Toch weer de AKP na verkiezingen Turkije
Analyse Veiligheid en Defensie

Toch weer de AKP na verkiezingen Turkije

17 Nov 2015 - 14:47
Photo: Wikimedia Commons
Terug naar archief
De Turkse verkiezingen van 1 november schenken een nieuw mandaat aan de regerende AKP. Hoe boekte de partij van president Erdogan deze onverwachte winst en wat betekent dit voor de toekomst van het land?
 
De uitslag van de vervroegde Turkse verkiezingen van 1 november j.l. was een enorme verrassing voor zowel aanhangers als tegenstanders van de al sinds 2002 aan de macht zijnde AKP van premier en lijsttrekker Ahmet Davutoglu en, achter de schermen, president Recep Tayyip Erdogan. Wekenlang wezen alle opiniepeilingen erop dat de uitslag in november ongeveer dezelfde zou zijn als die van de vorige verkiezingen op 7 juni. Dat wil zeggen: de AKP zou met rond de 40 procent van de stemmen weer de grootste worden en de drie oppositiepartijen zouden een min of meer gelijke score behalen. 
 
Dat zou ook gelden voor de van oorsprong Koerdische HDP die er in juni tot veler verrassing in geslaagd was de kiesdrempel van 10 procent te overstijgen. Een dergelijke herhaling zou ook betekenen dat de AKP weer niet in haar eentje een regering zou kunnen vormen (zoals de partij gewend was te doen in de jaren 2002-2015) en gedwongen zou zijn een coalitie te vormen met een van de drie andere partijen in het Turkse parlement. 
 
Dat in AKP-ogen onaantrekkelijke scenario was de belangrijkste reden dat de Turkse kiezers reeds vijf maanden na de vorige verkiezingen weer naar de stembus moesten. Van begin af aan was duidelijk dat president Erdogan tegenstander was van een coalitieregering. Na volgens velen bewust mislukte coalitieonderhandelingen in juli en augustus, maakte Erdogan gebruik van zijn recht om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Wat hem betreft in de expliciete hoop op die manier de voor de AKP ongunstige uitslag uit juni recht te kunnen zetten. 
 
Een overzicht van de partijen met de meeste stemmen per provincie tijdens de novemberverkiezingen: Geel is de AKP, rood is de CHP en paars de HDP. (Bron: Wikimedia Commons)
 
Angst voor aanslagen
De verkiezingen op 1 november vonden plaats in een ander Turkije dan dat van 7 juni. Twee zelfmoordaanslagen door Turkse aanhangers van de Islamitische Staat (IS) in juli en oktober waarbij 150 mensen om het leven kwamen, zorgden voor een klimaat van angst. Oppositiepartijen CHP en HDP annuleerden hun grote verkiezingsbijeenkomsten uit angst voor nog meer aanslagen. 
 
De AKP ging door met een campagne waarin nadrukkelijk voor een nieuw thema gekozen was. In juni drong de partij, op voorspraak van Erdogan, nog aan op de invoering van een presidentieel systeem zonder veel checks en balances. Dat was geen succes omdat een dergelijke fundamentele wijziging ook bij een deel van de AKP-achterban impopulair bleek. Die inschattingsfout werd in de aanloop naar de verkiezingen in november gecorrigeerd door een klemmende oproep aan het Turkse electoraat om stabiliteit (dat wil zeggen een sterke AKP) te verkiezen boven chaos (aanhoudend geweld en een onmachtige coalitieregering). 
 
In het overwegend Koerdische zuidoosten van het land bleef het ondanks een last minute staakt-het-vuren van de Koerdische terroristische beweging PKK op veel plekken onrustig. Een paar dagen voor de verkiezingen maakte een inval door de politie bij twee kritische tv-zenders nogmaals duidelijk dat de repressie van de media ook na juni doorging. Op de Turkse staats-tv en op de vele door de AKP gecontroleerde commerciële zenders was van een evenwichtige berichtgeving over de verkiezingen geen sprake. 
 
Na de verkiezingen in juni was de Turkse munt, de lira, nog verder in waarde gedaald. Voor velen het symbool bij uitstek van een stagnerende economie, mede als gevolg van de door Erdogan en de AKP veroorzaakte politieke onrust en instabiliteit.
 
Stabiliteit vs. machtsmisbruik
In dat klimaat van angst voor toenemend geweld, economische onzekerheid en nog verder aangescherpte maatschappelijke tegenstellingen, vonden de verkiezingen van 1 november plaats. Tegen alle verwachtingen in behaalde de AKP ruim 49 procent van de uitgebrachte stemmen, bijna net zoveel als op het toppunt van haar macht in 2011. 
 
De grootste oppositiepartij, de seculiere CHP, bleef stabiel en de verliezen werden geleden door de twee winnaars uit juni, de nationalistische MHP en de HDP. Beiden zagen veel kiezers die in juni de AKP de rug toekeerden en voor de oppositie kozen, terugkeren naar de partij van Davutoglu en Erdogan. Nationalisten deden dat omdat ze de harde lijn van de AKP tegen de PKK en de HDP steunen en teleurgesteld zijn in de negatieve opstelling van MHP-leider Devlet Bahceli die elk initiatief of verzoek tot samenwerking resoluut bleef afwijzen. Veel conservatieve Koerden stemden deze keer niet op de HDP omdat ze de partij de schuld geven van het weer opgelaaide PKK-geweld in hun regio.
 
Een verkiezingsbijeenkomst van de HDP voorafgaand aan de juniverkiezingen. (Bron: Wikimedia Commons)
 
De verwachting van veel AKP-critici dat de partij zou worden afgestraft voor de politieke en economische instabiliteit die onder haar leiding Turkije in zijn greep heeft gekregen, bleek ongegrond. In tegendeel: veel twijfelende kiezers zagen de toegenomen onrust,  de angst voor nieuwe aanslagen en de twijfels over de economie als gevolgen van het ontbreken van een sterke en eensgezinde regering sinds juni. De oproep van Davutoglu en Erdogan dat alleen een nieuwe AKP-regering met een parlementaire meerderheid voor de benodigde stabiliteit kan zorgen, sloeg aan.
 
Al gelijk na de zege op 1 november maakte de AKP duidelijk dat een grondwetswijziging en dus een presidentieel systeem toch weer hoog op de agenda staat. Daarvoor zal de partij dan wel steun moeten zien te vinden bij een van de andere partijen in het parlement en dat zal niet makkelijk zijn. Verzoenende woorden van Davutoglu op de avond van de verkiezingen konden niet verhullen dat Erdogan zijn zinnen gezet lijkt te hebben op het verder intimideren en uitschakelen van zijn critici. 
 
Het is nog te vroeg om te kunnen oordelen over de plannen van de nieuwe AKP-regering op het gebied van de economie, de Koerdische kwestie of de buitenlandse politiek. Wat wel vaststaat, is dat na een tijdelijke terugval in de eerste helft van 2015, de AKP weer terug is waar ze sinds 2002 altijd was: in het hart van de Turkse politiek. 
 
Voor 50 procent van de Turken is dat een zegen en een garantie voor stabiliteit. Voor de andere helft van de bevolking is die voortdurende dominantie een recept voor nog meer onderdrukking, corruptie en machtsmisbruik. Alleen de toekomst zal uitwijzen of een dermate gepolariseerde samenleving in staat is nieuwe stappen vooruit te zetten op het gebied van economie en democratie of dat een langzaam afglijden naar meer stagnatie en autocratie onvermijdelijk is.
 
 
 
 
Dit artikel is mede gebaseerd op het door ondergetekende geschreven hoofdstuk ‘Erdogan en de AKP in perspectief” in het binnenkort te verschijnen boek Het nieuwe Turkije (uitgeverij Eburon).
 
Joost Lagendijk is columnist bij de Turkse kranten Zaman en Today’s Zaman en docent op de Suleyman Shah Universiteit in Istanboel.

 

Auteurs

Joost Lagendijk
Oud-parlementariër en politiek analist.