Drie economische lessen voor de volgende pandemie
Analyse Coronacrisis

Drie economische lessen voor de volgende pandemie

06 Oct 2021 - 08:45
Photo: Voorbijgangers gereflecteerd op een elektronisch scherm met beurscijfers in Tokyo op 29 september 2021. © REUTERS - Issei Kato
Terug naar archief

Tijdens de coronapandemie die eind 2019 uitbrak zijn veel fouten gemaakt. In deze voorpublicatie van Peter van Bergeijks boek De volgende pandemie presenteert de hoogleraar International Economics and Macroeconomics drie belangrijke economische lessen.1

In een oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer. Het verbaast mij dat dit ook het geval is bij een pandemie. Hoe kunnen we nog zien wat waardevol en wat waardeloos is? Hoe onderscheiden we zinvol van zinloos? En vooral: hoe scheiden we feit en fictie? Dit kan alleen op basis van gegevens en door het hebben van een open blik.

De gegevens betreffende de coronapandemie presenteer ik in mijn boek met behulp van grafieken van eigen hand. Figuur 1 geeft een voorproefje en laat zien dat westerse democratische markteconomieën bijna net zo veel vrijheid van hun burgers hebben afgenomen sinds de uitbraak van de coronacrisis als die ‘malle Chinezen’, en dat hun sterftecijfers vele malen hoger liggen dan in China. Men kan natuurlijk bedenkingen hebben bij de betrouwbaarheid van Chinese cijfers. Daarom is het belangrijk dat ook voor een aantal OESO landen (Korea, Nieuw Zeeland) een patroon kan worden herkend waarbij snel doorgevoerde strenge maatregelen uiteindelijk minder vrijheid kosten.

Figuur 1
* Voor de leesbaarheid van de grafiek is Peru (strengheid 102 en sterfte 5609 per miljoen) niet ingetekend. Bronnen: De vrijheidsbeperking is bepaald aan de hand van de COVID-19 Government Response Tracker (OxCGRT) van de Universiteit van Oxford waarin systematisch gegevens worden verzameld over het overheidsbeleid om de verspreiding van COVID-19 te beperken. De sterftecijfers zijn van Our World In Data (ourworldindata.org), de beste gegevenswebsite die ik ken met gegevens en analyses voor alle terreinen die relevant zijn voor de Duurzame Ontwikkelinsdoelstellingen (de Sustainable Development Goals vaak aangeduid als SDGs) van de Verenigde Naties.

In figuur 1 stelt ieder bolletje een OESO land voor. Op de horizontale as staat de totale vrijheidsbeperking sinds de uitbraak van de coronapandemie, waarbij we per dag hebben bekeken wat de maatregelen zijn. Deze dagscore is over de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 augustus 2021 opgeteld. Voorbeelden van vrijheidsbeperkingen zijn het sluiten van scholen en economische sectoren en nationale en internationale reisbeperkingen.

Hoe hoger deze score op de horizontale as, des te meer is de vrijheid beperkt. Deze vrijheidsbeperking is uitgedrukt als indexcijfer (China = 100) zodat het procentuele verschil met China in één oogopslag te zien is. De OESO landen zijn aangeduid met ISO landcodes. Voor Italië (ITO) kun je op de horizontale as aflezen dat de vrijheidsbeperkingen over de hele pandemie neerkwamen op bijna 100% van de Chinese maatregelen; voor Nederland (NL) was dat 85%.

Op de verticale as staat het aantal COVID-19-doden. De bevolkingsomvang wordt gecorrigeerd door naar het aantal sterfgevallen per miljoen inwoners te kijken. Hoe hoger de score op de verticale as, des te hoger is het sterftecijfer. Sterftecijfers hebben alleen betrekking op gerapporteerde gevallen; mensen die overlijden aan corona zonder te zijn getest worden niet meegeteld. De sterftecijfers zijn dus altijd te laag.

De Chinese reactie op de COVID-19-uitbraak in Wuhan was voor ons op dat moment onvoorstelbaar: een waterdichte isolatie van een grootstedelijke regio en een complete lockdown. Ik herinner me nog een tweet van het RIVM: “In Nederland nemen we proportionele maatregelen. In China doen ze dat blijkbaar anders.”2 Zo’n volledige afsluiting; dat kon natuurlijk niet in een open economie als die van Nederland.

Het was daarentegen blijkbaar wel mogelijk om voor lange tijd minder verstrekkende beperkingen door te voeren die bij elkaar opgeteld de vrijheid uiteindelijk net zo beperkten als de afsluiting van Wuhan. Heel veel kleine, lichte en ‘intelligente’ lockdowndagen, met of zonder avondklok, vormen bij elkaar immers een hele grote lockdown.

Wuhan, oktober 2020. Thomas_Yung - Flickr
Wuhan, oktober 2020. © Thomas_Yung / Flickr

Ongecijferdheid
Als jonge beambte op het ministerie van Economische Zaken had ik ooit een baas die op bijna al mijn nota’s “cijfers checken” schreef; er zat inderdaad altijd wel een foutje in. Later leerde ik dat hij nogal lui was en direct stopte met lezen als hij een getal zag – met deze opmerking had hij zijn commentaar snel klaar. Ik ben me hierdoor niettemin veel bewuster van wat goede cijfers zijn en wat niet.

In de maatschappij is dat anders; daar stopt men met kritisch denken als er een economisch gegeven langskomt. Voor een dynamische democratie is dergelijke ‘ongecijferdheid’ net zo’n grote bedreiging als analfabetisme.

De ongecijferdheid van Nederland tijdens de pandemie zet je aan het denken. Is er sprake van gebrek aan kunde of onvoldoende kennis van en/of onvoldoende rekenschap geven van de feiten?

De frequentie van corona-achtige pandemieën is vier per eeuw

Het doet gewoon pijn aan de oren wanneer je de president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, in de Tweede Kamer hoort zeggen: “Corona is het type schok dat één keer in de honderd jaar gebeurt.” En bij de presentatie van het jaarverslag van De Nederlandsche Bank een jaar later schrik je van zijn vaststelling dat de coronakrimp van de Nederlandse economie in 2020 een nieuw record heeft gevestigd.3

Beide beweringen zijn namelijk onjuist. De frequentie van corona-achtige pandemieën is vier per eeuw en de kredietcrisis die in 2007 begon, voert nog steeds het klassement aan. Knot is een gepromoveerde econoom met een schat aan ervaring in het economische beleid en met een grote professionele staf. Hoe kan dit dan toch zo fout gaan?

President van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot in 2018. Deutsche Bundesbank - Flickr
President van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot in 2018. © Deutsche Bundesbank / Flickr

Het échte leren start pas nadat de pandemie bedwongen is. En dan zullen we haast moeten maken, want de volgende pandemie is een zekerheid waarvan alleen de timing onzeker is.

Ik hoop van ganser harte dat er lessen getrokken gaan worden door van en met elkaar te leren. Artsen zien een ziekte die genezen moet worden, en zullen vervolgens op preventie hameren. Sociale wetenschappers zien een ziekte die uitbreekt, en daarom staan voorbereiding op en het verminderen van de maatschappelijke invloed van een pandemie centraal.

Leren kan alleen als we deze twee perspectieven samenbrengen. Een pandemie is immers ook een maatschappelijk probleem en daarom moet de kennis en kunde van heel wat wetenschapsgebieden bij elkaar worden gebracht om te begrijpen wat er is gebeurd. We moeten als het ware een nieuw vak gaan bestuderen: de ‘pandemiologie’.

Drie belangrijkste inzichten
De drie belangrijkste inzichten die een econoom de pandemiologie te bieden heeft, zijn de micro-macroparadox, de Tinbergenregel en de Kritiek van Lucas. Het zijn drie pijnlijke lessen die economen met vallen en opstaan geleerd hebben doordat ze veel dingen fout hebben gedaan.

Les 1: de micro-macroparadox
De eerste les, de micro-macroparadox, komt erop neer dat iets wat goed is voor het individu niet per definitie goed hoeft te zijn voor de samenleving (voor datzelfde individu, maar dan in een groep). Een micro-oplossing kan immers een macroprobleem opleveren.

Het bekendste economische voorbeeld is de spaarparadox. Voor een individu is spaarzin goed. Als iedereen echter opeens een groter deel van zijn of haar inkomen gaat sparen, wordt er minder geconsumeerd en dus minder verkocht, en dan daalt het nationaal inkomen. Sparen kan dus op microniveau gezond zijn maar op macroniveau ziek maken.

Dit is een veelvoorkomende paradox. Vaccinatie is een heel herkenbaar voorbeeld van de micro-macroparadox tijdens een pandemie. Op individueel niveau is het begrijpelijk dat een afweging wordt gemaakt tussen het risico op een ernstige bijwerking en het risico te overlijden aan het COVID-19-virus. Het kan op individueel niveau een rationele beslissing zijn om geen vaccinatie te nemen.

Het pauzeren van vaccinatie vanwege individuele risico’s lijkt levens te redden, maar dit is schijnwinst

Op macroniveau treden daarentegen problemen op als iedereen deze beslissing maakt (of de afweging voor iedereen zo wordt gemaakt door de overheid). Het allerbelangrijkste risico van een pandemie – het instorten van de gezondheidszorg – blijft dan namelijk bestaan.

Tijdens zo’n zorginfarct neemt de sterftekans in algemene zin toe. Ziekten en ongelukken die je bij een goed functionerende gezondheidszorg kunt overleven, lopen dan slecht af. Het pauzeren van vaccinatie vanwege individuele risico’s lijkt levens te redden, maar dit is schijnwinst omdat de besmettingen doorrazen en pauzering de risico’s van een vastlopende zorg bestendigt.

Vaccinatie tegen COVID-19 in Benin in maart 2021. Présidence de la République du Bénin - Flickr
Vaccinatie tegen COVID-19 in Benin in maart 2021. © Présidence de la République du Bénin / Flickr

Les 2: de Tinbergenregel
De Tinbergenregel is de tweede les en een van de verbluffendste inzichten van de economie. Wanneer je de regel eenmaal kent, zul je je verbazen over de frequentie waarmee politici en beleidsmakers tegen de regel zondigen en daarmee onrealistische verwachtingen wekken en een tot mislukken gedoemd beleid optuigen.

De regel is ontworpen door Jan Tinbergen, die de eerste Nobelprijs voor Economie kreeg, en luidt: je moet tenminste evenveel instrumenten hebben als er doelstellingen zijn. Zijn er drie doelstellingen geformuleerd maar heb je maar twee instrumenten, dan lukt het je nooit de doelstellingen te bereiken.

Een treffend voorbeeld van een schending van de Tinbergenregel is de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Haar doelstellingen zijn van het type ‘en-en-en’, maar er zijn te weinig instrumenten voorhanden om ze ook daadwerkelijk te bewerkstelligen.

Het wettelijk kader voor de WHO is de Internationale Gezondheidsregeling (ook bekend als het internationale verdrag inzake volksgezondheidsmaatregelen tegen de internationale verspreiding van ziekten). Artikel 3 hiervan schrijft voor dat maatregelen moeten “geschieden met volledige inachtneming van de waardigheid, mensenrechten en fundamentele vrijheden van personen”.4

Het is het teveel aan doelstellingen dat de slagkracht van de Wereldgezondheidsorganisatie ondergraaft

De doelstelling van het verdrag is het voorkomen van, beschermen tegen en beheersen van internationale verspreiding van ziekten, zonder het handelsverkeer en internationale reisbewegingen onnodig te belemmeren. In een nadere uitwerking van Artikel 3 blijkt dat armoedebestrijding hiervoor noodzakelijk wordt geacht, waarbij een verband met macro-economisch beleid wordt gelegd.

Er is tijdens de pandemie veel kritiek geweest op de WHO, bijvoorbeeld omdat de organisatie zich niet uitsprak tegen gedwongen isolatie of zich niet verzette tegen de tsunami aan belemmeringen van handel en het reizigersverkeer. De Tinbergenregel maakt echter duidelijk dat die kritiek lui en onterecht is.

De hoofddoelstelling van de WHO is universeel toegankelijke gezondheidszorg, en haar instrumentarium (wetenschappelijk onderbouwd advies) is daarop toegesneden. Eén doel, één instrument – dus dat zou kunnen werken. Maar als je meer doelstellingen toevoegt (bijvoorbeeld het toezicht op mensenrechten), werkt het niet meer. Het is dus het teveel aan doelstellingen dat de slagkracht van de Wereldgezondheidsorganisatie ondergraaft.

VanBergeijk - World Health Organization. U.S. Mission Geneva Eric Bridiers - Flickr.
Het hoofdkantoor van de World Health Organization in Genève. © U.S. Mission Geneva Eric Bridiers / Flickr.

Les 3: de Kritiek van Lucas
De derde economische les voor de pandemiologie is dat het gedrag van mensen zich razendsnel aanpast en dat maatregelen dus niet zondermeer doorgerekend kunnen worden met modellen. Die modellen bevatten de gestolde ervaringen van het verleden, maar die werkelijkheid van toen bestaat niet meer zodra je maatregelen neemt of loslaat.

Onder economen staat dit inzicht bekend als de Kritiek van Lucas (naar de uitvinder Robert Lucas, alweer een Nobelprijswinnaar voor Economie). Stel een avondklok in die om zes uur begint en alle activiteiten verschuiven zich naar de middag of een etentje wordt opeens een logeerpartij. Het netto-effect is heel klein en mogelijk stimuleert de avondklok onder bepaalde omstandigheden de verspreiding van een virus zelfs.

Voor foute voorspellingen ben je bij economen aan het juiste adres

Bovendien bijten de modelvoorspellingen zichzelf in de staart: prognosticeer je een daling, dan nemen de mensen de regels minder serieus en neemt de neiging zich te laten testen af. Maar voorspel je een stijging dan gebeurt precies het omgekeerde.

Dit alles betekent bijvoorbeeld dat het aandeel positieve testen varieert met de fase van de pandemie en de genomen maatregelen. Je moet veel foute voorspellingen doen om zulke lessen te kunnen trekken en voor foute voorspellingen ben je bij economen aan het juiste adres.

VanBergeijk - Den Haag, oktober 2020. Roel Wijnants
Den Haag, oktober 2020. © Roel Wijnants / Flickr

Er zijn uiteraard ook veel belangrijke lessen die economen moeten leren. Een belangrijke les uit de epidemiologie is dat je niet moet vaccineren als de verwachte vaccinatiegraad te laag is, omdat je dan uiteindelijk met veel meer ernstige gevallen te maken krijgt dan zonder vaccinatie. Ik kwam deze les tegen in de oratie De epidemie voorbij: rekenmodellen voor infectieziektebestrijding van Jacco Wallinga, hoofdmodelleur van het RIVM.5

Het is een tegenintuïtief inzicht dat logisch volgt uit wiskundige modellen, dat in de praktijk is waargenomen en dat bovendien een uiterst relevante bevinding is bij een pandemie. Want als de mondiale vaccinatiegraad te laag is (bijvoorbeeld omdat de toegang van derdewereldlanden niet is gegarandeerd), span je het paard achter de wagen. Ik ben dit inzicht nog nergens tegengekomen in economenland.

To do voor de volgende pandemie: een multidisciplinaire benadering
Samenwerken tussen verschillende wetenschappen is geen panacee, maar kan wel helpen tegen blinde vlekken. Buitenstaanders kunnen elkaar kritisch en scherp houden: kijk je wel goed, zie je wel echt wat er gebeurt, is dit wel een oplossing op de langere termen?

Waar het om draait is dat een pandemie alleen doelmatig kan worden bestreden als we onderkennen dat het een bijzondere maatschappelijke bedreiging is. Een pandemie is meer dan een uitvergrote epidemie en het is meer dan een zeer zware recessie.

Een virus trekt zich niets aan van de mentale scheiding die we hebben aangebracht tussen wetenschappen. We hebben alle kennisvelden nodig om een pandemie doelmatig te kunnen bestrijden. Het is zaak die les ook echt te trekken.

bookcoverPeter van Bergeijk - De volgende pandemie. Een deltaplan voor overleving

Publicatiedatum  02 - 10 - 2021

Prijs € 19,99

ISBN 9789462498082

Aantal pagina's  192

 

  • 1. Deze bijdrage is een ingekorte en bewerkte versie van het eerste hoofdstuk uit het boek De volgende pandemie. Een deltaplan voor overleving, verschenen bij Walburgpers in oktober 2021.
  • 2. RIVM Twitter-account, 13 februari 2020.
  • 3. Het citaat van Klaas Knot komt uit: Tweede Kamer, macro-economische risico’s voor het fijinanciële stelsel, vaste commissie voor Financiën (conceptverslag). Zijn opmerking over het record staat in ‘Inleiding door Klaas Knot bij persconferentie dnb jaarverslag 2020 (22 maart 2021)’ te vinden op dnb.nl.
  • 4. Zie de Internationale Gezondheidsregeling bij de Verdragenbank van Overheid.nl.
  • 5. Jacco Wallinga, De epidemie voorbij : rekenmodellen voor infectieziektebestrijding, Oratie Universiteit Leiden, vrijdag 21 oktober 2016.

Auteurs

Peter van Bergeijk
Hoogleraar Internationale Economische Betrekkingen en Macroeconomie aan het Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit (ISS)