De hoogste tijd voor een reset tussen Turkije en Europa
Opinie Europese Zaken

De hoogste tijd voor een reset tussen Turkije en Europa

18 Apr 2017 - 16:04
Photo: Flickr - World Humanitarian Summit
Terug naar archief

De uitslag van het Turkse referendum draagt bij tot de spanningen tussen Turkije en Europa. Een mogelijk einde van het toetredingsproces is de formele bezegeling dat tussen Turkije en Europa een haast definitieve kloof bestaat, meent hoogleraar aan de Universiteit Gent Dries Lesage. Bestaat er een exit uit de wederzijdse ramkoers?

Voor de Turkse president Erdogan was het referendum van 16 april 2017 over de invoering van een presidentieel systeem een risico. Hij had er eerder al een speerpunt van gemaakt, en wel in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015. Toen bleek het enthousiasme zelfs onder de eigen achterban erg matig. Het werd een zware verkiezingsnederlaag, waarbij de regeringspartij AKP haar absolute meerderheid in het parlement verloor. Die won zij terug bij nieuwe verkiezingen op 1 november 2015, na een campagne waarin de partij minder over het presidentiële systeem repte.

De nipte overwinning van het ja-kamp met 51,4% van de stemmen in het referendum van 16 april illustreert dat het geen uitgemaakte zaak was. Het land blijft erg verdeeld achter, en ook Erdogan zelf komt er beschadigd uit. Een dergelijke fundamentele hervorming vermag geen zo’n kleine meerderheid. Op het moment van schrijven heerst er ook nog forse onenigheid over de geldigheid van de stembusgang, met een onbekend aantal formulieren dat niet de vereiste officiële stempel droeg. Volgens de overheid is er niets aan de hand, maar zo zullen de oppositie in Turkije en westerse waarnemers het nooit percipiëren. Bovendien zijn er veel klachten over het verloop van de campagne, klachten die door verkiezingswaarnemers van de OVSE worden bevestigd.

De campagne werd gehouden onder de noodtoestand, ingesteld na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016. Die ging sowieso gepaard met een repressiever klimaat, dat ten koste ging van oppositiekrachten die ijverden voor een ‘neen’. Het ja-kamp wordt ook verweten in de campagne overheidsmiddelen te hebben aangewend en disproportioneel zichtbaar te zijn geweest in de media. Deze twijfels zullen blijven knagen aan de legitimiteit van de zittende president en het nieuwe systeem dat na de volgende presidentsverkiezingen in 2019 in werking zal treden.

Brokken door de Turkse campagne in Nederland, België en Duitsland
Elke overwinning voor Erdogan en zijn AKP zet Turkije op een kruispunt. Telkens is de vraag of de nieuwe politieke situatie tot meer of minder stabiliteit zal leiden en of de relaties met de Europese Unie en haar lidstaten zullen verbeteren of niet. In dit artikel richt ik mij op dit laatste.

Nederland
Vóór het referendum zaten de relaties met Europa al op het vriespunt. De diepte en complexiteit van dit probleem mogen niet worden onderschat. Wij zijn allen getuige geweest van de brokken die tijdens de campagne werden gemaakt. Het kristallisatiepunt vormde in dit verband de weigering van de Nederlandse regering, gesteund door Nederlandse oppositiepartijen, om Turkse regeringsgezinde politici toe te laten campagne te voeren onder de omvangrijke gemeenschap van Nederlandse Turken. Het vliegtuig van de Turkse minister van buitenlandse zaken Mevlut Çavuşoğlu werd het recht ontzegd te landen.

Pro-Erdogan-poster in Rotterdam. Bron: Flickr / Erik de Haan
Pro-Erdogan-poster in Rotterdam. Bron: Flickr / Erik de Haan

Daarop kon de minister van familiezaken Betül Sayan Kaya per auto het land binnenkomen, maar zij werd op een steenworp afstand van het Turkse consulaat in Rotterdam tegengehouden. Een politieman gebood haar meteen terug te rijden naar Duitsland. Er kwamen zware rellen van, waarbij Nederlandse Turken zelfs met politiehonden in bedwang werden gehouden. Deskundigen op het gebied van het internationaal recht redetwisten over de juridische deugdelijkheid van de Nederlandse opstelling.

Maar minstens zo belangrijk is de politieke en maatschappelijke dimensie. Premier Mark Rutte (VVD) en andere Nederlandse politici haalden expliciet een inhoudelijk argument aan. Zij vonden het ongewenst dat in Nederland campagne werd gevoerd voor een grondwetswijziging die volgens hen de Turkse democratie en rechtsstaat zou uithollen. Ten aanzien van de neen-campagne in Nederland werden dan ook weinig tot geen bezwaren gemaakt. Zo nam een parlementslid van de PvdA, Keklik Yücel, zelf het woord op een meeting van de neen-campagne. In Duitsland tekenden vooral lokale besturen verzet aan.

België
In België werd het minder hard gespeeld. De Belgische regering hield zich uitermate stil; zij verwees hooguit naar de autonomie van lokale besturen om manifestaties te verbieden die de openbare orde in het gedrang zouden kunnen brengen. In Antwerpen werd bijvoorbeeld een ja-gezinde bijeenkomst van Turkse ultranationalisten verboden. Ja-gezinde verenigingen botsten op de weigering van uitbaters van grote zalen om Turkse toppolitici te laten spreken. Maar Belgische politici en media waren het er inhoudelijk wel over eens dat dit soort manifestaties onwenselijk waren. Naar aanleiding van de Turkse perikelen begon de regeringspartij N-VA te sleutelen aan een wetsvoorstel dat ministers van andere landen zou verplichten vooraf toestemming te vragen voor een politieke meeting in België.

Meten met twee maten
Bij het ja-gezinde deel van de Turkse gemeenschap in Nederland, België en Duitsland werd deze attitude als grievend ervaren. Niet ten onrechte wezen zij op een dubbele maat. Waarom werd de ja-campagne geproblematiseerd en de neen-campagne niet? Hoe valt dit te rijmen met het recht op vergadering en meningsuiting? In welke mate houdt het inhoudelijke argument stand dat de ja-campagne staat voor minder en de neen-campagne voor meer democratie?

Dat argument is erg problematisch als je ziet hoe manifestaties van openlijke sympathisanten van de Koerdische PKK wel heel frequent in West-Europa kunnen demonstreren. Deze betogingen worden expliciet getooid met talrijke PKK-vlaggen en -symbolen. Ook in de aanloop naar het referendum hebben we dergelijke betogingen kunnen zien. Zo was er begin maart in Antwerpen een bijeenkomst met Zubeyir Aydar, een leider van de KCK, de politieke koepelorganisatie van de PKK, en vond er op 18 maart in het Duitse Frankfurt een demonstratie van duizenden PKK-aanhangers plaats. Volgens de EU is de PKK een terreurorganisatie. Het valt niet te ontkennen dat de PKK al duizenden Turkse militairen, politieagenten, andersdenkende Koerden en burgers (waaronder kinderen) heeft gedood.

Pro-PKK poster in Duitsland, 2016. Bron: Flickr / strassenstriche.net
Pro-PKK poster in Duitsland, 2016. Bron: Flickr / strassenstriche.net

Gelet op de ruim gedocumenteerde infiltratie van de (thans oppositionele) Gülenbeweging in het Turkse staats- en justitieapparaat en het massale machtsmisbruik tegen andersdenkenden, kunnen ook de manifestaties van deze beweging als problematisch wordt beschouwd in het licht van democratie en mensenrechten. Maar beleids- en opiniemakers zie je nooit protesteren. Er valt dus gemakkelijk te beargumenteren dat diverse segmenten van het neen-kamp er eveneens ondemocratische opvattingen en praktijken op nahouden, buitenlandse spanningen importeren en “mensen tegen elkaar opzetten”. Eenzijdig stigmatiseren draagt zodoende zelf ook bij tot de spanningen binnen onze interculturele samenleving. Het was dan ook onverstandig de lat niet voor iedereen gelijk te leggen.

Dit wil niet zeggen dat we de reacties van president Erdogan op de Europese houding moeten goedkeuren. De vergelijkingen met het nazisme en de verwijzingen naar en de schokkende leugen over de Nederlandse rol in Srebrenica waren volstrekt onaanvaardbaar. Op een bepaald ogenblik insinueerde Erdogan zelfs dat EU-burgers nergens ter wereld nog veilig zouden zijn op straat “als Europa zo doorging”. Deze uithalen waren ook onbegrijpelijk als je ziet hoe ze het leven van de vele Erdogan-gezinde Turken in West-Europa moeilijker maken – zij worden er immers op aangekeken en aangesproken.

Turkije en Europa moeten af van deze ramkoers
De uitslag van het referendum draagt in belangrijke mate bij tot de spanningen tussen Turkije en Europa. De EU en regeringen van de lidstaten blijven de inhoud van de grondwetswijziging bekritiseren en feliciteren Erdogan dan ook niet – in tegenstelling tot de Amerikaanse president Donald Trump. Ze houden ook een slag om de arm over het eerlijke verloop van het referendum. Aan Europese kant staat de barometer absoluut niet op toenadering tot Erdogan. De Turkse president van zijn kant is meteen doorgegaan met zijn harde retoriek tegen de Europeanen, die hij kruisvaarders noemt. Steeds nadrukkelijker plaatst hij zelf vraagtekens bij de Turkse toetreding tot de Europese Unie. Hij laat het ballonnetje op over een referendum over dit thema.

Herinvoering van de doodstraf: Stekker uit het toetredingsproces?
Een ander idee dat mogelijk voorwerp wordt van een referendum, is de herinvoering in Turkije van de doodstraf. De aanleiding is de mislukte couppoging en de zichtbare steun hiervoor bij een deel van de publieke opinie. Vele Europese politici hebben duidelijk gemaakt dat dit voor hen een rode lijn is en het einde van de toetredingsonderhandelingen zou betekenen. De vraag lijkt nu vooral wie als eerste de stekker uittrekt van dit proces, dat sowieso al jaren een vegetatief bestaan leidde. Tot nu toe wilde geen van beide kanten formeel deze stap zetten.

Dat heeft wellicht te maken met de grote symbolische en historische repercussies die deze beslissing zou hebben. Het einde van het toetredingsproces is de formele bezegeling dat Turkije en Europa fundamenteel anders zijn, en dat tussen beide een haast definitieve kloof bestaat. Dit is geen fijne boodschap aan het adres van miljoenen Turken van uiteenlopende strekking die het anders zien. Het is ook een controversieel signaal naar de rest van de wereld dat het vooroordeel van Europa als ‘christelijke club’ bevestigt. Wel dient gezegd dat de Brexit dit gegeven relativeert; de EU valt nu weer minder samen met de Europese identiteit.

Meer dan ooit zal Erdogan de hand moeten reiken naar andere segmenten van de Turkse bevolking

Toch moeten Europa en Turkije vanwege hun eigen belang intens blijven samenwerken. De gemeenschappelijke agenda is bekend: handel en investeringen, energietransport, vluchtelingen, terreurbestrijding, de NAVO en stabiliteit in het Midden-Oosten. Turkije blijft economisch sterk afhankelijk van de douane-unie met Europa, maar heeft ook een machtsmiddel via de drie miljoen Syrische en andere vluchtelingen. Dialoog zou de voorkeur moeten genieten boven dreiging in beide richtingen. Turkije en Europa moeten dringend op zoek naar een uitweg uit de wederzijdse ramkoers, ook al wordt formele toetreding voor onbepaalde tijd uitgesteld of voorgoed afgelast.

Zowel Ankara als Brussel moet zijn houding bijsturen
Laten we optimistisch blijven en ervan uitgaan dat de wenselijke reset tussen Europa en Turkije in de voorzienbare toekomst nog mogelijk is. In tegenstelling tot de overweldigende consensus in Europa moeten de stappen niet alleen van Ankara komen, maar ook van Europa zelf. Laten we beginnen met de Turkse zijde.

Wat Turkije betreft, hangen de binnen- en buitenlandse politiek nauw met elkaar samen. Binnenlandse verzoening zou meteen ook een betere relatie met Europa bevorderen. Het is onmiskenbaar in Erdogans eigen belang daarop in te zetten. Zijn presidentieel systeem, dat nu in de steigers wordt gezet, wordt door de helft van de bevolking uitgespuugd. Zijn eigen meerderheid is erg fragiel. Meer dan ooit zal Erdogan de hand moeten reiken naar andere segmenten van de bevolking. Dat zal gepaard moeten gaan met democratische stappen, waarbij weer wordt aangeknoopt bij de gunstige sfeer van 2002-2007.

De Duitse bondskanselier Merkel en de Turkse president Erdogan tijdens de World Humanitarian Summit in Istanbul, 2016. Bron: Flickr  / World Humanitarian Summit
De Duitse bondskanselier Merkel en de Turkse president Erdogan tijdens de World Humanitarian Summit in Istanbul, 2016. Bron: Flickr  / World Humanitarian Summit

Het land autoritair besturen vanuit een eigen, duurzame machtsbasis van maximaal 30 à 40 procent met een feitelijke eenpartijstaat, is een nachtmerriescenario voor Turkije, waaraan uiteindelijk ook Erdogan zelf ten onder kan gaan. Het is te hopen dat onder de bevolking zelf een dynamiek ontstaat, waarbij AKP-gezinden en secularisten, waaronder gematigde Koerden, toenadering tot elkaar vinden, en de politieke klasse op het rechte pad dwingen. Dit is niet gemakkelijk, omdat de top een dynamiek van onderop altijd wantrouwt en tegenwerkt.

Europa van zijn kant moet de connectie leggen met de achterban van de AKP. De ambitie moet zijn de harten en geesten van die mensen te winnen. Dat kan alleen door te luisteren naar hun zorgen en aspiraties. Terecht verwachten zij van Europa een veel kritischer houding ten opzichte van oppositionele elites en massabewegingen, die immers ook hebben bijgedragen tot de brute machtsstrijd en polarisatie in Turkije, waar het Erdogan-fenomeen uiteindelijk een product van is.

Het is de hoogste tijd voor een openhartige dialoog over de poging tot staatsgreep

Voorts moeten er veel explicietere vraagtekens worden geplaatst bij de legitimiteit van de PKK, die zelf een hinderpaal vormt voor verdere stappen in de Koerdische emancipatie. Haar aanhoudende geweld verkleint immers het draagvlak onder doorsnee-Turken voor volgende pro-Koerdische hervormingen. Niet helemaal ten onrechte ontwaren Turken in veel Europese milieus een positief, romantisch beeld over de PKK, zonder diepgravende analyse over de agenda, praktijken en gevolgen van deze organisatie. Ook de civiele samenleving rond de PKK, waaronder de pro-Koerdische partij HDP en PKK-gezinde media, verdienen meer Europese kritiek in plaats van de eenzijdige sympathie en slachtofferrol.

Europese instellingen en regeringen moeten eindelijk de Gülenistische invloed in de overheid als een probleem benoemen. Voorts is het de hoogste tijd voor een openhartige dialoog over de poging tot staatsgreep, waarbij meer dan 250 mensen omkwamen. Op een vrij dogmatische manier wimpelen Europese politici en media alles wat vanuit Turkije wordt aangedragen als indicaties en bewijzen over de verantwoordelijken als Erdogan-propaganda af. Zo worden ook prominente oppositiestemmen genegeerd.

Turkije heeft dit trauma nog allerminst verwerkt. Die nacht is het land mogelijk aan een burgeroorlog ontsnapt. Sterker nog, van hoog tot laag leeft in de Turkse samenleving de overtuiging dat westerse politieke kringen met de staatsgreep hebben gesympathiseerd en er zelfs medeplichtig aan waren. Dit dovemansgesprek is dus niet houdbaar.

Europa noch Turkije kan zich deze erg sombere status quo veroorloven. Maar de wereldgeschiedenis leert dat onze rationele vaststelling terzake geen enkele garantie biedt op beterschap. In feite ligt de bal in het kamp van ons allemaal. Op alle niveaus aan beide kanten van de Bosporus kunnen burgers, opiniemakers en politici zich engageren om van dit broodnodige partnerschap een succes te maken.

 

Auteurs

Dries Lesage
Hoogleraar aan het Ghent Institute for Internationale Studies (GIIS)