#EP2019: ‘Europa’ terug naar de tekentafel
Opinie Europese Zaken

#EP2019: ‘Europa’ terug naar de tekentafel

07 May 2019 - 15:31
Photo: ©European Parliament
Terug naar archief

In de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement op 23 mei delen zes Nederlandse lijsttrekkers hun visie op de Europese Unie en de plaats van Nederland binnen de EU. In deze derde aflevering Derk Jan Eppink, de lijsttrekker van het Forum voor Democratie voor de Europese verkiezingen.

Voor een verkiezingscampagne start, is het altijd nuttig eerst een boek te schrijven: informatie opnemen, ontwikkelingen analyseren, om vervolgens tot een gedachtenordening te komen. Ik heb dat gedaan via het boek ‘Europees Realisme’ dat, met een voorwoord van Thierry Baudet, in april werd gepresenteerd in het Amsterdam hotel ‘De L’Europe’, in de Spiegelzaal. Het eerste exemplaar was voor de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra uit Holland, Michigan. Weest gerust, ik zal geen bespreking maken van mijn eigen boek.

Dertig jaar na de val van de Muur is de EU een krakende wagen

Ik heb circa 15 jaar in de Europese politiek gewerkt en in verschillende hoedanigheden. Vaak heb ik me afgevraagd: waar leidt dit project naartoe? Wat is de finaliteit? Is dat samenwerking tussen lidstaten, of een afgedwongen eenwordingsproces? Eenheid of eenvormigheid? Het keerpunt was Maastricht in 1992. De hereniging van Duitsland en de herwonnen vrijheid in Midden- en Oost-Europa veranderden het landschap. Een Europese eenheidsmunt moest eenheid brengen. De Europese Gemeenschap werd de Europese Unie met de euro als gemeenschappelijke munt. Alleen de Britten en Denen bedongen een ‘opt-out’. De euro werd het politiek instrument om eenheid af te dwingen, en wel op alle vlakken. Het klinkt eenvoudig, maar onderweg doken feiten en realiteiten op.

Dertig jaar na de val van de Muur is de EU een krakende wagen. Ergens is een grens overschreden, op de weg naar eenvormigheid. De Britten willen eruit, maar weten niet hoe. Het zou eenvoudig moeten zijn: een scheidingsakkoord en een vrijhandelsakkoord. Maar zo makkelijk gaat dat niet, want de basisfilosofie van de EU is de ‘ever closer Union’. Uitstappen, en dan nog wel door een netto-betalend land, moet worden afgestraft. Midden- en Oost-Europa liggen overhoop met West-Europa over het migratiebeleid.

Pro-brexit demonstratie in het Verenigd Koninkrijk. ©Flickr/David Holt
Pro-brexit demonstratie in het Verenigd Koninkrijk. ©Flickr/David Holt

‘Mitteleuropa’ schrikt terug voor de schaduwzijden van de multiculturele samenleving. Zuid-Europa keert zich tegen Noord-Europa, vooral Duitsland, wegens het eurobeleid. De gemeenschappelijk munt is een pak dat niemand past; te sterk voor het zuiden en te zwak voor het noorden. Werkloosheid in het zuiden blijft hoog en de Italiaanse economie stagneert al sinds de invoering van de euro. In het noorden betalen spaarders en gepensioneerden het gelag wegens de nulrente van de ECB om de Italiaanse schuld draagbaar te houden en de Italiaanse banken op de been te houden.

Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid heeft weinig gemeenschappelijk; het is eerder een mythe

Kortom: hoe harder de EU alles op elkaar wil drukken, hoe meer breuklijnen er ontstaan. Het EU-bouwwerk ondergaat verzakkingen die zich normaal in Oost-Groningen voordoen. Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid heeft weinig gemeenschappelijk; het is eerder een mythe. De posities over Rusland, de Verenigde Staten en China lopen te ver uiteen. De EU is het alleen eens over maatregelen tegen Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten.

De druk van bovenaf brengt dus meer verdeeldheid dan eenheid, maar dat weerhoudt de Franse president Macron er niet van nog meer druk van bovenaf te eisen. Hij wil een soort ‘grote sprong voorwaarts’. Meestal mislukken die, zoals bij Mao. Macron grijpt de eurozone aan om de druk tot eenvormigheid op te voeren. Frankrijk ziet de EU als uitvergroting van zichzelf en de Europese Commissie als jongste bediende. Parijs heeft een onbedwingbare obsessie om op gelijke hoogte te staan met Duitsland. Het omgekeerde is echter niet het geval: Frankrijk is economisch een stuk zwakker dan Duitsland en kan dat land in de eurozone niet bijbenen. Daarom wil Macron de monetaire unie omvormen tot een transferunie. Er moet een geldstroom komen van noord naar zuid. Zijn toespraak aan de Sorbonne in 2017 diende dat doel, het was een ‘roadmap’. De Britten moeten er snel uit, of besluiten te blijven, want Macron heeft haast. Bij een nieuwe economische recessie komt de euro in gevaar.

De euro is echter sowieso onhoudbaar, want de verschillen tussen de lidstaten zijn te groot. Een ontvlechting zou beter zijn, maar dat wil Frankrijk niet. De Duitsers moeten betalen en de Nederlanders ook. Minister Hoekstra dacht een ‘schokfonds’ uit het raam te hebben gegooid, maar een korte tijd later kwam zijn Franse collega Bruno le Maire terug met het document, compleet met Duitse handtekening. Het schokfonds is maar een eerste stapje in de transferunie. Denk ook aan een Europese WW-regeling, een Europees Monetair Fonds als grootmoeder aller noodfondsen, gemeenschappelijke schulden, en als klapstuk het Europees Leger.

Voor Macron is ‘hervorming van de EU’ automatisch de vorming van een EU-staat met ‘Europese soevereiniteit’

Nederland werd de eurozone ingelokt met veel beloften over ‘harde afspraken’. Deze zijn allemaal gebroken. Nu volgt de transferunie, stap voor stap. Minister Hoekstra moet een ‘opt-out’ bedingen. Als dat niet lukt, moet de bevolking in een bindend referendum beslissen of zij de transfer fuik in wil zwemmen of niet.

©Flickr/EU2017EE
 'De Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz wil de EU-verdragen openbreken.' ©Flickr/EU2017EE

Voor Macron is ‘hervorming van de EU’ automatisch de vorming van een EU-staat met ‘Europese soevereiniteit’. Dat EU-spoor loopt dood en verzandt in onderlinge conflicten, of knalt uit elkaar in een euro-crisis met ruzie over wie wat betaalt. Dat model is onhervormbaar.  

Men kan daarop wachten, of tijdig teruggaan naar de tekentafel om een losser model van samenwerking te organiseren rond een gemeenschappelijke markt die functioneert op basis van wederzijdse erkenning. Dit betekent dat de macht teruggaat naar lidstaten die in allerlei vormen en maten onderling samenwerken zoals ze dat zelf willen. De Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz wil de EU-verdragen openbreken. Als dat kan leiden tot een ander, losser samenwerkingsmodel tussen Europese staten, biedt dat een betere denkpiste.

Auteurs

Derk Jan Eppink
Lijsttrekker Forum voor Democratie EP2019