Terug naar archief
De wereld door de ogen van ons team van spectators

De utopie van Europese strategische autonomie

29 Jan 2019 - 15:50

Op het gebied van veiligheid bestaat binnen de EU een levendige discussie over strategische autonomie en de gevolgen van Brexit voor de Europese defensie. Ingevolge uitspraken van onder meer Macron en Merkel is ook het idee van een Europees Leger weer van stal gehaald. Vooralsnog ontbreekt het de EU op militair gebied dan ook niet aan ambitie. Deze blijft echter voornamelijk beperkt tot talloze documenten.

Het kan echter niet ontkend worden dat de laatste jaren met onder meer verhoging van de defensiebudgetten in vele EU-lidstaten, de oprichting van een Europees Defensiefonds (EDF) en de Permanent Gestructureerde Samenwerking (PESCO), een belangrijke stap gezet is naar versterking van de Europese defensie. Het gemiddelde percentage dat de EU lidstaten aan defensie besteden is inmiddels gestegen tot 1,44 %.

De hooggespannen verwachtingen - ook op defensiegebied - voor de Duits-Franse top in Aken op 22 januari zijn echter niet bewaarheid. Van de EU-hervormingsplannen die Macron in zijn befaamde Sorbonne speech op 26 september 2017 uiteen zette, is weinig terug te vinden in het Verdrag van Aken. Veel in het verdrag is al jaren goed gebruik en is meer intern op de grensoverschrijdende Duits-Franse gebieden dan extern gericht. Het verdrag benadrukt vooral versteviging van de Duits-Franse vriendschap, daarbij onder andere inzettend op afstemming van wetten en belastingen, meer gezamenlijke vergaderingen en betere samenwerking op regerings-, parlementair en regionaal niveau.

Zonder concreet te worden meldt het verdrag op de gebruikelijke diplomatieke wijze daarnaast, dat de twee landen hun samenwerking op het gebied van buitenlandse politiek, defensie, en externe en interne veiligheid willen verdiepen, terwijl ze de Europese capaciteit voor onafhankelijke actie willen versterken.   Opmerkelijk is daarbij dat van de ‘mondiale strategie’ voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (EUGS), die in juli 2016 zo welwillend werd ontvangen, weinig is terug te vinden in het verdrag. Kortom: niet indrukwekkend. Een commentator in de NRC noemde het verdrag zelfs “op het kneuterige af”.

Zoals verwacht kon worden waren de Eurosceptici desondanks kritisch over het verdrag. Niet geheel onverwachts was het mantra van ‘verlies aan soevereiniteit’ hun voornaamste klacht. Maar ook aanhangers van de Europese gedachte toonden zich niet onverdeeld positief. Zo benadrukte de President van de Europese Raad Donald Tusk in zijn speech in Aken dat met dit verdrag het geloof in het doel van Europese integratie voor de Europese Unie als geheel niet verloren mag gaan. Hij zei onomwonden dat vandaag de dag Europa een duidelijk signaal van Parijs en  Berlijn nodig heeft, en dat versterkte samenwerking opgesplitst in kleine afzonderlijke onderdelen geen alternatief is voor samenwerking in geheel Europa. Dat betekent volgens Tusk  dat het doel moet zijn vóór integratie, en niet in plaats van integratie.

De bange vraag voor de Europese NAVO-landen is: hoe betrouwbaar is de Amerikaanse veiligheidsgarantie nog?

Inmiddels heeft een recent verschenen gezamenlijke studie van het International Institute for Strategic Studies (IISS) en de German Council on Foreign Relations (DGAP) de militaire ambities van de EU met de neus op de militaire feiten gedrukt. Centraal staat in deze studie wat de gevolgen van Brexit zijn voor de Europese defensie. Zoals bekend willen de EU-lidstaten in het kader van het Gemeenschappelijke Veiligheid en Defensie Beleid (GVDB) in staat zijn diverse militaire operaties uit te voeren, variërende van laag tot hoog in het geweldsspectrum. De onderzoekers baseren zich in hun studie op de huidige Europese militaire capaciteiten aangevuld met wat voorzien is tot 2030 in de reeds bekend gemaakte plannen.

De studie maakt duidelijk, dat er in vrijwel alle scenario’s tekortkomingen voorkomen die zonder deelname van Groot-Brittannië alleen maar groter zijn. De veelgenoemde strategische autonomie van de EU beperkt zich volgens de studie tot het laagste niveau van het operationele spectrum. De EUGS bepleit echter dat de EU in staat moet zijn in het gehele spectrum autonoom te handelen. De onderzoekers tonen dan ook aan dat de EU op strategisch niveau nog vele jaren afhankelijk zal zijn van de Verenigde Staten. En dat is geen nieuws, want dat wordt ook herhaaldelijk in het openbaar door Europese leiders beaamd.

Maar het is tegelijkertijd slecht nieuws in het licht van eerdere negatieve uitspraken van president Trump over de NAVO en het recente aftreden van minister van defensie, Jim Mattis. De bange vraag voor de Europese NAVO-landen is: hoe betrouwbaar is de Amerikaanse veiligheidsgarantie nog? Weliswaar heeft het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden met overweldigende meerderheid (357-22) vorige week een resolutie aangenomen die een wet moet ondersteunen die zich keert tegen het terugtrekken van de Verenigde Staten uit de NAVO. En president Trump –wispelturig als hij is-  heeft onlangs verklaard voor 100% achter de NAVO te staan. Maar wat is dat waard?

Hoewel velen dit ongetwijfeld als een non-starter zullen beschouwen, is de optie van een Europese NAVO in dit verband het overwegen waard. Niet voor niets zijn 22 lidstaten van de EU tevens lid van de NAVO. Voortbouwend op de toenemende samenwerking tussen EU en NAVO zouden de militaire structuren van het GVDB geïntegreerd kunnen worden in de structuren van de NAVO.

Zo hebben zowel Amerika als Europa een gemeenschappelijk belang in het opwerpen van een dam tegen de zich uitbreidende invloed van het autoritaire China en tegen een assertief Rusland. Wellicht biedt een gemeenschappelijk geïntegreerd Amerikaans-Europees beleid (hard power + soft power = smart power) aanknopingspunten voor de bovengenoemde optie. Dat zal veel overleg vergen, maar in deze ongewisse en veranderlijke tijden mag langzamerhand niets meer worden uitgesloten!

Auteurs

Kees Homan
Veiligheidsdeskundige en Generaal-Majoor der Mariniers, b.d.