Artikelen Conflict en Fragiele Staten

De strijd tussen Saoedi-Arabië en Iran verklaard

20 Jan 2016 - 11:38
Photo: Flickr.com / Stephen Coles
Terug naar archief
Saoedi-Arabië en Iran voeren al enige jaren op afstand een oorlog op meerdere fronten met elkaar. Wat zijn de externe geopolitieke en de interne maatschappelijke verklaringen hiervoor?
 
Op 3 januari jl. verbrak het Koninkrijk Saoedi-Arabië zijn diplomatieke betrekkingen met Iran, snel gevolgd door de soennitische alliantiepartners van Saoedi-Arabië, te weten Bahrein, Soedan en de Verenigde Arabische Emiraten. Aanleiding was de terechtstelling door Saoedi-Arabië van de sji’itische geestelijke, sjeik Nimr al-Nimr, afkomstig uit de oostelijke – grotendeels sji’itische – provincie van het land. Dat leidde op haar beurt tot rellen in het sji’itische Iran, in het bijzonder tot aanvallen van een woedende menigte op de Saoedische ambassade in Irans hoofdstad Teheran. Ayatollah Khamenei stelde dat de terdoodveroordeling van Nimr al-Nimr niet zonder gevolgen zal blijven, premier Rohani dat de aanvallen op de Saoedische ambassade ‘niet te rechtvaardigen’ waren.
 
Zo kort vóór de start van vredesbesprekingen over de oorlog in Syrië en vóór het opheffen van de internationale sancties tegen Iran in het kader van het nucleaire akkoord met dat land eerder vorig jaar, bevindt de regio zich in een diplomatieke impasse tussen de soennitische en sji’itische krachten in de regio. Gebrek aan diplomatiek contact zou al snel tot verdere misinterpretatie van elkaars intenties kunnen leiden, en derhalve tot een nog gevaarlijker veiligheidssituatie dan nu al het geval is.
 
Al enige jaren voeren Saoedi-Arabië en Iran op afstand een oorlog op meerdere fronten met elkaar: in Syrië, Jemen, Irak en, in mindere mate, Bahrein en de oostelijke provincie van Saoedi-Arabië zelf. Wat zijn de externe geopolitieke en de interne maatschappelijke verklaringen hiervoor?
 

Een sterk gewijzigde geostrategische en geopolitieke omgeving

De afgelopen jaren is de geostrategische en geopolitieke context in de regio grondig gewijzigd. Welke veranderingen vonden er plaats en wat voor invloed hebben die gehad op de heropleving van de strijd tussen Saoedi-Arabië en Iran?
 
Leading from behind
Ten eerste moet worden gewezen op Barack Obama’s beleid van ‘leading from behind’, dat gericht was op de militaire terugtrekking van de Verenigde Staten na de avonturen in Irak en Afghanistan. Deze terugtrekking, die overigens ook al onder George W. Bush was ingezet, zorgde ervoor dat Washington nieuwe bedreigingen (zoals de opkomst van Islamitische Staat in Irak, de heropleving van de Taliban in Afghanistan) te laat heeft onderkend. Dit leidde tot een machtsvacuüm en tot een race tussen soennitische en sji’itische krachten in de regio om dit vacuüm te vullen.
 
Aanvankelijk leek Iran de winnaar te zijn van de Amerikaanse inval in Irak. De invoering van de democratie zonder ‘checks and balances’ betekende dat de sji’itische bevolking in het zuiden van het land de macht van het getal kon laten doorwerken. Vanaf 2004 gingen de sji’ieten de regeringen in Bagdad domineren, terwijl de soennieten van de voormalige sterke man Saddam Hoessein in de nieuwe instellingen in de verdrukking kwamen. De idee ontstond dat de sji’ieten er op uit waren hun oude machtspositie in de regio opnieuw in te nemen. Deze angst begon voeding te geven aan een nieuwe geopolitieke omgevingsanalyse in Saoedi-Arabië.
 
Een protestmars tegen de Bahreinse overheid in de hoofdstad Manama, 2011. - Bron: Wikimedia Commons / Lewa'a Alnasr
 
Arabische Lente
Ten tweede zorgde de golf van volksprotesten vanaf 2011 voor een zeer woelige, onberekenbare regionale omgeving. Tijdens de zogenaamde Arabische Lente van 2011 kwam de grotendeels sji’itische bevolking van de eilandstaat Bahrein in opstand tegen hun soennitische heersers, die nauw verbonden zijn met het huis Saoed. Prompt stuurde Riyad haar eigen troepen om de situatie in Bahrein te onderdrukken.
 
In Egypte werd Saoedi-Arabië een onverwachte alliantiepartner van het Egyptische leger om de moslimbroeders en ‘hun’ president Morsi via een contrarevolutie opnieuw van de macht te verdrijven. Een nieuwe verhaallijn werd gecreëerd door de nieuwe president en oud-generaal al-Sisi; de strijd tegen het terrorisme. Onder die banner werden moslimbroeders vervolgd en in de cel geplaatst. Sinds 2013 financiert Riyad het regime van al-Sisi de facto voor meerdere miljarden dollars per jaar. Vandaag de dag is Egypte één van de alliantiepartners van Saoedi-Arabië in de burgeroorlog tegen de sji’itische Houthi’s in Jemen. Riyad tracht dus zelf bevriende regimes in de regio te creëren en in stand te houden vanwege de angst voor de opkomende sji’a. 
 
Machtsvacuüm
Ten derde heeft het beleid van Riyad indirect bijgedragen tot een machtsvacuüm in Syrië; dat vacuüm werd opgevuld door Islamitische Staat. Toen de Arabische Lente in Syrië uitmondde tot een burgeroorlog, grepen de Saoedische inlichtingendiensten en private Saoedi & Qatari individuen de kans het omgekeerde scenario als dat in Irak te verwezenlijken; in Syrië vormden soennieten immers de meerderheid van de bevolking. Als de alawitisch-sji’itische president Assad van de macht verdreven kon worden, zou de geopolitieke balans tussen sji’a en soenni deels kunnen worden hersteld. Extreem radicale soennitische groeperingen werden gesteund, die later de kweekvijver zouden vormen waarin ‘Islamitische Staat’ / ‘Daesh’ kon gedijen. In die zin was Saoedi-Arabië indirect medeverantwoordelijk voor de creatie van een destabiliserende factor in de regio.
 
Tegelijkertijd dient ook het pact tussen het Huis Saoed en de stroming der wahhabieten vermeld te worden, een zeer conservatieve, radicaal-soennitische stroming van de islam. Die wordt in het buitenland door het Huis Saud gefinancierd; in ruil daarvoor erkennen de wahhabieten in het binnenland het gezag van de Saoedische koninklijke familie. Dit pact gaat terug tot de heroprichting van het Koninkrijk Saoedi-Arabië in 1932, en zelfs nog verder terug, t.w. in de achttiende eeuw tussen de Al Sauds en de radicaal-soennitische moslimprediker Mohammed Ibn Abdel-Wahhab.
 
Riyad betaalt een steeds hogere prijs voor deze in het buitenland destabiliserende factor. IS heeft het uiteindelijk ook gemunt op de val van het Huis Saud; het ultieme streven van IS is zelfs Mekka en Medina in te nemen. Dit verklaart mede waarom de defensieuitgaven van Saoedi-Arabië de laatste jaren zo snel toenemen, tot zo’n 56 miljard dollar (ter vergelijking; Iran geeft slechts zo’n 10 miljard dollar aan defensie uit).
 
"Het ultieme streven van IS is zelfs Mekka en Medina in te nemen." - Bron: Wikimedia Commons - Ali Mansuri
 
Veranderde relatie Washington-Riyad
Ten vierde is een fundamentele verandering opgetreden in de symbiotische relatie tussen de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog was deze gebaseerd op een pact tussen Washington en Riyad. In ruil voor de vrije toegang tot olie boden de Verenigde Staten Saoedi-Arabië bescherming. Kijk bijvoorbeeld naar de Golfoorlog in januari 1991 tegen Saddam Hoessein, toen deze Koeweit had ingenomen en ook Saoedi-Arabië bedreigde.
 
"Saoedi-Arabië voert een prijzenoorlog op de internationale oliemarkten"
 
Met de opkomst van de fracking-technologie konden de Verenigde Staten nu ook zelf nieuwe oliebronnen in gesteenten aanboren, de zogenaamde shale oil. De geopolitieke consequentie daarvan was een ontkoppelingsstrategie; de Amerikanen konden meer afstand nemen van Saoedi-Arabië want zij hadden minder behoefte aan de Saoedische olie. Daardoor werden interne kritische stemmen in Washington steeds minder onderdrukt. Waren 15 van de 19 kapers op 11 september 2001 immers niet van Saoedische origine? En wat te denken van de rol die Riyad speelde in het ondersteunen van radicaal-soennitische groeperingen in het Midden-Oosten?
Dat alles dreef Riyad in het nauw. Sedert ruim een jaar voert Saoedi-Arabië daarom een prijzenoorlog op de internationale markten. Het verhoogde zijn dagelijkse olieproductie van 9,25 miljoen vaten (in 2013) tot thans 10,19 miljoen vaten, [1]
in een poging door een overaanbod de Amerikaanse shale oil-producten uit de markt te prijzen; deze hebben namelijk een structureel hogere olieprijs nodig om zelfs maar break even te draaien. Gevolg was een nog verdere verwijdering tussen Washington en Riyad. De diplomatieke betrekkingen kwamen op een lager pitje te staan.
 
Tegelijkertijd trachtte president Obama een manier te vinden om het ‘destabiliserende’ Saoedi-Arabië af te remmen, zonder die term ooit in de mond te nemen. De oplossing bestond erin de geopolitieke relaties in het Midden-Oosten te hertekenen door de oude aartsvijand, Iran, opnieuw binnen te laten in de mainstream van de internationale betrekkingen in het Midden-Oosten. Dit brengt ons bij een laatste belangrijke factor.
 
Toenadering van het Westen tot Iran
Ten vijfde pasten de onderhandelingen van de internationale gemeenschap met Iran in een bewuste politiek van Obama en als antwoord op de verkiezing van de gematigde hervormer Rohani als premier van Iran. In ruil voor het expliciet beperken tot louter niet-militaire toepassingen van hun nucleaire programma, kon Iran opnieuw toegang krijgen tot de internationale markten. Zo kan het weldra buitenlandse directe investeringen binnenhalen om zijn economie te herstructureren. Dat zou ook onvermijdelijk leiden tot een nieuwe geopolitieke machtsbalans in het Midden-Oosten, iets wat Saoedi-Arabië grote zorgen baart en waarbij het zich plots in alliantie bevindt met landen als Israël.
 
Kaart 1: gebieden waar sjiieten en soennieten wonen in het Midden-Oosten - Bron: Wikimedia Commons
 
Het zijn deze vijf fundamentele wijzigingen in de geostrategische en geopolitieke omgeving die een grote impact hebben gehad op de strategische omgevingsanalyse van een land als Saoedi-Arabië. De centrale leidraad daarvan is de angst zijn positie te verliezen die het gedurende meerdere decennia genoot.
 
Saoedi-Arabië onder leiding van 30-jarige kroonprins
Op 23 januari 2015 kwam de 81 jarige koning Salman bin Abdulaziz Al Saud aan de macht. Het is evenwel niet hij, maar vooral de 30 jarige kroonprins en minister van defensie Mohammad bin Salman al-Saoed die volgens meerdere waarnemers de ware macht achter de troon bezet. Hij is tevens stafchef van het koninklijk hof, alsook voorzitter van een nieuwgevormde economische raad. Daarmee bezet hij een aantal sleutelfuncties in het koninkrijk. Het was vooral hij die aanstuurde op een Saoedische militaire interventie tegen de sji’itische Houthi’s in Jemen vanaf 2015. In plaats van te werken met proxy alliantiepartners, zoals in Syrië, werd nu de drempel verlaagd en ging Riyad zelf over tot directe militaire actie, daarin gesteund via de alliantiepartners die ze zelf de afgelopen jaren had gecreëerd, zoals Egypte.
 
Overdreef Riyad de steun die Iran verleende aan de Houthi's? Was het de bedoeling Iran daarmee in een slecht daglicht te plaatsen, zodat de internationale gemeenschap toch twee keer zou nadenken vooraleer Iran weer toe te laten tot de mainstream van de internationale politiek? Eenzelfde redenering gaat overigens ook op voor de terdoodveroordeling van de Nimr al-Nimr. Saoedi-Arabië moet geweten hebben dat dit de sji’ieten in de regio in het harnas zou jagen. Was het misschien de bedoeling een incident uit te lokken om zo de diplomatieke betrekkingen met Iran te kunnen verbreken? Rond 28 januari worden immers de internationale sancties tegen Iran na twaalf jaar afgebouwd. Wellicht zou het Westen zijn openingspolitiek ten aanzien van Iran toch nog wat vertragen.
 
De huidige spanningen moeten echter ook vanuit binnenlandspolitieke verklaringsfactoren geanalyseerd worden, al staan deze niet los van de geopolitieke context.
 
Een portret van sjeik Nimr al-Nimr. Wikimedia Commons / Abbas Goudarzi
 

Interne maatschappelijke verklaringen

Zowel Iran als Saoedi-Arabië staat voor bijzonder belangrijke intern-maatschappelijke uitdagingen en veranderingen. Deze zijn zo fundamenteel dat het zoeken naar een externe vijand altijd een beproefd recept is om een deel van de aandacht af te leiden.
 
Détente doet Iraanse economie opbloeien
Beide landen hebben een bijzonder jonge bevolking. Vanwege de sancties heeft de Iraanse economie zich onvoldoende kunnen ontwikkelen. Bij een détente en opening van de economie mag verwacht worden dat buitenlandse directe investeringen het land zullen doen opbloeien. Daarnaast wil Iran binnen een relatief korte periode zijn olieproductie opdrijven, en wel van 600.000 naar anderhalf miljoen vaten per dag. Daardoor zal de internationale olieprijs verder dalen. Buitenlandse deviezen zullen zo wel het land binnenstromen. Dat kan de overigens pro-westerse jonge bevolking mogelijk banen en kansen bieden. Er is, kortom, nu een perspectief op ontwikkeling, op voorwaarde dat Iran niet meer in een internationaal isolement terechtkomt.
 
Neerwaartse spiraal Saoedische economie?
Saoedi-Arabië zit in een andere fase, die van de neergang van de economie. Zoals gezegd zal verhoging van de Iraanse olieproductie de olieprijs – die medio januari 2016 op 30 dollar voor een vat van 159 liter staat – verder kunnen doen dalen. Tot voor kort had Saoedi-Arabië een eigen ‘oorlogskas’ aan reserves ter waarde van naar schatting 750 miljard dollar. Ondertussen werden daarvan al 100 miljard dollar gebruikt om de staat zijn politiek van vrijgevigheid ten aanzien van de grotendeels onder-geactiveerde bevolking voort te zetten.
 
Dat model is niet langer houdbaar. Prins Mohammad bin Salman al-Saoed pleit voortaan voor thatcheriaanse hervormingen, waarbij het kroonjuweel Saudi-Aramco, de nationale oliemaatschappij, deels geprivatiseerd zou kunnen worden om zo gelden vrij te maken. Tevens pleit hij voor een ‘Transformatie Plan 2020’, waarbij alternatieven voor olie gezocht zullen worden (een reactie op het klimaatakkoord in Parijs?) en het mes zal worden gezet in publieke functies bij de overheid.
 
Saoedi-Arabië staat voor een race; ofwel hervormt het land in rap tempo drastisch en activeert het zijn eigen bevolking, ofwel komt het economisch in structurele problemen terecht, waardoor de autoriteit van het Huis Saud zelf in gevaar zou kunnen komen.
 
"Prins Mohammad bin Salman al-Saoed pleit voortaan voor thatcheriaanse hervormingen in Saoedi-Arabië"
 
Tegelijkertijd wordt er wel voor gekozen de uitgaven voor defensie en veiligheid aanzienlijk uit te breiden; van 7% van het BNP in 2012 tot 10% in 2015, en een nieuwe te verwachten stijging in 2015.
 
Sji’itische minderheid Saoedi-Arabië
Er is wel degelijk ook een andere interne bedreiging in Saoedi-Arabië zelf, namelijk de sji’itische bevolking, die vooral in de oostelijke provincie woont; met 15% van de totale bevolking van Saoedi-Arabië, oftewel zo’n twee tot drie miljoen mensen, een aanzienlijke minderheid in het land. Sjeik Nimr al-Nimr behoorde tot deze bevolkingsgroep. Belangrijk is evenwel dat juist in het gebied waar deze sji’ieten wonen zich zeer omvangrijke olievelden van het Koninkrijk bevinden. Een nachtmerrie-scenario voor Riyad zou zijn als sji’itische rebellen deze olievelden zouden controleren en zo de macht van het Huis Saud van binnenuit zouden kunnen uithollen.
 
Dit verklaart wellicht waarom Riyad zo fors reageert, ook al om een voorbeeld te stellen aan anderen die de macht van het Huis Saud in vraag zouden willen stellen. Dit alles maakt duidelijk dat de strijd tussen sji’a en sunni niet alleen in de gehele regio, maar ook binnen Saoedi-Arabië zelf woedt. Men kan zich evenwel de vraag stellen of de strategie van de harde repressie niet juist het omgekeerde effect zal sorteren. De angst van de Saudische elite zou dit gepercipieerde “sji’a-gevaar” door haar eigen stellingname wel eens op termijn groter kunnen maken dat het aanvankelijk was. In die zin wordt de sji’itisch-soennitische rivaliteit dan een self fulfilling prophecy.
 
De vraag is overigens of er wel veel bewijzen zijn dat Iran zich hier als destabiliserende factor opstelt. Heeft Saoedi-Arabië de afgelopen jaren zich op dat vlak niet veel uitdrukkelijker vergrepen aan een offensieve politiek? Zeker, de huidige situatie is gevaarlijk, al is de kans op escalatie tot een openlijk militair treffen tussen Iran en Saoedi-Arabië klein. Eerder zou de schimmenoorlog tussen beide landen via proxies op diverse locaties in de regio kunnen verhevigen.
 

Naar een nieuwe geopolitieke balans tussen Saoedi-Arabië en Iran

De meest prangende vraag is welke impact deze ontwikkelingen zullen hebben op het Syrische vredesoverleg, dat eind januari van start moet gaan. Ook daar staan de alewitisch-sji’itische regering van Assad en een amalgaam van soennitische fracties tegenover elkaar. Mocht blijken dat zij absoluut niet door eenzelfde deur kunnen, dan zou dat tot een nieuwe militaire ronde op het terrein kunnen leiden.
Het is dan ook van het grootste belang dat de westerse mogendheden maximale druk uitoefenen op de soennitische rebellen om deel te nemen aan het vredesproces, zoals unaniem uitgetekend door de VN-Veiligheidsraad op 18 december 2015. En Rusland zal hetzelfde moeten doen ten aanzien van de regering-Assad.
Zo niet, dan staan het Midden-Oosten nog meer onzekerheid, spanningen en militaire avonturen te wachten. Een impasse in Syrië zal immers ook gevolgen hebben voor de interne stabiliteit van Irak. Uiteindelijk zal een nieuwe geopolitieke balans gevonden moeten worden tussen Saoedi-Arabië en Iran. Dat zal cruciaal zijn om weer enige stabiliteit in de regio te brengen.
 
 
Bibliografie
 
·        Saudi Arabia. Young Prince in a hurry, The Economist, 9 januari 2016
 
·        The Saudi Blueprint, The Economist, 9 januari 2016
 
·        Williams, J., Why Saudi leaders keep making bad decisions: they’re scared, Vox, 7 januari 2016
 
 
 
 
David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies.
 
 
 

Auteurs

David Criekemans
Professor of International Relations at the University of Antwerp, International Politics and Security at the University College Roosevelt