is en blijft, is voor de invoering daarvan ook geen Verdragswijziging noodzakelijk en behoeven er daarvoor ook geen nieuwe nationale muntjes en biljetten te worden geslagen/gedrukt.

Closeup van een 1 euro munt
'In de praktijk zal het TMS-systeem heel eenvoudig functioneren. Er zal immers overal worden betaald met dezelfde euro'. Bron: Random Dump / Flickr

Terzijde, TMS bevat overigens ook ‘gezond verstand’ oplossingen die de overige aspecten van de eurocrisis (in casu de schulden- en bankenproblematiek) adequaat adresseert.

Bijzonder aardig is dat met zo’n monetair-flexibele structuur het Euro Pact eindelijk goed kan functioneren en daarmee dus succesvol en duurzaam kan zijn, maar ook, dat - en daarin onderscheidt het TMS-systeem zich van toepassing van het traditionele parallelle-munten-systeem – alle voordelen en gemakken van de euro worden behouden. Zo blijft ook valutaspeculatie uitgesloten, simpelweg omdat onder TMS de euro de enige munt is en blijft.

'The Matheo Solution (TMS)' combineert dus op eenvoudige wijze de euro als gemeenschapsmunt en alle voordelen daarvan met de noodzakelijke monetaire flexibiliteit van nationale munten, terwijl tegelijkertijd de nadelen van beide systemen worden geëlimineerd. Er ontstaat dan een voor burgers en bedrijven in alle eurolanden dienstbaar systeem van ‘het beste van twee werelden’.2

Terzijde, de monetaire differentiatie die het flexibele TMS-systeem biedt kan vanzelfsprekend ook toegepast worden op het opsplitsen van de euro in Noord/Zuid of op individuele ‘euro-exits’ maar er zijn legio redenen om voor de differentiatie op nationaal niveau te opteren.

Eveneens is bijzonder aardig dat, gelet op de monetaire flexibiliteit van het TMS-systeem, een supranationale Europese politieke unie met alle door Macron, de Commissie en de AIV genoemde ‘toeters en bellen’ geenszins noodzakelijk is voor het succesvol doen functioneren van het Euro Pact. En omdat de zwakkere eurolanden daarmee eindelijk op eigen kracht kunnen herstellen en groeien, kan de ECB haar ontwrichtende en door velen als waanzinnig gekarakteriseerde beleid beëindigen en weer eens iets zinnigs gaan doen.

Het hoeft verder geen nader betoog dat in een proces van economisch herstel er in de zwakkere landen een veel beter democratisch, maatschappelijke en politiek, draagvlak ontstaat voor het aldaar doorvoeren van noodzakelijke economische hervormingen.

Met een ‘lean & mean’3 Euro Pact 2.0 geschoeid op de leest van ‘The Matheo Solution’ wordt niet de armoede efficiënt verdeeld zoals nu in de plannen van Macron, de Commissie en de AIV het geval is, maar wordt in alle eurolanden de welvaart verhoogd zoals ons oorspronkelijk bij de invoering van de euro werd beloofd. Bovendien wordt de Europese politieke elites het gezichtsverlies bespaard van het opdoeken van de euro. Mooier kunnen we het echt niet maken.4

Tot slot, juist omdat het Nederlandse regeringsstandpunt nog steeds is dat we juist niét naar een supranationale Europese politieke unie toe moeten bewegen, maar dat er wel waarde moet worden gehecht aan constructieve en welvaart-verhogende Europese monetaire samenwerking, zou juist Mark Rutte al het gestelde in dit betoog in de discussie moeten brengen tijdens de Eurotop komend najaar waarin het ‘reflection-paper’ van de Commissie door de nationale regeringsleiders zal worden besproken.

 

Auteurs

André ten Dam
Euro-researcher en jurist