Europeanisering van de NAVO of NAVO 3.0?
Opinie Veiligheid & Defensie

Europeanisering van de NAVO of NAVO 3.0?

04 Jun 2026 - 15:05
Photo: NAVO secretaris-generaal Mark Rutte spreekt met president van de Verenigde Staten Donald Trump op de NAVO-top in Den Haag. Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken / Martijn Beekman
Terug naar archief
Author(s):

Het is nu wel duidelijk dat de veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten aan Europa onbetrouwbaar zijn, stelt Ko Colijn. In vijf kanttekeningen analyseert de defensiedeskundige de huidige staat van de NAVO en de uitdagingen waarmee het bondgenootschap wordt geconfronteerd.

Een commentaar van een landelijk kwaliteitsblad sprak van een “aanval op de NAVO”, van “ondermijning” en roept op tot Europeanisering. Alleen de secretaris-generaal van de NAVO zegt dat er niets aan de hand is en ‘doubles down door opgewekt aan een NAVO 3.0 te werken. Maar met zijn paaien van Donald Trump heeft Mark Rutte zijn NAVO gereduceerd tot een ‘partijdige’ landenclub die de boel bij elkaar poogt te houden.

De NAVO is niet langer het vanzelfsprekende bondgenootschap dat ongeveer zeventig jaar voor een ijzersterke afschrikking zorgde. Nederland vindt dat Rutte tamelijk succesvol optreedt, maar in het objectievere buitenland wordt daar vaak kritischer over gedacht. Zelfs voorgangers van Rutte, die normaal gesproken hun troonopvolgers niet voor de voeten lopen, spreken over een alliantie in ontbinding en bepleiten een alternatief Plan B. Volgens The Economist zou Rutte intern zelfs een spreekverbod hebben opgelegd over dit thema.

Het is zinvol om vijf kanttekeningen te maken bij de actuele situatie van de NAVO.

1. Nucleaire-conventionele afschrikking

Afgezien van de wijsheid en het grillige humeur van de Amerikaanse president is er nu enige duidelijkheid ontstaan over de hardheid van de Amerikaanse garantie. Hoewel de onbegrensdheid daarvan door Artikel 5 van het NAVO-verdrag sinds 1949 onomstreden en inclusief leek, maken officiële beleidsdocumenten en toespraken nu onderscheid tussen conventionele en nucleaire garanties van Washington. Ten aanzien van de conventionele verdediging dienen bondgenoten hun eigen broek op te houden. Maar de VS hebben vanaf eind 2025 in hun National Security Strategy en National Defense Strategy, en met de relatief verzoenende woorden van hun minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio op de Veiligheidsconferentie van München van 2026, twijfels geuit over het Europese nucleaire afschrikkingsvermogen, en dit min of meer als een Amerikaans prerogatief betiteld. Desalniettemin zijn er ook in Europa nucleaire initiatieven gelanceerd, waarover de Clingendael Spectator in 2025 publiceerde.

2. De financiële implicaties

Het is vloeken in de kerk om bij de huidige geopolitieke spanningen te gewagen van een bescheidener financiële defensie-inspanning. De Haagse NAVO-top van eind juni 2025 heeft de verhoging van de defensie-uitgaven naar 3,5 à 5% van het bbp bezegeld en de – overigens altijd al woedende – discussie over burden sharing en free riding binnen het bondgenootschap bezworen. Maar het gaat ook om verantwoordelijk begrotingsbeleid. Geen uitgavencategorie – en al helemaal niet in ons land – is uitgezonderd van de plicht om vooraf duidelijk te maken waaraan de miljarden besteed zullen worden, hoe lang dat mag duren, of het begrote bedrag vergelijkenderwijs redelijk is, en, in het Nederlandse geval, ten koste waarvan.

Men neme wat dit aangaat kennis van de recente kritiek van de Algemene Rekenkamer. Van doelmatige en zelfs rechtmatige besteding van defensiegeld is helaas slechts ten dele sprake, en de keuze van +3,5 tot +5% is arbitrair. Het percentage is, platgezegd, de uitkomst van een politiek handjeklap en niet van een degelijke rekenexercitie.

Afgezien van de ‘wegzetbaarheid’ van dat geld; het gebrek aan militaire expertise in de Kamer en het kabinet; de nogal merkwaardige ‘berekening’ van Europese free riding; de chronische verspilling waaraan het bondgenootschap lijdt door bestedingsnationalisme; en het verdwijnen van de officiële Franstalige tekst van het NAVO-slotcommuniqué waarin niet over stijgingspercentages werd gerept, is meer dan 19 miljard euro voor Nederland natuurlijk een uniek groot bedrag.

Begrijp mij goed: ik vind een ernstig veiligheidsdebat gezien de gevierde geopolitieke vakantie en de reële dreiging nu van groot belang, maar signaleer ook tekortkomingen in het debat en de allocatie van middelen. Een iets coulanter tijdpad, en een iets realistischer ‘wegzetbaarheids’-percentage, zou bovendien een aantal Nederlandse begrotingsproblemen oplossen.

3. De militair-strategische revolutie

Wat de financiële discussie sterk compliceert, is dat zich op het moment van een soort consensus over de noodzakelijke stijging van de NAVO’s defensie-uitgaven, een opmerkelijke revolutie in het voeren van oorlog voltrok. Die is elders uitvoerig gedocumenteerd en laat ik in dit bestek dan ook achterwege. Drone warfare werd zichtbaar in de spectaculaire Oekraïense Spider Web-operatie en in de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran – nota bene in dezelfde maand (juni 2025) als de nieuwe NAVO-consensus.

De toepassing van AI (kunstmatige intelligentie) doet oude strategische adagia volstrekt vervagen

Op 1 juni 2025 vernietigden Oekraïense drones op de strategische basis Belaya 11 (maar volgens Kyiv zelf meer dan 40) strategische bommenwerpers van hun vijand. Die drones waren nog als paarden van Troje het land binnengesmokkeld. Inmiddels heeft Oekraïne het vermogen om vanaf eigen territorium Russische doelen op 1800 kilometer afstand te verwoesten en wist het begin mei 2026 een ‘sobere’ militaire parade op het Rode Plein af te dwingen, want Vladimir Poetin begint nerveus te worden nu ook Moskou binnen bereik is.

De goedkope dronerevolutie (in vakkringen al als cheapkill warfare betiteld) is een gelukkig bijproduct van de agressieoorlog tegen Oekraïne. Dit beeld is eigenlijk alleen maar verder gegroeid met bijvoorbeeld de opmerkelijke en zelfs vernederende en weggemoffelde nederlaag tijdens een NAVO-oefening in Estland (mei 2025) waar luttele Oekraïense drones in een handomdraai een NAVO-eenheid versloegen. En met het gênante feit dat met dure F-35’s simpele, waarschijnlijk uit Rusland afkomstige, drones in Pools luchtruim bestreden werden. Ook is daar het paradoxale exportsucces van zeer kosteneffectieve Oekraïense counterdrone-expertise in NAVO-landen en Golfstaten, en de veel gedocumenteerde ‘kanteling’ die alleen al het fenomeen drone in de oorlogvoering en de strategische balans tussen Oekraïne en Rusland hebben veroorzaakt in 2026. Een verdere ontwikkeling die de 3,5-5%-discussie tot een slag in de lucht maakt, is het fenomenale effect van de AI-revolutie, die zich eerder in weken dan in jaren laat meten. De toepassing van AI (kunstmatige intelligentie) doet oude strategische adagia volstrekt vervagen.

4. Alternatieve organisaties?

Inmiddels zijn er signalen dat Europa op diverse terreinen wel degelijk alternatieven buiten de VS ontwikkelt of verkent. Een veelgehoorde waarschuwing is: dat zal niet lukken. Zeker de komende pakweg tien jaar is de materiële (en dus ook politieke) afhankelijkheid van de VS dermate groot (qua inlichtingen, diverse munitiesoorten, tanker- en logistieke capaciteit) dat op kortere termijn Europese autonomie een illusie is.

Twee gezaghebbende rapporten hebben berekend wat het Europa zou kosten als de VS – na een spoedige afloop in Oekraïne, wat nog maar te bezien valt – Europa zouden verlaten. Ze komen tot een bedrag van meer dan 300 miljard euro, uitgesmeerd over tien jaar. Een bedrag dat natuurlijk enorm is, maar voor ons rijke semi-continent niet onoverkomelijk. 

Op organisatieniveau gaat de Deense voorganger van Rutte, Anders Fogh Rasmussen, nog het verst door te stellen dat de NAVO desintegreert en nu een coalition of the willing zonder de VS in de rede ligt, overigens zonder de NAVO formeel op te heffen. In feite gaat hij hiermee verder dan Emmanuel Macron die de NAVO ooit “hersendood” verklaarde maar toen buiten het vive-la-France geen echt alternatief bood. 

Inmiddels hebben zich sinds de zomer van 2025 wel tal van back-up-oplossingen aangediend die een bilaterale Euro-relance serveren en grotere Europese landen een locomotiefrol kunnen geven. Ik noem hier het Lancaster Agreement tussen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, het akkoord tussen Frankrijk en het VK, en het akkoord (eigenlijk uitbouw van het Aken-verdrag) tussen Frankrijk en Duitsland. 

De paradox van deze 3x2 achtervang, die overigens door tal van kleinere Europese landen bij wijze van een mozaïek kunnen worden aangevuld, is trouwens wel dat Artikel 42-7 van het Europees Verdrag (de generieke bijstandsverplichting ex EU Verdrag van Lissabon) door al deze verbanden tot ‘papier’ wordt gereduceerd. Artikel 42-7 is nooit een spijkerharde veiligheidsgarantie geweest.

Last but not least, maar ook deels geheim en supergevoelig, is de optie van een Europese afschrikking op het allerhoogste niveau

Op militair niveau is wel sprake van coöperatie. Langdurige samenwerkingsverbanden (oefeningen, onderhoud, huisvesting) hebben tot taaie ecosystemen geleid, maar de politiek regeert dus het zou onjuist zijn hier prognoses van duurzaamheid aan te ontlenen. Ook enkele commando’s zijn Europees geworden. 

De trans-Atlantische relatie is onder spanning gekomen. Een niet-uitputtende bloemlezing moge dat illustreren. Zo was daar het ontbreken van consultatie der bondgenoten bij de door de VS op 11 juni 2025 en 28 februari 2026 begonnen oorlogen tegen Iran, en de geconditioneerde of zelfs geweigerde landings-en overvliegrechten. Die spreken in dit geval voor zich. Datzelfde geldt voor de unilaterale troepenreductie uit Duitsland en Polen, de unilaterale aanspraken op Groenland en Canada als Amerikaans gebied.

Deze bepalen de politieke relatie, meer dan het ecosysteem per wapenonderdeel. Ook op dat projectniveau telt Europa nu zijn knopen. Europa oriënteert zich – anders dan vroeger – op Europese aankopen als het gaat om een opvolger van AWACS en vliegtuigen van de vijfde generatie (zoals de F-35), de bouw van conventionele langeafstandsraketten en artilleriemunitie, drones, en kruisvluchtwapens. Dat neemt allemaal niet weg dat er ook nog tal van afhankelijkheidslacunes bestaan, maar de onzekerheden op dat vlak (inlichtingen, luchtverdediging) kunnen wellicht gemitigeerd worden als de VS tot een ordelijke transitie van bijvoorbeeld tien jaar bereid zijn.

Op militair niveau is Amerikaans begrip wellicht aanwezig, en een zekere ‘buy American’ aanschafbereidheid bij Europese landen zou daar bij helpen. Op individueel operationeel niveau is ook enige Europeanisering te zien: het VK in JEF-verband, en VS-loze operaties in Groenland en de GIUK-gap in noordelijke wateren. Maar ook de Europese (VS-loze) voorbereiding van een eventuele maritieme Hormuz-missie. Last but not least, maar ook deels geheim en supergevoelig, is de optie van een Europese afschrikking op het allerhoogste niveau. Het kabinet-Jetten heeft, een patroon doorbrekend, voor een nucleaire afschrikking gekozen. In eerdere publicaties heb ik voor een vorm van long-range conventionele afschrikking gepleit.  

5. De VS ‘onbetrouwbaar’, misschien zelfs ‘bedreiging’

Het NAVO-werkingsgebied is door Trumps warrigheid ter discussie gesteld, zowel in geografische als functionele zin. Trump verwijt Europese bondgenoten dat ze niet spontaan te hulp schoten bij Epic Fury (sowieso buiten het verdragsgebied, nog afgezien van de non-consultatie vooraf en de illegaliteit ervan), hun vermeende lafheid bij operaties in Afghanistan, en betwist het argument dat de NAVO alleen in actie mag komen bij evidente defensieve acties tegen een der lidstaten. Onvoorspelbaar Amerikaans beleid is hier zelfs nog een understatement, want de casus Groenland/Canada en de voorbeelden van inmenging in binnenlandse aangelegenheden geven aan dat de VS ook een nieuwe bedreiging kunnen zijn. In een e-mail heeft Trump het Britse bezit van de Falklandeilanden ter discussie gesteld (“ter heroverweging”), en Europa nogmaals lui en kwaadaardig genoemd. Dat staat allemaal haaks op een NAVO 3.0 en het neo-Amerikaanse denken.

Bronvermelding van de auteur:

 

Auteurs

Ko Colijn
Defensiedeskundige en oud-directeur Instituut Clingendael