Opinie Conflict en Fragiele Staten

Hoe voorkomen we een volgende vluchtelingencrisis?

14 Nov 2017 - 10:58
Photo: UN Photo / Ocha / David Ohana / UN Multimedia
Terug naar archief

Europees ontwikkelingsgeld voor Afrikaanse landen wordt lang niet altijd gebruikt voor daadwerkelijke ontwikkeling van die landen. De Europese Unie financiert ook grenswachten die migratie naar Europa moeten ‘managen’. Op basis van eigen ervaring bepleit Europarlementariër Judith Sargentini een andere aanpak, gericht op het bestrijden van de achterliggende migratieproblematiek.

Op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis, in november 2015, kwamen de Europese Unie, Europese en Afrikaanse regeringsleiders bij elkaar in de Maltese hoofdstad Valletta om tot een nieuwe aanpak voor migratie te komen. Er werd een actieplan en een speciaal EU-Afrika noodfonds in het leven geroepen. Het uitgangspunt voor dit actieplan en noodfonds werd het aanpakken van de oorzaken van migratie, oftewel de ‘root causes of migration’. Die term is inmiddels trending geworden en wordt toegepast op al het Europese migratie- en buitenlandbeleid.

Europees beleid dat gericht is op de grondoorzaken van migratie, valt en staat natuurlijk met ontwikkelingssamenwerking. Als je woont in een stabiel en veilig land, met een functionerende economie waarin voldoende voedsel, banen en mogelijkheden zijn, leg je je lot niet in handen van een mensensmokkelaar. Zo’n brede benadering van migratie is geen ‘quick fix’, maar vergt een lange adem en duurzame inzet.

Op bezoek in Gambia
De meeste Afrikaanse landen zijn ver verwijderd van het ideaal van een stabiel land met kansen voor hun bewoners.

 Ik was een tijdje terug, met een delegatie van het Europees Parlement, op bezoek in Dankunku, een dorpje in het midden van Gambia. Wij kwamen in gesprek met een groepje vrouwen, waarbij we op van die witte plastic tuinstoelen zaten. De vrouwen verhuren deze stoelen voor feesten en partijen in de buurt en verdienen zo een beetje geld. Ze financieren dit met micro-kredieten en zijn hiermee nu ook een cementfabriekje aan het opstarten.

Het viel me op dat er nauwelijks jongens en mannen in het dorpje waren. Ik vroeg de vrouwen wie er familie in Europa had; zeven van de acht vrouwen stak haar hand op. Een van hen vertelde dat haar oudste zoon zojuist in Libië was aangekomen. ‘Taking the backway’ noemen ze dat in Gambia. Op irreguliere manier, via de achterdeur, naar Europa reizen. Er is geen werk voor jongens en mannen in Dankunku. Voor hen is migreren een middel om aan een uitzichtloze situatie te ontsnappen. Gambia heeft banen nodig voor jongeren zodat zij thuis een gezin kunnen onderhouden. Blijven is voor losers en om die mentaliteit te veranderen is tijd en vertrouwen in de toekomst nodig.

Het EU-Afrika noodfonds……..
Het Afrika-noodfonds dat, zoals gezegd, in het leven is geroepen om de ‘root causes of migration’ aan te pakken, is voor het grootste deel gevuld met ontwikkelingssamenwerkings-budgetten van de Europese Commissie. Er is echter voor de migratieaanpak geen ‘nieuw geld’ beschikbaar. Maar het voordeel van het noodfonds, zo legt de Europese Commissie uit, is dat het bestaande geld op een flexibelere en snellere wijze ingezet kan worden dan gebruikelijk is bij ontwikkelingssamenwerking.

Ontwikkelingssamenwerking mag dan een imagoprobleem hebben, in werkelijkheid zijn de ‘effectiviteitsbeginselen’ voor ontwikkelingssamenwerking beproefd en internationaal erkend. Ze benadrukken het belang van partnerschap, transparantie en wederzijdse verantwoording.

Een duurzaam resultaat kan alleen behaald worden als hulpbudgetten aan de hand van een lange-termijnplanning worden besteed in samenspraak met het ontwikkelingsland, zodat het weet waar het aan toe is. Snelle en flexibele inzetbaarheid klinkt daadkrachtig, maar mag nooit ten koste gaan van de effectiviteit. Het succes van de projecten die uit het noodfonds worden gefinancierd, wordt afgemeten aan het effect op migratiestromen en de aantallen migranten die zijn tegengehouden sinds de start van het fonds. Ontwikkelingsorganisaties zullen gevraagd worden te rapporteren over het effect dat hun projecten hadden op migratie in plaats van armoedebestrijding.

mannen in gambia
'Er is geen werk voor jongens en mannen in Gambia. Voor hen is migreren een middel om aan een uitzichtloze situatie te ontsnappen.' Bron: red hand records / Flickr

Ik schat een meetbaar effect op de korte termijn laag in. Echte kansen voor jongeren in Dankunku en een verandering van de mentaliteit is niet haalbaar in enkele jaren of zelfs minder. Ik vrees dat dit uiteindelijk zal leiden tot een korting op ontwikkelingsgelden. Het heeft immers niet het gehoopte effect gesorteerd en kan daarmee beter elders worden ingezet. Op langere termijn kunnen arme en fragiele landen waar geen migranten vandaan komen of doorheen trekken daardoor op minder hulp rekenen, wat kan leiden tot nieuwe crises en nieuwe instabiliteit.

Door mee te gaan in de huidige politieke tendens om ontwikkelingsgelden in te zetten voor migratiedoeleinden in plaats van armoedebestrijding loopt de sector het risico zijn eigen failliet te organiseren. Ook in het nieuwe regeerakkoord ‘vertrouwen in de toekomst’ zie ik die verschuiving. Het kleine beetje verhoging van het ontwikkelingsbudget wordt ingezet voor meer opvang van vluchtelingen ‘in de regio’ en aanvullende projecten in Libanon, Jordanië en Irak.

………..en wat er niet in thuishoort
Het noodfonds, volledig gefinancierd uit de begroting voor ontwikkelingssamenwerking, kent ook projecten die daar eigenlijk niets mee van doen hebben. Een deel van de projecten is gericht op migratiemanagement. Je kunt je op z’n zachtst gezegd afvragen of het trainen en uitrusten van grenswachten de redenen dat mensen huis en haard verlaten wegneemt. Een hek houdt migranten en vluchtelingen niet tegen, maar is een reden voor mensensmokkelaars om op zoek te gaan naar andere gevaarlijkere routes. Denk aan de oudste zoon van die vrouw die ik sprak in Dankunku, die haar belde uit Libië. Hij had de tocht door de woestijn overleefd, maar er zijn steeds meer berichten van groepjes migranten, mannen en vrouwen, die in de woestijn van Niger worden achtergelaten omdat de smokkelaar onraad ruikt.

In Libië helpt de Europese Unie, onder andere met het verbeteren van de omstandigheden in opvangcentra en door het trainen van de kustwacht. De Libische kustwacht haalt mensen van boten en uit zee. Dat gaat niet zachtzinnig, zo vertelde een kolonel van die kustwacht, die bij hoge uitzondering bereid was ons te woord te staan. Schieten in de lucht en het slaan met tuinslangen zijn methodes die gebruikt worden om mensen ‘rustig’ te houden. Volgens de kolonel worden kapiteins die zich daar schuldig aan maken gestraft, maar het toont aan van hoe ver de kustwacht komt. Ze hebben, diplomatiek gezegd, een ander idee van ‘crowd control’.

Natuurlijk moet Libië de mensen redden die zich in zijn wateren bevinden, maar er is nog een ander belang voor Europa: een drenkeling die gered wordt door een schip dat vaart onder Europese vlag mag niet teruggebracht worden naar de Libische kust, omdat onze wetten verbieden hem terug te sturen naar een onveilige plek. Schepen die onder Libische vlag varen, vallen onder de Libische wet, en dan mag het wel. Op de kade in Tripoli staat dan de Department for Combating Illegal Migration op je te wachten, de Libische IND, COA en vreemdelingenpolitie ineen. Die brengt je naar een opvangcentrum, de facto een detentiecentrum. Het is er onbeschrijfelijk vies, vrouwen worden verkracht en mensen sterven er zelfs van de honger.

Door mee te gaan in de huidige politieke tendens ontwikkelingsgelden in te zetten voor migratiedoeleinden in plaats van armoedebestrijding, loopt de sector het risico zijn eigen failliet te organiseren

Met projecten zoals het versterken van de Libische kustwacht of het aanleggen van biometrische systemen en grensbewaking in de Hoorn van Afrika, maak je migratie moeilijker, maar neem je de grondoorzaken niet weg. Ze horen wat mij betreft dus niet thuis in het Afrika-noodfonds.

Migratie is van alle tijden; ontwikkelingsprojecten die zich richten op het aanpakken van de oorzaken van migratie kunnen nooit het enige middel zijn om migratie te reguleren. Als we mensensmokkel en irreguliere migratie willen tegengaan, dan zullen we ook moeten inzetten op legale alternatieven voor de gevaarlijke reis naar Europa. Een ruimhartig hervestigingsbeleid voor vluchtelingen is hier een onderdeel van. Maar ook studentenvisa en het opvangen van tekorten op de Europese arbeidsmarkt.

De Europese Unie erkent dit ook. Legale migratie en mobiliteit zijn opgenomen als een van de prioriteiten van het Afrika-noodfonds, maar uit de rapportage over 2016 blijkt dat dat soort projecten achterblijven bij de overige vier, met slechts 68 miljoen euro besteed tegenover 1,5 miljard euro voor de vier overige prioriteiten samen. De politieke wil voor legale migratie lijkt te ontbreken.

De migratiecrisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt: Afrika loopt de ontwikkelingsachterstand maar heel langzaam in, en met zoveel jonge mensen op het continent is het inderdaad noodzakelijk de grondoorzaken van migratie te bestrijden.

Laat migratie en ontwikkeling hand in hand gaan
Anderhalf jaar na de oprichting van het noodfonds moeten we zorgen dat de balans niet doorslaat naar het inzetten van ontwikkelingsgeld voor de eenzijdige migratie-prioriteiten van de EU, waarbij we steeds verder afdwalen van het aanpakken van de oorzaken van migratie, te weten: armoede, ongelijkheid, jeugdwerkloosheid, slecht bestuur, droogte, enzovoort.

Laat migratie en ontwikkeling hand in hand gaan door van je partnerlanden daadwerkelijk een gelijkwaardige partner te maken: we kijken niet weg van dictaturen en helpen met het opbouwen van echte democratieën; we investeren grootschalig in Afrikaanse bedrijven die hun jongeren werk geven; we zijn scheutiger met legale toegang tot onze arbeidsmarkt; hun studenten en ondernemers krijgen visa voor Europa als ze die nodig hebben; en wij besteden onze ontwikkelingsfondsen aan die mensen die het geld het hardst nodig hebben.

Als we laten zien dat we niet uit zijn op snel en eenzijdig gewin, wordt het terugsturen van die mensen die niet in Europa mogen blijven, ook haalbaar. En verwacht geen wonderen op de korte termijn. Alleen zo kunnen we echt grip krijgen op de ‘root causes of migration’ en een volgende vluchtelingencrisis voorkomen.

Auteurs

Judith Sargentini
Europarlementariër namens Groenlinks