India onder Modi 2.0: tussen hindoe-nationalisme & erkenning
Analyse Conflict en Fragiele Staten

India onder Modi 2.0: tussen hindoe-nationalisme & erkenning

16 Oct 2019 - 13:41
Photo: Mike Bloomberg
Terug naar archief

Tijdens het staatsbanket in het presidentieel paleis in New Delhi dat het Nederlandse staatsbezoek aan India inluidde, waarschuwde koning Willem-Alexander indirect tegen het hindoe-nationalisme van de regeringspartij BJP van premier Narendra Modi. Binnenlands wordt gevreesd voor een uitbreiding van Modi’s hindoe-nationalistische agenda na zijn stap om de autonome status van Kasjmir in te trekken. Ondertussen heeft Modi na zijn klinkende verkiezingsoverwinning alle ruimte om de buitenlandse beleidsinitiatieven genomen in zijn eerste termijn, verder uit te bouwen. De zoektocht naar regionale en internationale status en erkenning van India’s macht zijn drijvende krachten hierin.

De verkiezingswinst van 26 mei jl. heeft Modi mede te danken aan een onfortuinlijk toeval. Een aanslag in Pulwama, Kasjmir in februari 2019, waar 40 Indiase (para)militairen bij omkwamen, gaf Modi de kans om de veiligheidskaart te spelen in een periode van kritiek op zijn falende economische beleid. Zijn ferme opstelling ten aanzien van Pakistan en de luchtaanvallen die de Indiase luchtmacht uitvoerde op vermeende terroristische doelen op Pakistaans grondgebied, leverde hem binnenlands veel waardering op.

Daarvóór was zijn populariteit juist gedaald, vooral vanwege het uitblijven van resultaten op zijn economische agenda – waarmee hij de eerste verkiezingen in 2014 mede had gewonnen. Zijn proactieve buitenlandse beleid en zoektocht naar macht en status voor India in de eerste termijn had hem tevens waardering opgeleverd. Echter, zorgen over zijn binnenlandse hindoe-nationalistische politiek bleven, en nemen sinds de laatste overweldigende verkiezingswinst alleen maar toe. Zijn majeure beslissing om de status quo in Kasjmir, die bestond sinds de onafhankelijkheid van India in 1947, drastisch te wijzigen is voor sommigen het ‘bewijs’ dat die zorgen terecht zijn gebleken.

Modi en Hindutva
Premier Modi heeft een lange geschiedenis met hindoe-nationalisme. Hij sloot zich als vrijwilliger aan bij de Rashtriya Swayamasevak Sangh (RSS) – de moederorganisatie en militante tak van de Bharatiya Janata Party (BJP) – toen hij nog kind was, en is zijn leven lang voor de RSS en later de BJP werkzaam geweest. De RSS is een extreemrechtse, hindoe-nationalistische, militante organisatie die ‘hindutva’, of ‘hindu-ness’ en bijbehorende waarden als cultureel ideaal heeft en het Indiase subcontinent (ook buiten het huidige India) primair als thuisland voor hindoes ziet dat, zo nodig met geweld, beschermd dient te worden. De moordenaar van Mahatma Gandhi, Nathuram Godse, was lid van de RSS en wordt door velen binnen de RSS als patriot gezien. De RSS is mede geïnspireerd op Europese extreemrechtse en fascistische bewegingen uit de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw.1

Het Koninklijk Paar ontmoet minister-president Narenda Modi tijdens het staatsbezoek aan India in oktober 2019. © RVD
Het Koninklijk Paar ontmoet premier Narendra Modi tijdens het staatsbezoek aan India in oktober 2019. © RVD

Toen Modi gekozen werd in 2014 was er wereldwijd veel zorg over zijn hardline nationalistische politiek; hij was zelfs jarenlang in veel landen, inclusief het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, persona non grata vanwege zijn rol in de Gujarat-rellen in 2002. Hierbij kwamen meer dan 1000 mensen om, grotendeels moslims, bij geweld tussen bevolkingsgroepen; de communal violence die in India helaas nog tot één van de grootste uitdagingen behoort. Modi, die tijdens de wekenlange rellen ‘chief minister’ van Gujarat was, werd ervan beschuldigd (bewust) niet te hebben ingegrepen.

Ondanks dat hij internationaal hierdoor door velen als paria werd beschouwd, en hem een visum naar de VS werd geweigerd, haasten wereldleiders hem na zijn verkiezing te verwelkomen op het internationale toneel. Zijn zelfbewuste keuze zich als een politieke rockster neer te zetten bij zorgvuldige geregisseerde mega-evenementen voor de Indiase diaspora, zakenlui en popsterren, en één-tweetjes met Obama, Poetin en Xi te ensceneren hielpen zijn imago als populair leider wereldwijd op te poetsen.

Het is echter de vraag of de transformatie van zijn internationale imago zal beklijven. De hindoe-nationalistische beleidsstappen die hij reeds in zijn eerste termijn zette zijn legio. Op universiteiten en publieke instellingen werden bestuurders loyaal aan de BJP benoemd, lesmateriaal opnieuw bekeken en de ruimte voor open en kritisch debat drastisch ingeperkt. Kritiek op de BJP-regering werd veelal geframed als anti-nationalistisch. De arrestatie van ‘anti-nationalistische’ studentenleiders, aangegeven door de BJP, is hierin illustratief.2

Het aantal ‘hate crimes’ en lynchpartijen op moslims en andere religieuze minderheden nam toe onder Modi, zonder dat radicale elementen die hiervoor verantwoordelijk zijn worden aangepakt en de BJP-regering duidelijk afstand neemt van deze gewelddadige praktijken.3 Het eten van rundvlees werd door een beef ban – de koe is heilig in het hindoeïsme – een reden om moslims publiekelijk te lynchen; vaak door RSS-aanhangers of -milities.4

Een groep van 50 eminente Indiase intellectuelen schreven in juli dit jaar een open brief aan premier Modi om hun diepe zorgen hierover te uiten, alsook over de status van democratie onder de huidige regering: There is no democracy without dissent. People should not be branded anti-national (…) because of dissent against the government. No ruling party is synonymous with the country where it is in power. It is only one of the political parties of that country. Hence anti-government stands cannot be equated with anti-national sentiments. An open environment where dissent is not crushed, only makes for a stronger nation.4

Kamerling-Inspectie van de erewacht tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander aan India in oktober 2019. © RVD
Inspectie van de erewacht tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander aan India in oktober 2019. © RVD

Pijnlijk ironisch heeft de politie in deelstaat Bihar een onderzoek gestart en klacht ingediend tegen deze groep intellectuelen, onder wie de bekende historicus Ramachandra Guha, onder andere omdat ze het imago van India en het ‘indrukwekkende optreden’ van de huidige premier zouden schaden met hun kritiek, naast het steunen van ‘tendensen van afscheiding’.5

Volgens sommigen is de recente stap die Modi heeft gezet ten aanzien van Kasjmir, ook deel van een bredere Hindutva-agenda.6 De angst is groot dat het schrappen van artikel 370 uit de grondwet een demografische wijziging van de bevolking van Kasjmir – de enige deelstaat waar moslims de meerderheid zijn – tot doel heeft ten faveure van hindoes; die daardoor eigendoms- en vestigingsrechten krijgen. Het betreffende artikel was in ieder geval een doorn in het oog van de RSS en BJP en stond al jaren op het wensenlijstje om te schrappen, alsook in het verkiezingsmanifest van de BJP.

Ondanks dat de wijziging van de status quo dus voor velen als verassing kwam, was het geen onbekend doel van de regerende politieke partij. De enorme verkiezingswinst in mei dit jaar en absolute meerderheid in de Lok Sabha (302 van de 543 zetels; 350 voor de BJP-geleide Nationale Democratische Alliantie, NDA) moedigde de stap waarschijnlijk aan en maakte het mogelijk de wijziging met een enorme snelheid door te voeren.

Continuïteit onder Modi 2.0
Behalve de stap ten aanzien van Kasjmir en de bevroren relaties met Pakistan die dat tot gevolg heeft, blijft het beleid onder Modi ten aanzien van het buitenland echter meer een kwestie van continuïteit dan verandering. De beleidsmantra’s die eerder ingezet zijn onder Modi 1.0, blijven sterk op de regio gericht, met zowel ‘Neighbourhood First’ als ‘Act East’ als prioriteit.

De noodzaak om India’s rol in de eigen buurt te verstevigen wordt ook gevoeld door de groeiende aanwezigheid van China

Modi streeft actief naar een grotere Indiase vertegenwoordiging in regionale en mondiale fora; naast het continue streven naar een permanente zetel in de VN Veiligheidsraad is New Delhi in zijn eerste termijn lid geworden van de Shanghai Cooperation Organization (SCO), Missile Technology Control Regime en Wassenaar Arrangement en heeft lidmaatschap gezocht (maar vooralsnog niet gekregen) van de Nuclear Supplier Group (NSG).7 Ook probeert Modi de nieuwe impuls te leiden die aan de Bay of Bengal Initiative for Multi-Sectoral and Economic Cooperation (BIMSTEC) wordt gegeven als regionale groepering die niet alleen de regionale economie en infrastructuurprojecten in Zuid- en Zuidoost Azië kan stimuleren, maar tevens samenwerking op regionale veiligheid kan agenderen.

De Indiase premier Modi met zijn Israëlische ambtgenoot Netanyahu in Israël in 2017. © Israel Ministry of Foreign Affairs - Flickr
De Indiase premier Modi met zijn Israëlische ambtgenoot Netanyahu in Israël in 2017. © Israel Ministry of Foreign Affairs - Flickr

Door de impasse waar de South Asian Association for Regional Cooperation (SAARC) zich door de India-Pakistan spanningen in bevindt, beleeft BIMSTEC – als regionale organisatie waar Pakistan níet in vertegenwoordigd is – nu een opleving als potentieel alternatief voor meer effectief regionalisme.  

De noodzaak om India’s rol in de eigen buurt te verstevigen en buurlanden meer positief te stemmen ten opzichte van New Delhi wordt ook gevoeld door de groeiende economische, politieke en militaire aanwezigheid van China in Zuid-Azië en de Indische Oceaan regio. De economische agenda waar Modi zijn eerste verkiezingen op heeft gewonnen trachtte hij te bereiken door zich te richten op economische samenwerking in de regio en het aantrekken van buitenlandse investeringen uit met name Oost-Azië.

Modi heeft tevens politieke vriendschap gesloten met Premier Abe van Japan om een gezamenlijke visie op connectiviteit in de regio te ontwikkelen en initiatieven ontplooid die een tegenwicht zouden moeten bieden aan China’s benadering in de regio en de Belt and Road Initiative (BRI). Modi heeft in dat kader samen met Tokyo de Africa-Asia Growth Corridor (AAGC) gelanceerd en het concept van ‘Sagar’; Security and Growth for All in the Region. Sagar, dat oceaan betekent in Hindi, geeft ook de groeiende nadruk van India op de maritieme omgeving van het land weer. Modi heeft de Indische Oceaan regio en het samentrekken met het maritieme theater van de Pacific – de Indo-Pacific – samen met het ontwikkelen van de Indiase marine en lokale defensie industrie als één van de prioriteiten in het buitenlands beleid gemaakt.

De benoeming van carrièrediplomaat met grondige kennis van internationale betrekkingen, Subrahmanyam Jaishankar, als Minister van Externe Betrekkingen duidt erop dat hij continuïteit in het buitenlands beleid van zijn eerste termijn nastreeft. Als staatssecretaris in Modi’s eerste termijn en voormalig ambassadeur in Washington en Beijing heeft Jaishankar bovendien ervaring met de belangrijkste spelers in het veld.

Alhoewel strategische autonomie nog steeds het belangrijkste adagium blijft voor New Delhi, hecht Modi in tegenstelling tot zijn voorgangers minder aan non-alignment; het concept dat ten grondslag lag aan de beweging voor niet-gebonden landen waar India onder Nehru een voortrekkersrol in speelde in de jaren ’50 van de vorige eeuw.

In plaats daarvan zoekt New Delhi om drie redenen naar het diversifiëren van haar partnerschappen: ten eerste om minder afhankelijk te zijn van grootmachten Rusland en de VS – vooral van de laatste is onder Trump de inzet ten aanzien van Azië onzeker. Ten tweede om wat tegenwicht te bieden aan de invloed van China in de Indische Oceaan regio en ten derde om in dat kader like-minded partners te vinden op gezamenlijke waarden en een gedeelde visie op de strategische uitdagingen in de regio.

Modi is walking a tight rope tussen de spierballentaal en -gedragingen van de extreme elementen van de BJP en de militante RSS en de kritische progressieve elite van India

Hierin kijkt Delhi ook steeds meer naar het westen; zowel West Azië (met name de voor India economische belangrijke Golfregio), maar India zoekt in dit kader tevens toenadering tot de EU.8 Alhoewel deze al sinds 2004 strategische partners zijn, lijkt de samenwerking pas recent wat meer handen en voeten te krijgen. De India strategie van de EU van november 2018 is door New Delhi dan ook enthousiast verwelkomd. Deze ‘Think West’ benadering is een meer recentere toevoeging aan het spectrum van beleidsopties dat New Delhi wil aanwenden om de eigen rol te versterken.9

Internationaal imago
Modi is sinds zijn verkiezing in 2014 zeer proactief geweest om India – met hem zelf als middelpunt – proactiever internationaal op de kaart te zetten als macht om rekening mee te houden. De zoektocht naar mondiale status en erkenning is sinds India’s onafhankelijkheid een key driver in het buitenlands beleid, maar heeft met Modi een fervent aanhanger en gezicht gekregen. De verdelende werking die de hindoe-nationalistische agenda van de BJP – die nu alle politieke ruimte heeft om op alle aspecten van de samenleving het beleid te bepalen – al heeft en potentieel nog kan gaan hebben zal echter mede de koers van India bepalen.

Modi is walking a tight rope tussen de spierballentaal en -gedragingen van de extreme elementen van de BJP en de militante RSS, de kritische progressieve elite van India en de talrijke minderheden die een grote groep van de bevolking uitmaken en direct getroffen worden door de huidige BJP-beleidsagenda. De overweldigende steun voor de BJP bij de verkiezingen van dit jaar hebben zijn positie echter zeer versterkt ten aanzien van zijn critici, om maar niet te spreken van de gedecimeerde Indiase Congrespartij (INC), die de post-onafhankelijkheid van India gedomineerd en gevormd hebben.

Alhoewel de INC fel ageert tegen Modi en het hindoe-nationalisme van de BJP, is het geen aansprekende tegenpartij en is hun populariteit tot een dieptepunt gedaald. Het aftreden van Rahul Gandhi na de diepe nederlaag van de afgelopen verkiezingen, en het opnieuw aantreden van zijn populaire moeder Sonia Gandhi, heeft daarin niet meer geholpen. De zweem van familie-patronage ondermijnt hernieuwing van de partij om een oppositie van betekenis te vormen.

Protest in Londen in augustus 2019 naar aanleiding van het Kasjmir-beleid van premier Modi. © Steve Eason / Flickr
Protest in Londen in augustus 2019 naar aanleiding van het Kasjmir-beleid van premier Modi. © Steve Eason / Flickr

Ook zal Modi een balans moeten vinden tussen de zoektocht naar internationale erkenning en de wens om voor India een rol van belang uit te houwen op het wereldtoneel, en de internationale kritiek op zijn hindoe-nationalisme, die slecht is voor zijn imago en internationale branding. Waar hij in eerste termijn nog voorzichtig leek te laveren om verschillende (extreme) flanken van zijn partij tevreden te stellen, lijkt hij nu de window of opportunity te grijpen om lang bestaande doelstellingen van de BJP (zoals artikel 370) door te voeren. Kasjmir lijkt hier het slachtoffer van te zijn geworden, en het valt te bezien waar dit nog meer door zal klinken.

Dit heeft regionale implicaties, ook als conflict tussen twee nucleaire machten, en zal dus ook mondiaal met argusogen gevolgd worden. Het zal van buiten de politieke klasse moeten komen om de waarden waarop modern India gestoeld is – diversiteit, democratie, open en kritisch debat – en zo lang trots op was, te behouden om inclusief te blijven voor alle gemeenschappen die India rijk is en waar de instituties en tradities van het land op zijn gebouwd.

Stappen die Modi zet zoals die in Kasjmir leggen zijn beleidsstappen onder een vergrootglas, omdat dit ook regionale en mogelijk internationale implicaties heeft

India’s misschien wel bekendste hedendaagse econoom, filosoof en Nobelprijswinnaar Amartya Sen uitte recent in de New Yorker zijn zorgen over India’s waarden: “There is a decline not only from secularism and democracy in post-independence India but also in the understanding of the heritage even of Hindu India. (…) if you make discussion fearful, you are not going to get a democracy, no matter how you count the votes. And that is massively true now. People are afraid now. (…) Today, everything is dominated by a hard-nosed, hard-Hindutva thinking. (…) Modi doesn’t have the breadth of vision about India—multireligious, multiethnic India. He has been, from his childhood, relating to the R.S.S. and the propaganda of that perspective. On the other hand, as a political leader, he is dynamic and enormously successful.10

Maar ondanks zijn politieke effectiviteit en populariteit, is de bevolking sceptisch, zo niet uiterst kritisch op zijn Hindutva-agenda. Internationaal wordt slechts marginaal aandacht besteed aan de binnenlandse veranderingen die dit tot gevolg heeft, maar stappen die Modi zet zoals die in Kasjmir leggen zijn beleidsstappen onder een vergrootglas, omdat dit ook regionale en mogelijk internationale implicaties heeft.

Een tweede termijn van Modi kan India potentieel fundamenteel veranderen; het is cruciaal dat hier tegenwicht aan wordt geboden, niet alleen binnenlands. Ook de economische slop waar het land in verzeild is geraakt en die een groot deel van de jonge bevolking direct raakt, leidt steeds meer tot onvrede en noopt de huidige regering het beleid te herzien. De continue zoektocht van India naar internationale status en erkenning, ook onder Modi, en de vele binnenlandse uitdagingen waar het land voor staat, vormen hopelijk een bepaalde stremming voor Modi’s regering en de radicale elementen van de BJP om de Hindutva-lijn ongeremd te (blijven) volgen.

Dit artikel is het eerste deel van een vierluik “India onder Modi 2.0 & Kruitvat Kasjmir”. De volgende drie delen verschijnen in november.

Auteurs

Susanne Kamerling
Manager of Research bij het Asia–Pacific Research and Advice Network (#APRAN) en Programma Manager Leiden Universiteit